Hoeveel Voegmortel per m² Metselwerk: Richtlijnen, Verbruik en Aanbevelingen
Het correcte berekenen van het voegmortelverbruik per vierkante meter metselwerk is essentieel voor de kwaliteit, duurzaamheid en esthetiek van een constructie. In de bouw en renovatie-sector is voegmortel een onmisbaar onderdeel van het metselwerk, aangezien het niet alleen de steen- of blokken onderling verbindt, maar ook een belangrijke invloed heeft op het uiterlijk van het werk. De hoeveelheid voegmortel die nodig is per m² metselwerk hangt af van verschillende factoren zoals de maat van de stenen, de voegdikte, de metselmethode (traditioneel, dunbedmetsel- of doorstrijkmetselen) en eventuele aanpassingen zoals perforaties of frog-uitbossingen in de stenen.
In dit artikel geven we een overzicht van de richtlijnen en berekeningsmethodes voor voegmortelverbruik per m² metselwerk, met specifieke aandacht voor de gegevens die in de beschikbare bronnen worden vermeld. We richten ons op praktische informatie voor eigenaren, bouwprofessionals en diy-beoefenaars die betrouwbaar advies nodig hebben bij de voorbereiding en uitvoering van metselwerk.
Wat bepaalt het voegmortelverbruik?
In de bouw wordt het verbruik van voegmortel vaak aangeduid als "verbruik per m²". Dit getal is afhankelijk van meerdere variabelen:
- Formaat van de stenen: Hoe groter of hoe dikker de stenen, hoe minder stenen er per m² passen, wat het totale verbruik van mortel beïnvloedt.
- Voegdikte: De dikte van de voeg bepaalt de hoeveelheid mortel die tussen de stenen moet worden aangebracht.
- Metselmethode: Traditionele metselmethode, dunbedmetselen of doorstrijkmetselen hebben elk hun eigen verbruikseisen.
- Type steen: Stenen met perforaties of frog-uitbossingen vereisen extra mortel.
- Werkwijze van de metselaar: Het verlies door valspecie of onregelmatige toepassing kan het verbruik verhogen.
Deze factoren zijn essentieel bij het bepalen van het benodigde aantal zakken of tonnen voegmortel voor een project. In de volgende paragrafen geven we een gedetailleerd overzicht van deze variabelen en hun impact op het mortelverbruik.
Verbruik per steenformaat en voegdikte
In de beschikbare bronnen wordt een uitgebreid overzicht gegeven van het verbruik van voegmortel per m², afhankelijk van het formaat van de stenen en de voegdikte. Hieronder volgt een tabel met de gegevens die in de bron worden vermeld:
Formaat stenen | Voegdikte | Aantal stenen per m² | Verbruik voegmortel per m² |
---|---|---|---|
Waalformaat (210x100x50 mm) | 12 mm | ca. 73 | ca. 8 kg |
Dikformaat (210x100x65 mm) | 12 mm | ca. 59 | ca. 7 kg |
Vechtformaat (210x100x40 mm) | 12 mm | ca. 87 | ca. 9 kg |
Hilversumsformaat (225x105x42 mm) | 12 mm | ca. 78 | ca. 5 kg |
Deze cijfers zijn richtlijnen en moeten worden geïnterpreteerd als indicaties. De daadwerkelijke hoeveelheid mortel die nodig is, kan variëren afhankelijk van het type steen, de werkwijze van de metselaar en het voorkomen van valspecie. Het is belangrijk om rekening te houden met eventuele verliezen tijdens de uitvoering.
Invloed van metselmethode op het mortelverbruik
De methode waarop het mortel wordt aangebracht heeft een grote invloed op het totale verbruik. De beschikbare informatie vermeldt drie belangrijke metselmethodes:
- Traditioneel metselen: Dit is de klassieke methode waarbij de mortel in een dikke voeg wordt aangebracht. Het verbruik is hier het hoogst.
- Dunbedmetselen: Bij deze methode wordt de voegdikte aanzienlijk verlaagd. Het verbruik is hier circa 30 tot 35% lager dan bij traditioneel metselen.
- Doorstrijkmetselen: Hierbij wordt de mortel in een dunne laag aangebracht en is het verbruik circa 20% hoger dan bij traditioneel metselen.
Het is dus belangrijk om te weten welke methode gebruikt wordt bij het project, omdat dit direct de hoeveelheid voegmortel beïnvloedt. Bijvoorbeeld: bij dunbedmetselen is minder mortel nodig, wat kosten kan besparen, maar eventueel ook andere vereisten met zich meebrengt, zoals het gebruik van specifieke morteltypen.
