Aluminium strip opgaand metselwerk: technieken en richtlijnen voor historisch juist herstel

Het gebruik van aluminium strip in combinatie met opgaand metselwerk is een specifieke uitdaging in de bouw en restauratie, met name wanneer het betreft het herstel en onderhoud van historische gevels en constructies. Het combineren van moderne materialen zoals aluminium met traditionele technieken vraagt om zorgvuldige overweging van zowel esthetiek als duurzaamheid. In dit artikel worden de technische aspecten, richtlijnen en aanbevelingen voor het gebruik van aluminium strip op opgaand metselwerk beschreven aan de hand van relevante richtlijnen en aanbevelingen uit bouwdocumenten. Aan de hand van de opgeleverde informatie wordt een duidelijk beeld geschetst van de mogelijkheden en beperkingen van deze techniek.

Inleiding

Opgaand metselwerk is een historisch juiste manier om bakstenen of natuurstenen constructies te herstellen of te vervangen. Het houdt in dat nieuwe elementen zo worden geplaatst dat ze visueel en constructief aansluiten op het bestaande metselwerk. Dit geldt zowel voor steensoort, mortel, metselverband als voor de afwerking. In de context van de restauratie van monumentale en historische gebouwen is het belangrijk om zowel de historische waarden als de functionele eisen in overweging te nemen.

Aluminium strip kan in bepaalde gevallen dienen als een oplossing voor het bevestigen of herstel van elementen aan of op gevels. Echter, het combineren van aluminium met metselwerk vraagt om een goed begrip van de technische aspecten van zowel het metselwerk als het gebruik van metaalstrip in een historische context. In de onderstaande paragrafen worden de relevante richtlijnen en aanbevelingen voor het gebruik van aluminium strip op opgaand metselwerk toegelicht.

Technische richtlijnen voor het herstel van metselwerk

Het herstel van metselwerk wordt bepaald door een aantal fundamentele principes. Eerst en vooral is het van belang dat het nieuwe metselwerk qua steensoort, metselverband en mortel aansluit op het oorspronkelijke werk. Dit betekent dat de fysische eigenschappen, zoals hardheid, kleur en textuur, een rol spelen bij de keuze van de vervangende bakstenen. De mortel moet eveneens aangepast zijn aan de bestaande mortel in samenstelling en hardheid.

Bij het herstel of vervanging van metselwerk is het van belang om te onthouden dat herstel het uitgangspunt is wanneer minder dan 10% van het oppervlak gerepareerd moet worden. Pas bij meer dan 10% vervanging is het toegestaan om een nieuw stuk natuursteen in te boeten. Ook is het soms mogelijk om een bestaand deel natuursteen te draaien om het visueel aansluiten te waarborgen.

Uithalen en herstellen van voegwerk

Wanneer voegwerk hersteld of vervangen moet worden, is het van belang om het oude voegwerk volledig te verwijderen tot aan de metselspecie. De voeg moet zodanig uitgehakt worden dat de voegruimte voldoende massa heeft voor het aanbrengen van het nieuwe voegwerk. Een richtlijn is dat de verhouding tussen voegdikte en voegdiepte 1 staat tot 2 moet zijn.

Het gebruik van moderne voegmortels is meestal niet geschikt, omdat deze meestal gemaakt zijn van andere basismaterialen dan de mortels die voor het monument zijn gebruikt. Indien kalkmortel wordt toegepast, dient het schelpkalk te zijn, zonder toevoeging van cement. Het uitdrogen van vers voegwerk moet worden voorkomen door de gevel niet in de volle zon te voegen, door de gevel vooraf te besproeien en periodiek nat te houden met natte jute zakken of gelijkwaardig materiaal.

Het gebruik van aluminium strip in metselwerk

Hoewel de SOURCE DATA geen expliciete instructies bevat over het gebruik van aluminium strip in metselwerk, zijn er wel relevante richtlijnen die kunnen worden toegepast op het gebruik van metaalstrip in combinatie met opgaand metselwerk. Deze richtlijnen komen voornamelijk uit het domein van het bevestigen en herstel van metaalconstructies en afwerkingen.

Bevestiging en montage

Een richtlijn die van toepassing is op metaalstrip is dat bij het bevestigen van zinken regenpijpen minimaal 50 mm in elkaar gestoken moet worden, maar geen solderen. Hierdoor kan de afvoer bij een verstopping gemakkelijk uit elkaar worden genomen. Voor rechthoekige afvoeren is een zadel met kraal nodig. Pijpen moeten worden bevestigd met RVS nagels met loden kop en afhankelijk van de doorsnede elke meter of twee meter vastgemaakt worden.

