Het metselwerk en zijn kenmerken in historische en moderne context

Metselwerk vormt een belangrijk onderdeel van het bouwproces, zowel in historische als in hedendaagse gebouwen. Het is een techniek waarbij bakstenen of blokken met behulp van mortel in een specifiek patroon worden opgebouwd. Dit artikel richt zich op de verschillende vormen van metselwerk, de technieken die erbij horen, de herstelmogelijkheden bij beschadigingen en de invloed van metselwerk op de gevels en daken van gebouwen. De informatie is voornamelijk gebaseerd op documentatie over Amsterdamse binnenstad, cultureel erfgoed en lokaal bouwrecht.

Inleiding

Metselwerk is een essentiële bouwtechniek die al eeuwen wordt toegepast. In Nederland, en met name in steden zoals Amsterdam, is het metselwerk van oudere gebouwen vaak typisch en een onderdeel van het stadsbeeld. De geschiedenis van metselwerk laat zien hoe de materialen en technieken zijn veranderd en geëvolueerd, zowel qua esthetiek als qua functionaliteit. In moderne tijd blijft metselwerk ook een relevante techniek in renovaties, maar dan vaak aangepast aan huidige normen en behoeften.

In dit artikel worden de technische aspecten van metselwerk beschreven, zoals de metselverbanden, het gebruik van mortel en de herstelmethoden. Daarnaast wordt ingegaan op de invloed van metselwerk op de gevels en daken van gebouwen, met een blik op relevante bouwregelgeving. Het artikel sluit af met een overzicht van beschikbare herstelmethoden en praktische aandachtspunten bij de uitvoering van metselwerk.

Metselverbanden: typen en toepassing

Het metselverband bepaalt de manier waarop bakstenen worden opgebouwd in een muur. In de Amsterdamse binnenstad zijn verschillende verbanden gebruikt, afhankelijk van de tijd en het doel van het gebouw. In de tekst en illustraties uit de documentatie wordt duidelijk dat de keuze voor een bepaald verband ook invloed had op de esthetiek van het gebouw en de duurzaamheid van het metselwerk.

Staand verband

Het staand verband is een van de oudere metselverbanden, waarbij een laag van strekken wordt afgewisseld met een laag van koppen. Strekken zijn hele bakstenen, terwijl koppen half zo lang zijn. Dit verband geeft een goed zichtbaar patroon en was vroeger vaak toegepast in combinatie met andere verbanden. In het Waaggebouw is dit verband terug te vinden, zoals beschreven in de bron.

Noors en Vlaams verband

Het Noors verband is iets complexer, waarbij na elke twee strekken een kop wordt gebruikt. Het Vlaams verband is het tegenovergestelde, waarbij na elke kop een strek volgt. In de Amsterdamse binnenstad zijn deze verbanden zeldzaam, behalve bij trapgevels of bij het opbouwen van specifieke delen van een gevel.

Kruisverband

Het kruisverband is de meest gebruikte vorm in Amsterdamse gevels sinds de 16e eeuw. Bij dit verband is de lengte van de baksteen gelijk aan twee koppen plus een voeg, en de steen moet dunner zijn dan de helft van de kop. In de 17e eeuw begon het kruisverband op hoeken met een kop en een klezoor, terwijl in de 18e eeuw een drieklezoor gebruikt werd. De klezoor is een baksteen die driekwart van een hele steen is.

Halfsteensverband

Voor dunne muren werd traditioneel het halfsteensverband gebruikt. Dit verband maakt gebruik van halve bakstenen en werd vooral in oudere gebouwen toegepast waar de muren minder dik konden zijn. Het verband is minder zichtbaar dan de andere, maar was praktisch voor zowel het bouwproces als de duurzaamheid van de muur.

