Afmetingen en uitvoering van voegwerk in metselwerk: richtlijnen en praktijkvoorbeelden
Het voegwerk in metselwerk speelt een essentiële rol in de duurzaamheid, esthetiek en structuur van gebouwen. Het bepaalt niet alleen de uiterlijke verschijning van een gevel of muur, maar ook de functionaliteit van het metselwerk. Het bepalen van de juiste afmeting van het voegwerk is daarom van groot belang, zowel tijdens de bouw als bij renovaties. In dit artikel worden de technische richtlijnen, aandachtspunten bij het uithakken en uitslijpen van voegen, en de invloed van de maatspreiding van bakstenen besproken. De nadruk ligt op het verband tussen het voegwerk en het metselverband, de maatvoering van wanden en openingen, en de invloed van maattoleranties op het aantal benodigde stenen per m². Bovendien worden praktische richtprijzen en aanbevelingen voor de uitvoering van voegwerk in renovatieprojecten gegeven.
Voegbreedte en voegdiepte: technische richtlijnen
De afmetingen van het voegwerk – zowel de breedte als de diepte – zijn bepalend voor de kwaliteit en het uiterlijk van het metselwerk. Bij het vervangen of herstellen van bestaand voegwerk is het belangrijk om de bestaande voegen zorgvuldig te analyseren en de nieuwe voegen zo uit te voeren dat deze qua hardheid en samenstelling overeenkomen met de originele. Dit voorkomt vervolgschade aan de metselstenen of het voegwerk zelf.
Volgens de richtlijnen in bron [1] is de juiste uithakdiepte van het voegwerk een essentieel aspect voor een goede kwaliteit. De vuistregel is om een uithakdiepte aan te houden van 1,5 x de voegbreedte, met een minimale diepte van 20 mm. Bij dun voegwerk (7 tot 8 mm breed) is een diepte van 20 mm niet haalbaar. In dat geval moet men de uithakdiepte aanpassen aan de breedte van de voeg.
Het combineren van uitslijpen en uithakken is vaak de meest efficiënte methode. Eerst wordt de voeg met een laag toerental in het hart gezaagd of geslepen, waarna het voegwerk met een beitel wordt uitgehaakt. Dit zorgt ervoor dat de voeg niet te ruim wordt en de voegdikte niet toeneemt. Bij dit proces dient men rekening te houden met eventuele beschadigingen aan de metselstenen. Het uitslijpen van voegen is slechts toegestaan met een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van afzuiging, om schade aan de stenen te beperken.
Bron [3] verduidelijkt dat het ophakken van stootvoegen – het verbreed van smalle voegen – niet toegestaan is. Ook is het gebruik van steenverstevigers of impregnerende middelen voor het voegwerk verboden. Dit benadrukt de noodzaak om het voegwerk zorgvuldig en conform de historische eigenschappen van het metselwerk uit te voeren. Nieuw voegwerk dient in samenstelling, kleur en uitvoering overeen te komen met het bestaande, historisch juiste voegwerk.
Maatvoering van metselwerk en invloed op voegafmetingen
De maatvoering van metselwerk speelt een cruciale rol in het bepalen van de juiste voegbreedte en -diepte. De maatvoering van wanden en openingen moet worden afgestemd op de afmetingen van de gekozen bakstenen. Dit wordt al vroeg in het ontwerpstadium geregeld, waarbij zogenaamde koppenmaat en lagenmaat worden uitgezet.
In bron [2] wordt uitgelegd dat de maatvoering van een muuropening altijd is: t n x koppenmaat + voeg, terwijl een muur, ook wel muurdam genoemd, een maatvoering heeft van n x koppenmaat - voeg. Voor inwendige hoeken geldt dat de lengtemaat altijd n x koppenmaat is. Deze richtlijnen zijn van toepassing op halfsteens- en wildverband, maar andere metselverbanden zoals klezorenverband hebben hun eigen regels.
