Kruisverband in metselwerk: geschiedenis, toepassing en technische kenmerken
Kruisverband is één van de meest herkenbare en technisch geavanceerde metseltechnieken in de Nederlandse bouwkundige geschiedenis. Het verband is geëvolueerd uit eerdere metselmethoden zoals het Vlaams en Noors verband, en werd in de zeventiende eeuw algemeen toegepast in Amsterdamse gevels. In dit artikel wordt het kruisverband uitgebreid besproken, inclusief de geschiedenis, toepassing, technische kenmerken en relevante bouwvoorbeelden. De informatie is gebaseerd op betrouwbare bronnen uit de Amsterdamse binnenstad, culturele erfgoeddatabase en expertise van schilders- en metselwerkkundigen.
Inleiding
Het kruisverband is een metseltechniek waarbij de steenlagen afwisselend bestaan uit een strekkenlaag en een koppenlaag. In tegenstelling tot het staand verband, waarbij de voegen direct boven elkaar liggen, zorgt het kruisverband ervoor dat de voegen in de strekkenlaag verschoven zijn ten opzichte van elkaar. Deze methode biedt een sterke en esthetisch aantrekkelijke constructie. In de zeventiende en achttiende eeuw werd het kruisverband vooral gebruikt voor gevels van bakstenen muren in Amsterdam. Het verband vereist een zorgvuldige afmeting van de bakstenen en een goed onderlinge afwisseling van strekken en koppen. In dit artikel wordt de historische ontwikkeling, de technische kenmerken en het gebruik in de praktijk besproken.
De historische ontwikkeling van het kruisverband
Oorsprong en evolutie
Het kruisverband ontstond rond het eind van de zeventiende eeuw en verving geleidelijk eerdere metselmethoden zoals het Vlaams en Noors verband. Het Vlaams verband bestond uit afwisselende strekken en koppen, terwijl het Noors verband uit een strek en twee koppen per laag bestond. Het kruisverband introduceerde een nieuwe vorm van voegverschuiving, waarbij de strekken in de onderste laag half versprongen werden t.o.v. de bovenste laag. Dit zorgde voor een steviger en visueel aantrekkelijker metselwerk.
De eerste vormen van kruisverband begonnen in de zeventiende eeuw met een kop en een klezoor op de hoek. In de achttiende eeuw ontwikkelde het kruisverband zich verder, waarbij een drieklezoor op de hoek gebruikt werd. Deze evolutie zorgde voor een betere esthetische afwerking van de gevels en een verbeterde stabiliteit.
Invloed van architecten en bouwmeesters
In de zeventiende eeuw werkten bouwmeesters en architecten zoals Hendrick de Keyser en Jacob van Campen met het kruisverband. Zij gebruikten oranjerode of hoogrode Leidse steen, en legden aandacht op het aantal lagen per meter hoogte. In dit verband werden de stenen vaak geslepen om de voegen zo dun mogelijk te maken. Een bekend voorbeeld van hun werk is de gevel van het voormalige Burgerweeshuis, nu het Amsterdam Museum.
Architect Philips Vingboons gebruikte in de zeventiende eeuw paarsgrauwe Vechtsteen in kruisverband, waarbij hij 22 lagen per meter hoogte legde. Ook in de achttiende eeuw was het kruisverband populair, zoals bij het gebouw Nieuwe Keizersgracht 28-44, ontworpen door Daniël Marot. Hij gebruikte een baksteenformaat van 20 x 10 x 4 cm en legde 22 lagen per meter hoogte.
Toepassing in Amsterdam
In Amsterdam werd het kruisverband vanaf 1550 algemeen toegepast in gevels. De bakstenen die werden gebruikt, moesten aan bepaalde maatvoeringen voldoen. De steenlengte moest gelijk zijn aan twee koppen plus een voeg, en de dikte moest minder dan de helft van de kop zijn. Deze maatvoering zorgde voor een stevige constructie en een aantrekkelijke esthetiek.
In de zeventiende eeuw begon het kruisverband op de hoek met een kop en een klezoor. Dit zorgde voor een visueel aantrekkelijke afwerking van de hoeken. In de achttiende eeuw werd de drieklezoor op de hoek gebruikt, wat een nog harmonieusere indeling van de gevels bood.
Technische kenmerken van het kruisverband
Maatvoering en afmetingen
Het kruisverband vereist een zorgvuldige maatvoering van de bakstenen en de voegen. De lengte van de baksteen moet gelijk zijn aan twee koppen plus een voeg. De steen moet dunner zijn dan de helft van de kop. Deze maatvoering zorgt voor een stevige en visueel aantrekkelijke constructie.
In de zeventiende eeuw was het kruisverband gelegd met 22 lagen per meter hoogte. Deze lagenmaat varieerde afhankelijk van het gebruikte baksteenformaat. In de achttiende eeuw gebruikte Daniël Marot een baksteenformaat van 20 x 10 x 4 cm en legde 22 lagen per meter hoogte. Dit zorgde voor een stevige en aantrekkelijke constructie.
Slijpen van bakstenen
In de zeventiende eeuw was het gebruikelijk om bakstenen te slijpen om de voegen zo dun mogelijk te maken. Dit zorgde voor een visueel aantrekkelijke afwerking van het metselwerk. De slijptechniek werd vooral toegepast op de strekken of hanenkammen boven de vensters. Deze slijptechniek vereiste veel handmatige vaardigheden en werd vaak gebruikt door ervaren metselaars.
