Drieklazoor en metselwerk in historisch woningbouw: typologieën, toepassingen en bouwperiodes

Inleiding

Het gebruik van drieklazoor en ander metselwerk speelde een belangrijke rol in de historische woningbouw in Nederland, met name in stadsgevels en particuliere woningen. Drieklazoor, een vorm van gepleisterde of gestucte afwerking, werd vaak toegepast in combinatie met baksteen of natuursteen om een sierlijke en verfraaide uitstraling te geven. Deze techniek vond haar hoogtepunt in de 17de tot 20ste eeuw, waarbij verschillende bouwstijlen en bouwperiodes bepaalden hoe drieklazoor en metselwerk werden ingezet. Op basis van beschikbare historische gegevens en bouwhistorische onderzoeken is het mogelijk om een duidelijk beeld te schetsen van de toepassing van deze technieken, hun context en hun technische kenmerken.

In deze artikel wordt ingegaan op de rol van drieklazoor in historische woningbouw, de combinatie met andere bouwmaterialen, de stijlontwikkelingen in verschillende bouwperiodes en het betekenisvolle gebruik van metselwerk als decoratief element. Ook worden relevante voorbeelden genoemd, zoals de villa aan de Voorstraat in Lekkerkerk of woningen in Schoonhoven, Haastrecht en Krimpen aan den IJssel.

Drieklazoor en metselwerk: sier en functie

Drieklazoor is een techniek waarbij een afwerking van gepleisterd of gestuct materiaal wordt aangebracht op metselwerk, doorgaans om een sierlijke afwerking te creëren. In historische woningbouw was drieklazoor vaak te vinden op voorgevels, rondom deuren of vensters, of als afwerking van lijsten en banden. De techniek kon zowel decoratief als functioneel zijn, bijvoorbeeld om slijtage te voorkomen of om een uniforme uitstraling te geven aan een gevel.

In de gegevens is sprake van een villa in neorenaissance vormen met een symmetrisch ingedeelde voorgevel die geheel gestuct is. De deur en hoeken zijn versierd met zware bossingen, en de scheiding van de verdiepingen is aangegeven met een geprofileerde cordonlijst. Deze sierlijke toepassing van gestucte elementen benadrukt de rol van drieklazoor in de decoratieve bouwkunst. Bovendien is er sprake van gestucte bosseringen, bovenlichten en segmentvormige frontons die de sierbeooging versterken.

Bouwmaterialen en afwerkingen in historische woningbouw

In de historische woningbouw werden meerdere bouwmaterialen in combinatie gebruikt om gevels en interieurs te vormgeven. Baksteen, natuursteen, hout en gepleisterd of gestuct metselwerk werden vaak samengebracht om zowel functionele als esthetische doelen te bereiken.

In de gegevens is sprake van rode en gele baksteen als hoofdbouwmaterialen voor voorgevels en zijgevels, versierd met gepleisterde banden en blokken. De voorgevel van een woning in Krimpen aan den IJssel is bijvoorbeeld van rode steen opgetrokken, terwijl de zijgevels van gele steen zijn. De middenpartij met voordeur springt naar voren en wordt afgesloten door een trapgevel. Deze contrasten en afwerkingen benadrukken de rol van siermetselwerk in de bouwpraktijk.

Gebruik van hardsteen en natuursteen

Hardsteen werd vaak gebruikt voor plinten, dorpels en lamberkijns. In een woning in Schoonhoven zijn plinten en dorpels van hardsteen, en onder de vensters zijn hardstenen lamberkijns aangebracht. Dit toont aan dat siermetselwerk en decoratieve afwerkingen niet alleen op gevels werden toegepast, maar ook op detailwerken die de sierbeooging van een woning versterkten.

Natuursteen werd minder vaak gebruikt, maar wel in bescheiden mate. In de 16de en eerste helft van de 17de eeuw werd natuursteen vaak gebruikt voor lijsten en hoekblokken. Het stadhuis van Schoonhoven is bijvoorbeeld geheel met natuursteen bekleed, wat wijst op de voorname status van het gebouw.

