Voegbreedte in metselwerk: aanbevelingen, technieken en praktische toepassing
Voegbreedte speelt een cruciale rol bij het metselwerk van een gevel of muur. Het beïnvloedt niet alleen de esthetiek, maar ook de duurzaamheid, de waterdichtheid en de structuurstabiliteit. Bij het opmetselen en voegen is het belangrijk om de voegbreedte nauwkeurig te bepalen, afhankelijk van de maatspreiding van de bakstenen, het type metselwerk en de gewenste architectonische uitstraling. In dit artikel bespreken we op basis van betrouwbare bronnen en praktische richtlijnen de aanbevolen voegbreedtes, de invloed van materialen en technieken, en de gevolgen van afwijkende voegbreedtes.
Invloed van voegbreedte op metselwerk
De voegbreedte bepaalt in belangrijke mate het uiterlijk van het metselwerk. Voegen beslaan gemiddeld 20 tot 25% van het geveloppervlak, wat aantoont hoe belangrijk het is om deze afmeting nauwkeurig te bepalen. De dikte van de voeg beïnvloedt de visuele impact van het metselwerk, evenals de functionaliteit, zoals de waterdichtheid en de ventilatie van de spouwmuur.
Aanbevolen voegbreedtes
Volgens de meeste bronnen varieert de voegbreedte tussen 9 mm en 15 mm bij het traditioneel metselen van gevelmetselwerk. In sommige gevallen kan de voegbreedte zelfs tot 20 mm oplopen, afhankelijk van het product dat wordt gebruikt en de maatspreiding van de bakstenen. Een aanbevolen minimale voegbreedte is 6 mm, terwijl de maximale voegbreedte 20 mm niet overschreden moet worden om mogelijke problemen met vocht en lekken te voorkomen.
Bij het opmetselen krabt de metselaar de voegen tot de juiste diepte (meestal 12–15 mm). Na droging werkt de voeger de voegen verder af. Deze afwerking is van essentieel belang voor de duurzaamheid van het metselwerk.
Invloed van baksteenmaat en maatspreiding
De maatspreiding van de bakstenen bepaalt de minimumdikte van de voeg. Een baksteen met een grotere maatspreiding vraagt een wat dikkere voeg. Dit is een logische aansluiting op het feit dat de voegbreedte afhankelijk is van de variatie in de afmetingen van de bakstenen.
In projecten waarin een waalformaat wordt gebruikt (gemiddelde dikte van 50 mm), is sprake van ongeveer 16 lagen per meter. Dit betekent een lagenmaat van 62,5 mm, met andere woorden een lintvoeg van 12,5 mm. Deze berekening helpt bij het bepalen van de juiste voegbreedte, vooral bij grotere projecten.
Typen voegen en hun afmetingen
Er zijn twee hoofdtypen voegen in metselwerk: stootvoegen en lintvoegen.
Stootvoegen
De stootvoegen zijn de verticale voegen tussen de bakstenen. De dikte van de stootvoegen varieert tussen 8 mm en 13 mm. Bij aanbouw is het belangrijk om de dikte van de stootvoegen van het hoofdgebouw aan te houden om visuele en functionele continuiteit te garanderen.
De lagenmaat is de gemiddelde dikte van een baksteen plus de dikte van de lintvoeg. Dit is belangrijk bij het uitrekenen van de totale hoogte van het metselwerk per laag.
Lintvoegen
De lintvoegen zijn de horizontale voegen. Deze variëren meestal tussen 9 mm en 15 mm in breedte. Bij het opmetselen wordt de voeg tot een diepte van 12–15 mm uitgekrabd. Na droging werkt de voeger de voeg verder af in de gewenste vorm.
Voegbreedte bij binnenvloeren en buitenvloeren
Bij binnenvloeren is de minimale voegbreedte 2 mm voor gereduceerde voegen (tegel met gerectificeerde randen) en 4 mm voor normale voegen. Bij buitenvloeren hangt de voegbreedte af van de oppervlaktegrootte: voor oppervlaktes kleiner dan 120 m² geldt een minimale voegbreedte van 2 mm, en voor grotere oppervlaktes geldt een minimale breedte van 5 mm.
