Brijnlozingen en hun regelgeving in de glastuinbouw: een overzicht van beleid, technologie en toezicht

Inleiding

Bij de glastuinbouw in Nederland is de beschikbaarheid van kwalitatief goed gietwater van groot belang. Vanwege de tekorten aan zuiver hemelwater wordt vaak gebruikgemaakt van brak grondwater, dat vervolgens door omgekeerde osmose wordt gezuiverd. Het proces levert opgedikte zoutoplossing op, die bekend staat als brijn. Het lozen van brijn in de bodem is een complexe materie, die op juridisch, milieu- en technisch vlak veel discussie heeft opgeroepen.

In dit artikel wordt ingegaan op de regelgeving rond brijnlozingen, de toepassing van omgekeerde osmose, de rol van het bevoegd gezag en de toezichtstrategieën. Daarnaast worden alternatieven voor brijnlozingen besproken, evenals de milieu-impact van het lozen van brijn in de bodem. Het artikel richt zich op glastuinbouwbedrijven in de regio Zuid-Holland, waar het onderwerp al jaren intensief onderzocht wordt, en bevat aanbevelingen voor bedrijven die overwegen met brijn om te gaan.

Wat is brijn en hoe ontstaat het?

Definitie en oorsprong

Brijn is een ingedikte zoutoplossing die ontstaat bij het zuiveren van brak grondwater door omgekeerde osmose. Dit proces wordt vaak toegepast in de glastuinbouw om gietwater aan te vullen wanneer hemelwater tekort komt. Tijdens omgekeerde osmose wordt brak grondwater onder hoge druk door een semipermeabele membraan geperst, waardoor natrium en andere zouten achterblijven. De opgeloste zouten vormen de brijn, die verder niet gebruikt kan worden als gietwater en vaak in de bodem wordt geloosd.

Werking van omgekeerde osmose

Het proces van omgekeerde osmose wordt visueel duidelijk in de figuren die in het beleidsdocument van de Provincie Zuid-Holland zijn opgenomen. Deze figuren tonen hoe brak grondwater onder druk door een membraan wordt geleid, waarbij het proceswater (zuiver water) wordt afgescheiden en de brijn als residu achterblijft.

De installaties voor omgekeerde osmose zijn complex en vereisen zorgvuldige afweging van de hoeveelheid gietwater dat nodig is en de capaciteit van de installatie. De uitkomst van het proces hangt af van de zoutgehalte in het grondwater en de efficiëntie van het membraan.

Regels en beleid rond brijnlozingen

Juridische kaders

In Nederland is het lozen van brijn in de bodem regelgevingmatig geregeld via het Activiteitenbesluit en het Lozingenbesluit bodembescherming. Sinds 1 januari 2013 zijn gemeenten het bevoegde gezag bij het toezicht op brijnlozingen, wat een verandering betekent t.o.v. de vroegere regeling waarbij de provincie Zuid-Holland dit toezicht had.

In het Activiteitenbesluit is in artikel 2.2 bepaald dat het lozen van brijn in de bodem in principe verboden is, tenzij het bevoegde gezag een maatwerkvoorschrift toestaat. Dit maatwerkvoorschrift wordt dan op maat gemaakt voor het betreffende bedrijf, rekening houdend met de specifieke omstandigheden zoals de grondwaterkwaliteit, de diepte van de lozing en de aanwezigheid van scheidende lagen in de ondergrond.

Overgangsrecht voor bestaande situaties

Voor bedrijven die al voor 1 januari 2013 een ontheffing hadden voor het lozen van brijn, is een overgangsrecht opgenomen in het beleid. Dit recht geldt tot 1 juli 2022, mits het bedrijf beschikt over een hemelwateropvangvoorziening van ten minste 500 m³ per hectare glas. Zonder deze opvang blijft het lozen van brijn illegaal, en is er opnieuw een individuele toestemming nodig van het bevoegde gezag.

Deze overgangsregeling is bedoeld om bedrijven te ondersteunen bij de overstap naar duurzamere alternatieven, zoals hergebruik van brijn of het gebruik van alternatieve gietwatervoorzieningen.

Beleid en afweging

In de beleidsnota van de Provincie Zuid-Holland is duidelijk gemaakt dat het lozen van brijn in de bodem op termijn niet haalbaar is. Er is al jaren discussie over de juridische en beleidsrandvoorwaarden van brijnlozingen. De overheid streeft naar een duurzamere aanpak waarin brijn niet meer in de bodem wordt geloosd. Momenteel is een algemeen verbod niet realistisch vanwege de economische en logistieke consequenties voor de glastuinbouw.