Bij het bevestigen van aluminium strip aan metselwerk kan men deze richtlijnen als uitgangspunt nemen. Het is belangrijk om te zorgen dat de bevestiging niet destructief is voor het metselwerk en dat de bevestigingspunten zichtbaar zijn of esthetisch kunnen worden geïntegreerd in het gevelontwerp. De gebruikte bevestigingsmaterialen, zoals nagels of schroeven, moeten corrosieresistent zijn en aansluiten op de esthetiek van het metselwerk.

Verhouding tot het oorspronkelijke werk

Een belangrijk principe bij het gebruik van aluminium strip is dat de toegepaste techniek en het gebruikte materiaal moeten aansluiten op het historisch juiste werk. In het geval van metselwerk betekent dit dat het gebruik van aluminium strip alleen toegestaan is als het visueel en functioneel aansluit op het bestaande metselwerk. Dit kan betekenen dat de strip zichtbaar moet zijn of geïntegreerd moet worden in het metselwerk.

Het gebruik van moderne materialen zoals aluminium kan een risico vormen voor de historische waarde van het gebouw, vooral als het niet historisch verantwoord is. Daarom is het belangrijk dat de toegepaste techniek en het gebruikte materiaal worden goedgekeurd door de betrokken partijen, zoals gemeentelijke monumentenbeheer of bouwtoezicht.

Technieken voor het herstel van metaalconstructies

Hoewel de SOURCE DATA zich voornamelijk richt op metselwerk, zijn er ook richtlijnen beschikbaar voor het herstel van metaalconstructies, zoals ijzeren onderdelen van gevels, hengels, hengen en sierconstructies. Deze richtlijnen zijn van toepassing op het herstel van aluminium strip in combinatie met metselwerk.

Verwijderen en reinigen

Voor het herstel van ijzeren onderdelen dient het werk eerst volledig van alle oude verflagen en roest te worden ontdaan. Dit kan gedaan worden door stralen of andere technieken. Als delen ontbreken, kunnen deze opnieuw aangesmeed, geklonken of bevestigd worden. De te hanteren verbindingstechniek wordt bepaald door het bestaande werk. Lassen wordt als relatief jonge techniek meestal niet toegestaan.

Na het constructieve herstel moeten alle delen worden ontvet en vervolgens geschoopeerd. Dit maakt het oppervlak ruw genoeg om de afwerklaag goed te laten hechten. Hierbij dient een verfsysteem te worden gebruikt en geen poedercoating.

Richtlijnen voor schilderwerk en afwerking

Het schilderen van gevels of onderdelen ervan mag alleen plaatsvinden als dit historisch verantwoord is. Schoon metselwerk mag dus niet geschilderd of geteerd worden. Dit geldt ook voor natuur- of kunststenen onderdelen in de gevel. Tegeltableaus moeten behouden blijven en mogen niet worden overgeschilderd.

Bij het schilderen van houtwerk dat in aanraking komt met metselwerk, dient dit tweemaal met menie of grondverf te worden voorbehandeld. Het gebruik van mineralen verf op gevelstenen wordt niet aanbevolen, omdat deze verf een reactie aangaat met de ondergrond. Voor hout- en steenconstructies worden olieverf of siliconenemulsieverf aanbevolen, omdat deze de ondergrond beschermen en dampopen zijn.

Kleurhistorisch onderzoek

Bij historisch kleuronderzoek kan inzicht worden verkregen in de oorspronkelijke kleurcombinaties van het gebouw. Dit onderzoek kan bijzondere monumentale waarden in het interieur en exterieur blootleggen en een leidraad vormen voor toekomstige beheerstrategieën. Als de historische waarde van het monument niet duidelijk is, kan de gemeente verplicht stellen om voorafgaand aan vergunningverlening kleurhistorisch onderzoek te verrichten.

Aanbevelingen voor het gebruik van aluminium strip op opgaand metselwerk

Bij het toepassen van aluminium strip op opgaand metselwerk zijn er een aantal richtlijnen en aanbevelingen die van toepassing zijn. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de beschikbare informatie uit de SOURCE DATA en kunnen dienen als uitgangspunt voor het correcte gebruik van aluminium strip in een historische context.

Bevestiging

Aluminium strip kan worden gebruikt om bijvoorbeeld afwerkingen, bevestigingen of beugels aan het metselwerk te bevestigen. Hierbij dient er op gelet te worden dat de bevestiging niet destructief is voor het metselwerk en dat de bevestigingspunten zichtbaar of esthetisch zijn. De gebruikte bevestigingsmaterialen, zoals nagels of schroeven, moeten corrosieresistent zijn en aansluiten op de esthetiek van het metselwerk.