Het proces van metselen: bakstenen, mortel en voegen

Het metselen van een muur houdt in dat bakstenen in een bepaald verband met mortel worden opgebouwd. De kwaliteit van het mortel is van groot belang voor de stabiliteit en duurzaamheid van het metselwerk. In de documentatie wordt duidelijk dat de samenstelling van de mortel in de loop der eeuwen is veranderd en geëvolueerd.

Mortel en voegen

In de zeventiende eeuw werd mortel gemaakt van kalk, tras en zand. De verhouding was meestal 1 kalk : 1,25 tras : 1,5 zand. De waterdichtheid van de muur kon worden beïnvloed door de hoeveelheid tras in de mortel. In de beginperiode werd het metselwerk direct na het opbouwen afgeklit met een platvol of met een dagstreep. Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw begonnen metselaars aparte voegen te snijden, wat beter zichtbaar was en de esthetiek versterkte.

Na 1850 werd cementmortel gebruikt, wat leidde tot verkeerde slijtage van de bakstenen, omdat de voegen harder werden dan de bakstenen zelf. Dit was een negatieve ontwikkeling, aangezien het metselwerk niet langer in balans was met de bakstenen.

Geslepen bakstenen

In de zeventiende eeuw werden bakstenen vaak geslepen om zo dunne voegen te creëren. Dit was niet alleen functioneel, maar ook esthetisch, bijvoorbeeld bij het maken van een strek of hanenkam boven vensters. Het slijpen van bakstenen was een vaardigheid die metselaars moesten beheersen, en het was een vereiste voor het worden toegelaten tot de gilde van Meestermetselaars.

Oude en moderne metseltechnieken

Het metselwerk van oudere gebouwen, zoals het Waaggebouw, geeft een duidelijk beeld van de technieken die destijds gebruikt werden. In de loop der eeuwen zijn er veranderingen geweest in de manier waarop metselwerk uitgevoerd wordt. Het gebruik van cement in de 19e eeuw is een voorbeeld van een technische evolutie die zowel voordelen als nadelen heeft meegebracht.

Onderzoek en herstel van metselwerk

Metselwerk kan in de loop der tijd beschadigd raken door slijtage, natte voegen of verkeerde materialen. Het herstellen van metselwerk is een complex proces dat zorgvuldig moet worden uitgevoerd om de originele structuur en het uiterlijk van het gebouw te behouden.

Detectie van scheuren en onzichtbare beschadigingen

Het onderzoeken van metselwerk op scheuren en onzichtbare beschadigingen is belangrijk om eventuele problemen vroegtijdig op te sporen. Met behulp van een scheurmeter kan worden gemeten hoe actief een scheur is. Deze bestaat uit twee perspex plaatjes met raster en schaalverdeling. Door het gips dat in een scheur is geplaatst te observeren, kan worden bepaald of de scheur actief is of niet.

Ook is het met een hamer bekloppen van het metselwerk een eenvoudige manier om onzichtbare scheuren en holten te detecteren. Een heldere klank duidt op homogeen metselwerk, terwijl een doffe klank wijst op scheuren of openingen. Modernere technieken zoals infraroodthermografie of geluidsgolven kunnen ook worden ingezet.

Herstelmethoden

Bij het herstellen van metselwerk zijn verschillende methoden beschikbaar. De meest gebruikte zijn inboeten, injecteren, dilateren en het aanbrengen van extra verankeringen.

Inboeten

Inboeten betekent het inmetselen van nieuwe bakstenen op plaatsen waar de oude beschadigd zijn of ontbreken. Dit is een methode die al jaren geleden wordt toegepast en blijkt tot op heden nog steeds effectief te zijn. Het vereist echter zorgvuldige voorbereiding, een goede materiaalkeuze en een nauwkeurige uitvoering. Inboeten is echter niet geschikt voor dynamische scheuren, want deze kunnen zich verder ontwikkelen of het inboetwerk kan zelfs leiden tot verder slijten van het metselwerk.

