Het verbruik van voegmortel in metselwerk: berekening, factoren en richtlijnen
Het correct bepalen van het benodigde verbruik van voegmortel bij metselwerk is essentieel voor de kwaliteit van een bouwproject. Voegmortel speelt niet alleen een belangrijke rol in de stabiliteit en duurzaamheid van metselwerk, maar beïnvloedt ook het uiterlijk van de gevel. Bij onjuist gebruik kan men zowel kosten als tijd verliezen, en bovendien kan de esthetiek of structuur van het metselwerk er negatief onder lijden. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van het verbruik van voegmortel in metselwerk, inclusief de berekening van hoeveelheden, het invloed van factoren zoals steenformaat en voegdikte, en richtlijnen uit betrouwbare bronnen.
Wat is voegmortel en waar wordt het voor gebruikt?
Voegmortel is een cementgebonden mortel die wordt gebruikt om de voegen tussen metselstenen te vullen. Het wordt toegepast bij het navoegen van metselwerk om een stevige, waterdichte en esthetisch aantrekkelijke gevel te verkrijgen. Het vervaardigen van voegmortel gebeurt meestal op basis van een droge mix die wordt aangelengd met water ter plaatse. De kwaliteit en samenstelling van de mortel zijn afhankelijk van de toepassing en het type metselsteen.
Voegmortel moet voldoen aan de norm NEN-EN 998-2, wat betekent dat het voldoet aan bepaalde eisen rondom samenstelling, verwerking en duurzaamheid. Bovendien wordt het vaak geleverd met een uitbloeiblokker (UA of UB) om uitbloeien, een witte aanslag die op de gevel kan verschijnen, te voorkomen.
Hoeveel voegmortel is nodig per m²?
Het benodigde verbruik aan voegmortel hangt af van een aantal factoren, zoals het formaat van de metselstenen, de voegdikte, en de werkwijze. In de praktijk worden de volgende richtlijnen vaak aangehouden:
Voorbeeldberekening op basis van steenformaat en voegdikte
De volgende tabel geeft een overzicht van het benodigde verbruik aan voegmortel per vierkante meter (m²), afhankelijk van het formaat van de metselstenen en de voegdikte:
Formaat metselsteen | Voegdikte | Aantal stenen per m² | Verbruik voegmortel per m² |
---|---|---|---|
Waalformaat (210 x 100 x 50 mm) | 12 mm | ca. 73 stuks | ca. 55 kg |
Waalformaat (210 x 100 x 50 mm) | 6 mm | ca. 87 stuks | ca. 30 kg |
Dikformaat (210 x 100 x 65 mm) | 12 mm | ca. 59 stuks | ca. 47 kg |
Dikformaat (210 x 100 x 65 mm) | 6 mm | ca. 68 stuks | ca. 25 kg |
Vechtformaat (210 x 100 x 40 mm) | 12 mm | ca. 87 stuks | ca. 63 kg |
Vechtformaat (210 x 100 x 40 mm) | 6 mm | ca. 106 stuks | ca. 35 kg |
Hilversumsformaat (225 x 105 x 42 mm) | 12 mm | ca. 78 stuks | ca. 63 kg |
Hilversumsformaat (225 x 105 x 42 mm) | 6 mm | ca. 95 stuks | ca. 35 kg |
Betonsteen (595 x 95 x 40 mm) | 6 mm | ca. 37 stuks | ca. 28 kg |
Betonsteen (295 x 95 x 40 mm) | 6 mm | ca. 75 stuks | ca. 28 kg |
Deze tabellen zijn gebaseerd op standaardmaten en richtlijnen. Het daadwerkelijke verbruik kan variëren afhankelijk van de werkwijze van de metselaar, de kwaliteit van de stenen en het type mortel dat wordt gebruikt. Het is daarom aan te raden om een kleine reserve op te nemen bij de berekening om verlies door morsen of onverwachte omstandigheden te kunnen opvangen.
Invloed van voegdikte
De voegdikte is een belangrijke factor bij het bepalen van het mortelverbruik. De standaard voegdikte ligt rond de 10 mm tot 12 mm. Een dikker voeg leidt tot een hoger verbruik aan mortel. In de praktijk wordt vaak een voegdikte van 12 mm gebruikt voor metselwerk dat in buitenomgevingen wordt aangebracht. Voor binnenmetselwerk of in gevallen waarbij het metselwerk esthetisch moet zijn, kan men kiezen voor een voegdikte van 6 mm. Dit heeft als voordeel dat het verbruik aan mortel aanzienlijk lager is, maar vereist meer precisie bij de verwerking.
