Het schilderen van metselwerk: Richtlijnen, materialen en vochtbeheer
Het schilderen van metselwerk is een complexe en gevoelige ingreep die zowel esthetische als technische aspecten moet in overweging nemen. In de bouwsector en bij renovaties van gevels of muren is het van groot belang dat het schilderen niet alleen goed uitgedaan wordt, maar dat het ook de duurzaamheid van het metselwerk behoudt. In dit artikel worden de belangrijkste richtlijnen, materialen en technische overwegingen besproken, met een nadruk op dampdiffusie, vochtbeheer en de toepassing van geschikte verfsystemen. De informatie is gebaseerd op lokale regelgeving, adviezen van monumentenzorg en praktijkrichtlijnen van vakmensen.
Inleiding
Metselwerk speelt een centrale rol in de duurzaamheid en het uiterlijk van gebouwen. Het is echter gevoelig voor veranderingen in vocht, luchtvochtigheid en temperatuur, wat invloed heeft op de keuze van verfsystemen. Het schilderen van metselwerk of natuursteen kan de vochttransportprocessen in de constructie verstoren, zolang het verfsysteem niet goed is afgestemd op het materiaal. Bovendien zijn er beperkingen in de toepassing van bepaalde materialen, zoals PUR-schuim of latexverven, die dampdicht zijn en dus negatief kunnen werken op de levensduur van het metselwerk.
In dit artikel zullen we de essentiële aandachtspunten en richtlijnen behandelen voor het schilderen van metselwerk, inclusief de geschiktheid van verfmaterialen, de techniek van het verwijderen van oude verflagen, en de voorwaarden bij schilderwerken in bepaalde tijden van het jaar. Daarnaast zullen we ingaan op de technische aspecten van dampdiffusie, de rol van naden en de voorzieningen rondom zink-, koper- en loodwerk.
Richtlijnen voor het schilderen van metselwerk
3.4 Schilderen van pleisterwerk en natuursteen
Volgens artikel 3.4 uit de lokale regelgeving (bron 1 en 2) dient het schilderen van pleisterwerk of natuursteen uitsluitend te geschieden met een glad opdrogende verf. Dit is van belang in verband met de waterhuishouding in de constructie. Het verfsysteem moet afgestemd zijn op het type pleisterwerk of natuursteen dat wordt overschilderd. Dit houdt in dat de verf niet alleen esthetisch geschikt is, maar ook technisch compatibel met het onderliggende materiaal.
Het gebruik van een glad opdrogende verf zorgt ervoor dat de verflaag snel droogt en niet te veel vocht vasthoudt in de muur. Dit voorkomt vochtproblemen en vermindert het risico op vriesbreuken of schimmelvorming. Het is daarom belangrijk om bij de keuze van de verf te kijken naar de dampopenheid van het verfsysteem.
Verwijderen van oude verflagen
Het verwijderen van oude verflagen is een essentieel voorbereidend proces voor het schilderen van metselwerk. Volgens de richtlijnen in bron 1 en 2 mag het verwijderen van oude verflagen niet door middel van afbranden geschieden, wegens het Brandveiligheidsbesluit voor bijzondere gebouwen. Het gebruik van hete lucht (föhnen) is wel toegestaan. Dit is een minder agressieve methode en vermindert het risico op beschadiging van het onderliggende metselwerk.
Bij het verwijderen van verflagen is het ook belangrijk om te controleren of de ondergrond schoon, droog en vrij van losse verflagen is. Dit zorgt voor een betere hechting van de nieuwe verf en vermindert het risico op blaren of losse verflagen.
Tijdsperiode voor schilderwerken
In bron 2 is vermeld dat het schilderen van gevels niet toegestaan is tussen eind oktober en eind maart. Dit heeft te maken met de klimatologische omstandigheden tijdens deze periode, zoals lage temperaturen en hoge luchtvochtigheid. Het is echter wel toegestaan om houtwerk in grondverf te voorzien tijdens deze maanden. Dit is een belangrijke richtlijn die moet worden gevolgd om ervoor te zorgen dat de verflagen goed drogen en niet beschadigd raken.
