Dragend metselwerk: afmetingen en technische eisen volgens bouwregelgeving

Bij het bouwen of saneren van een woning of gebouw is dragend metselwerk een essentieel element voor de stabiliteit en duurzaamheid van de constructie. Dragende muren, funderingen en andere elementen van metselwerk moeten aan strikte maatvoeringen en technische eisen voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in bouwregelgeving en normen om te zorgen voor een veilige, duurzame en functionele constructie. In dit artikel worden de afmetingen, materialen en technische richtlijnen voor dragend metselwerk uitgebreid besproken, aan de hand van de regelgeving en richtlijnen die beschikbaar zijn.


Inleiding

Het bouwproces vereist een grondige kennis van de technische eisen die gelden voor dragend metselwerk. Deze eisen zijn afhankelijk van factoren zoals het type bouwmateriaal, de belasting die op het metselwerk rust, de hoogte van het gebouw en de aard van de fundering. Dragende muren moeten niet alleen steun geven aan de bovenliggende constructie, maar ook voldoen aan normen omtrent draagkracht, stabiliteit, en verankering. In de onderstaande paragrafen wordt ingegaan op de relevante maatvoeringen, berekeningsmethoden en toepassingsspecifieke richtlijnen.


Technische voorschriften voor dragend metselwerk

Dragend metselwerk is onderworpen aan een aantal voorschriften die zijn vastgelegd in bouwregelgeving en normen. Deze richtlijnen zijn ontworpen om te zorgen dat metselconstructies veilig zijn en functioneel blijven gedurende de levensduur van het gebouw.

Minimumdikte van dragende muren

Volgens de bouwregelgeving moet de dikte van dragende muren en buitenmuren voldoen aan specifieke eisen. In het bijzonder geldt dat:

  • Buitenmuren en dragende muren die direct aansluiten op de kap van een gebouw, moeten een minimumdikte hebben van 15 cm.
  • Deze dikte moet per verdieping met 3 cm toenemen, mits de hoogte van een verdieping niet meer bedraagt dan 5 meter.
  • In het geval dat een verdieping hoger is dan 5 meter, bepaalt de minister de vereiste dikte.
  • De maximale hoogteverschillen tussen in aanbouw zijnde muren zijn beperkt:
    • Tot aan de balklaag van de eerste verdieping mag het hoogteverschil 3,25 meter niet overschrijden.
    • Daarboven mag het hoogteverschil maximaal 1,60 meter zijn.

Deze voorschriften zijn bedoeld om de stabiliteit van de constructie te waarborgen en eventuele instabiliteit of scheurvorming te voorkomen.

Doorgaande stenen fundering

Onder alle buitenmuren en dragende muren dient een doorgaande stenen fundering aan te worden gelegd tot op een voldoende vaste grondslag. De afmetingen van deze fundering zijn als volgt:

  • Aanlegbreedte van ten minste 0,25 meter.
  • Bij het gebruik van beton of stenen met regelmatige vorm, dient het muurwerk een dikte te hebben van minstens 10 cm.
  • Breuksteenmetselwerk vereist een dikte van 25 cm.
  • Mortelverhouding voor metselwerk: 1 deel cement op 4 delen zand.

Deze specificaties zijn essentieel om de drukverdeling tussen de fundering en het metselwerk te waarborgen en om instabiliteit in de ondergrond te voorkomen.

Houten constructie

Bij het gebruik van houten wanden dient het geraamte van het gebouw voldoende sterk te zijn. De eisen voor houten constructie zijn als volgt:

  • Stijlen moeten minimaal 5 x 10 cm afmetingen hebben.
  • Hoekstijlen moeten minimaal 10 x 10 cm zijn.
  • De afstand tussen stijlen mag niet meer dan 1 meter bedragen.
  • Tussen de stijlen moeten regels en schoren aanwezig zijn voor extra stabiliteit.
  • Stijlen moeten verankerd worden in een voetplaat en muurplaat, met minimaal 5 x 10 cm afmetingen.