Bij het klezorenverband geldt bijvoorbeeld dat elke laag moet beginnen met een drieklezoor of een kop, nooit met een strek. Bovendien mag er niet meer dan één drieklezoor per metselwerklaag worden gebruikt. Als een laag met een drieklezoor begint, dient deze ook te eindigen met een kop. Deze regels zorgen voor een regelmatige en visueel aantrekkelijke maatverdeling van het metselwerk.
Het bepalen van de koppenmaat in de praktijk gebeurt door minstens 20 bakstenen uit de geleverde partij te gebruiken. Daarbij worden 10 bakstenen als strekken achter elkaar gelegd, waarbij 20 koppen haaks tegen deze strekken worden aangebracht. De restmaat bestaat uit 10 stootvoegen. Dit proces levert een betrouwbaar beeld op van de gemiddelde afmetingen van de bakstenen en de voegbreedte.
Invloed van maatspreiding en maattoleranties op het voegwerk
Maatspreiding en maattoleranties van bakstenen hebben een directe invloed op het aantal benodigde stenen per m² en het uiterlijk van het metselwerk. In bron [5] wordt uitgebreid ingegaan op het verband tussen maatspreiding en het aantal benodigde stenen. De maatspreiding wordt bepaald door een willekeurige selectie van tien stenen uit een partij. De toleranties worden gedefinieerd binnen verschillende maatspreidingsklassen, zoals R1 en R2. R2 is beter dan R1 als het spreidingsgebied klein moet zijn.
Het aantal benodigde stenen per m² hangt af van de verwerkingswijze (metselen, dun metselen, lijmen), de voegdikte (vaak ca. 10 mm), en de maattoleranties. Voor gevelbaksteen wordt de berekening als volgt uitgevoerd:
$$ (1 \times 1000 \times 1000) / ((\text{lengte} + \text{voeg}) \times (\text{hoogte} + \text{voeg})) $$
Voor straatbaksteen, waarbij geen stootvoegen worden toegepast, geldt de volgende formule:
$$ (1 \times 1000 \times 1000) / (\text{lengte} \times \text{breedte}) $$
Deze berekening helpt bij het bepalen van het benodigde aantal stenen, inclusief eventueel hak- en breekverlies (ca. 3%). In combinatie met voegdiktes van ongeveer 10 mm levert dit een betrouwbaar beeld op van de benodigde materialen en het eventuele verlies bij het verwerken.
Uitvoering van voegwerk: technische aandachtspunten
Bij het uitvoeren van nieuwe voegen is het belangrijk om rekening te houden met de juiste uithakdiepte en voegbreedte. Bron [1] legt uit dat de uithakdiepte van het voegwerk bepalend is voor de kwaliteit van het voegwerk. Het uithakken dient uitsluitend met de hand of, indien pneumatisch, met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van voegen is slechts toegestaan met gebruikmaking van een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van afzuiging. Dit voorkomt schade aan de metselstenen.
Een monster van het nieuwe voegwerk dient voorafgaand aan het integraal uithakken van de gevels ter goedkeuring te worden gemeld bij de gemeentelijke monumenteninspecteur. Dit is vooral relevant in historische of monumentale gebouwen, waarbij het voegwerk moet aansluiten bij het historisch juiste metselwerk.
Voor het uithakken van bestaand voegwerk zijn er strikte regels. Zo mag men bijvoorbeeld smalle stootvoegen niet verbreden. De voegbreedte moet zo gehandhaafd worden als in het originele metselwerk. Dit voorkomt een visuele en structurale onrust in het metselwerk.
Praktische richtprijzen en uitvoeringskosten
De uitvoeringskosten van het vervangen van voegwerk worden sterk bepaald door het formaat van de metselstenen en de toegepaste voegbreedte. In bron [1] worden richtprijzen vermeld voor het vervangen van voegwerk in Amstelformaat (210 x 100 x 72 mm) en Waalformaat (210 x 100 x 50 mm). De berekeningen zijn uitgevoerd met machinaal slijpen en uithakken en met voegmortel van portlandcement en gezeefd rivierzand.