Technische voorwaarden bij schilderwerken
De schilderperiode vereist ook het uitvoeren van voortdurende metingen aan temperatuur, oppervlaktetemperatuur en relatieve vochtigheid. Deze gegevens dienen drie maal per dag gemeten te worden (08.00, 11.00 en 15.00 uur) en vastgelegd in een logboek. Dit logboek dient gedurende de gehele schilderperiode ter inzage te liggen op de bouwplaats en een kopie moet aan de gemeente worden overlegd. Daarnaast dient er permanent geijkte meetapparatuur aanwezig te zijn op de bouwplaats, zodat metingen随时 kunnen worden uitgevoerd indien nodig.
Geschikte verfmaterialen voor metselwerk
Lijnolieverf
Lijnolieverf met aardkleurige pigmenten is een klassieke verf voor gevels. Volgens bron 3 en 4 is dit een geschikte keuze voor het schilderen van metselwerk. Echter, deze verf mag nooit worden aangebracht op vers metsel- en voegwerk, omdat de verf dan verzepen kan raken. Lijnolieverf is redelijk houdbaar, maar minder geschikt dan sommige moderne alternatieven.
Siliconenemulsieverf
Een betere optie dan lijnolieverf is siliconenemulsieverf. Deze verf is goed waterafstotend en redelijk damp-open. Een nadeel is echter dat de dampopenheid afneemt bij het toepassen van meerdere lagen over elkaar. Dit betekent dat bij meerdere lagen het metselwerk minder goed kan uittreden en het risico op vochtproblemen toeneemt. Bij gebruik van siliconenemulsieverf is het daarom belangrijk om de aantallen lagen zorgvuldig te bepalen.
Minerale verf
Minerale verf is een duurzame en damp-open optie voor metselwerk. Volgens bron 3 en 4 is deze verf niet te verwijderen en dringt zep diep in de steen. Deze verf is dun en laat het reliëf van het metselwerk zichtbaar. De ondergrond dient schoon, droog en niet eerder geverfd te zijn. Minerale verf is een goede keuze voor zowel oude als moderne metselconstructies.
Dampdichte verfmaterialen
Het gebruik van dampdichte verfmaterialen, zoals latex- of chloorrubberverven, is niet aan te raden voor metselwerk. Deze verven verstoren de dampdiffusie en leiden tot een verhoogde vochtbelasting in het metselwerk. In een vorstperiode kan dit leiden tot kapotvriezen van pleister- of metselwerk. Het overschilderen van een dampdichte verf met een damp-open verf is zinloos, omdat de dampdichte verflaag nog steeds de vochttransportprocessen verstoort. De dampdichte verf dient eerst volledig verwijderd te worden.
Dampdiffusie en vochtbeheer
Dampdiffusie in metselwerk
Dampdiffusie is het proces waarbij vocht uit het metselwerk kan ontsnappen naar de buitenlucht. Dit is een natuurlijk proces dat essentieel is voor de duurzaamheid van metselwerk. Een verdichte verffilm, zoals een dampdichte verf, verstoort dit proces. Het is daarom belangrijk dat het verfsysteem damp-open is, zodat de muur kan "ademhalen".
Gevolgen van verstoord dampdiffusieproces
Wanneer het dampdiffusieproces wordt verstoord, kan er een vochtstagnatie optreden in het metselwerk. Dit leidt tot een verhoogde vochtbelasting en verhoogt het risico op schimmelvorming of vriesbreuken. Bij oude of historische gebouwen is dit extra belangrijk, omdat het metselwerk vaak niet ontworpen was om te functioneren onder moderne, dampdichte voorwaarden.
Technische aandachtspunten bij naden en kieren
Het afkitten van naden en kieren
Volgens de richtlijnen in bron 1 en 2 dienen naden en kieren in geveltimmerwerk opgevuld en strak afgewerkt te worden met een 2-componenten vulmiddel. Dit zorgt voor een betere dichtheid en vermindert de kans op vochtintratie.
Naden tussen kozijnen en metselwerk of natuursteen mogen niet afgedicht worden met PUR-schuim of kit. Deze materialen zijn niet geschikt voor het afdekken van naden in metselwerk, omdat ze geen voldoende dichtheid bieden en snel slijten. Bij grote naden is het gebruik van voegmortel aan te raden, die overeenkomt met het resterende voegwerk. Kleine naden dienen open te blijven, zodat ze geen hinderpalen vormen voor het dampdiffusieproces.