Injecteren

Injecteren wordt gebruikt om mortel of ander mengsel in een scheur aan te brengen. Het is een methode die geschikt is voor brede en actieve scheuren. Het injectiemiddel moet echter afgestemd zijn op de omstandigheden in de scheur, zoals natte of droge omgevingen. Ook de samenstelling van de mortel is van groot belang, omdat dit invloed heeft op de duurzaamheid en het gedrag van het metselwerk.

Dilateren

Dilateren betekent het uitbreiden van een scheur zodat er ruimte is voor het aanbrengen van mortel of andere materialen. Deze methode is vaak nodig als de scheur te smal is voor een normale inboetmethode.

Extra verankeringen

Bij grotere schade of instabiliteit kan het aanbrengen van extra verankeringen nodig zijn. Dit kan bijvoorbeeld het gebruik van staafverankeringen of het plaatsen van extra steunen in het metselwerk zijn. Deze methoden zijn vooral relevant bij historische gebouwen waar het origineel metselwerk niet verandert mag worden.

Aandachtspunten bij herstel

Bij het herstellen van metselwerk zijn er verschillende aandachtspunten die moeten worden nageleefd. Allereerst is het belangrijk om het verband, de metseltekens en andere kenmerken van het metselwerk vast te leggen. Dit kan door middel van foto’s of tekeningen. Vervolgens is het belangrijk om de juiste materialen te kiezen. De samenstelling van de mortel moet afgestemd zijn op de oude mortel, zodat er geen onverwachte reacties of slijtage optreden. Ook het gedrag van de bakstenen is van invloed op de keuze van materialen.

Invloed van metselwerk op gevels en daken

Metselwerk heeft een grote invloed op het uiterlijk van een gebouw, vooral op de gevel en het dak. In de documentatie over bouwverordeningen is te zien dat er regelgeving is rondom de toegestane ingrepen aan gevels en daken. Deze ingrepen kunnen variëren van het plaatsen van winkelpuien en zonweringen tot het aanbrengen van reclames en reclameterassen.

Gevelreclame en metselwerk

Gevelreclame kan in vormen zoals borden, losse letters of lichtreclames worden aangebracht. Bij het plaatsen van reclames op of aan een gebouw is het belangrijk om rekening te houden met het metselwerk. Het metselwerk moet sterk genoeg zijn om extra belastingen te dragen en moet ook esthetisch passen met het uiterlijk van het gebouw.

Dakveranderingen en metselwerk

Ingrepen aan het dak, zoals het aanbrengen van dakterrassen of dakopbouwen, kunnen ook invloed hebben op het metselwerk. Het is belangrijk dat de ondergrond, inclusief metselwerk, sterk genoeg is om deze ingrepen te dragen. Daarnaast is het ook belangrijk dat de ingrepen niet negatief beïnvloeden worden door eventuele slijtage of schade aan het metselwerk.

Conclusie

Metselwerk is een essentieel onderdeel van het bouwproces, zowel in historische als in hedendaagse contexten. Het metselverband, de keuze van mortel en de techniek van het metselen spelen een grote rol in de duurzaamheid en het uiterlijk van het gebouw. Het herstellen van metselwerk is een complex proces dat zorgvuldig moet worden uitgevoerd, zodat het origineel metselwerk behouden blijft. Bovendien heeft metselwerk een directe invloed op de gevels en daken van gebouwen, wat ook regelgeving en esthetische overwegingen met zich meebrengt.

In het kader van renovatie en bouwactiviteiten is het dus belangrijk om zowel de technische kwaliteiten als de historische waarde van het metselwerk te begrijpen en te waarderen. Door het juist aan te pakken en te onderhouden, kan metselwerk langdurig dienst blijven doen en bijdragen aan de esthetiek en het functionele karakter van een gebouw.

Bronnen

  1. Metselwerk in Amsterdamse binnenstad
  2. Baksteenmetselwerk en herstelmethoden
  3. Lokale bouwregelgeving voor gevels en daken

Related Posts