Bouwstijlen en toepassing van siermetselwerk

De toepassing van drieklazoor en siermetselwerk hangt sterk af van de bouwstijl en de bouwperiode. In de neorenaissance- en Franse neorenaissance-stijl was de sierbeooging van gevels en interieurs bijzonder uitgesproken. Deze stijlen worden duidelijk herkenbaar aan de symmetrie, de gebruikte afwerkingen en de decoratieve elementen.

Neorenaissance-stijl

De villa aan de Voorstraat 21-23 in Lekkerkerk is een voorbeeld van woningbouw in Franse neorenaissance-stijl. Deze stijl is herkenbaar aan de steile dakvlakken, de Mansard-achtige dakkapellen en de gebruikte afwerkingen. De gevels zijn versierd, en de afwerking met drieklazoor en siermetselwerk benadrukt de sierbeooging van de bouwpraktijk.

Middeleeuwse en eerdere bouwperiodes

In de middeleeuwse bouwperiode werd drieklazoor en metselwerk ook toegepast, maar minder uitgesproken. Voorbeelden zoals de woning aan de Haven 30 in Schoonhoven tonen aan dat de deur niet altijd centraal was geplaatst, wat gevolg was van de smalle bouwvorm. De afwerkingen met hardsteen en lamberkijns benadrukken de functionele en sierlijke aspecten van de bouwpraktijk.

18de-eeuwse bouwperiode

In de 18de eeuw werden balklagen steeds meer aan het oog onttrokken door plafonds. Toch blijven de afwerkingen van vloeren en gevels belangrijk. In de 18de eeuw werden vloeren van wit marmer of geglazuurde plavuizen gebruikt, en de gevels werden versierd met sierlijke detailwerken.

Bouwtechnieken en constructieve details

De bouwtechnieken in de historische woningbouw variëren afhankelijk van de bouwperiode en de beschikbare materialen. In de 16de eeuw was men vaak afhankelijk van houtconstructies, zoals moer- en kinderbinten. Later werden balklagen en vloeren meer en meer aan het oog onttrokken, vooral in de 18de en 19de eeuw.

Houtconstructie en balklagen

In de gegevens is sprake van een vroege 16de-eeuwse bouwperiode waarin een insteek in de begane grond mogelijk is. Bouwsporen wijzen op de aanwezigheid van een schouw tegen de achtergevel. De trap, balklagen en kapconstructie bleven in het zicht, wat aangeeft dat de bouwpraktijk in deze periode nog vrij open was.

Later, in de 18de en 19de eeuw, werden plafonds gebruikt om de houtconstructie te verbergen. De gevels bleven echter versierd, met bijvoorbeeld sierlijke deuromlijstingen in Lodewijk XIV of Lodewijk XV-stijl.

Vloerconstructies

Vloeren in de 18de eeuw konden gemaakt zijn van eikenhout, marmer of geglazuurde plavuizen. De vloeren van Haven 65, bijvoorbeeld, zijn halfhouts met elkaar verbonden, wat een karakteristieke bouwtechniek benadrukt. In de restauratie van Hoogstraat 154 in Haastrecht is een vloer van geglazuurde plavuizen gevonden, wat duidelijk is op het gebruik van luxe materialen in historische woningbouw.

Decoratieve elementen in de 18de en 19de eeuw

De decoratieve elementen in de 18de en 19de eeuw zijn uitgesproken en variëren per bouwstijl. In de Lodewijk XIV-stijl zijn de deuromlijstingen sierlijk gesneden, zoals is te zien bij Haven 29 in Schoonhoven. Deze deuromlijsting is echter niet origineel voor het pand, wat aangeeft dat decoratieve elementen vaak later zijn aangebracht of verplaatst zijn.

In de Lodewijk XV-stijl of rococo-stijl zijn de deuromlijstingen uitgevoerd in rocailles of andere sierlijke vormen. Een voorbeeld hiervan is Grote Haven 66 in Haastrecht, waar de deur en omlijsting dateren uit omstreeks 1750. Deze toepassing benadrukt de sierbeooging van de bouwpraktijk in deze periode.