Deze aanbevelingen zijn van essentieel belang om te zorgen voor een duurzame en visueel aantrekkelijke vloerconstructie, vooral bij externe toepassingen die blootgesteld zijn aan weerinvloeden.
Voegloos metselen
Een alternatief voor traditioneel metselen is voegloos metselen, waarbij er eigenlijk geen zichtbare voegen tussen de bakstenen zijn. Er zijn twee soorten voegloos metselen:
- Echt vrijwel zonder tussenruimte – hierbij is er bijna geen zichtbare voeg tussen de bakstenen.
- Normale tussenruimte zonder voegmortel – in dit geval is er wel een kleine ruimte tussen de bakstenen, maar zonder voegmortel.
Bij voegloos werk moeten de bakstenen exact dezelfde maat hebben (afwijkingen van ongeveer 0,1 mm), om te voorkomen dat het metselbeeld verloopt. Dit type metselen vereist hoogwaardige producten en ervaring om een goed resultaat te verkrijgen.
Een nadeel van voegloos metselen is dat het risico op vochtinbrenging via de kleine spleten toeneemt, vooral bij externe toepassingen. Daarom dient bij voegloos metselen extra aandacht te worden besteed aan waterdichtheid en ventilatie.
Invloed van voegbreedte op ventilatie en vochtbestendigheid
Een correcte voegbreedte is essentieel voor de ventilatie van de spouwmuur. Een onvoldoende of onjuiste voegbreedte kan leiden tot vochtproblemen, omdat regenwater niet goed kan afstromen en zich opstapelt in de voegen.
Open stootvoegen kunnen bovendien als ingang dienen voor muizen, ratten en wespen, wat extra risico’s met zich meebrengt. Daarom is het belangrijk om de voegbreedte zo te kiezen dat ventilatie mogelijk is, zonder dat het metselwerk gevoelig is voor schadelijke inbrenging van organismen.
Technieken voor voegafwerking
Na het opmetselen en het drogen van het metselwerk volgt de voegafwerking. Er zijn verschillende technieken voor het afwerken van de voegen, waaronder:
- Doorstrijkwerk – bij deze methode wordt de voeg direct na het metselen, na licht opstijven van de metselmortel, door de metselaar afgewerkt door de voeg door te strijken. Deze methode levert een dieper liggende voeg op, wat bijdraagt aan de duurzaamheid van het metselwerk.
- Gesneden voegen – deze voegen worden mechanisch verdicht, wat resulteert in een harder en duurzamer voeg.
- Geborstelde voegen – bij deze methode wordt de voeg na het drogen geborsteld om een zachte, afgeronde uitstraling te verkrijgen.
De keuze voor een specifiek type voegafwerking hangt af van de gewenste esthetiek en de technische eisen van het bouwwerk. Bij waterkerende constructies wordt vaak een voegtype met de hoogste hardheid aanbevolen, zoals VH45, terwijl bij normale metselwerkklasse VH35 of VH25 voldoende kan zijn, afhankelijk van de locatie en de toepassing.
Voeghardheid en voegmetering
De voeghardheid is een maat voor de kwaliteit van het voegwerk. De toepassingsklasse van het metselwerk bepaalt de benodigde voeghardheidsklasse. Voor gevelmetselwerk geldt meestal toepassingsklasse MX3.2, die blootgesteld is aan veel water en vorst/dooiwisselingen. Bij deze klasse hoort de voeghardheidsklasse VH35. Bij horizontale vlakken en metselwerk in kustgebieden (MX4) geldt klasse VH45. Als er geen afspraken zijn gemaakt, mag een voegbedrijf klasse VH25 realiseren, maar dit wordt niet geadviseerd.
De voeghardheidsmeter is een instrument dat speciaal is ontworpen om de hardheid van voegen te meten. Het instrument bestaat uit een pendelhammer die op het oppervlak van de mortel slaat. De afstand die de hamer na terugslag aflegt, geeft een maat voor de hardheid van de voeg. Hoe harder de voeg, hoe groter de terugslag.
Voegen vervangen of repareren
In sommige gevallen is het nodig om oude voegen te vervangen of te repareren. Dit kan nodig zijn bij beschadigingen door vocht, ouderdom of onjuiste afwerking. Het vervangen van voegen is een technische en vaak kostbare ingreep, maar het kan de levensduur van het metselwerk verlengen en de esthetiek verbeteren.