Invloed van steenformaat en type
Het formaat en type van de metselstenen bepalen het aantal stenen per m² en daarmee ook het mortelverbruik. Bovenstaande tabellen tonen aan dat grotere stenen, zoals de 595 x 95 x 40 mm betonsteen, minder stenen per m² vereisen en dus minder mortel nodig hebben. Aan de andere kant vereisen kleinere stenen, zoals het waalformaat, meer stenen per m² en dus meer mortel.
Het type steen kan ook invloed hebben op het mortelverbruik. Stenen met een ‘frog’ of perforatie vereisen 30 % meer mortel dan normale stenen, omdat deze holtes extra mortel nodig hebben. Dit geldt vooral voor traditioneel metselen. Bij dunbedmetselen is het verbruik circa 30 tot 35 % lager dan bij traditioneel metselen. Bij doorstrijken is het verbruik circa 20 % hoger.
Richtlijnen voor het mengen en aanbrengen van voegmortel
Om zowel de kwaliteit als het verbruik van voegmortel te waarborgen, is het belangrijk om richtlijnen te volgen bij het mengen en aanbrengen van de mortel. Hieronder worden enkele belangrijke richtlijnen opgenomen:
Mengen van voegmortel
- Aanmaakwater: Het aanmaakwater moet schoon leidingwater zijn. Het aanmaakwater moet volgens de richtlijnen gelijk blijven om consistentie en kleur van de mortel te waarborgen.
- Mechanisch mengen: De voegmortel moet mechanisch worden gemengd tot een homogene mix. Voorkeur wordt gegeven aan een HST (handstoommenger), Baron zakgoedmenger of boormachine met roerspindel. De mengtijd is afhankelijk van het mengapparaat.
- Partij- en palletovergangen: Bij het mengen van partijen of pallets is het aan te raden om de laatste zakken van een bijna lege pallet te mengen met de eerste zakken van een nieuwe pallet om kleur- en kwaliteitsverschillen te voorkomen.
- Verhouding water/mortel: Het verbruik van aanmaakwater moet strikt worden nagekomen. Te veel water kan leiden tot een waterfilm op de mortel, wat de kleur kan veranderen en de hardheid kan verminderen.
Aanbrengen van voegmortel
- Bevochtiging van metselwerk: Het metselwerk moet 1 dag voor het voegen worden bevochtigd met schoon water. Het metselwerk mag echter geen waterfilm bevatten. Dit wordt ook vermeld in de CUR aanbeveling 61.
- Werkingstemperatuur: Het is belangrijk dat het metselwerk niet wordt verwerkt bij extreme temperaturen. Bij hoge temperaturen is het aan te raden om de stenen vochtig te houden en de specie niet te laten verbranden. Bij ijsafzetting mag er niet worden voegd.
- Verdichting: Een betere verdichting leidt tot een hogere voeghardheid. De voegspecie moet ‘drukkend’ en niet ‘vegend’ worden aangebracht.
- Afvoer van hemelwater: Tijdig aanbrengen van afvoermaatregelen, zoals steigerkappen of steigergaas, voorkomt vochttransport in het vers voegwerk.
Invloed van weersinvloeden en werkwijze op het mortelverbruik
Weersinvloeden en werkwijze kunnen aanzienlijk invloed hebben op het verbruik en de kwaliteit van het voegwerk. Het is daarom aan te raden om aaneensluitende oppervlakten in dagproducties door dezelfde voeger te laten uitvoeren. Dit zorgt voor consistentie in kleur en structuur. Bovendien zorgt het voor een betere uitslag van het mortelverbruik.
Het verbruik van mortel hangt ook af van de werkwijze van de metselaar. Er kan verlies optreden door valspecie, wat het daadwerkelijke verbruik kan verhogen. Dit is ook vermeld in de richtlijnen van Bruil, die benadrukken dat het verbruik richtlijn is en daadwerkelijk verbruik kan variëren.
