Bouwvergunningplicht bij constructies en installaties: richtlijnen en uitzonderingen

Inleiding

In de bouwsector is het begrip "bouwwerk" centraal voor het bepalen van bouwvergunningplicht. Niet elke constructie of installatie is automatisch onderworpen aan een vergunningprocedure. De jurisprudentie en regelgeving omtrent bouwvergunningplicht zijn complex en kunnen verschillen per locatie, afhankelijk van de aard, omvang en functie van het te realiseren bouwwerk. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de relevante richtlijnen en jurisprudentie die in Nederland gelden voor de bepaling of een constructie of installatie onder de bouwvergunningplicht valt. Op basis van juridische voorbeelden en regelgeving uit lokale regelgeving en nationale normen worden de grenzen van de bouwvergunningplicht verklaard.

Wat is een bouwwerk?

Een bouwwerk, zoals gedefinieerd in de Bouwverordening, omvat alle vaste constructies die op of in de grond worden geplaatst en waarvan de functie of doelgerichtheid ingrijpt in de leefomgeving. Dit omvat niet alleen woningen of kantoorgebouwen, maar ook reclamebanieren, technische installaties, afvalcontainers en andere constructies die voldoende omvang en duurzaamheid hebben om als een vaste aanwezigheid in het landschap te worden beschouwd.

Jurisprudentie over bouwvergunningplicht

Mestzak met roerstaaf

In een juridisch voorbeeld (ARRS 1994, R03.93.4934; S03.93.3858) werd een mestzak met een roerstaaf die verankerd was in een betonnen plaat van ongeveer 1 m² als bouwwerk aangemerkt. De reden lag in het feit dat de constructie een permanente, vaste aanwezigheid in de grond had. De plaatsgebonden aard en de duurzaamheid van het bouwwerk bepaalden de vergunningplicht. Dit duidt op de bredere interpretatie van "bouwwerk" in de praktijk, waarbij zelfs technische installaties onder vergunningplicht kunnen vallen.

Reclamebanier

Een reclamebanier die twee bouwlagen (8 meter hoog) beslaat, werd in een rechtszaak (Rb. 's-Gravenhage 1994, KG 94/186) als bouwwerk aangemerkt. De permanente aanwezigheid, omvang en stabiliteit van de constructie waren beslissend voor het oordeel. Een dergelijke reclameinstallatie kan dus niet zonder bouwvergunning worden geplaatst, ongeacht of het deel uitmaakt van een bestaand bouwwerk of niet.

Reclame-installatie met draagconstructie

Een reclame-installatie van 7,50 bij 4,00 meter werd als één geheel beschouwd (ABRS 1995, R03.92.1653). Ondanks dat de reclameinstallatie zelf mogelijk niet als bouwwerk zou gelden, was de combinatie met de draagconstructie voldoende om vergunningplicht te maken. Hieruit blijkt dat de gehele constructie als één bouwwerk moet worden beoordeeld.

Uitzonderingen en niet-bouwwerken

Niet alle constructies vallen onder de bouwvergunningplicht. In juridische voorbeelden werden verschillende gevallen aangeduid waarin constructies niet als bouwwerken werden aangemerkt.

Afvalcontainers

Afvalcontainers met afmetingen van ongeveer 1,10 x 1,30 x 1,30 meter werden in een rechtszaak (ARRS 1993, S03.93.0204) niet als bouwwerken beschouwd. De geringe omvang en de verplaatsbaarheid van de containers waren beslissend. Dit geldt ook voor containers die bestemd zijn voor huishoudelijk afval (Hof Amsterdam 1994, 384/94 KG).

Aarden berg

Een berg aarde was volgens de jurisprudentie (ABRS 1994, nr. 467) geen bouwwerk. De constructie ontbrak aan de permanente aard en duurzaamheid die nodig zijn om als bouwwerk te worden aangemerkt. Ook een (mest)bassin dat aangelegd was met aarden dijken en folie, werd niet als bouwwerk beschouwd, ondanks de aanwezigheid van een zeildoek en technische installaties (ABRS 1994, RO3.93.4962).

Onderheid terras

Een onderheid terras werd in een rechtszaak (ABRS 1995) niet als bouwwerk aangemerkt. Dit toont aan dat constructies die niet voldoen aan de definitie van "bouwwerk" in de Bouwverordening, vrijblijvend blijven in termen van vergunningplicht.

Bouwvergunningplicht bij veranderingen

Niet alleen de bouw van een nieuw bouwwerk kan onder vergunningplicht vallen, ook veranderingen in bestaande bouwwerken kunnen wettelijk relevant zijn. De bepaling van de vergunningplicht bij veranderingen hangt af van de aard en omvang van de wijziging.

Uitsteeksels en gevelveranderingen

In de toelichting bij het Besluit bouwwerken zijn richtlijnen opgenomen voor uitsteeksels boven straatniveau. Uitsteeksels die lager dan 2,20 meter boven straatniveau geplaatst zijn, mogen maximaal 0,20 meter de voorgevelrooilijn overschrijden (bijvoorbeeld gevelversieringen, plinten, schoorsteenwanden). Uitsteeksels boven 2,20 meter mogen maximaal 0,50 meter overschrijden, bijvoorbeeld dakoverstekken of kleine luifels.

