Deuropeningen en maatvoering in metselwerk: richtlijnen voor woningbouw en renovatie

Inleiding

Bij nieuwbouw of renovatieprojecten spelen de afmetingen van deuropeningen en de maatvoering van metselwerk een cruciale rol in de constructieve en esthetische kwaliteit van een woning. Het juist bepalen van de maatvoering van metselwerk is vanwege de structuur en samenstelling van bakstenen en mortel een essentieel proces. Bovendien zijn de afmetingen van deuropeningen bepalend voor de passendheid van de deuren, het gebruiksgemak en de voldoing van de gebruiker. In dit artikel worden de relevante richtlijnen voor de bepaling van deuropeningen en maatvoering van metselwerk behandeld, met aandacht voor technische normen, praktische toepassing en constructieve eisen.

Het artikel is opgebouwd in vier hoofdstukken: eerst worden de maatvoeringssystemen in metselwerk uitgelegd, daarna de toepassing van deze maatvoering op deuropeningen, vervolgens wordt ingegaan op de afmetingen van de deuren in relatie tot de ruwe muuropening, en tenslotte worden de structuur- en constructieve eisen voor metselwerk en dragende muren besproken.

Maatvoering in metselwerk

Het metselwerk vormt de basis van veel bouwconstructies en heeft een directe invloed op de stabiliteit, isolatie en esthetiek van de woning. De maatvoering van metselwerk is een belangrijk aspect bij het ontwerpen en uitvoeren van muren. De maatvoering is afhankelijk van de gebruikte stenen (bijvoorbeeld bakstenen, betonstenen of breukstenen) en het gekozen metselverband (bijvoorbeeld halfsteenverband, klezorenverband of wildverband). Daarnaast speelt de koppenmaat en de stootvoeg een rol bij het bepalen van de totale afmetingen van het metselwerk.

Koppenmaat en stootvoeg

De koppenmaat is de breedte van een steen plus een stootvoeg. Het is een essentieel hulpmiddel bij het bepalen van de lengte van muren. In de praktijk wordt de koppenmaat bepaald door een aantal bakstenen uit de geleverde partij te gebruiken en deze te meten. Bijvoorbeeld:

  • Neem 10 bakstenen en leg deze als strekken achter elkaar.
  • Neem vervolgens 20 koppen en leg deze haaks tegen de strekken aan.
  • De restmaat zijn 10 stootvoegen.

De koppenmaat is dus een maat die de variatie in steenafmetingen en mortelbreedtes in rekening brengt. Deze maat is essentieel bij het bepalen van de totale lengte van muren, zowel bij deuropeningen als bij muurdammen.

Muurdammen en muuropeningen

De maatvoering van een muurdam is: n × koppenmaat – voeg, terwijl de maatvoering van een muuropening is: t × n × koppenmaat + voeg. Voor inwendige hoeken geldt dat de lengtemaat altijd n × koppenmaat is. Deze richtlijnen zijn van toepassing op halfsteens- en wildverband. Andere metselverbanden, zoals klezorenverband, hebben andere richtlijnen.

Bij klezorenverband gelden bijvoorbeeld de volgende regels:

  • Elke laag dient vanaf een hoek of beëindiging te beginnen met een drieklezoor of een kop, nooit met een strek.
  • Nooit 2 drieklezoren in één metselwerklaag.
  • Als een metselwerklaag wordt gestart met een drieklezoor, moet de rij worden geëindigd met een kop.

Deze regels zorgen voor een regelmatig en sterk metselverband, wat van belang is voor de stabiliteit van het metselwerk.

Invloed van maatafwijkingen

Maatafwijkingen in de gebruikte bakstenen kunnen invloed hebben op de regelmaat van het metselverband. De afwijkingen zijn echter toegestaan, omdat de maatvoering rekening houdt met de variatie in steenafmetingen en mortelbreedtes. Het is daarom belangrijk om tijdens het ontwerp en de uitvoering aandacht te besteden aan deze aspecten, om een esthetisch en functioneel resultaat te behalen.

Toepassing op deuropeningen

De maatvoering van het metselwerk speelt een directe rol bij het bepalen van de afmetingen van deuropeningen. Een deuropening moet zowel functioneel als esthetisch passen in het metselwerk. De juiste maatvoering zorgt ervoor dat de deurbladen en de deurkast passend zijn in de muur, zodat er geen problemen met kierendheid of ongelijke afmetingen ontstaan.

