Afmeting stootvoeg metselwerk: richtlijnen, praktijk en toepassing in de bouw
Het correct bepalen en uitvoeren van de afmeting van de stootvoeg in metselwerk is essentieel voor de stabiliteit, duurzaamheid en esthetiek van metselconstructies. In de praktijk is dit aspect vaak ondergeschat, maar het heeft grote invloed op het uiteindelijke resultaat van metselwerk. De afmeting van de stootvoeg beïnvloedt het metselverband, de mate van waterdichtheid en het uitzicht van het gebouw. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de richtlijnen, praktijkmethoden en toepassingen die betrekking hebben op de afmeting van de stootvoeg bij metselwerk, gebaseerd op relevante informatie uit betrouwbare bronnen.
Inleiding
Metselwerk vormt een fundamenteel onderdeel van de bouwpraktijk in Nederland. Het gebruik van bakstenen en het opbouwen van muren met behulp van voegspecie zijn al eeuwenlang standaard in de bouw. De afmeting van de stootvoeg speelt een cruciale rol in het metselverband. De stootvoeg is namelijk het verbindingsvlak tussen twee bakstenen of metselstenen. De dikte van deze voeg beïnvloedt het aantal stenen dat per vierkante meter wordt gebruikt, de stabiliteit van het metselwerk en de waterdichtheid van de muur.
In dit artikel worden de richtlijnen voor de afmeting van de stootvoeg beschreven, aangevuld met praktische methoden voor het bepalen van de juiste maat. Ook worden toepassingen in de bouw besproken, zoals in het geval van muuropeningen, muurdammen en spouwconstructies. Daarnaast wordt ingegaan op de invloed van maattoleranties van bakstenen op de stootvoegmaat.
Bepaling van de afmeting van de stootvoeg
De afmeting van de stootvoeg is een belangrijk gegeven bij het uitvoeren van metselwerk. De stootvoeg wordt uitgedrukt in millimeters en beïnvloedt direct het aantal stenen dat per m² nodig is. Bij het bepalen van deze afmeting moet rekening worden gehouden met het type metselverband en de afmetingen van de bakstenen.
Koppenmaat en stootvoeg
Een van de centrale begrippen bij het bepalen van de stootvoegmaat is de koppenmaat. De koppenmaat is de breedte van een baksteen plus de stootvoeg. Deze maat wordt gebruikt om de afmeting van de metselwerklaag vast te leggen. Volgens de praktijkrichtlijnen van Wienerberger (2024) dient de maatvoering van het metselwerk af te stemmen op de maatvoering van de baksteen. Dit betekent dat het metselverband moet worden uitgezet met de koppenmaat en lagenmaat van de baksteen.
De praktische uitvoering van de bepaling van de koppenmaat vereist het gebruik van minimaal 20 bakstenen uit de geleverde partij. Daarbij wordt een serie van 10 bakstenen opgestapeld en 20 koppen op een haakse manier gelegd. De restmaat bestaat uit 10 stootvoegen. Deze methode helpt bij het bepalen van de gemiddelde stootvoegmaat en de eventuele maatafwijkingen in de steenformatie.
Invloed van maattoleranties
Bij metselwerk is het belangrijk om rekening te houden met de maattoleranties van de bakstenen. Omdat bakstenen tijdens het bakproces ongeveer 8% krimpen, kan er sprake zijn van kleine afwijkingen in de afmetingen. Deze afwijkingen worden ook wel maatspreiding genoemd.
Volgens het infoblad van de KNB-Baksteen (2024) is de maattolerantie een maat voor de afwijking van de gemiddelde maat van een partij ten opzichte van de gedeclareerde maat. Deze tolerantie kan tot circa 4% variëren, afhankelijk van de productieomstandigheden. Voor de lengte (strek), breedte en dikte van de baksteen gelden aparte toleranties.
