Mortelverbruik per m² metselwerk: Factoren, berekeningen en aanbevelingen

Inleiding

Bij elke bouw- of renovatieproject is het verbruik van mortel een cruciale parameter die zowel het budget als de uitvoering van het werk beïnvloedt. Het aantal liter mortel dat nodig is per vierkante meter metselwerk kan variëren afhankelijk van factoren zoals het type mortel, het soort steen, de voegdikte, de metseltechniek en de werkwijze van de metselaar. In dit artikel analyseren we op basis van gegevens uit betrouwbare bronnen hoeveel mortel gemiddeld nodig is per m² metselwerk, welke variabelen het verbruik bepalen en wat de aanbevelingen zijn voor een efficiënt en kwalitatief hoogwaardig metselresultaat.

De informatie is gebaseerd op technische specifieke gegevens van voegmortels en metselstenen zoals verstrekt door Wienerberger en Bruil, twee betrouwbare partijen in de bouwsector. Dit artikel richt zich zowel op professionals als particulieren die betrokken zijn bij bouw- of renovatieprojecten en een beter begrip willen krijgen van het mortelverbruik in metselwerk.

Factoren die het mortelverbruik bepalen

Het verbruik van mortel bij metselwerk is niet statisch, maar varieert afhankelijk van meerdere factoren. Deze worden hieronder uitgelegd.

1. Type mortel

Er zijn verschillende soorten mortels die in de bouw worden gebruikt, zoals traditionele voegmortels, witte voegmortels, polymeer gemodificeerde mortels, en doorstrijkmortels. Elk type heeft een verschillende dichtheid, hechting en verwerkingsmethode. Bijvoorbeeld, een witte voegmortel zoals VM6035PM van Bruil is speciaal ontwikkeld voor het voegen van harde of prefab-elementen en kan dunner aangebracht worden door de verbeterde hechting.

2. Type en maat van de metselstenen

Het verbruik van mortel is sterk afhankelijk van de afmetingen en het formaat van de gebruikte metselstenen. Grotere of dikker gemetselde stenen vereisen over het algemeen meer mortel dan kleinere of dunne stenen. Dit komt doordat grotere stenen minder verwerkt kunnen worden per m², wat leidt tot een hoger verbruik per eenheid.

Bijvoorbeeld, een dikformat van 210x100x65 mm vereist circa 7 kg mortel per m², terwijl een vechtformat van 210x100x40 mm circa 9 kg mortel per m² nodig heeft. Deze variatie ontstaat doordat het aantal stenen per m² verschilt. In het geval van een dikformat worden ongeveer 59 stenen per m² gebruikt, terwijl het vechtformat circa 87 stenen per m² vereist.

3. Voegdikte

De dikte van de voegen beïnvloedt het verbruik van mortel aanzienlijk. Traditioneel wordt een voegdikte van 12 mm gebruikt in de meeste metselprojecten. Echter, bij dunbedmetselen kan de voegdikte tot 4 mm worden teruggebracht, wat resulteert in een vermindering van het mortelverbruik met circa 30 tot 35%. Aan de andere kant, bij doorstrijken van de mortel, is het verbruik circa 20% hoger dan bij traditioneel metselen.

4. Metseltechniek

De techniek die wordt toegepast bij het metselen beïnvloedt ook het mortelverbruik. Traditioneel metselen vereist meer mortel dan dunbedmetselen. Stenen met een 'frog' of perforatie vereisen bovendien ongeveer 30% extra mortel bij traditioneel metselen, omdat deze ontwerpelementen meer mortel absorberen om het metselwerk stabiel te maken.

5. Wettelijk of normatief kader

Er zijn specifieke normen en kwaliteitseisen voor mortels en metselwerken. De NEN-EN 998-2 is een Europese norm die de eisen stelt voor droge mortels, waaronder voegmortels. Deze norm vermeldt de vereisten voor kwaliteit, hechting en werkdruksterkte, wat indirect ook het mortelverbruik beïnvloedt, omdat het bepaalt welke mortelsoorten geschikt zijn voor welk type metselwerk.

Gemiddeld mortelverbruik per m² metselwerk

Op basis van de gegevens uit de betrouwbare bronnen kunnen we een overzicht maken van het gemiddelde mortelverbruik per m² metselwerk, afhankelijk van het formaat en het metseltype.

Traditioneel metselen

Formaat Aantal stenen/m² Mortelverbruik/m²
Waalformaat (210x100x50 mm) ca. 73 ca. 8 kg
Dikformaat (210x100x65 mm) ca. 59 ca. 7 kg
Vechtformaat (210x100x40 mm) ca. 87 ca. 9 kg
Hilversumsformaat (225x105x42 mm) ca. 78 ca. 5 kg

Het mortelverbruik bij traditioneel metselen varieert dus aanzienlijk per formaat, maar ligt ongeveer tussen 5 en 9 kg per m². Het belangrijkste is dat het aantal stenen per m² omgekeerd evenredig is met het mortelverbruik. Hoe meer stenen per m², hoe minder mortel nodig is, en vice versa.

