Gewelven in Metselwerk: Geschiedenis, Constructie en Restauratie

Inleiding

Een gewelf is een gebogen constructie die een ruimte overspant. Oorspronkelijk werd deze bouwtechniek geheel uit metselwerk vervaardigd, en het is al sinds de derde eeuw vóór Christus bekend. De Romeinen ontwikkelden de techniek verder en introduceerden diverse typen gewelven, zoals ton-, koepel- en kruisgewelven. In de historische bouwgeschiedenis zijn gewelven vaak te vinden in kerken, kelders, kasteelzalen en bruggen. Deze constructies zijn niet alleen architectonisch indrukwekkend, maar ook technisch ingewikkeld, omdat ze grote druk- en zijwaartse krachten moeten opvangen.

De restauratie en herbouw van gewelven is een specialistisch vak dat weinig voorbijeind is. In de praktijk zijn meester-metselaars en restauratie-experts vaak genoodzaakt om oude technieken te herontdekken en te documenteren. Dit is bijvoorbeeld gebeurd tijdens de restauratie van de Urbanuskerk in Amstelveen, waarbij ook masterclasses werden georganiseerd om kennis over gewelven metselen te delen en te bewaren. Deze ervaringen werden nader geëxploreerd in een nieuw studieboek "Gewelven Metselen", dat in 2022 werd uitgebracht door het Nationaal Restauratie Centrum.

In dit artikel wordt ingegaan op de geschiedenis van gewelven in metselwerk, hun constructieve principes, technische uitvoering, en de moderne aanpak van restauratie en herbouw. De nadruk ligt op feiten uit betrouwbare bronnen, zoals historische en technische documenten, en praktijkgerichte kennis uit recente restauratieprojecten.

Geschiedenis van het Gewelf in Metselwerk

Oorsprong en Romeinse Invloed

De oorsprong van het gewelf als bouwconstructie gaat terug tot de derde eeuw vóór Christus. Hoewel de Griekse bouwkunst vooral horizontale en kolossale constructies bevordeerde, speelde de boogconstructie in de Romeinse bouwkunst een centrale rol. De Romeinen waren pioniers in het gebruik van gewelven, en vanaf de tweede eeuw voor Christus bouwden zij complexe gewelven met behulp van houten hulpconstructies, bekend als formelen. Deze constructies ondersteunden de boogvormige metselwerken totdat deze zelfstandig genoeg waren om hun gewicht te dragen.

De Romeinen kenden verschillende vormen van gewelven, zoals het tongewelf, kruisgewelf, en koepelgewelf. De bekendste voorbeelden zijn de koepel van het Pantheon in Rome en diverse aquaducten, waarbij gewelven werden gebruikt om water over lange afstanden te transporteren. Een kenmerk van Romeinse gewelven was dat ze niet alleen functioneel waren, maar ook visueel indrukwekkend, doordat ze grote ruimtes konden overspannen zonder steunpilaren.

Vroege Vormen en Byzantijnse Technieken

Een vroeg voorbeeld van het gebruik van een gewelf zonder hulpconstructies is de tholos-graf, een soort koepelgraf, waarbij de gewelven werden vervaardigd door horizontale, geleidelijk uitgekraagde concentrische steenlagen. Het bekendste voorbeeld hiervan is het zogenaamde graf van Atreus op de Peloponnesus, dat een hoogte bereikt van 13 meter. In deze constructie speelde het gewicht van de bovenliggende aarde een rol bij het samenhouden van de gewelven.

In de Byzantijnse bouwkunst was het gebruik van formelen minder gebruikelijk. In plaats daarvan werden stenen zorgvuldig geplaatst zodat ze tijdens het metselen elkaar in evenwicht hielden. Deze techniek was niet alleen praktisch, maar ook een getuigenis van de hoge mate van handvaardigheid bij de metselwerkers van die tijd.