Bij overspanningen van vloerbalken gelden ook specifieke afmetingen:

Overspanning Balkafmetingen
2 meter 5 x 15 cm
3 meter 6 x 16 cm
4 meter 8 x 18 cm

Maatvoeringen bij metselwerk

Maatvoeringen zijn van groot belang bij het ontwerp en uitvoering van metselwerk. Deze richtlijnen zorgen voor een efficiënte en functionele uitvoering van de constructie.

Bepaling van muurlengte en -hoogte

Bij het bepalen van de lengte van muren en openingen gelden de volgende regels:

  • Muuropeningen worden bepaald als:
    t n x koppenmaat + voeg
  • Muurdammen (dichte muren) worden bepaald als:
    n x koppenmaat - voeg
  • Bij inwendige hoeken wordt de lengtemaat bepaald als:
    n x koppenmaat

Deze maatvoeringen zijn van toepassing op verschillende metselverbanden, zoals halfsteenverband, wildverband en klezorenverband. Bij klezorenverband gelden extra regels:

  • Elke laag moet vanaf een hoek of beëindiging starten met een drieklezoor of kop, nooit met een strek.
  • Er mogen minder dan 2 drieklezoren per laag zijn.
  • Als een laag begint met een drieklezoor, dient de laag met een kop te eindigen.

Afgstemming met bakstenen

Het is aan te raden om de maatvoering van het metselwerk te afstemmen op de afmetingen van de gebruikte bakstenen. Tijdens het ontwerpstadium worden zogenaamde koppen- en lagenmaat bepaald, die als basis dienen voor het metselverband. De koppenmaat is de steenbreedte plus een stootvoeg.

Bij de praktische bepaling van de koppenmaat is het nodig om minimaal 20 bakstenen uit de partij te gebruiken. De procedure is als volgt:

  • Leg 10 bakstenen als strekken achter elkaar.
  • Leg vervolgens 20 koppen haaks tegen de strekken aan.
  • De resterende afstand vormt 10 stootvoegen.

Deze methode zorgt voor een nauwkeurige maatvoering en een betere uitvoering van het metselwerk.


Belastingen en berekeningen

Dragend metselwerk moet niet alleen aan maatvoeringen voldoen, maar ook aan berekeningsnormen die zijn opgesteld om de belastingen en stabiliteit te bepalen. In de bouwregelgeving zijn diverse belastingcijfers vastgelegd, afhankelijk van het type ruimte of constructie.

Belastingcijfers per oppervlak

De volgende toevallige belastingen per m² zijn gedefinieerd:

Type ruimte of constructie Belasting (kg/m²)
Vloeren van vertrekken 200
Vloeren van zolders in woonhuizen 150
Schoollokalen 300
Vloeren van vergader- en danszalen 500
Opeengehoopte mensenmassa (bijvoorbeeld in openbare gebouwen) 500
Winddruk (normaal, onder 10 graden hoek) 70

Eigen gewicht per m²

Ook het eigen gewicht van constructieelementen is belangrijk bij het bepalen van de draagkracht. Voorbeelden van het eigen gewicht per m² zijn:

Constructieelement Gewicht (kg/m²)
Vloer- en plafondconstructie voor vertrekken 80
Dakbedekking van asbestcement, metaal, glas of mastiek 30–50
Dakconstructie met bedekking van pannen en beschieting 125
Dakconstructie zonder beschieting 100
Dakbedekking van leien 75
Dakbedekking van houtcement (0,95–0,08 m dik) 120–180

Eigen gewicht per m³

De volgende materialen en hun gewichten per kubieke meter zijn vastgelegd:

Bouwmateriaal Gewicht (kg/m³)
Eikenhout 800
Grenenhout, dennen- en vurenhout 650
Metselwerk van klinkers 1750
Metselwerk van betonsteen 2000
Hardsteen 2700
Graniet 2800
Kalksteen 2370
Marmer 2800
Beton 2500

Bij het gebruik van gewapend beton dient rekening te houden met de Gewapend Betonvoorschriften van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (G.B.V. 1930). De spanningen die in het beton worden toegelaten mogen maximaal 2/3 van de toegestane waarde zijn.