Het is belangrijk om te weten wanneer een muur gevoegd kan worden. Dit is geheel afhankelijk van de droogtijd van het nieuw gemetselde metselwerk. Zodra het metselwerk voldoende is uitgedroogd, kan het voegen beginnen.
Aanbevolen voegbreedtes per toepassing
De volgende tabel geeft een overzicht van aanbevolen voegbreedtes per toepassing en metselwerktype, op basis van de beschikbare informatie:
Toepassing | Minimale voegbreedte | Maximale voegbreedte | Aanbevolen voegbreedte |
---|---|---|---|
Buitengevelmetselwerk | 6 mm | 20 mm | 9–15 mm |
Binnenmetselwerk | 4 mm | 12 mm | 6–12 mm |
Buitenvloeren <120m² | 2 mm | 5 mm | 2–5 mm |
Buitenvloeren >120m² | 5 mm | 10 mm | 5–10 mm |
Binnenvloeren | 2 mm | 4 mm | 2–4 mm |
Voegloos metselen | 0 mm (exacte maat) | 0 mm (exacte maat) | Exacte maat bakstenen |
Deze richtlijnen kunnen worden aangepast afhankelijk van het type baksteen, de maatspreiding, en de architectonische wensen van het project.
Invloed van metseltechniek op voegbreedte
De manier waarop metselwerk wordt uitgevoerd heeft ook invloed op de voegbreedte. Traditioneel metselen met specie leidt vaak tot dikke voegen, terwijl het gebruik van lijm zorgt voor smaller voegen. Dit heeft gevolgen voor zowel de esthetiek als de functie van het metselwerk.
Bij het metselen met specie is het gebruikelijk om de voegen niet volledig uit te drukken. De metselmortel blijft tussen de bakstenen, wat leidt tot dikke voegen. In een later stadium werkt de voeger deze voegen verder af. Deze methode is goedkoper, maar kan leiden tot vochtproblemen als de voegen niet goed worden afgewerkt.
Bij het metselen met lijm wordt een dunne laag voegmortel gebruikt, wat resulteert in smaller voegen. Deze methode is duurder, maar biedt betere waterdichtheid en een modern uitstraling.
Aanbevolen voegbreedte voor diverse metselverbanden
Het metselverband speelt ook een rol in de keuze van voegbreedte. Bijvoorbeeld bij klezorenverband zijn er specifieke richtlijnen voor de maatvoering van het metselwerk. Elk verband heeft zijn eigen regels, en het is daarom belangrijk om bij het opmetselen rekening te houden met het gekozen verband om de juiste voegbreedte te bepalen.
Conclusie
De voegbreedte van metselwerk is een essentieel aspect van de constructie en heeft grote invloed op zowel de esthetiek als de duurzaamheid van het metselwerk. De aanbevolen voegbreedte varieert tussen 6 mm en 20 mm, afhankelijk van de toepassing, het type metselwerk en de gewenste uitstraling. Het is belangrijk om rekening te houden met de maatspreiding van de bakstenen, de gewenste voegafwerking en de toepassingsklasse van het metselwerk bij het bepalen van de voegbreedte. Correcte voegbreedte zorgt voor een visueel aantrekkelijke constructie, goede waterdichtheid en een lange levensduur van het metselwerk.
Bronnen
Related Posts
-
Witte voegkleuren in metselwerk: toepassing, voordelen en technische aandachtspunten
-
Het belang van juiste voegkleur en voegbehandeling bij metselwerk
-
Traditioneel metselwerk en voegkleur: tips, technieken en praktijkproeven
-
Historische Bouwmethoden in de Wederopbouw: Metselwerk, Ramen en Platte Daken
-
Het metselwerk van de wederopbouw: techniek, esthetiek en duurzaamheid
-
Het metselwerk en zijn kenmerken in historische en moderne context
-
Accentvlak metselwerk in nieuwbouw woningen: functie, uitvoering en opties
-
Accenten en metselwerk in gevelvlakken: richtlijnen en aanbevelingen voor bebouwing in Asten