Een afwijking in de strek (de lengte van de baksteen) heeft bijvoorbeeld invloed op de dikte (breedte) van de stootvoeg. Dit betekent dat de maattolerantie van de baksteen indirect de afmeting van de stootvoeg beïnvloedt. De fabrikant geeft meestal een gemiddelde maat op, die is afgeleid van een grote hoeveelheid stenen van een bepaald model. De maattolerantie kan worden uitgedrukt als een factor maal de wortel uit de nominale maat in millimeters, of als een minimumwaarde indien de berekende waarde kleiner is.
Moduul-systeem en standaardvoegdikte
Het moduul-systeem is een standaardisatiepoging in de bouw die probeert uniformiteit te creëren in het gebruik van bakstenen en stootvoegen. In dit systeem is de basis 100 mm, waarbij de afmeting van de steen plus de voegen gelijk is aan 100 mm of een veelvoud daarvan. In de praktijk is echter gebleken dat een voegdikte van 10 mm vaak problematisch is, terwijl een voegdikte van 12 mm beter haalbaar is en beter presteert.
De theoretische afmeting van een baksteen in het moduul-systeem wordt samengesteld uit de nominale afmeting van de steen plus twee halve voegen. Bijvoorbeeld: een nominale afmeting van 290 mm plus 2 × ½ × 10 mm (of 12 mm in de praktijk) leidt tot een totaal van 300 mm. In werkelijkheid kan de werkelijke afmeting van de steen iets variëren, waardoor de stootvoegmaat indirect beïnvloed wordt.
Het moduul-systeem maakt het mogelijk om standaardvoegdiktes vast te leggen. In de praktijk is een voegdikte van 10 mm of 12 mm algemeen aan te raden, afhankelijk van de bouwcontext en de benodigde waterdichtheid.
Toepassing van de stootvoegmaat in metselwerk
De afmeting van de stootvoeg heeft directe toepassingen in verschillende bouwscenario's. Voorbeelden hiervan zijn muuropeningen, muurdammen, spouwconstructies en inwendige hoeken. De richtlijnen voor de afmeting van de stootvoeg zijn afhankelijk van het type metselverband en de doelstelling van het metselwerk.
Muuropeningen en muurdammen
Bij het uitvoeren van muuropeningen en muurdammen is het belangrijk om de afmeting van de stootvoeg nauwkeurig in te passen in het metselverband. Volgens de richtlijnen van Wienerberger (2024) is de maatvoering van een muuropening altijd: t × koppenmaat + voeg. Een muur, of muurdam, heeft een maatvoering van n × koppenmaat − voeg. Voor inwendige hoeken geldt dat de lengtemaat n × koppenmaat is.
Deze richtlijnen zijn van toepassing op halfsteens- en wildverband. Andere metselverbanden, zoals klezorenverband, kennen andere richtlijnen. Bij klezorenverband moet bijvoorbeeld per laag worden begonnen met een drieklezoor of een kop, nooit met een strek. Daarnaast is het niet toegestaan om twee drieklezoren in één laag te gebruiken.
Spouwconstructies en fundering
In spouwconstructies en funderingen speelt de afmeting van de stootvoeg een rol bij de waterdichtheid en de ventilatie van de spouw. Volgens de richtlijnen van Klus-Info (2024) wordt in de funderingsconstructie meestal gebruikgemaakt van een sterke specie met waterkerende eigenschappen. Deze specie vormt een soort cementraam, vergelijkbaar met het vroegere trasraam.
Om vocht en water af te voeren in de spouw is het aan te raden om een vochtwering in te metselen boven het maaiveld. Deze vochtwering kan bestaan uit een loden of bitumen slabbe. Boven de slabbe worden open stootvoegen vrijgehouden om spouwvocht af te voeren en de spouw te ventileren.
De afmeting van deze open stootvoegen speelt een rol bij de efficiëntie van de ventilatie. Het is aan te raden om deze voegen om de 100 cm te plaatsen. Daarnaast zijn voldoende ventilatieroosters nodig om verse lucht in de kruipruimte te brengen. Deze roosters moeten in twee tegenover elkaar liggende buitenmuren worden aangebracht, zodat er een constante luchtstroming ontstaat.