Daarom worden alternatieven voor brijnlozingen onderzocht, zoals het hergebruik van brijn, het opslaan in ondergrondse reservoirs of het gebruik van kunstmatige gietwateroplossingen. In de regio Zuid-Holland zijn verschillende pilots en studies uitgevoerd, zoals de pilot in Noardburgum en Zevenbergen, waarbij het gebruik van brak grondwater en brijnhergebruik centraal stond.

Toezicht en handhaving

Inventarisatie en monitoring

De toezichthouders van de OCMW (Ondersteuning en Controle van Milieubelastende Handelingen) houden regelmatig toezicht op brijnlozingen. In het kader van deze toezichtstrategie wordt een checklist gebruikt om ervoor te zorgen dat alle relevante gegevens verzameld worden. De checklist omvat onder andere:

  • Het fotograferen van de omgekeerde osmose-installatie;
  • Het opnemen van de stand van urentellers en litertellers;
  • Het bepalen van de capaciteit van de hemelwateropvang;
  • Controle op de werking van de installatie en het functioneren van de meters.

De inventarisatie helpt bij het opstellen van een actuele lijst met bedrijven die omgekeerde osmose-installaties hebben. Deze lijst wordt gebruikt voor verdere beoordeling en toezicht. Het is echter niet bekend of er bedrijven zijn die wel een installatie hebben, maar geen ontheffing hebben aangevraagd. Dit maakt het belangrijk dat toezichthouders bij ieder bezoek aan glastuinbouwbedrijven controleren of er sprake is van brijninstallaties.

Afweging en maatwerkvoorschriften

Bij de afweging van brijnlozingen wordt rekening gehouden met verschillende aspecten, zoals:

  • De capaciteit van de omgekeerde osmose-installatie;
  • De diepte van de grondwateronttrekking en de lozing van brijn;
  • De kwaliteit van het grondwater op diepte;
  • De aanwezigheid van scheidende lagen in de ondergrond;
  • Overige gebruiksfuncties in de ondergrond, zoals drinkwatervoorziening en warmteopslag;
  • De milieubelasting van het bedrijf, met name de emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten.

Deze afweging leidt tot het opstellen van een maatwerkvoorschrift. In Zuid-Holland is vastgesteld dat de milieueffecten van brijnlozingen op basis van bestaande studies acceptabel zijn. Daarom kan het lozen van brijn in de bodem tijdelijk toegestaan worden, mits het bevoegde gezag dit goedkeurt.

Alternatieven voor brijnlozingen

Regionale en integrale afweging

De overgang naar alternatieven voor brijnlozingen vereist een brede, integrale en regionale afweging. De aanvrager van een maatwerkvoorschrift dient aan te tonen dat hij op individueel of collectief niveau actief onderzoek doet naar alternatieven. Dit betekent dat bedrijven niet passief mogen blijven bij het lozen van brijn, maar een strategie moeten ontwikkelen voor een duurzamere aanpak.

Hergebruik van brijn

Een van de voorgestelde alternatieven is het hergebruik van brijn in de glastuinbouw. In enkele studies is gebleken dat brijn hergebruikt kan worden voor bepaalde toepassingen, zoals het vullen van ondergrondse waterbergingen of het gebruik als voedingsbron in industriële processen. TNO heeft onderzoek gedaan naar het hergebruik van brijn in de glastuinbouw, en heeft mogelijke toepassingen geïdentificeerd.

Ondergrondse waterberging

Een andere veelbelovende optie is ondergrondse waterberging. In Zuid-Holland is onderzocht of brijn opgeslagen kan worden in ondergrondse reservoirs, zodat het niet in de bodem hoeft te worden geloosd. Deze aanpak kan bijdragen aan de duurzaamheid van de gietwatervoorziening en helpt te voorkomen dat het grondwater verontreinigd wordt.

Kunstmatige gietwater

Een derde optie is het gebruik van kunstmatig gietwater. Dit is water dat speciaal wordt bereid met een bepaald zoutgehalte, zodat het geschikt is voor gebruik in de glastuinbouw. Het gebruik van kunstmatig gietwater is nog in de opstartfase, maar kan in de toekomst een betere oplossing bieden dan het lozen van brijn in de bodem.

Milieu-impact van brijnlozingen

Analyse van studies

Tal van studies zijn uitgevoerd over de milieu-impact van brijnlozingen in Zuid-Holland. In de meeste gevallen is gebleken dat er geen grootschalige milieu-impact is, maar wel dat er bepaalde risico’s bestaan, afhankelijk van de locatie en de diepte van de lozing. In de volgende tabel zijn de resultaten van enkele studies samengevat.