Veiligheid en stabiliteit

Nebijzonder belangrijk is het zorgen voor voldoende veiligheid en stabiliteit van dragend metselwerk. Hierbij zijn een aantal voorschriften die van toepassing zijn.

Veiligheid tegen knik

De afmetingen van dragende en steunende delen moeten zo gekozen worden dat voldoende zekerheid tegen knik bestaat. Dit is van groot belang bij constructies die belast worden met horizontale krachten of die in combinatie met andere elementen werken.

Doorbuiging van balken

De maximale doorbuiging van balken mag niet meer bedragen dan 1/600 van de theoretische lengte. Deze eis zorgt ervoor dat de constructie niet te veel vervormt en dus de functionele en esthetische kwaliteit behoudt.

Verzwakking van muren

Het is verboden muren te verzwakken door het maken van openingen of het aanbrengen van holten, kassen, nissen of rookkanalen. Uitzonderingen zijn toegestaan voor openingen voor:

  • Water- en elektriciteitsmeters en leidingen, mits deze uitsparingen geen verzwakking van de constructie ten gevolge hebben.
  • Deuren en ramen, voor welke lateien moeten worden aangebracht van voldoende draagkracht, tenzij het kozijnhout zwaar genoeg is om als latei te fungeren.

Bouwtechnische eisen voor woningen

Bij de bouw van woningen zijn er specifieke eisen voor de ruimtelijke indeling en het gebruik van materialen. Deze eisen zijn van toepassing op de hoofdingang, vertrekken, slaapvertrekken en keuken.

Minimale afmetingen

De hoofdingang van een woning moet:

  • Minstens 0,85 meter breed zijn.
  • Minstens 2 meter hoog zijn.

Als er een gang of portaal is, moet deze:

  • Een breedte van 0,85 meter en een hoogte van 2 meter hebben.
  • Een oppervlakte van minstens 1,25 m² hebben, na aftrek van alle betimmering.

Ruimtes in een woning moeten aan bepaalde oppervlakte- en afmetingsnormen voldoen:

Ruimte Minimale oppervlakte (m²)
Woonvertrek 12
Slaapvertrek 7
Keuken 4
Andere vertrekken 5

Bij het ontbreken van een afzonderlijk slaapvertrek moet het woonvertrek minstens 21 m² oppervlakte hebben. Bij het ontbreken van een afzonderlijke keuken moet het vertrek waarin de keuken zich bevindt zijn vloeren en wanden van onbrandbaar materiaal zijn gemaakt.

Verhoudingen en belichting

De verhouding tussen de grootste en kleinste afmeting van een vertrek mag maximaal 5 tot 3 zijn. Bovendien moet elk vertrek rechtstreeks daglicht en lucht ontvangen via beweegbare ramen.


Conclusie

Dragend metselwerk speelt een cruciale rol in de bouwsector, zowel bij nieuwbouw als bij renovatieprojecten. De afmetingen, maatvoeringen en technische eisen die aan dragend metselwerk worden gesteld, zijn van groot belang om de veiligheid, stabiliteit en duurzaamheid van de constructie te waarborgen. De regelgeving die beschikbaar is, biedt duidelijke richtlijnen voor de uitvoering van dragende muren, funderingen, balken en andere constructiedelen.

Het is essentieel dat zowel bouwmeesters, architecten als eigenaars van woningen deze richtlijnen nauwkeurig volgen. Dit zorgt niet alleen voor een functionele bouwconstructie, maar ook voor een veilige woning die voldoet aan huidige bouw- en leefstandaarden. Door aandacht te besteden aan de maatvoeringen, belastingen en stabiliteit van dragend metselwerk, kan men zorgen voor een duurzame en veilige bouwpraktijk.


Bronnen

  1. Lokale regelgeving over dragend metselwerk
  2. Maatvoering en metselverbanden

Related Posts