Aanpassing aan het historische werk

Het gebruik van aluminium strip mag alleen worden toegestaan als het historisch verantwoord is en als het visueel aansluit op het bestaande werk. Dit betekent dat de strip niet in strijd mag zijn met de historische waarde van het gebouw en dat het gebruik van moderne materialen goed moet worden gecommuniceerd met de betrokken partijen.

Verhouding tot het gevelontwerp

Het gebruik van aluminium strip dient zodanig te worden uitgevoerd dat het visueel aansluit op het gevelontwerp. Dit kan betekenen dat de strip zichtbaar moet zijn of geïntegreerd moet worden in het metselwerk. Het gebruik van moderne materialen kan een risico vormen voor de historische waarde van het gebouw, vooral als het niet historisch verantwoord is. Daarom is het belangrijk dat de toegepaste techniek en het gebruikte materiaal worden goedgekeurd door de betrokken partijen.

Aanvullende richtlijnen

Bij het gebruik van aluminium strip op opgaand metselwerk zijn er ook een aantal aanvullende richtlijnen die van toepassing zijn. Deze richtlijnen gaan voornamelijk over de waterhuishouding, het gebruik van lood en het beheer van de constructie.

Waterhuishouding

Bij het herstel van gevels is het belangrijk om rekening te houden met de waterhuishouding. Bij gootloze bebouwing kan men ervoor zorgen dat het maaiveld voldoende afloopt (water stroomt weg van de gevel), een drainage kan worden aangelegd, en/of een grindbed, gras of andere lage vorm van begroeiing rond de plint kan worden gesitueerd (vergunningplichtig).

Het loodwerk moet ter plaatse van muuraansluitingen door middel van loodproppen of Borra-klemmen in voldoende diep uitgehakte of uitgeslepen voegen (30 millimeter diep) worden vastgezet en daarna worden afgevoegd. Boven Borra-klemmen moet minimaal 5 lagen baksteen aanhouden. Alle aansluitingen op schoorstenen e.d. moeten door middel van muurlood en loketten worden uitgevoerd in lood zwaar 20 kg/m².

Hardsolderen van koperen leidingen

Hoewel de SOURCE DATA zich voornamelijk richt op metselwerk, zijn er ook richtlijnen beschikbaar voor het hardsolderen van koperen koelleidingen. Deze richtlijnen zijn van toepassing op het gebruik van aluminium strip in combinatie met metselwerk. De richtlijnen gaan over het buigen van koperen leidingen, het vervaardigen van trompverbindingen, het verbinden van buisdelen en het hardsolderen van verbindingen.

Bij het hardsolderen van zacht koperen koelleidingen dient een juiste brander te worden gekozen en deze juist af te stellen. De diameter van de leidingen kan variëren van ¼”, 3/8”, ½”, en 5/8”. Deze richtlijnen kunnen dienen als uitgangspunt voor het gebruik van aluminium strip in combinatie met metselwerk, waarbij het gebruik van moderne technieken en materialen moet aansluiten op het historisch juiste werk.

Conclusie

Het gebruik van aluminium strip op opgaand metselwerk vraagt om een goed begrip van zowel de historische context als de technische aspecten van het herstel en onderhoud van metselwerk. Het combineren van moderne materialen zoals aluminium met traditionele technieken vraagt om zorgvuldige overweging van zowel esthetiek als duurzaamheid. Aan de hand van de beschikbare richtlijnen en aanbevelingen is duidelijk geworden dat het gebruik van aluminium strip in combinatie met metselwerk alleen toegestaan is als het historisch verantwoord is en als het visueel aansluit op het bestaande werk.

Het bevestigen van aluminium strip aan metselwerk dient zodanig te worden uitgevoerd dat het niet destructief is voor het metselwerk en dat de bevestigingspunten zichtbaar of esthetisch zijn. De gebruikte bevestigingsmaterialen, zoals nagels of schroeven, moeten corrosieresistent zijn en aansluiten op de esthetiek van het metselwerk. Het gebruik van moderne materialen kan een risico vormen voor de historische waarde van het gebouw, vooral als het niet historisch verantwoord is. Daarom is het belangrijk dat de toegepaste techniek en het gebruikte materiaal worden goedgekeurd door de betrokken partijen.

Bronnen

  1. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninklijke Huiszaak - Regels voor herstel van metselwerk
  2. Stichting Centraal Rechtsinformatie - Technische richtlijnen voor koude technische installaties

Related Posts