CUR Aanbeveling 071: Constructieve aspecten bij ontwerp, berekening en detaillering van gevels in metselwerk

Inleiding

De CUR Aanbeveling 071 is een richtlijn die zich richt op de constructieve aspecten van gevels in metselwerk. Deze aanbeveling is vooral gericht op het ontwerp, berekening en detaillering van gevelconstructies, waarbij aandacht wordt besteed aan zowel bouwfysische als bouwtechnische aspecten. Het is van groot belang dat deze aanbeveling wordt gevolgd om het optreden van scheurvorming te beperken en de duurzaamheid van gevelconstructies te waarborgen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste inhoud van CUR Aanbeveling 071, met aandacht voor de praktische toepassing in de bouwsector, het belang van dilatatievoegen, en de rol van verschillende partijen in het proces.


Constructieve aspecten bij het ontwerp van gevels in metselwerk

De CUR Aanbeveling 071 benadrukt de noodzaak van een goed doorontwikkeld ontwerp bij gevels in metselwerk. Het ontwerp moet niet alleen esthetisch aantrekkelijk zijn, maar ook technisch veilig en duurzaam. De aanbeveling legt uit dat de keuze van materialen, de constructieopbouw en de detailering van het metselwerk een directe invloed hebben op de prestaties van de gevel. Het is daarom essentieel dat ontwerpers en constructeurs samenwerken om eventuele probleemgebieden in het ontwerp te voorkomen.

Een van de kernaspecten in het ontwerp is het in rekening brengen van de bouwfysische eigenschappen van metselwerk. Dit omvat de krimp, thermische expansie en het gedrag onder belasting. Door deze eigenschappen correct in te passen in het ontwerp, kan het risico op scheurvorming worden verminderd. Daarnaast zijn er bouwtechnische aspecten die aandacht verdienen, zoals de keuze voor de juiste verankering, de afstand tussen verankers en de toepassing van wapening.


Berekening van belastingen en stabiliteit

Volgens CUR Aanbeveling 071 is het van groot belang dat de berekening van belastingen en stabiliteit voor gevels in metselwerk nauwkeurig wordt uitgevoerd. De berekening moet rekening houden met zowel statische als dynamische belastingen, zoals windbelasting, eigen gewicht en eventuele aanrijdingen. Deze berekeningen zijn essentieel om te bepalen of het gevelmetselwerk de benodigde stabiliteit en dragende capaciteit heeft.

De aanbeveling geeft richtlijnen voor het uitvoeren van deze berekeningen, waaronder het gebruik van rekenmodellen die de werkelijke omstandigheden zo nauwkeurig mogelijk weerspiegelen. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het gedrag van het metselwerk onder buiging, trek en druk. Voor traditionele spouwconstructies wordt bijvoorbeeld aangegeven dat de afstand tussen spouwanke rs niet meer mag zijn dan 0,625 meter, zowel in horizontale als in verticale richting. De randafstand van de verankering mag bovendien niet groter zijn dan 0,2 meter.

Deze parameters zijn belangrijk om te zorgen voor een gelijkmatige belastingafdracht en om het optreden van lokale spanningen te beperken. Wanneer een staalconstructie achter het gevelmetselwerk aan deze afstanden voldoet, kan de gevel op een traditionele manier worden uitgewerkt. Wanneer de afstanden groter zijn, dient een berekening te worden uitgevoerd om te bepalen of het metselwerk de overspanning kan overbruggen. Deze berekening moet rekening houden met de buigtreksterkte van het metselwerk en de op te nemen belastingen.


