Bovenkant metselwerk: herstel, onderhoud en materialen

Metselwerk vormt een essentieel onderdeel van elk bouwwerk, zowel op esthetisch als functioneel vlak. De bovenkant van metselwerk, zoals gevels, daken en randvoorzieningen, speelt een cruciale rol in de duurzaamheid en het uiterlijk van een gebouw. Het is echter niet genoeg om metselwerk slechts als decoratief element te beschouwen; het vereist zorgvuldig onderhoud en herstel, zeker bij oude of monumentale constructies. In dit artikel behandelen we de belangrijkste aspecten van het onderhoud en herstel van het bovenkant metselwerk, inclusief technieken, materialen en aandachtspunten.

Wat is bovenkant metselwerk?

Bovenkant metselwerk verwijst naar het zichtbare deel van metselwerk dat zich op de bovenzijde van muren, gevels of andere bouwconstructies bevindt. Dit omvat elementen zoals dorpels, gevelbekleding, voegwerk, randvoorzieningen en eventueel overhangende dakvlakken. De kwaliteit van het bovenkant metselwerk beïnvloedt direct de uiterlijke indruk van een gebouw, maar ook de luchtdichtheid, vochtopname en duurzaamheid van de constructie.

Oude versus moderne metseltechnieken

In Nederland is het gebruik van bakstenen en metselwerk sinds de middeleeuwen een essentieel bouwelement. Tot het einde van de negentiende eeuw was het bakken van stenen voornamelijk handwerk. Met de introductie van mechanische persen en ringovens in de tweede helft van de negentiende eeuw veranderde de productie van bakstenen aanzienlijk.

Oud metselwerk (tot circa 1890) en modern metselwerk (meestal na 1890) verschillen aanzienlijk, zowel qua gebruikte baksteensoorten als qua metselspecie. Oudere bakstenen zijn gemaakt van niet-ontluchte klei en zijn poreuzer, waardoor ze een hogere vochtopname kennen. Deze stenen zijn vaak in combinatie met zachte kalkmortel gemetseld, een mortel die verstenen door chemische reactie met koolzuur. Dit maakt oud metselwerk flexibel en goed bestand tegen zettingen en vorst.

Moderne bakstenen zijn vaak harde, maatvaste stenen, vaak in combinatie met harde cementmortels. Hierdoor is het noodzakelijk om dilataties (krimp- en rekvoegen) in te zetten om scheidingsvorming te voorkomen. Bij oude metselwerk kan het gebruik van cementmortel echter leiden tot schade, omdat het vochttransport wordt verstoord. Dit kan bij bevriezing tot scheuren en verlies van samenhang leiden.

Problemen en aandachtspunten bij bovenkant metselwerk

Bij het onderhoud van bovenkant metselwerk zijn er verschillende aspecten waarbij schade kan optreden of waarbij het onderhoud verder moet worden versterkt. De volgende punten zijn van groot belang bij het inspecteren en herstellen van het bovenkant metselwerk:

1. Scheuren en losliggende stenen

Scheuren in metselwerk kunnen ontstaan door zetting, vochtoverlast of slecht uitgevoerde constructie. In dat geval dient het metselwerk uitgehakt en opnieuw aangelegd te worden, conform de oorspronkelijke situatie. Losliggende stenen moeten worden vastgezet of, indien nodig, vervangen. Dit geldt ook voor losse stenen in rollagen en gemetselde onderdorpels.

In het metselwerk opgenomen stalen constructiedelen dienen te worden geïnspecteerd op roest en zo nodig behandeld of vervangen. Dit is vooral belangrijk bij gevels en puien, waarbij deze onderdelen vaak verborgen zijn maar toch essentieel zijn voor de stabiliteit van het bovenkant metselwerk.

2. Voegwerk en pleisterwerk

Het voegwerk vormt een belangrijk onderdeel van het bovenkant metselwerk. Het functioneert niet alleen als esthetisch element, maar ook als luchtdicht en vochtdicht afsluiting. Bij het herstel van voegwerk dient aandacht te worden besteed aan het gebruik van de juiste mortel. Oude metselwerk vereist doorgaans zachte kalkmortels, die ademend zijn en zich goed aanpassen aan de eigenschappen van de bakstenen.

Los, gescheurd of ontbrekend voeg- en pleisterwerk dient hersteld te worden overeenkomstig de bestaande situatie. Dit betreft zowel het afwerken van de voeg zelf als het pleisterwerk dat eventueel onder de gevel of op de randvoorzieningen aanwezig is.

3. Gevelbekledingen

Hardstenen gevelbekledingen kunnen kapot of losliggen. Deze moeten hersteld of vastgezet worden. In geval van zware schade of verwerking moet het materiaal vervangen worden. De keuze voor het herstel- of vervangingsmateriaal dient afgestemd te zijn op de oorspronkelijke situatie en de functie van het bovenkant metselwerk.

4. Dorpels en randvoorzieningen

Uitgesleten hardstenen dorpels en beschadigde neuten kunnen worden gelijfgemaakt met kunstharsmortel. Losse dorpels moeten worden vastgezet. Gescheurde dorpels kunnen in sommige gevallen hersteld worden met kunstharsmortel, maar in andere gevallen moet het materiaal volledig worden vervangen.

5. Kozijnen en ramen

Aangetaste delen van kozijnen dienen hersteld of vervangen te worden. Te veel aangetaste kozijnen, of kozijnen die niet langer goed sluiten of functioneren, dienen geheel vervangen te worden. Slecht sluitende of klemmende ramen moeten worden hersteld, inclusief het vernieuwen van hang- en sluitwerk. Aangetaste ramen dient vervangen te worden.