Aspect Resultaten
Niet-gevaarlijke stoffen In enkele gevallen overschrijden de streefwaarden voor chloride, natrium en andere zouten de normen voor diep grondwater.
Gevaarlijke stoffen Geen overschrijdingen van detectielimieten voor zware metalen zoals Hg, Cd, Pb en As.
Bestrijdingsmiddelen en PCB’s Deze stoffen zijn sinds 2013 verplicht onderzocht voor bedrijven met ontheffing.
Milieubelasting De milieubelasting van bedrijven die omgekeerde osmose toepassen, is afhankelijk van de hoeveelheid emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten.

Op basis van deze studies kan worden geconcludeerd dat de milieu-impact van brijnlozingen in de meeste gevallen beheersbaar is, mits er sprake is van een goed toezicht en een juiste afweging. De Provincie Zuid-Holland heeft al meerdere maal bevestigd dat de milieueffecten van brijnlozingen op basis van bestaande studies acceptabel zijn.

Toekomstige richtlijnen en maatregelen

Einddatum voor brijnlozingen

De overgangsregeling voor brijnlozingen loopt tot 1 juli 2022, mits het bedrijf beschikt over een hemelwateropvangvoorziening van ten minste 500 m³ per hectare glas. Na deze datum is er opnieuw een individuele toestemming nodig van het bevoegde gezag. Dit betekent dat bedrijven die geen alternatieve gietwatervoorziening hebben, verplicht zijn om over te stappen op een duurzamere aanpak.

Beleidskader Goed Gietwater

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2012 het Beleidskader Goed Gietwater opgesteld. Dit beleidskader stelt eisen aan de kwaliteit van gietwater en streeft naar een duurzamere aanpak in de glastuinbouw. Het beleidskader benadrukt het belang van het voorkomen van brijnlozingen en het zoeken naar alternatieven.

Regionale samenwerking

In de regio Zuid-Holland is een sterke nadruk op regionale samenwerking bij het zoeken naar alternatieven voor brijn. Bedrijven, onderzoeksinstituten en overheden werken samen aan innovatieve oplossingen, zoals het hergebruik van brijn en het gebruik van ondergrondse waterberging. Deze samenwerking is essentieel voor de ontwikkeling van een duurzamere glastuinbouwsector.

Conclusie

Brijnlozingen in de glastuinbouw zijn een complexe en veelbesproken onderwerp. Het lozen van brijn in de bodem is momenteel tijdelijk toegestaan, maar op termijn is een duurzamere aanpak noodzakelijk. De overheid streeft naar een situatie waarin brijn niet meer in de bodem wordt geloosd, maar hergebruikt of opgeslagen in ondergrondse reservoirs.

Voor bedrijven is het belangrijk om zich voor te bereiden op deze overgang. Dit betekent dat ze moeten investeren in alternatieve gietwatervoorzieningen, zoals het hergebruik van brijn of de bouw van ondergrondse waterbergingen. Daarnaast is het noodzakelijk om actief mee te werken aan regionale initiatieven en studies die gericht zijn op duurzaamheid en innovatie in de glastuinbouw.

Het beleid en toezicht op brijnlozingen zijn gestructureerd en gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. De Provincie Zuid-Holland heeft een duidelijke afweging gemaakt op basis van bestaande studies, en het lozen van brijn is tijdelijk toegestaan mits het bevoegde gezag dit goedkeurt. In de toekomst is het lozen van brijn echter niet haalbaar, en zullen bedrijven genoodzaakt zijn om over te stappen op duurzamere alternatieven.

Bronnen

  1. Beleid, maatwerkvoorschriften en handhaving bij brijnlozingen
  2. Brak grondwater: niet mijden, maar gebruiken!
  3. Monitoring zoutwaterintrusie
  4. Lozingen van brijn bij agrarische activiteiten
  5. Advies grondwater
  6. Duurzaam gebruik van de ondergrond
  7. Website Provincie Zuid-Holland
  8. Deskstudie alternatieven brijn
  9. Alternatieven voor brijn in Zuid-Holland
  10. Opwerking en hergebruik van brijn in de glastuinbouw
  11. Evaluatie brijnbeleid
  12. Beleidskader Goed Gietwater
  13. Potentie van ondergrondse waterberging
  14. Evaluatie brijnbeleid, tussentijdse evaluatie
  15. Advies Technische Commissie Bodem
  16. Evaluatie brijnbeleid provincie Zuid-Holland
  17. AgroAdvies 2014
  18. Technische Commissie Bodem

Gerelateerde berichten