Dunbedmetselen

Bij dunbedmetselen, waarbij de voegdikte tot 4 mm wordt teruggebracht, is het mortelverbruik circa 30 tot 35% lager dan bij traditioneel metselen. Dit betekent dat het mortelverbruik per m² in dit geval ligt tussen:

  • 3,25 kg/m² (voor het vechtformat)
  • 4,55 kg/m² (voor het dikformat)

Doorstrijken

Bij doorstrijken van de mortel wordt het mortelverbruik circa 20% hoger dan bij traditioneel metselen. Dit zou resulteren in:

  • 9,6 kg/m² (voor het vechtformat)
  • 8,4 kg/m² (voor het dikformat)

Speciale mortels en situaties

Voor specifieke toepassingen zoals het voegen van prefab-elementen, cempanel platen of harde, niet-absorberende stenen, is er een speciaal ontworpen mortel zoals VM6035PM van Bruil. Deze mortel is polymeer gemodificeerd en geschikt voor dunbedmetselen. Het verbruik van deze mortel hangt af van de exacte toepassing, maar het is in principe lager dan bij traditionele mortels vanwege de verbeterde hechting.

Invloed van metselaarsniveau en praktijk

Naast de technische kenmerken van het metselwerk en de mortel, speelt ook de werkwijze van de metselaar een rol in het mortelverbruik. Een ervaren metselaar die efficiënt werkt en zorgvuldig de voegen vult, zal in de regel minder mortel verbruiken dan een minder ervaren metselaar die oververmorselt of het mortelverbruik niet nauwkeurig beheerst.

Daarnaast moet rekening worden gehouden met verlies door valspecie en eventuele correcties bij het berekenen van het benodigde mortelvolume. De leveranciers adviseren daarom altijd om extra mortel in te schatten om eventuele verliezen en onvoorzienigheden te dekken.

Aanbevelingen voor een efficiënt mortelverbruik

Om zowel kostenefficiënt als kwalitatief hoogwaardig metselwerk te leveren, zijn er een aantal aanbevelingen die kunnen worden opgesteld op basis van de gegevens uit de betrouwbare bronnen.

1. Kies de juiste mortel

Gebruik de juiste soort mortel voor het type metselwerk en stenen. Voor bijvoorbeeld harde of prefab-elementen is een polymeer gemodificeerde mortel zoals VM6035PM beter geschikt dan een traditionele voegmortel. Voor traditionele metselwerk is een cementgebonden voegmortel zoals de E1000 Wit van Bruil een goede keuze.

2. Gebruik dunbedmetseling indien mogelijk

Als het project het toelaat, is dunbedmetseling een efficiëntere methode die het mortelverbruik met circa 30 tot 35% vermindert. Dit is niet alleen kosteneffectiever, maar ook duurzamer en esthetisch aantrekkelijker.

3. Plan voldoende mortel in

Bij het inschatten van het benodigde mortelvolume dient er rekening mee gehouden te worden dat het echte verbruik kan variëren ten opzichte van de richtlijnen. Het is daarom aan te raden om 10-15% extra mortel in te schatten ten opzichte van de berekende hoeveelheid.

4. Zorg voor professionele uitvoering

Een vakbekwaam metselaar die ervaring heeft met het gebruik van de specifieke mortels en metseltechnieken is essentieel voor een efficiënt en duurzaam metselresultaat. Zorg ervoor dat de metselaar is op de hoogte van de mortelverbruikstips en de juiste metseltechniek toepast.

5. Werk met een voegdikte van 12 mm als standaard

Tenzij specifieke redenen zijn voor het toepassen van dunbedmetseling of doorstrijken, dient een voegdikte van 12 mm als standaard te worden gebruikt. Dit zorgt voor een goed kwalitatief metselresultaat en voorkomt problemen met hechting of voegbreuk.

Conclusie

Het mortelverbruik per m² metselwerk is een belangrijke parameter die bepaald wordt door factoren zoals het type en formaat van de metselstenen, de voegdikte, de metseltechniek en het type mortel. Op basis van de gegevens uit betrouwbare bronnen zoals Wienerberger en Bruil is het gemiddelde mortelverbruik tussen 5 en 9 kg per m² bij traditioneel metselen. Bij dunbedmetseling is het verbruik circa 30 tot 35% lager, terwijl doorstrijken het verbruik met circa 20% verhoogt.

Voor een efficiënt en kwalitatief hoogwaardig metselresultaat is het belangrijk om de juiste mortel te kiezen, de juiste metseltechniek te gebruiken en voldoende mortel in te schatten. Met de juiste berekening en uitvoering kan zowel het budget als de duurzaamheid van het metselwerk worden verbeterd.

Bronnen

  1. Wienerberger Porotherm PM20
  2. Bruil Voegmortel

Related Posts