Typologieën van gevels en afwerkingen

Gevels in historische woningbouw zijn typisch gescheiden in voorgevels, zijgevels en achtergevels. De voorgevel is vaak het meest versierd, met drieklazoor, siermetselwerk of andere afwerkingen. De zij- en achtergevels zijn daarentegen vaak functioneler, maar ook hier zijn decoratieve elementen te vinden.

Voorgevels

Voorgevels zijn vaak symmetrisch geordend en gepleisterd of gestuct. In het voorbeeld van de villa in Krimpen aan den IJssel is sprake van een symmetrisch ingedeelde voorgevel met gestucte bossingen. De scheiding van de verdiepingen is aangegeven door een geprofileerde cordonlijst, wat een sierlijke afwerking benadrukt. Ook zijn er balkons en balustrades aanwezig, die in neorenaissance-stijl zijn uitgevoerd.

Zij- en achtergevels

Zij- en achtergevels zijn vaak minder versierd, maar toch herkenbaar door het gebruik van bepaalde afwerkingen. In de gegevens is sprake van een woning in Haastrecht waarvan de achtergevel bestaat uit in- en uitzwenkende gevels van gele baksteen. Op de hoeken zijn klezoren aangebracht, wat wijst op een ontstaansdatum in de eerste helft van de 18de eeuw. Dit toont aan dat ook zij- en achtergevels decoratief werden afgehandeld, al dan niet in combinatie met drieklazoor of metselwerk.

Gevels in neorenaissance-stijl

Gevels in neorenaissance-stijl zijn vaak uitgesproken in hun sierbeooging. De villa in Krimpen aan den IJssel is een goed voorbeeld hiervan. De voorgevel is versierd met gestucte elementen, en de scheiding van de verdiepingen is duidelijk aangegeven. Bovendien is er sprake van een balkon, vazen en een balustrade, wat de sierbeooging verder benadrukt.

Bouwperiodes en afwerkingen

De afwerkingen en toepassing van drieklazoor en siermetselwerk hangen sterk af van de bouwperiode. In de middeleeuwse bouwperiode was de afwerking van gevels nog vrij eenvoudig, terwijl in de neorenaissance- en 18de-eeuwse bouwperiode de sierbeooging sterk toenam.

Vroege bouwperiodes

In de vroege bouwperiodes, zoals de 16de en 17de eeuw, was het gebruik van drieklazoor en metselwerk minder uitgesproken. In deze periode werden gevels vaak gemaakt van baksteen of natuursteen, met af en toe een gepleisterde of gestucte afwerking. De sierbeooging was beperkt tot de voorgevel of bepaalde detailwerken.

18de en 19de eeuw

In de 18de en 19de eeuw werd drieklazoor en siermetselwerk meer en meer toegepast in de bouwpraktijk. De afwerkingen werden complexer, en de sierbeooging was duidelijk aanwezig in zowel voorgevels als interieurs. De toepassing van siermetselwerk in de 18de eeuw benadrukt de rol van de bouwpraktijk als kunstvorm, waarbij detailwerken en afwerkingen een centrale rol speelden.

Conclusie

Drieklazoor en siermetselwerk speelden een belangrijke rol in de historische woningbouw in Nederland. Deze technieken werden vaak gebruikt in combinatie met baksteen, natuursteen of hout om gevels en interieurs te versieren. De toepassing van deze afwerkingen varieerde afhankelijk van de bouwstijl en de bouwperiode, van eenvoudige middeleeuwse afwerkingen tot uitgesproken sierbeoogingen in neorenaissance- en 18de-eeuwse bouwpraktijk.

In de gegevens is duidelijk te zien hoe drieklazoor en metselwerk werden ingezet om een sierlijke en verfraaide uitstraling te geven aan historische woningen. Deze technieken bleken niet alleen decoratief, maar ook functioneel, bijvoorbeeld om slijtage te voorkomen of om een uniforme afwerking te geven aan een gevel.

Voor zowel historisch woningbouw als hedendaagse renovaties is het belangrijk om de rol van drieklazoor en siermetselwerk in de bouwpraktijk te begrijpen. Deze technieken zijn niet alleen van esthetische waarde, maar ook van historische betekenis, omdat zij de bouwperiode en stijl van een woning duidelijk maken.

Bronnen

  1. bronnaam

Related Posts