Zink-, koper- en loodwerk
Aanbevolen dikte en uitvoering
Zinkwerk dient uitgevoerd te worden in een dikte van 1,1 mm (STZ 16). Indien nodig vanwege de lengte, dient het zink voorzien te worden van een broek- of rekstuk. In de kilgoten dient het zink uitgevoerd te worden in meterstukken, met een vernageling aan de bovenzijde en felsnaden aan de zijkanten. Dit zorgt voor een betere uithoudzaamheid en vermindert het risico op slijtage of vervorming.
Niet aan oud zink soldeeren
Nieuw zink mag niet aan oud zink gesoldeerd worden. Dit is een belangrijke richtlijn om het zinkwerk te behouden en eventuele slijtage of corrosie te voorkomen.
Hemelwaterafvoeren
Hemelwaterafvoeren in zink dienen uitgevoerd te worden in een dikte van 0,8 mm (STZ 14) en met opgesoldeerde wrongen. Deze dient opgehangen aan beugels en vrij van de muur te worden uitgevoerd. Dit zorgt voor een vrije waterafvoer en voorkomt eventuele lekken of corrosie.
Tapeinden van goten
Tapeinden van zinken, koperen en loden goten moeten 100 mm langer zijn dan de dikte van het totale houtpakket van de bakgoot ter plaatse. Dit zorgt voor een betere dichtheid en vermindert het risico op lekken of vochtintratie.
Algemene richtlijnen voor zink-, koper- en loodwerk
Alle hemelwaterafvoeren dienen uitgevoerd te worden in zink, koper of lood. In uitzonderlijke gevallen is de toepassing van gietijzeren of gietstalen ondereinden toegestaan. Het gebruik van deze materialen dient echter goed af te stemmen met de resterende constructie om compatibiliteit en duurzaamheid te waarborgen.
Conclusie
Het schilderen van metselwerk is een complexe ingreep die zowel esthetische als technische aandachtspunten vereist. De keuze van een glad opdrogende verf is essentieel om de dampdiffusie in het metselwerk niet te verstoren. Het gebruik van dampdichte verfmaterialen, zoals latex- of chloorrubberverven, is hierbij niet aan te raden, omdat dit leidt tot vochtproblemen en slijtage van het metselwerk.
Bij het verwijderen van oude verflagen is het belangrijk om afbranden te vermijden en föhnen of andere milde methoden te gebruiken. Daarnaast zijn er beperkingen in de toepassing van PUR-schuim of kit in naden, wat moet worden vervangen door geschikte voegmortels of 2-componenten vulmiddelen.
Het schilderen van metselwerk moet ook volgens specifieke tijdsrichtlijnen plaatsvinden, waarbij het schilderen tussen eind oktober en eind maart is verboden. Hierbij is het wel toegestaan om houtwerk in grondverf te voorzien.
Voor de uitvoering van schilderwerken is het vereist om voortdurend metingen aan temperatuur en vochtigheid uit te voeren en deze vast te leggen in een logboek. Dit zorgt voor transparantie en betrouwbaarheid in de uitvoering van de werkzaamheden.
Tenslotte is het gebruik van zink-, koper- en loodwerk bij hemelwaterafvoeren belangrijk voor de duurzaamheid en dichtheid van de constructie. Deze materialen moeten volgens bepaalde richtlijnen worden uitgevoerd, zoals de dikte, soldeertechniek en afwerking van tapeinden.
Bij het schilderen van metselwerk is het dus van groot belang om niet alleen esthetische aspecten te overwegen, maar ook de technische en duurzame aspecten van het verfsysteem en het metselwerk zelf. Een goed uitgevoerde schilderwerkzaamheid draagt bij aan het behoud van de levensduur van het gebouw en voorkomt dure herstelmaatregelen in de toekomst.
Bronnen
Related Posts
-
Toleranties in metselwerk: essentiële richtlijnen voor kwaliteit en precisie
-
Terugliggend metselwerk: functie, toepassing en uitvoering
-
Stootvoegloos metselwerk: voordelen, nadelen en uitdagingen in de praktijk
-
Stoevelaar Metselwerken: Een Betrouwbare Speler in Bouw en Renovatie uit Dedemsvaart
-
Stalen Lateien voor Metselwerk: Toepassing, Voordelen en Specificaties
-
Stalen balk opleggen op metselwerk: Uitleg, voordelen en stappenplan
-
Uniek metselwerk voor extra karakter en duurzaamheid in bouwprojecten
-
Verschillende soorten voegen in metselwerk: functie, uiterlijk en toepassing