Behandelen van oud metselwerk bij verfraaiing en renovatie

In de bouw- en renovatiepraktijk is het behouden en correct behandelen van oud metselwerk van essentieel belang. Vooral in historische gebouwen en monumenten bevat metselwerk niet alleen esthetische waarde, maar ook historische informatie over de bouwgeschiedenis van het object. Wanneer metselwerk wordt verfraaid of gerestaureerd, moet er rekening gehouden worden met de oorspronkelijke technieken, materialen en de functie van het metselwerk in de constructie. In dit artikel wordt ingegaan op de richtlijnen voor het behouden, herstellen en verfraaien van oud metselwerk, met aandacht voor zowel historisch juiste technieken als moderne praktijkbeperkingen zoals klimaatinvloeden en materialenvergroening.


De rol en samenstelling van historisch metselwerk

Metselwerk speelde in de geschiedenis niet alleen een esthetische rol, maar ook een functionele functie in de structuur van gebouwen. Historisch metselwerk bestond vaak uit natuurijs, baksteen of andere lokale materialen, verbonden door mortel van kalk of zand. De samenstelling en toegepaste techniek van het mortel varieerde per periode, en dat heeft gevolgen voor de huidige benadering van restauratie- en verfraaiingswerkzaamheden.

Uitgangspunten voor het behouden van metselwerk

Volgens de richtlijnen van de lokale regelgeving (CVDR602119) is het uitgangspunt bij historisch metselwerk om dit zo veel mogelijk te behouden. Pas wanneer de onderlinge samenhang van het metselwerk is verstoord of er sprake is van ernstige scheurvorming, is vervanging of herstel gerechtvaardigd. In het geval van reparaties geldt als regel dat herstel voorkomt wanneer minder dan 10% van het oppervlak is beschadigd. Vervanging is pas toegestaan bij beschadiging van meer dan 10%, waarbij een nieuw stuk metselwerk kan worden ingebouwd of soms zelfs gedraaid om het pastoor te maken.

Onderlinge samenhang en stabiliteit

Het behouden van de onderlinge samenhang van metselwerk is van groot belang voor de structuur van het gebouw. Een losse of verwerend mortel kan leiden tot instabiliteit van de muren en kan schade veroorzaken aan de resterende stenen. Daarom is het belangrijk om de oorspronkelijke mortel zo veel mogelijk te behouden en alleen te vervangen wanneer deze niet meer functioneel is.


Het herstel van mortel en voegwerk

Het herstel van mortel en voegwerk is een gevoelige en technisch complexe klus. Oude mortel is vaak van kalk, terwijl in moderne tijden cement vaak wordt gebruikt. Dit verschil in samenstelling kan leiden tot problemen, zoals verkeerde hechtende eigenschappen of een te grote rigideit van de mortel, wat kan leiden tot scheuren of loskomen van het metselwerk.

Richtlijnen voor het herstellen van mortel

Volgens de richtlijnen in de bronmateriaal (CVDR602119 en CVDR643152) moet de nieuwe mortel qua samenstelling aangepast zijn aan de hardheid en vochtopname van het bestaande metselwerk. Een veelvoorkomende fout is het vervangen van een kalkmortel door een cementmortel, wat leidt tot verkeerde hechting en eventueel schade aan het metselwerk.

  • Het metselwerk moet voldoende vochtig gemaakt worden om wateronttrekking te voorkomen.
  • Het uitdrogen van vers voegwerk moet zorgvuldig worden beheerst.
  • Het is niet toegestaan om mortel aan te brengen in periodes waarin vorst kan optreden, aangezien dit kan leiden tot uitdijing van water in de mortel en daarmee tot scheuren of verlies van hechtende eigenschappen.

Hersteltechnieken

Wanneer oude mortel is beschadigd, is het vaak mogelijk om dit te herstellen door het aanbrengen van een reparatiemortel die qua kleur en samenstelling past bij de oorspronkelijke mortel. Deze techniek is toegestaan als het herstel niet leidt tot verlies van de historische kenmerken van het metselwerk.

Een goed uitgehakte voeg is essentieel voor een succesvol herstel. De voeg moet vierkant uitgehakt worden, zonder resten van oude mortel. De nieuwe mortel moet hechten aan de stenen en niet aan de oude mortel, zodat het metselwerk zijn functionele eigenschappen behoudt.


Het behandelen van baksteen en steen

Bij het restaureren van metselwerk met bakstenen of natuurstenen is het belangrijk om de historische samenstelling en uitvoering van het metselwerk te respecteren. Oude bakstenen zijn vaak poreus en kunnen dus niet goed beschermd worden met moderne waterwerende producten. Dit geldt ook voor de voegwerktechniek: een te dichte voeg kan het natuurlijke vochtregulerende vermogen van het metselwerk verstoren.

Risico’s van verwerend producten

Een voorbeeld van een verwerend product is een steenverstevigerslaag. Dit soort producten trekt deels in de stenen en is dus niet meer verwijderbaar. Na verloop van tijd zal deze laag onregelmatig verweren en verdwijnen. De gevel krijgt dan de kenmerken van een vergiet, waarbij het vochtregulerende vermogen van de gevel ernstig verstoord wordt. Dit kan leiden tot afschilfering van de bakstenen en ernstige schade bij vorst.