Detaillering en het belang van dilatatievoegen

Een van de belangrijkste onderwerpen in CUR Aanbeveling 071 is het gebruik van dilatatievoegen in gevels. Dilatatievoegen zijn onderbrekingen in het metselwerk die ervoor zorgen dat spanningen, veroorzaakt door bijvoorbeeld thermische expansie of krimp, worden beperkt. De aanbeveling maakt een onderscheid tussen bouwtechnische en bouwfysische dilatatievoegen. Bouwtechnische dilatatievoegen zijn nodig door de manier van bouwen of constructieve detailering, zoals bijvoorbeeld een voeg aan het einde van een geveldrager. Bouwfysische dilatatievoegen zijn noodzakelijk om de natuurlijke vervormingen van het metselwerk te kunnen opvangen.

De CUR Aanbeveling 071 benadrukt dat het aanbrengen van dilatatievoegen niet willekeurig mag gebeuren, maar moet worden gedaan op basis van een gedetailleerd advies. Normaal gesproken maakt de baksteenfabrikant een dilatatieadvies, dat is gebaseerd op de regels in de Eurocode en in Nederland ook op de richtlijnen uit CUR Aanbeveling 071 en 82. Het is echter van groot belang dat dit advies wordt gecontroleerd door zowel de constructeur als de aannemer, omdat niet alle aspecten van het dilateren volledig in beeld zijn bij de opsteller van het advies.

De aanbeveling geeft ook richtlijnen voor de maximale afstanden tussen dilatatievoegen. Zo is aangegeven dat in gevels van baksteenmetselwerk de afstanden tussen de dilatatievoegen maximaal 14 meter mogen zijn voor noordgevels en 12 meter voor overige gevels. Bij borstweringen met een hoogte van maximaal 5 meter is de maximale afstand 16 tot 19 meter, afhankelijk van de constructie. Deze afstanden zijn essentieel om te zorgen dat de spanningen worden opgevangen en scheurvorming wordt voorkomen.

Dilatatievoegen moeten worden uitgevoerd als open voegen of gevulde voegen. Het gebruik van glijankers is alleen toegestaan als dit constructief nodig is voor het overbrengen van dwarskrachten ter plaatse van een dilatatie. Dit dient te worden bepaald door de constructeur.


De rol van de betrokken partijen in het ontwerp- en bouwproces

CUR Aanbeveling 071 benadrukt de belangrijke rol die verschillende partijen spelen in het ontwerp- en bouwproces van gevels in metselwerk. De aanbeveling stelt dat het ontwerp en de detailering van gevels niet alleen de verantwoordelijkheid van de architect zijn, maar ook van de constructeur, de aannemer en eventueel de baksteenfabrikant.

De architect en constructeur moeten samenwerken om zowel bouwfysische als bouwtechnische aspecten in het ontwerp te verwerken. Dit is van groot belang om mogelijke problemen op te sporen alvorens het project in de uitvoering fase komt. De aannemer speelt een cruciale rol in de uitvoering van de gevelconstructie, waarbij aandacht moet worden besteed aan de kwaliteit van de uitvoering van de verankering, het aanbrengen van dilatatievoegen en de toepassing van wapening indien nodig.

De baksteenfabrikant heeft ook een rol in het proces, doordat hij normaal gesproken een dilatatieadvies opstelt. Dit advies is gebaseerd op de regels in de Eurocode en CUR Aanbeveling 071 en 82. Het is echter van groot belang dat dit advies wordt gecontroleerd door zowel de constructeur als de aannemer, omdat niet alle aspecten van het dilateren volledig in beeld zijn bij de opsteller van het advies.

Daarnaast speelt ook de projectadviseur een rol, met name bij het uitvoeren van berekeningen en het bepalen van de noodzaak van wapening in het metselwerk. Projectadviseurs gebruiken rekenregels die zijn opgesteld door de Vereniging Koninklijke Nederlandse Bouwkeramiek (KNB). Deze regels zijn essentieel om te bepalen of wapening nodig is en hoe deze moet worden uitgevoerd.


De invloed van thermische expansie en krimp op gevels in metselwerk

CUR Aanbeveling 071 benadrukt het belang van het in rekening brengen van thermische expansie en krimp bij het ontwerp van gevels in metselwerk. Deze aspecten kunnen namelijk een directe invloed hebben op het optreden van scheurvorming. De aanbeveling geeft richtlijnen voor het bepalen van de grootte van de thermische expansie en krimp, en hoe deze moet worden meegenomen in het ontwerp.