Extra mortelverbruik bij perforaties en frog-uitbossingen
In het geval van stenen met een perforatie of een frog (uitbossing) is extra mortel nodig. Volgens de gegevens is dit circa 30% extra mortel nodig bij traditioneel metselen. Dit komt doordat deze uitsparingen extra mortel nodig hebben om de steen stabiel en goed te verbinden met de rest van het metselwerk.
Hoewel deze gegevens niet uit een officiële bron komen (zoals een bouwregelgeving of standaard), is het een verantwoorde aanname die wordt gebruikt in de praktijk en bevestigd door ervaren metselaars en producenten van mortel.
Invloed van het type mortel op het verbruik
Niet alleen de metselmethode bepaalt het verbruik van mortel, ook het type mortel speelt een rol. In de beschikbare bronnen wordt voornamelijk gesproken over witte voegmortel en polymeer gemodificeerde voegmortel. Deze mortels hebben bijvoorbeeld een hogere hechting, waardoor dunner gevoegd kan worden, wat het verbruik kan verlagen. Daarnaast is er een specifieke voegmortel ontwikkeld voor steenstrips en prefab gevelelementen, waarbij de standaard voegmortel niet voldoet. Deze mortels zijn ontworpen voor toepassing op niet-absorberende stenen, zoals strengpers en gehydrofobeerde stenen.
Het is dus belangrijk om bij het kiezen van de voegmortel rekening te houden met het type mortel dat het beste geschikt is voor het metselwerk. Dit heeft niet alleen invloed op het verbruik, maar ook op de kwaliteit en het uiterlijk van het werk.
Verbruik in relatie tot het morteltype en hardheidsklasse
Een ander belangrijk aspect bij het berekenen van het mortelverbruik is de hardheidsklasse van de mortel. In de beschikbare informatie wordt gesproken over VH25 en VH35, wat respectievelijk voeghardheidsklasse 25 en 35 betekent. Deze klasse geeft aan hoe sterk de mortel is en hoe het zich gedraagt onder bepaalde omstandigheden, zoals bevochtiging of belasting. De hardheidsklasse heeft geen directe invloed op het verbruik per m², maar het bepaalt wel welk type mortel moet worden gebruikt, afhankelijk van de toepassing.
Daarnaast wordt er in de informatie melding gemaakt van een uitbloeiblokker (UB), wat een toevoeging is aan de mortel om het risico op witte uitslag te verlagen. Omdat dit een toevoeging is, heeft het geen invloed op het verbruik, maar het kan wel invloed hebben op de esthetica en duurzaamheid van het metselwerk.
Aanvullende richtlijnen voor het berekenen van mortelverbruik
Naast de standaardformules en richtlijnen zijn er ook een aantal aanvullende richtlijnen die van toepassing kunnen zijn bij het berekenen van het mortelverbruik. Deze richtlijnen zijn afgeleid uit de beschikbare informatie:
Monster van voegmortel: Bij projecten waarbij het metselwerk volledig wordt vervangen of waarbij het historische karakter van het gebouw van belang is, is het verplicht om een monster van de nieuwe voegmortel te laten goedkeuren door de gemeentelijke monumenteninspecteur. Dit geldt vooral voor monumenten en oude gebouwen waarbij het metselwerk een belangrijk onderdeel is van het historische uiterlijk.
Pleisterwerk: Het pleisterwerk moet qua samenstelling, kleur en uitvoering overeenkomen met het bestaande pleisterwerk. Het verbruik van mortel bij het pleisteren van muren en gevels kan daarom variëren afhankelijk van de dikte van het pleisterwerk en de structuur van het metselwerk.
Houten onderdelen: Bij metselwerk dat in contact komt met houten onderdelen, zoals windveren of dakgoten, is het verplicht om het hout te behandelen met lijvige menie of grondverf. Dit heeft geen directe invloed op het mortelverbruik, maar het is wel een essentieel onderdeel van de uitvoering en moet worden meegenomen in het totale projectplan.
Toepassing van houtsoorten: Het gebruik van tropische hardhoutsoorten is niet toegestaan. Dit heeft invloed op de duurzaamheid en esthetica van het houten werk, maar niet op het mortelverbruik.
Verstekken in hemelwaterafvoeren: Bij het aanleggen van hemelwaterafvoeren is het verplicht om sprongen of verzetten door middel van gesoldeerde valse verstekken te maken. Het gebruik van standaard hulpstukken is hier niet toegestaan.
Toepassing in praktijk: Voorbeeldberekening
Om het mortelverbruik te berekenen in de praktijk, kunnen we gebruik maken van een eenvoudig voorbeeld. Stel dat we een metselproject hebben met de volgende gegevens:
- Oppervlakte: 100 m² metselwerk
- Stenenformaat: Waalformaat (210x100x50 mm)
- Voegdikte: 12 mm
- Metselmethode: Traditioneel metselen
- Extra mortel nodig: Nee (geen perforaties of frog-uitbossingen)
Volgens de tabel uit de beschikbare informatie is het verbruik van mortel bij deze parameters ca. 8 kg per m². Voor 100 m² metselwerk is dus:
8 kg/m² × 100 m² = 800 kg voegmortel
De voegmortel wordt meestal verpakt in zakken van 25 kg. Dit betekent dat we:
800 kg ÷ 25 kg/zak = 32 zakken voegmortel nodig hebben.