De kosten zijn inclusief afvoeren en deponeren van puin, huur van puincontainer en stortkosten. Uitvoeringskosten zoals het herstellen van metselwerk, steigerwerk, materieelgebruik en bouwplaatskosten zijn echter niet inbegrepen. Het uurloon is berekend zonder opslagen voor bouwplaatskosten, algemene bedrijfskosten en winst en risico.
Alle berekeningen zijn beschikbaar op www.casadata.nl, waar men de kosten per regio kan inzien. In het voorbeeld is het kostenniveau gebaseerd op de regio Oost Gelderland (postcode 7000 – 7100). Voor andere regio’s kan men de eigen postcode invoeren om het juiste kostenniveau te verkrijgen.
Aanbevelingen voor renovatieprojecten
Bij renovatieprojecten is het belangrijk om het bestaande voegwerk zorgvuldig te analyseren en het nieuwe voegwerk zo te kiezen dat het qua hardheid en samenstelling aansluit bij het originele. Dit voorkomt vervolgschade aan de metselstenen. Het voegwerk dient zorgvuldig te worden uithakken en uitgevoerd, met aandacht voor de juiste voegbreedte en -diepte.
Het uithakken dient uitsluitend met de hand of met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van voegen is slechts toegestaan met een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van afzuiging. Dit voorkomt schade aan de metselstenen. Een monster van het nieuwe voegwerk dient voorafgaand aan het integraal uithakken van de gevels ter goedkeuring te worden gemeld bij de gemeentelijke monumenteninspecteur.
Bij het uithakken van bestaand voegwerk zijn er strikte regels. Zo mag men bijvoorbeeld smalle stootvoegen niet verbreden. De voegbreedte moet zo gehandhaafd worden als in het originele metselwerk. Dit voorkomt een visuele en structurale onrust in het metselwerk.
Conclusie
De afmetingen van het voegwerk in metselwerk – zowel de breedte als de diepte – zijn essentieel voor de kwaliteit en het uiterlijk van het gebouw. Het uithakken en uitslijpen van voegen dient zorgvuldig te geschieden, met aandacht voor de juiste technieken en materialen. De maatvoering van metselwerk en de invloed van maatspreiding van bakstenen hebben een directe invloed op het aantal benodigde stenen per m² en het uiterlijk van het metselwerk. De uitvoeringskosten van het vervangen van voegwerk worden sterk bepaald door het formaat van de metselstenen en de toegepaste voegbreedte.
Bij renovatieprojecten is het belangrijk om het bestaande voegwerk zorgvuldig te analyseren en het nieuwe voegwerk zo te kiezen dat het qua hardheid en samenstelling aansluit bij het originele. Dit voorkomt vervolgschade aan de metselstenen. Het voegwerk dient zorgvuldig te worden uithakken en uitgevoerd, met aandacht voor de juiste voegbreedte en -diepte. Het uithakken dient uitsluitend met de hand of met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van voegen is slechts toegestaan met een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van afzuiging. Een monster van het nieuwe voegwerk dient voorafgaand aan het integraal uithakken van de gevels ter goedkeuring te worden gemeld bij de gemeentelijke monumenteninspecteur.
Deze richtlijnen en praktische aandachtspunten helpen bij het uitvoeren van kwalitatief hoogwaardig metselwerk, zowel bij nieuwbouw als bij renovatieprojecten.
Bronnen
Related Posts
-
Kalkzandsteen metselen: Uitvoering, materialen en toepassingen in de bouw
-
Claustra en metselwerk: Detailanalyse van de 1550-1573 buurten in Leiden
-
Cement- en betonsluier verwijderen van metselwerk: Technieken, producten en tips voor efficiënte reiniging
-
Cementresten en cementsluier van metselwerk verwijderen: Effectieve methoden met zoutzuur en professionele producten
-
Cementresten verwijderen: Effectieve methoden en voorzichtigheid bij het gebruik van azijn
-
Cementresten en mortelresten veilig verwijderen van metselwerk en tegeloppervlakken
-
Cementlaag als afwerking van metselwerk: een duurzame en functionele oplossing voor gevelrenovatie
-
Cementeren van ondergronds metselwerk: Techniek, toepassing en doeleinden