Onderhoud en vochtopname

Een van de belangrijkste aandachtspunten bij bovenkant metselwerk is de vochtopname. Veel in baksteen uitgevoerde gevels zijn gevoelig voor te hoge vochtbelasting. Vooral bij oude of monumentale metselwerk kan vochtoverlast leiden tot zoutneerslag in de steen, wat op lange termijn schade kan veroorzaken.

Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn:

  • Het gebruik van ademende mortels, zoals kalkmortels, in plaats van harde cementmortels.
  • Het inspecteren en herstellen van eventuele lekkages of defecten in de randafwerkingen.
  • Het aanbrengen van dampremmende lagen bij daken of andere dichte constructies.
  • Het gebruik van goed waterkerende vloerafwerkingen in natte ruimtes, zoals douches en toiletten.

Een belangrijke oorzaak van schade is een te hoog vochtgehalte in de steen. Dit kan bijvoorbeeld door regenwater of infiltratie via funderingen of gevels. In kwakkelwinters kan het water in natte stenen bevriezen, waardoor de steen kan kapot springen. Het is daarom essentieel om de vochtbalans in het metselwerk te bewaken.

Herstel van metselwerk en gevelbekleding

Het herstel van metselwerk, zeker bij oude of monumentale gebouwen, vereist een zorgvuldige aanpak. De gevel is niet alleen een visueel element, maar ook een functioneel onderdeel van het bouwwerk. Het herstel dient daarom niet alleen gericht te zijn op het herstellen van het uiterlijk, maar ook op het herstel van de structuur en het herstellen van de functie van het metselwerk.

Voor het herstel van metselwerk is het vaak nodig om het oude voegwerk te verwijderen en opnieuw aan te brengen met mortel die past bij de oude technieken. Dit betreft zowel het kiezen van de juiste mortel als het gebruik van de juiste bouwtechnieken. Bijvoorbeeld bij oude bakstenen is het gebruik van zachte kalkmortels essentieel.

Ook bij gevelbekleding is het belangrijk om te kijken naar het oorspronkelijke materiaal. Hardstenen gevelbekledingen, zoals zandsteen of graniet, vereisen een andere aanpak dan porseleinen of betonsteen. Het herstel dient geïntegreerd te zijn in de rest van het bouwwerk en de omschrijving van de monumentale waarden, indien van toepassing.

Aanbouw en uitbouw van metselwerk

Bij uit-en-of aanbouwen aan hoofdbouw met woonfunctie is het belangrijk om de oorspronkelijke uitvoering van het metselwerk zo dicht mogelijk te benaderen. Dit geldt zeker voor elementen zoals vloeren, daken en randafwerkingen. Het is essentieel om de bouwtechnieken en materialen te kiezen die passen bij het oude bouwwerk.

Voor vloeren bijvoorbeeld is het nodig om minimaal een Rc-waarde van 2,5 m² K/W te halen, conform de norm NEN 1068. Dit geldt voor begane grondvloeren en vloeren boven kelders. Ook moet rekening gehouden worden met geluidsisolatie, brandwerendheid en waterdichtheid, vooral bij natte cellen zoals badkamers en keukens.

Bij daken is het herstel van het dakbeschot, panlatten en tengels vaak noodzakelijk. Pannendaken ouder dan vijftig jaar moeten geheel vervangen worden tenzij ze in goede staat zijn. Bitumineuze dakbedekkingen moeten hersteld of vervangen worden bij gebreken. Randafwerkingen zoals zinken of mastiekbekledingen moeten vervangen worden als ze ouder zijn dan respectievelijk vijftien of tien jaar.

Aanvullende maatregelen en preventie

Daarnaast zijn er een aantal aanvullende maatregelen die kunnen bijdragen aan de duurzaamheid van het bovenkant metselwerk:

  • Ventilatie: Een goede luchtuitwisseling binnen het gebouw voorkomt condensvorming en vochtopname in de muren.
  • Dakafvoer: Een goed functionerende afvoer zorgt ervoor dat regenwater niet op de gevel of daken blijft hangen.
  • Planten en algen: Algen veroorzaken geen directe schade en kunnen rustig aanwezig zijn. Planten rondom het bouwwerk kunnen echter de vochtopname in het metselwerk beïnvloeden.
  • Monumentale regelgeving: Voor monumentale gebouwen is het belangrijk om zich te houden aan de regelgeving. Bijvoorbeeld voor grondig reinigen of groot herstel van metselwerk is een vergunning nodig op grond van artikel 11 van de Monumentenwet.

Conclusie

Het bovenkant metselwerk vormt een essentieel onderdeel van elk bouwwerk. Zowel oud als nieuw metselwerk vereist aandacht voor het gebruik van geschikte materialen en technieken. Oud metselwerk dient vaak met zachte kalkmortels en handmatige technieken hersteld te worden, terwijl moderne metselwerk constructies vaak harde cementmortels en mechanische constructies vereisen.

Het herstel en onderhoud van het bovenkant metselwerk is geen louter esthetische aangelegenheid. Het heeft directe invloed op de duurzaamheid van het gebouw, de luchtdichtheid, de vochtopname en de veiligheid. Daarom is het essentieel om het bovenkant metselwerk regelmatig te inspecteren en eventuele schade snel aan te pakken.

Door het kiezen van de juiste materialen, technieken en aanvullende maatregelen kan het metselwerk jaren, ja zelfs decennia, meegaan. Dit is niet alleen gunstig voor de esthetiek van het bouwwerk, maar ook voor de levensduur en de energieprestaties van het gebouw.

Bronnen

  1. Aberson – Bakstenen of steenstrips?
  2. Lokale regelgeving CVDR34334
  3. Monumentenwachtdrenthe – Onderhoudswijzer gevels

Related Posts