Begrippenlijst en uitleg metselwerk: historie, technieken en herstelmethoden
Bij de restauratie, renovatie of beheer van oude gebouwen, is het begrip en gebruik van metselwerk van groot belang. Metselwerk vormt de kern van veel historische constructies en heeft een rijke historie, waarbij verschillende technieken, materialen en herstelmethoden zijn ontwikkeld. Dit artikel biedt een overzicht van de essentiële begrippen en toepassingen rondom metselwerk, met een nadruk op de historische en huidige praktijken. Het doel is om bouwmeesters, eigenaren en amateurs inzicht te geven in de technische en esthetische aspecten van metselwerk, zodat ze deze kennis kunnen toepassen bij het onderhouden of herstellen van historische en moderne gebouwen.
Inleiding
Metselwerk is een fundamenteel bouwelement in de architectuur en constructiegeschiedenis. Het is gemaakt van bakstenen en mortel, en het vormt niet alleen de basis van veel oude en moderne gebouwen, maar ook een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed. Het metselverband, de kwaliteit van de materialen en de toepassing van mortel bepalen niet alleen de stabiliteit, maar ook het uiterlijk van een gebouw. Tijdens de historische ontwikkeling zijn verschillende metselverbanden ontstaan, zoals het Vlaamse verband, het staand verband en het kruisverband. Daarnaast zijn er verschillende methoden ontwikkeld voor herstel en restauratie van schade aan metselwerk, zoals inboeten, injecteren en dilateren.
In dit artikel worden de belangrijkste begrippen en toepassingen in het metselwerk beschreven, aan de hand van historische en huidige praktijken, met nadruk op herstelmethoden en materialen. Het artikel is bedoeld als een naslagwerk voor iedereen die betrokken is bij de restauratie of onderhoud van gebouwen met metselwerk.
Historische metselverbanden
Kistwerk en vroeg metselverbanden
De oudste vormen van metselwerk dat in Nederland en Europa gebruikt werden, zijn gebaseerd op de Romeinse techniek van kistwerk. Kistwerk bestaat uit twee halfsteensmuren, waarin puin, grind en mortel zijn gestort. Deze muren worden verbonden met koppen, die regelmatig in de metselwerklagen zijn ingevoegd. De regelmaat van de koppen bepaalt het metselverband. Zo spreekt men bijvoorbeeld van kettingverband wanneer de koppen regelmatig op drie tot elf strekken worden ingevoegd. Bij Noors verband is er na elke twee strekken een kop gemetseld.
Tot in de veertiende eeuw was het Vlaamse verband gebruikelijk, waarbij na elke strek een kop gemetseld werd. Deze vorm van metselwerk was eenvoudig en efficiënt, en het werd vaak gebruikt bij eenvoudige constructies. Vanaf het tweede kwart van de veertiende eeuw ontwikoulde het staand verband, waarbij strekken en koppen elkaar afwisselen. Dit verband werd eind vijftiende eeuw verder ontwikkeld tot het kruisverband, waarbij de strekken met de helft worden verschoven. Dit verband werd vanaf de zeventiende eeuw algemeen gebruikt en is tot aan het begin van de twintigste eeuw de standaard geweest.
Veranderingen in metseltechniek
Rond 1600 werd de drieklezoor in de koppenlaag ingevoegd, wat leidde tot een verfijning in het uiterlijk en de stabiliteit van metselwerk. Later werd de drieklezoor ook in de strekkenlaag gebruikt, wat het kruisverband nog verder verfijnde. Deze veranderingen reflecteren de toegenomen aandacht voor zowel de structuur als het esthetische aspect van metselwerk.
Materialen en eigenschappen
Baksteen
Baksteen is het belangrijkste bouwmaterialen in metselwerk. Historische bakstenen zijn meestal gemaakt van niet ontluchtte klei, die langzaam gedroogd en gebakken zijn. Dit maakt de bakstenen sterk poreus en in staat om veel vocht op te nemen. Deze eigenschappen maken ze ook goed bestand tegen vorst. In tegenstelling theretoestand moderne bakstenen, die gemaakt zijn van ontluchte klei, die snel gedroogd en bij hoge temperaturen gebakken zijn. Deze moderne bakstenen zijn minder poreus, homogener in poriënstructuur en dus minder bestand tegen vorst.