Klezoren en drieklezoren
Het gebruik van klezoren en drieklezoren was een belangrijk aspect van het kruisverband. Een klezoor is een halve baksteen, terwijl een drieklezoor bestaat uit drie halve bakstenen. In de zeventiende eeuw begon het kruisverband op de hoek met een kop en een klezoor. In de achttiende eeuw werd de drieklezoor op de hoek gebruikt. Deze techniek zorgde voor een betere esthetische afwerking van de hoeken en een steviger metselwerk.
Meesterproeven en gildeverplichtingen
In de zeventiende eeuw was het kruisverband een essentieel onderdeel van de meesterproeven die metselaars moesten afronden om toegelaten te worden tot de gilden. Deze proefstukken zijn in de traptoren van de Waag nog te vinden. Het oeuil-de-boeuf, een bekend proefstuk, is een bewijs van de vakmatschappij en de technische vaardigheden van de metselaar.
Toepassing en praktijkvoorbeelden
Amsterdamse gevels
In Amsterdam is het kruisverband vooral gebruikt voor gevels van bakstenen muren. De gevels werden vaak gemetseld in kruisverband met geslepen bakstenen. De strekken en koppen werden afwisselend gelegd, wat een stevige en visueel aantrekkelijke constructie bood. Bekende voorbeelden van kruisverband in Amsterdam zijn de gevels van het voormalige Burgerweeshuis en het Amstelhof.
Het Amstelhof
Het Amstelhof, thans het Hermitage Hotel, is een bekend voorbeeld van metselwerk in kruisverband. Het gebouw werd in 1681 gerealiseerd met een lagenmaat van 20 lagen per meter hoogte en met geslepen strekken boven de vensters. Deze constructie zorgde voor een stevige en aantrekkelijke gevel.
Nieuwe Keizersgracht 28-44
Nieuwe Keizersgracht 28-44 is een ander bekend voorbeeld van kruisverband in de achttiende eeuw. Het gebouw werd ontworpen door architect Daniël Marot en bestaat uit bakstenen van 20 x 10 x 4 cm. De lagenmaat is 22 lagen per meter hoogte, wat een stevige en aantrekkelijke constructie oplevert.
Het Waaggebouw
Het metselwerk van het Waaggebouw is een voorbeeld van kruisverband met een kop en een klezoor op de hoek. Het metselwerk is in ‘staand verband’ gemetseld, waarbij de strekkenlaag afgewisseld wordt met een koppenlaag. Dit zorgt voor een visueel aantrekkelijke afwerking van de gevel.
Advies voor renovatie en herstel
Identificatie van kruisverband
Voor renovatieprojecten is het belangrijk om het kruisverband correct te identificeren. Het verband kan worden herkend aan de afwisselende strekken- en koppenlagen. In de zeventiende eeuw begon het kruisverband op de hoek met een kop en een klezoor, terwijl in de achttiende eeuw de drieklezoor op de hoek gebruikt werd. Deze kenmerken helpen bij het identificeren van het kruisverband in historische metselwerken.
Technische uitvoering
Bij de renovatie van kruisverband is het essentieel om de oorspronkelijke techniek en maatvoering te volgen. De bakstenen moeten aan de maatvoering voldoen en de voegen moeten correct worden uitgevoerd. Het gebruik van geslepen bakstenen kan de visuele kwaliteit van het metselwerk verbeteren.
Verbanden en constructies
Bij renovatieprojecten is het ook belangrijk om rekening te houden met andere metselverbanden zoals het staand verband of het halfsteensverband. Deze verbanden kunnen worden gebruikt in combinatie met het kruisverband, afhankelijk van de bouwtechniek en de esthetische wensen.
Afwerkingen
Bij metselwerk komen ook verschillende afwerkingen voor, zoals rollagen, strekken of bogen. Deze afwerkingen kunnen worden gebruikt om het gewicht van het bovenliggende metselwerk op te vangen. Het is belangrijk om deze afwerkingen correct uit te voeren om de stabiliteit en esthetiek van het metselwerk te waarborgen.
Conclusie
Het kruisverband is een belangrijke bouwtechniek in de Nederlandse bouwkundige geschiedenis. Het verband ontwikkelde zich in de zeventiende eeuw en werd algemeen toegepast in Amsterdamse gevels. Het kruisverband biedt een stevige en visueel aantrekkelijke constructie, waarbij de afwisselende strekken- en koppenlagen een unieke esthetiek opleveren. De maatvoering en afmetingen van de bakstenen zijn essentieel voor de uitvoering van het kruisverband. In de zeventiende eeuw was het gebruikelijk om bakstenen te slijpen om de voegen zo dun mogelijk te maken. Het gebruik van klezoren en drieklezoren zorgde voor een betere esthetische afwerking van de hoeken. Voor renovatieprojecten is het belangrijk om het kruisverband correct te identificeren en de oorspronkelijke techniek en maatvoering te volgen. Het kruisverband is een bewijs van de vakmatschappij en de technische vaardigheden van de metselaar en blijft tot op de dag van vandaag een waardevolle bouwtechniek in de historische bouwkunde.
Bronnen
Related Posts
-
Gaten in metselwerk herstellen: Expertinformatie over reparatietechnieken en -materialen
-
Het belang van het eigen gewicht in metselwerk: Constructieve aspecten en risico’s
-
Druksterkte van metselwerk: Keuzes, normen en toepassingen
-
Druksterkte van baksteenmetselwerk: Belangrijke aandachtspunten bij constructieve berekeningen en materialen
-
Droogtijd voegen metselwerk: Factoren, tijdsplanning en praktische tips
-
Droogtijd en hardingsfactoren van cementmaterieel in metsel- en betonconstructies
-
Droogstapelsysteem in het metselwerk: Toepassing, voordelen en educatieve ontwikkelingen
-
Draagkracht en stabiliteit van metselwerk: factoren, voegen en verankering