Deze richtlijnen zijn bedoeld om veranderingen van niet-ingrijpende aard te kunnen uitvoeren zonder bouwvergunning. Echter, indien uitsteeksels deze grenzen overschrijden, kan het wettelijk zijn dat burgers repressief opgetreden worden. In bestemmingsplanvrije gebieden kan het aanbeveling zijn om deze richtlijnen toe te voegen aan de bouwverordening.

Ontheffing voor overschrijdingen

Artikel 2.5.8 van de Bouwverordening bevat regels voor ontheffing bij overschrijding van de voorgevelrooilijn. Burgemeester en wethouders kunnen in bepaalde gevallen uitzonderingen maken, bijvoorbeeld bij historische of esthetische overwegingen. Deze ontheffing is echter geen garantie en hangt af van de lokale context en bevoegdheden.

Veiligheidsaspecten en brandbeveiliging

Bij bouwwerken en veranderingen is het belang van veiligheid, met name in geval van brand, niet onder te schatten. Er zijn duidelijke richtlijnen voor nooddeuren, blusinstallaties en brandweerliftinstallaties.

Nooddeuren

Nooddeuren moeten voldoen aan de eisen van NEN-EN 1125 (2003). De bedieningsinrichting moet op een hoogte van 0,9 tot 1,1 meter boven de vloer worden geplaatst. De deur moet opengaan bij lichte druk, zodat iedereen gemakkelijk kan ontsnappen in geval van nood. De route achter de deur moet vrij zijn van obstakels, zoals auto’s of fietsen.

Nooddeuren zijn uitsluitend bedoeld voor evacuatie en moeten duidelijk aangeduid zijn met opschriften die voldoen aan NEN 3011:2004. Andere deuren in het gebouw kunnen ook toegang fungeren, maar zijn niet noodzakelijk voorzien van dergelijke aanduiding.

Blusinstallaties

Bij gebouwen die niet hoger zijn dan 70 meter geldt de norm NEN 1594. In dergelijke gebouwen zijn droge blusleidingen toegestaan. Voor gebouwen hoger dan 70 meter is een zelfstandige pompinstallatie verplicht. Deze pompinstallatie moet automatisch per dag gedurende vijf minuten proefdraaien, met visuele signalisatie buiten de pompruimte. De resultaten van de test moeten in een logboek worden vastgelegd, minimaal één keer per maand.

De pompinstallatie moet ook gecontroleerd worden door een bevoegde installateur. Eventuele herstelwerkzaamheden moeten eveneens in het logboek worden opgenomen. Dit is van essentieel belang om zowel de brandveiligheid als de juridische eisen te waarborgen.

Brandweerlift

In sommige bouwwerken is een brandweerlift verplicht, met name in grotere en hogere constructies. De regelgeving en technische eisen voor dergelijke liftinstallaties zijn afhankelijk van het type en de hoogte van het bouwwerk. Het gebruik van brandweerlifts is bedoeld om de brandweer toegang te verschaffen tot elke verdieping, ongeacht de omstandigheden tijdens een noodgeval.

Technische eisen en afstandsmeting

Bij de aansluiting van leidingen van buitenriolering op het openbare net zijn er duidelijke eisen in de Bouwverordening. De diameter van de leidingen bij de wegkruising moet minimaal 125 mm zijn. Daarnaast moet het materiaal, de sterkte en de vorm van de buizen voldoen aan de NEN-normen opgenomen in bijlage 7 van de Bouwverordening.

De afstand tot het openbare net wordt gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt. Bouwwerken die op één erf of terrein staan, worden als één bouwwerk beschouwd voor de berekening van deze afstand.

Uitzonderingen voor afstand

In artikel 2.5.20 van de Bouwverordening wordt de toegestane hoogte van een bouwwerk in de voorgevelrooilijn bepaald. De maximale hoogte is 1 meter, vermeerderd met een factor afhankelijk van de afstand tussen de voorgevelrooilijnen. Binnen de bebouwde kom is de factor 1, buiten de bebouwde kom 0,75. Bij hoekgebouwen gelden afwijkende regels, waarbij de toegestane hoogte aan de brede weg kan worden aangehouden voor een beperkte lengte.

Conclusie

Bij het bouwen of veranderen van een bouwwerk is het van essentieel belang om rekening te houden met de wettelijke eisen en richtlijnen. Niet elke constructie of installatie valt onder de bouwvergunningplicht, maar het is cruciaal om te weten wat de grenzen zijn. Jurisprudentie en regelgeving tonen aan dat permanente, vaste constructies of installaties die aanzienlijke invloed hebben op de leefomgeving, wel onder vergunningplicht kunnen vallen. Veranderingen in bestaande bouwwerken, zoals uitsteeksels of reclameinstallaties, kunnen eveneens vergunningplichtig zijn, afhankelijk van hun omvang en functie.

Veiligheid, inclusief brandveiligheid en nooddeuren, is een essentieel onderdeel van de bouwverordening. Technische eisen zoals de afstand tot het openbare net en de diameter van leidingen moeten worden nageleefd om juridische risico's te vermijden. Voor zowel particuliere huiseigenaren als professionele bouwbedrijven is het belangrijk om zich te richten op de wettelijke eisen en te overleggen met bevoegde autoriteiten of experts bij onduidelijkheden.

Bronnen

  1. Lokale regelgeving - Bouwvergunningplicht bij constructies
  2. Lokale regelgeving - Uitzonderingen en niet-bouwwerken

Related Posts