Een duidelijk verschil tussen oud en modern metselwerk is te zien in de structuur van de bakstenen. Oude bakstenen hebben een rommelige poriënstructuur, terwijl moderne bakstenen een gelijkmatigere structuur vertonen. Deze verschillen bepalen ook de kwaliteit van de mortel en het onderhoud dat nodig is.
Mortel
Mortel speelt een cruciale rol in het metselwerk. Het verbindt de bakstenen en bepaalt de structuur en stabiliteit van de muren. In oud metselwerk wordt meestal zachte kalkmortel gebruikt, die elastisch is en goed met de bakstenen meegaat. Deze mortel versteent door koolzuur uit de lucht en kan dus zetten en vervormingen opnemen zonder de structuur van het metselwerk te verliezen.
In moderne metselwerk wordt vaak harde Portlandcementmortel gebruikt. Deze mortel is stijf en versteent door een chemische reactie met water. Het is minder elastisch en minder geschikt voor historische metselwerk, omdat het zettingen en vervormingen niet goed kan opnemen. Daardoor is er een groter risico op scheurvorming en verlies van structuur.
Problemen met metselwerk
Scheurvorming
Scheurvorming is een veelvoorkomend probleem bij metselwerk. Er zijn verschillende oorzaken van scheuren, zoals constructieve problemen, bouwtechnische fouten of materiaalveroudering. De vorm van een scheur kan veel vertellen over de oorzaak. Een breed, horizontaal verloop duidt bijvoorbeeld op zetting, terwijl een scherpe diagonale scheur kan wijzen op buiging of belastingproblemen.
Scheuren kunnen met behulp van een scheurmeter gemeten worden. Dit apparaat bestaat uit twee perspex plaatjes met raster en schaalverdeling, die op beide zijden van de scheur bevestigd worden. Ook kan gips gebruikt worden om de activiteit van de scheur te bepalen. Door te meten hoe snel het gips loskomt, kan worden ingeschat hoe actief de scheur is.
Onderzoekstechnieken
Het onderzoek van metselwerk op schade is belangrijk voor het herstel en de restauratie. Oud metselwerk kan onderzocht worden op onzichtbare scheuren door het met een hamer te bekloppen. Een heldere klank duidt op homogeen metselwerk, terwijl een doffe klank wijst op scheuren of holten. Moderne technieken zoals infraroodthermografie, endoscopie en geluidsgolfreflectie kunnen ook gebruikt worden om schade te detecteren zonder het metselwerk te beschadigen.
Herstelmethoden
Inboeten
Inboeten is een van de meest gebruikte herstelmethoden bij metselwerk. Het betreft het inmetselen van hele bakstenen op plaatsen waar stenen zijn beschadigd of ontbreken. Inboeten kan zowel op de oppervlakte als in het inwendige van het metselwerk plaatsvinden. Het is de meest effectieve methode voor het herstel van statische schade, zoals scheuren die niet actief zijn. Inboeten vergt echter zorgvuldige voorbereiding, een weloverwogen materiaalkeuze en een zorgvuldige uitvoering.
Voor het inboeten is het belangrijk om het metselverband, metseltekens en andere bouwsporen vast te leggen. Dit kan gedaan worden met foto’s of tekeningen. De keuze van de materiaal moet ook goed afgestemd zijn op het bestaande metselwerk. Zo moet bij zachte bakstenen een zachte mortel gebruikt worden, en bij harde bakstenen een harde mortel. Het inboeten van metselwerk is niet geschikt voor dynamische scheuren, die zich verder openen door beweging in het gebouw.
Injecteren
Injecteren is een methode waarbij een vloeistof, meestal mortel of een andere bindmiddel, in de scheuren wordt ingebracht. Deze methode is geschikt voor het herstel van fijnere scheuren en lekkages in metselwerk. Het bindmiddel verhard en vult de scheur, waardoor de stabiliteit van het metselwerk wordt hersteld. Injecteren is minder geschikt voor het herstel van grotere scheuren of diepere schade.