In het geval van baksteenmetselwerk is de krimp relatief gering, maar de thermische expansie kan aanzienlijk zijn. Dit betekent dat de voornaamste oorzaak van verhinderde vervormingen thermische lengteveranderingen zijn. Door het aanbrengen van dilatatievoegen kan het risico op scheurvorming worden beperkt. De aanbeveling geeft richtlijnen voor de maximale afstanden tussen deze voegen, afhankelijk van het type gevel en de omgeving.

Daarnaast benadrukt de aanbeveling ook het belang van het in rekening brengen van andere factoren die invloed kunnen hebben op de vervorming van het metselwerk, zoals doorbuiging van vloeren of balken en eventuele steunpuntzakkingen. Deze factoren moeten worden meegenomen in de berekeningen en detailering van het ontwerp.


De rol van wapening in gevels in metselwerk

CUR Aanbeveling 071 benadrukt het gebruik van wapening in gevels in metselwerk als een optie om de constructieve veiligheid en duurzaamheid van de gevel te waarborgen. Wanneer blijkt dat het gevelmetselwerk niet voldoende is om de benodigde belastingen op te nemen, kan wapening worden aangebracht. De aanbeveling geeft richtlijnen voor het uitvoeren van wapening en de keuze van het juiste type wapening.

Het is van groot belang dat de wapening correct wordt aangebracht en dat de afstanden tussen de wapening in overeenstemming zijn met de regels in de Eurocode en CUR Aanbeveling 071. Daarnaast moet de wapening zorgvuldig worden gecombineerd met andere constructieve elementen, zoals verankering en dilatatievoegen.

De aanbeveling benadrukt ook het belang van het in rekening brengen van de invloed van wapening op de esthetiek van de gevel. Wanneer wapening wordt aangebracht, moet dit zodanig worden gedaan dat de esthetiek van de gevel niet wordt beïnvloed. Dit is van groot belang, vooral bij gevels die een belangrijke rol spelen in het esthetische geheel van het gebouw.


Conclusie

CUR Aanbeveling 071 is een essentiële richtlijn voor het ontwerp, berekening en detaillering van gevels in metselwerk. De aanbeveling benadrukt de belangrijkste constructieve aspecten die moeten worden meegenomen in het ontwerp, waaronder het in rekening brengen van bouwfysische en bouwtechnische aspecten. Het aanbrengen van dilatatievoegen is een belangrijk aspect van het ontwerp, om het risico op scheurvorming te beperken. De aanbeveling geeft richtlijnen voor de maximale afstanden tussen dilatatievoegen, afhankelijk van het type gevel en de omgeving.

De rol van verschillende partijen in het ontwerp- en bouwproces is ook essentieel. Het is van groot belang dat architecten, constructeurs, aannemers en eventueel baksteenfabrikanten samenwerken om eventuele problemen in het ontwerp te voorkomen. Daarnaast benadrukt de aanbeveling het gebruik van wapening in gevels in metselwerk als een optie om de constructieve veiligheid en duurzaamheid van de gevel te waarborgen.

CUR Aanbeveling 071 is een waardevolle bron voor professionals in de bouwsector en kan helpen bij het ontwerp van duurzame en esthetisch aantrekkelijke gevels in metselwerk. Het toepassen van de richtlijnen in de aanbeveling kan zorgen voor een betere prestatie van gevelconstructies en het verminderen van het risico op scheurvorming.


Bronnen

  1. CUR-Aanbeveling 071
  2. Dilateren bakstenen gevelmetselwerk
  3. TCKI Bouwkundig tekenwerk
  4. SBRCURnet publicaties
  5. Maximale overspanning metselwerk
  6. Gevelreiniging en dilatatievoegen

Related Posts