Historische metselwerk
In historische metselwerk is de afmeting van de stootvoeg vaak minder belangrijk dan in moderne constructies. Tot in de zeventiende eeuw werd historisch metselwerk meestal niet gevoegd, maar direct na het metselen vlak afgestreken of met een dagstreep. Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw werd een apart gesneden voeg gebruikt. Deze voegen zijn in het oude metselwerk vaak zacht en hebben een minder geregeld verband.
Het gebruik van harde stenen met andere formaten heeft geleid tot maatknoeiderei in historische metselwerk. Na 1850 zijn er zelfs cementvoegen toegepast, wat heeft geleid tot onnodige verweer van zachte bakstenen.
Richtlijnen voor het uitvoeren van voegwerk
Het uitvoeren van voegwerk is een delicate en belangrijke fase in het metselproces. Het is essentieel dat het nieuwe voegwerk overeenkomt met het bestaande voegwerk in samenstelling, kleur en uitvoering. Ook bij het inboeten van metselwerk dient aandacht te worden besteed aan kleur, hardheid en afmeting van de gebruikte steen.
Richtlijnen voor het uithakken van voegen
Het uithakken van voegen dient te geschieden met zorgvuldigheid om schade aan de stenen te voorkomen. Volgens de lokale regelgeving (2024) dient het uithakken van voegen uitsluitend met de hand of met een fijne beitel te geschieden. Indien pneumatisch gereedschap wordt gebruikt, moet dit met een fijne beitel gebeuren. Het uitslijpen van voegen is alleen toegestaan met een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van een afzuiging.
De voegen dienen zodanig te worden uitgehakt dat de voegspecie goed kan hechten. Als richtlijn wordt aangehouden dat de verhouding tussen voegdikte en voegdiepte 1 staat tot 2. Dit betekent dat de voegdiepte dubbel zo groot moet zijn als de voegdikte.
Het uithakken van bestaand voegwerk mag niet leiden tot het verbreiden van smalle stootvoegen. Het ophakken van stootvoegen is niet toegestaan. Bij het uitvoeren van het nieuwe voegwerk dient een monster te worden ingediend bij de gemeentelijke monumenteninspecteur voor goedkeuring.
Samenvatting
De afmeting van de stootvoeg in metselwerk is een essentieel onderdeel van de bouwpraktijk. Het bepalen van deze afmeting vereist aandacht voor de koppenmaat, maattoleranties van de bakstenen en het moduul-systeem. De stootvoeg beïnvloedt het aantal stenen per vierkante meter, de stabiliteit van het metselwerk en de waterdichtheid van de muur.
Bij het uitvoeren van metselwerk is het belangrijk om rekening te houden met het metselverband en de toepassing in verschillende bouwscenario's, zoals muuropeningen, muurdammen en spouwconstructies. In historische metselwerk is het gebruik van aparte voegen en het afstrijken van voegen belangrijk voor de authenticiteit en duurzaamheid.
Het uitvoeren van voegwerk vereist zorgvuldigheid, zowel qua samenstelling en kleur als qua uitvoering. Het uithakken van voegen dient te geschieden met fijne handelingen en uitsluitend met geschikt gereedschap.
Bij het bepalen van de afmeting van de stootvoeg is het verstandig om rekening te houden met de praktische richtlijnen uit betrouwbare bronnen. Hierdoor kan het metselwerk beter worden uitgevoerd en het resultaat optimaal worden bereikt.
Bronnen
Related Posts
-
Kalkzandsteen metselen: Uitvoering, materialen en toepassingen in de bouw
-
Claustra en metselwerk: Detailanalyse van de 1550-1573 buurten in Leiden
-
Cement- en betonsluier verwijderen van metselwerk: Technieken, producten en tips voor efficiënte reiniging
-
Cementresten en cementsluier van metselwerk verwijderen: Effectieve methoden met zoutzuur en professionele producten
-
Cementresten verwijderen: Effectieve methoden en voorzichtigheid bij het gebruik van azijn
-
Cementresten en mortelresten veilig verwijderen van metselwerk en tegeloppervlakken
-
Cementlaag als afwerking van metselwerk: een duurzame en functionele oplossing voor gevelrenovatie
-
Cementeren van ondergronds metselwerk: Techniek, toepassing en doeleinden