Richtlijnen voor de vervanging van metselwerk

Als vervanging van metselwerk noodzakelijk is, moet dit zo historic verantwoord mogelijk gebeuren. De in te boeten stenen moeten qua hardheid, formaat, kleur en textuur aansluiten op het bestaande metselwerk. De fysische eigenschappen zijn hierbij belangrijker dan de kleur. De in te boeten stenen moeten in hetzelfde metselverband worden verwerkt, en de mortel moet qua samenstelling aangepast zijn aan de bestaande mortel.


De rol van behanger en behang in historische woningen

In de praktijk van verfraaien en restaureren is behanger een vaak onderschat vak. Behanger is niet alleen betrokken bij het aanbrengen van behang, maar ook bij het voorbereiden van de wanden en het behouden van historische details. In Hardenberg, zoals beschreven in bronmateriaal [3], is behanger betrokken bij het aanbrengen van behang op scheuren en oneffen muren, het egaliseren van wanden, het aanbrengen van textiele bekleding in kantoren en het uitvoeren van voor- en afwerkzaamheden zoals het verwijderen van randnoppen en het vegen van losse delen.

Typische klussen in historische woningen

Behanger werkt met verschillende materialen zoals vinylbehang, glasvezelbehang, vliesbehang en textielbehang. Ze weten welke lijm geschikt is voor verschillende ondergronden, zoals gipsplaat, beton, metselwerk of oude houtpanelen. Typische klussen in historische woningen omvatten:

  • Behang aanbrengen op gipsachtige wanden of oud stucwerk
  • Wanden egaliseren voor strak behang
  • Sfeervolle textiele bekleding in ruimtes met geluidsbehoefte
  • Voor- en afwerkzaamheden zoals het verwijderen van randnoppen
  • Herbehangen na schilderwerk of renovatie

Behang is niet alleen een esthetische keuze, maar kan ook een functie hebben in de akoestiek van een ruimte of het verborgen maken van historische details die niet verder worden gerestaureerd.


Het behouden van historische laagwerken

In historische woningen zoals het Huis van Bosch is het laagwerk van wanden en vloeren een boeiende bron van bouwhistorische informatie. In deze woning zijn vloeren, behanglagen, verflagen en stuclagen uit verschillende eeuwen zichtbaar. Deze lagen vertellen elk hun eigen verhaal over de geschiedenis van de woning en de stijlveranderingen in de bouwpraktijk.

Brabantse wanden en houtconstructies

Een voorbeeld van historisch wandenwerk zijn de zogenaamde Brabantse wanden. Deze zijn opgebouwd uit een houten regelwerk met daarop eventueel riet, jute of stucwerk. De wanden zijn toegepast van circa 1850 tot 1918, voordat plaatmateriaal beschikbaar was. In de praktijk van restauratie en renovatie is het belangrijk om deze historische wanden te behouden, omdat ze veel vertellen over de bouwgeschiedenis van het gebouw.

Oude krantenlagen en verflagen

In sommige woningen zijn onderlagen van oude kranten of verflagen aangetroffen. Deze lagen zijn van bouwhistorische waarde en mogen niet zomaar verwijderd worden. Pas wanneer de verflagen zo dicht zijn geschilderd dat belangrijke details verdwijnen, kan overleg gevoerd worden met monumentenspecialisten over de mogelijkheid tot verwijdering. In dat geval is het wenselijk om op een nader te bepalen plaats in het interieur een kleurladder te bewaren, zodat historische kleurafwerkingen toch zichtbaar blijven.


Het behouden van oude installaties en interieurbestanden

Oude installaties zoals hijsraderen, liften en machines kunnen monumentale waarden hebben. Deze installaties moeten behouden worden, tenzij het aanbrengen van nieuwe installaties schade kan veroorzaken aan historisch waardevolle interieurs of constructieve elementen. In dat geval is het noodzakelijk om te overleggen met monumentenexperts over de beste aanpak.

Technische richtlijnen

Het maken van gaten in historische constructies voor installaties of het infrezen van leidingen in historisch muurwerk is vergunningsplichtig. Ook het aanbrengen van installaties op of tegen monumenten of het aanbrengen van roosters voor installaties is vergunningsplichtig. Hierbij is het belangrijk om te zorgen dat de visuele gaafheid van historisch waardevolle interieurbestanden niet wordt aangetast.


Conclusie

Het behouden en herstellen van oud metselwerk is een delicate klus die veel kennis en expertise vereist. Het is essentieel om de historische samenstelling en techniek van het metselwerk te respecteren, omdat dit zowel de structuur als de historische waarde van het gebouw beïnvloedt. De richtlijnen voor mortelherstel, de keuze van materialen en het behouden van verflagen en wandlagen zijn cruciaal voor een historisch juiste restauratie. Bovendien speelt de ervaring van vakmensen zoals behanger en monumentenexperts een belangrijke rol in het behouden van de historische gevel- en wanddetails. Door deze richtlijnen en technieken te volgen, kan het historische karakter van een gebouw behouden worden en tegemoet gekomen worden aan de eisen van huidige wooncomfort en functie.


Bronnen

  1. CVDR602119
  2. CVDR643152/1
  3. Behanger Hardenberg
  4. Unieke historische details in Huis van Bosch

Related Posts