Bepaling van de afmetingen

De afmetingen van deuropeningen worden bepaald op basis van de ruwe muuropening. Voor nieuwbouw of renovatieprojecten is het essentieel om de ruwe muuropening nauwkeurig op te meten. Dit gebeurt in drie stappen:

  1. Hoogte van de ruwe muuropening: Meet de hoogte vanaf de afgewerkte vloer. De hoogte van het deurblad moet iets kleiner zijn dan de hoogte van de muuropening. Er zijn standaard hoogtes beschikbaar: 201,5 cm, 211,5 cm en 231,5 cm. Bijvoorbeeld:

    • Hoogte muuropening 204–207,5 cm → kies een deurblad van 201,5 cm hoogte.
    • Hoogte muuropening 214–217,5 cm → kies een deurblad van 211,5 cm hoogte.
    • Hoogte muuropening 234–237,5 cm → kies een deurblad van 231,5 cm hoogte.
  2. Breedte van de ruwe muuropening: Meet de breedte van de muuropening op meerdere plaatsen (boven, midden en onder) en noteer de kleinste maat. Dit zorgt ervoor dat het deurblad past binnen de variatie van de muurafmetingen.

  3. Dikte van de binnenmuur: Meet de dikte van de binnenmuur op meerdere plaatsen en noteer de grootste maat. Dit is belangrijk om te bepalen hoe groot de deurkast moet zijn.

Selectie van de deurbreedte

Na het bepalen van de afmetingen van de ruwe muuropening kan de deurbreedte worden gekozen. Voor standaard deuren met zichtbare scharnieren zijn er verschillende afmetingen beschikbaar. Een overzicht is als volgt:

Afmeting van ruwe muuropening Aanbevolen deurbreedte
68–75 cm 68 cm
73–80 cm 73 cm
78–85 cm 78 cm
83–90 cm 83 cm
88–95 cm 88 cm
93–100 cm 93 cm
98–105 cm 98 cm

Deze tabel helpt bij de selectie van de juiste deurbreedte, afhankelijk van de ruwe muuropening.

Afmetingen van de deuren en deurbladen

De afmetingen van de deuren en deurbladen zijn bepalend voor het gebruiksgemak en de esthetiek van de woning. De juiste keuze van de afmetingen is belangrijk om ervoor te zorgen dat de deur passend is in de muuropening en dat het openen en sluiten van de deur vloeiend verloopt.

Minimumafmetingen voor hoofdingangen

Volgens de regelgeving is de hoofdingang van een woning minimaal 0,85 meter breed en 2 meter hoog. Dit geldt ook voor de gang of portaal die voorafgaat aan de hoofdingang. Deze ruimte moet minimaal 0,85 meter breed, 2 meter hoog en 1,25 m² oppervlakte hebben. Deze eisen zijn van toepassing op alle woningen, ongeacht of het een nieuwbouw of renovatieproject is.

Minimumafmetingen voor vertrekken

Naast de afmetingen van deuropeningen zijn er ook eisen voor de minimumafmetingen van vertrekken. Deze eisen zijn opgenomen in de regelgeving en zijn belangrijk voor de leefbaarheid van een woning. Zo moet:

  • een woonvertrek minimaal 12 m² oppervlakte hebben,
  • een slaapvertrek minimaal 7 m²,
  • een keuken minimaal 4 m²,
  • elk ander vertrek minimaal 5 m².

Als er geen afzonderlijk slaapvertrek aanwezig is, moet het woonvertrek minimaal 21 m² zijn. Als er geen afzonderlijke keuken aanwezig is, moeten de vloeren en wanden van een van de vertrekken van onbrandbaar materiaal zijn gemaakt.

De verhouding tussen de grootste en kleinste afmeting van een vertrek mag niet meer bedragen dan 5 tot 3. Dit zorgt voor een harmonische verdeling van de ruimte en een beter gebruik van het oppervlak.

Oppervlakteberekening

Bij de berekening van de oppervlakte van vertrekken en de keuken wordt het oppervlak gemeten tussen de betimmering op 1 meter hoogte boven de vloer. Dit betekent dat de oppervlakte niet bepaald wordt door de muurafmetingen, maar door het afgewerkte oppervlak van het vertrek.