Dilateren
Dilateren is een methode waarbij de scheur opzettelijk wordt vergroot en vervolgens met mortel of een ander bindmiddel wordt opgevuld. Deze methode wordt vaak gebruikt bij schade die niet met inboeten of injecteren herstelbaar is. Het is een invasieve methode, die wel kan leiden tot verlies van originele materialen en structuur. Het is daarom vaak alleen van toepassing bij schade die niet behouden moet worden.
Verankeringen
Extra verankeringen kunnen worden toegevoegd om de stabiliteit van het metselwerk te verhogen. Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn bij schade die ontstaan is door veroudering of ondeskundige wijzigingen. Verankeringen kunnen bestaan uit stalen banden, dwarsliggers of andere constructieelementen die het metselwerk ondersteunen. Deze methoden moeten echter zorgvuldig worden toegepast, omdat ze het uiterlijk van het gebouw kunnen beïnvloeden en het historische karakter kunnen verliezen.
Afwerkingen en bewerkingen
Oud metselwerk is vaak geheel of gedeeltelijk afgewerkt of bewerkt. Afwerkingen zoals sausen, oliën of schuren zijn bekende technieken die gebruikt worden om het uiterlijk van metselwerk te verfijnen. Ook ribbelen, profileren en het toepassen van verglaasde of gekleurde bakstenen zijn gebruikelijk. Deze technieken worden vaak gebruikt in historische gebouwen om het karakter en het uiterlijk van het metselwerk te benadrukken.
De keuze van de afwerkingen en bewerkingen moet goed afgestemd zijn op het originele metselwerk. Het moet niet alleen esthetisch passen, maar ook technisch geschikt zijn voor de structuur en de materialen van het gebouw. Bij restauraties is het vaak belangrijk om deze afwerkingen zoveel mogelijk behouden of origineel herstellen.
Conclusie
Metselwerk speelt een centrale rol in de architectuur en constructiegeschiedenis. Het is gemaakt van bakstenen en mortel, en het bevat verschillende metselverbanden, zoals kistwerk, Vlaamse verbanden, staand verband en kruisverband. De kwaliteit en eigenschappen van de bakstenen en mortel bepalen de stabiliteit en het uiterlijk van het metselwerk. Oud metselwerk is meestal gemaakt van zachte, poreuze bakstenen en kalkmortel, terwijl moderne metselwerk gemaakt wordt van harde, minder poreuze bakstenen en Portlandcementmortel.
Bij schade aan metselwerk zijn verschillende herstelmethoden beschikbaar, zoals inboeten, injecteren, dilateren en het aanbrengen van extra verankeringen. De keuze van de methode moet goed afgestemd zijn op de oorzaak van de schade en de eigenschappen van het metselwerk. Het is belangrijk om zoveel mogelijk origineel metselwerk te behouden en schade zorgvuldig te herstellen.
Afwerkingen en bewerkingen van metselwerk kunnen het uiterlijk en karakter van een gebouw sterk beïnvloeden. Deze technieken moeten zorgvuldig gekozen worden, zodat ze passen bij het originele metselwerk en technisch geschikt zijn. Metselwerk is een belangrijk onderdeel van het culturele erfgoed en vereist daarom een verantwoordelijke aanpak bij restauratie en herstel.
Bronnen
- Baksteenmetselwerk – Kennisbank Cultuurhistorisch Erfgoed
- Metselwerk – Agrarien Wiki
- Monumentenwacht Inspectiehandboek 1, 1.2.1.0
- E.J. Haslinghuis en H. Janse, Bouwkundige termen, Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie (4de druk, Leiden 2001), p. 315
Related Posts
-
Dilatatie in metselwerk en beton: aanpak, materialen en praktische aandachtspunten
-
Dilatatievoegen in metselwerk: Belang, uitvoering en voordelen
-
De rol van lintvoegen in metselwerk: constructieve functie en beoordeling in renovatieprojecten
-
Metselwerken in Surhuisterveen: Een overzicht van Dijkstra en andere lokale bedrijven
-
Deuropeningen en maatvoering in metselwerk: richtlijnen voor woningbouw en renovatie
-
Fundering en metselwerk bij deuropening in werk gestort: processen, materialen en onderhoud
-
Fundering op metselwerk bij deuren: bouwtechniek, problemen en herstelopties
-
Funderingsmetselwerk: Belangrijke aandachtspunten bij aansluiting en herstel