Het gebruik van voegmortel in combinatie met andere mortels
Voegmortel wordt vaak gebruikt in combinatie met andere mortels, zoals metselmortel, doorstrijkmortel en dunbedmortel. Het gebruik van de juiste morteltype is van groot belang voor de kwaliteit van het metselwerk. Bijvoorbeeld:
- Metselmortel: Voor het opbouwen van metselwerk.
- Voegmortel: Voor het navoegen van metselwerk.
- Dunbedmortel: Voor dunbedmetseling, wat leidt tot een lager verbruik van mortel.
- Doorstrijkmortel: Voor het aanbrengen van een gladde, esthetische laag op het metselwerk.
Het is belangrijk om de juiste mortel te kiezen voor de toepassing en het formaat van de metselstenen. Voor het bepalen van het verbruik kan gebruik worden gemaakt van een verbruikscalculator, zoals die van Megamix, waarin men het type mortel, het formaat van de stenen en de voegdikte kan invullen.
Kwaliteit van voegmortel en certificering
De kwaliteit van voegmortel wordt vaak bepaald door certificeringen en standaarden. Voegmortel moet voldoen aan de norm NEN-EN 998-2 en is vaak geleverd met uitbloeiblokker (UA of UB). De mortel is meestal CE-gecertificeerd en heeft vaak ook keurmerken zoals Komo of BSB. Dit betekent dat de mortel voldoet aan bepaalde eisen rondom samenstelling, verwerking en duurzaamheid.
Bij het kiezen van voegmortel is het aan te raden om kwaliteitsmerken en certificeringen te controleren. Het gebruik van een betrouwbare leverancier kan ook het verbruik en de kwaliteit van het mortelwerk verbeteren. Voorbeelden van betrouwbare leveranciers zijn Bruil en Sakrete, die beide kwaliteitsmortels leveren met certificeringen en uitbloeiblokker.
Kleur van voegmortel
Voegmortel is leverbaar in verschillende kleuren, wat het mogelijk maakt om het metselwerk esthetisch te maken. Het is aan te raden om kleurmonsters of mortelmonsters te bestellen voor proefvlakken. Dit zorgt voor een betere keuze van de kleur en voorkomt dat men verkeerde kleuren kiest.
Sakrete voegmortel is bijvoorbeeld leverbaar in 13 standaardkleuren en kan op aanvraag worden afgestemd op de gewenste kleur. Het is belangrijk om de kleur van de mortel goed te bepalen, omdat de werkwijze en omstandigheden de uiteindelijke kleur kunnen beïnvloeden.
Conclusie
Het verbruik van voegmortel in metselwerk hangt af van een aantal factoren, zoals het formaat van de metselstenen, de voegdikte, de werkwijze en de omstandigheden. Het bepalen van het benodigde verbruik is belangrijk voor de kwaliteit en kostenefficiëntie van het project. Het gebruik van richtlijnen en berekeningen helpt bij het bepalen van het verbruik en het voorkomen van over- of onderverbruik.
Het mengen en aanbrengen van voegmortel moet worden uitgevoerd volgens richtlijnen om de kwaliteit te waarborgen. Het gebruik van kwaliteitsmortel en het controleren van certificeringen is belangrijk voor het resultaat van het metselwerk. De kleur van de mortel kan ook worden afgestemd op de gewenste esthetiek.
Tijdens de verwerking is het aan te raden om aandacht te besteden aan weersinvloeden en werkwijze om het verbruik en de kwaliteit van het mortelwerk te waarborgen. Het gebruik van een verbruikscalculator en richtlijnen helpt bij het bepalen van het benodigde verbruik.
Bronnen
Related Posts
-
Historische Bouwmethoden in de Wederopbouw: Metselwerk, Ramen en Platte Daken
-
Het metselwerk van de wederopbouw: techniek, esthetiek en duurzaamheid
-
Het metselwerk en zijn kenmerken in historische en moderne context
-
Accentvlak metselwerk in nieuwbouw woningen: functie, uitvoering en opties
-
Accenten en metselwerk in gevelvlakken: richtlijnen en aanbevelingen voor bebouwing in Asten
-
Aardbevingsbestendig metselwerk: Oplossingen en praktijk in het Groningse aardbevingsgebied
-
Aanzet metselwerk: Detailtekeningen en bouwtechnische aandachtspunten
-
Aantal voegsel berekenen voor metselwerk: nauwkeurigheid en techniek