Het is echter belangrijk om rekening te houden met eventuele verliezen. In de praktijk wordt vaak 10 tot 15% extra aan mortel meegenomen om onvoorziene verliezen te dekken. Dit betekent dat in dit voorbeeld:
800 kg + (15% van 800 kg) = 800 + 120 = 920 kg voegmortel
Ofwel:
920 kg ÷ 25 kg/zak = 37 zakken voegmortel
Dit is een realistische berekening die vaak wordt gebruikt in de praktijk. Het is belangrijk om hierbij rekening te houden met de werkwijze van de metselaar, het type steen en eventuele aanpassingen aan de metselmethode.
Kiezen van de juiste voegmortel
Niet alleen het berekenen van het verbruik is belangrijk, ook het kiezen van de juiste voegmortel is essentieel. In de beschikbare informatie wordt melding gemaakt van verschillende morteltypen en hun toepassingsgebieden:
Witte voegmortel: Deze mortel is geschikt voor projects waarbij een esthetisch resultaat belangrijk is. Het wordt vaak gebruikt in gevels en muren waarbij een licht uitziende mortel gewenst is. Het heeft een lage kans op witte uitslag dankzij de toevoeging van een uitbloeiblokker.
Polymeer gemodificeerde voegmortel: Deze mortel is speciaal ontwikkeld voor het voegen van stenen met een lage absorptie, zoals strengpers en gehydrofobeerde stenen. Het biedt extra hechting en is geschikt voor dunbedmetselen.
Voegmortel met uitbloeiblokker (UB): Deze mortel is ontworpen om het risico op witte uitslag te verlagen. Het is ideaal voor projects waarbij het uiterlijk van het metselwerk belangrijk is.
Het is belangrijk om de juiste voegmortel te kiezen, afhankelijk van het type metselwerk en de omstandigheden. De keuze van de juiste mortel heeft invloed op het verbruik, de kwaliteit en de duurzaamheid van het metselwerk.
Samenvatting van de richtlijnen
Om het voegmortelverbruik per m² metselwerk te bepalen, is het verstandig om de volgende richtlijnen te volgen:
- Bepaal het formaat van de stenen en gebruik de bijbehorende verbruikstabel.
- Kies de juiste voegdikte afhankelijk van de metselmethode.
- Reken rekening met eventuele extra verbruik door perforaties of frog-uitbossingen (meestal 30% extra).
- Bepaal de metselmethode (traditioneel, dunbed of doorstrijk) en pas het verbruik daarop aan.
- Kies de juiste voegmortel afhankelijk van het type metselwerk en de omstandigheden.
- Voeg 10 tot 15% extra mortel toe om verliezen in de praktijk te dekken.
Door deze richtlijnen te volgen, kan men een realistisch en nauwkeurig beeld krijgen van het benodigde aantal zakken of tonnen voegmortel voor een project. Dit helpt bij het plannen van het project en het beheersen van de kosten.
Conclusie
Het berekenen van het voegmortelverbruik per m² metselwerk is een essentieel onderdeel van elk bouw- of renovatieproject. Het verbruik hangt af van meerdere factoren zoals het formaat van de stenen, de voegdikte, de metselmethode en eventuele aanpassingen aan de stenen. In de praktijk is het verstandig om rekening te houden met eventuele verliezen en te kiezen voor een morteltype dat geschikt is voor het project. Door gebruik te maken van de richtlijnen uit de beschikbare informatie en een realistische berekening te maken, kan men het benodigde aantal zakken voegmortel nauwkeurig bepalen, wat bijdraagt aan een succesvolle uitvoering van het metselwerk.
Bronnen
Related Posts
-
Houtskeletbouw en de aansluiting op metselwerk: Technische details en uitvoering
-
Houtskeletbouw met metselwerk: voordelen, nadelen en bouwkundige aandachtspunten
-
Houtskeletbouw met metselwerk: een duurzame en flexibele bouwtechniek
-
Houtskeletbouw op metselwerk: Techniek, Voordelen en Nadelen voor Duurzame Woningen
-
Houten gevelbekleding op metselwerk: Uitvoering, voordelen en kosten
-
Horizontale dilataties in metselwerk: oorzaken, risico’s en oplossingen
-
Paalmutsen en Metselwerken: Bescherming en Esthetiek voor Uw Pilaren
-
Hoeveel Mortel is Benodigd per m² Metselwerk: Aanbevelingen en Technische Specificaties