Elk vertrek moet rechtstreeks daglicht en lucht ontvangen door beweegbare ramen. Dit is een essentieel aspect voor de leefbaarheid en de gezondheid van de inwoners van de woning.

Structuur- en constructieve eisen voor metselwerk

Bij de bouw van metselwerk zijn er ook structuur- en constructieve eisen die van belang zijn voor de stabiliteit en duurzaamheid van de woning. Deze eisen zijn opgenomen in de regelgeving en moeten worden gevolgd bij het ontwerp en de uitvoering van metselwerk.

Fundamenten en dragende muren

Alle buitenmuren en dragende muren moeten op een doorgaande stenen fundering rusten, die tot op een voldoende vaste grondslag is uitgevoerd. De aanlegbreedte van de fundering moet ten minste 0,25 meter zijn. Het opgaande muurwerk moet, wanneer uitgevoerd in beton of regelmatige kantige stenen, een dikte hebben van ten minste 10 centimeter. Breuksteenmetselwerk moet een dikte hebben van 25 centimeter.

Alle metselwerken moeten worden uitgevoerd met mortel bestaande uit 1 deel cement op 4 delen zand. Deze samenstelling zorgt voor een voldoende bindende en duurzame mortel.

Houten wanden en stijlen

Bij houten wanden moet het geraamte van het gebouw voldoen aan bepaalde afmetingen. De stijlen moeten een minimumafmeting hebben van 5 bij 10 centimeter, en de hoekstijlen moeten ten minste 10 bij 10 centimeter zijn. De afstand tussen de stijlen mag niet meer dan 1 meter bedragen. Tussen de stijlen moeten voldoende regels en schoren worden aangebracht.

De stijlen moeten aan de onderzijde worden verankerd in een voetplaat die aan de fundering is bevestigd en aan de bovenzijde in een muurplaat. Deze platen moeten ten minste 5 bij 10 centimeter zijn.

Balkafmetingen

De afmetingen van de vloerbalken zijn afhankelijk van de overspanning. Voor een overspanning van 2 meter moeten de balkafmetingen ongeveer 5 bij 15 centimeter zijn. Bij een overspanning van 3 meter zijn de afmetingen 6 bij 16 centimeter, en bij een overspanning van 4 meter zijn de balkafmetingen ongeveer 8 bij 18 centimeter.

Gewapend beton

Indien constructies uitgevoerd worden in gewapend beton, moeten berekeningen worden gedaan volgens de Gewapend Betonvoorschriften van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (G.B.V. 1930). De toegelaten spanningen voor beton mogen slechts voor 2/3 in rekening worden gebracht.

De afmetingen van dragende en steunende delen moeten zodanig gekozen worden dat voldoende zekerheid tegen knik bestaat. De grootste doorbuiging van balken mag niet meer bedragen dan 1/600 van de theoretische lengte.

Conclusie

Het bepalen van de afmetingen van deuropeningen en de maatvoering van metselwerk is een essentieel proces bij nieuwbouw en renovatieprojecten. De maatvoering van het metselwerk hangt af van de gebruikte stenen, het metselverband en de toegestane maatafwijkingen. Deze maatvoering bepaalt de afmetingen van deuropeningen en muurdammen. Het juist bepalen van de afmetingen van deuropeningen is van belang voor de passendheid van de deuren en het gebruiksgemak van de woning.

Daarnaast zijn er eisen voor de minimumafmetingen van vertrekken, zoals woonvertrekken, slaapvertrekken en keukens. Deze eisen zijn van toepassing op alle woningen en zijn bedoeld om de leefbaarheid en gezondheid van de inwoners te waarborgen. Ook zijn er structuur- en constructieve eisen voor metselwerk, zoals de afmetingen van de fundering, de stijlen en de balken.

Het naleven van deze richtlijnen is essentieel voor de kwaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid van een woning. Zowel bouwprofessionals als eigenaars en renovateurs moeten aandacht besteden aan deze aspecten om ervoor te zorgen dat het eindresultaat voldoet aan de eisen van de regelgeving en de verwachtingen van de gebruikers.

Bronnen

  1. Lokale regelgeving - CVDR208531
  2. Wienerberger - Maatvoering metselwerk
  3. Deurenshop - Hoe uw afmetingen bepalen

Related Posts