Constructieve Principes van Gewelven

Belastingopname en Stabiliteit

Een gewelf is een constructie die drukkrachten kan opnemen, maar geen trekkrachten. Dit komt doordat de stenen of blokken elkaar steunen via de boogvorm, waardoor krachten worden doorgegeven langs de booglijn. Omdat de gewelven zijwaartse krachten uitoefenen, is het belangrijk dat deze worden opgevangen door bijvoorbeeld steunberen of gevels. Dit is bijvoorbeeld het geval bij vierdelige kruis-ribgewelven in kerken, waar de zijwaartse druk wordt opgevangen in de omliggende constructies.

Bij het metselen van gewelven is het noodzakelijk om formelen te gebruiken. Deze houten of tijdelijke constructies ondersteunen de gewelven totdat het metselwerk volledig is en de gewelven zich kunnen zetten. Na het metselen wordt de steigerconstructie iets verlaagd, zodat het gewelf zich kan aanpassen aan de spanningen.

Typen Gewelven en Hun Kenmerken

In de praktijk worden verschillende vormen van gewelven onderscheiden, afhankelijk van de constructieve en architectonische vereisten. De meest voorkomende typen zijn:

  • Tongewelf: Een eenvoudig gewelf dat een ruimte overspant in een enkele richting. Het is vaak gebruikt in kelders of gangen.
  • Kruisgewelf: Een complexer type dat twee richtingen overspant en meestal ondersteund wordt door ribben of dwarsconstructies.
  • Kruisribgewelf: Een variant van het kruisgewelf met duidelijke ribben die de gewelven structuur geven.
  • Troggewelf: Een vorm van gewelf dat vaak in kelders wordt gebruikt, waarbij bakstenen gemetseld worden tussen houten of stalen balken.

In de 19de eeuw werd het gebruik van houten balken vaak vervangen door stalen liggers, waardoor de overspanning groter kon worden. In latere periodes werden ook ongewapend en gewapend beton gebruikt bij troggewelven, afhankelijk van de beschikbare bouwmaterialen en de technische vereisten.

Restauratie en Herbouw van Gewelven

Technische Uitdagingen

Het metselen van gewelven is een specialistische taak die weinig voorbijeind is in de moderne bouwpraktijk. Bij restauratieprojecten zoals die van de Urbanuskerk in Amstelveen moesten ervaren metselaars en restauratieadviseurs hun kennis combineren om geschikte methoden te ontwikkelen. Een van de uitdagingen bij het herbouwen van gewelven is het juist in kaart brengen van de spatkrachten en het opstellen van een steigerplan dat zorgt voor voldoende ondersteuning.

Een belangrijk aspect bij de restauratie is het gebruik van historisch correcte materialen en technieken. Bijvoorbeeld, in de Urbanuskerk werden gewelven opgebouwd van kleine steentjes, wat nodig was voor de specifieke structuur en esthetiek van de kerk. Daarnaast was het noodzakelijk om de vloerconstructie te beoordelen op draagkracht voordat er een steigerconstructie geplaatst kon worden.

Documentatie en Kennisdeling

Aangezien het metselen van gewelven zo’n specifieke en zeldzame techniek is, werd besloten om de kennis te documenteren en te delen met vakgenoten. In 2021 werden er masterclasses georganiseerd bij de Urbanuskerk, waarbij ervaren metselaars en restauratieadviseurs hun ervaringen deelden. Deze workshops waren gericht op zowel de theoretische aspecten van gewelven als de praktische uitvoering.

In 2022 werd het resultaat van deze inspanningen gepresenteerd in het studieboek Gewelven Metselen, geschreven door Klaas Boeder en Willard van Reenen en uitgebracht door het Nationaal Restauratie Centrum. Het boek bevat 140 pagina’s en is rijk geïllustreerd met 175 afbeeldingen. Het geeft een uitgebreide beschrijving van de techniek van het metselen van gewelven, inclusief historische context, constructieve principes en moderne restauratiemethoden.

Het boek is niet alleen bedoeld voor professionals in de restauratiebranche, maar ook voor studenten, metselaars en andere bouwprofessionals die geïnteresseerd zijn in deze specifieke vorm van ambachtelijke bouwkunst. Het boek is verkrijgbaar bij de webshop van het Nationaal Restauratie Centrum en tijdens vakbeurzen zoals Monument, waar het als onderdeel van de beursactiviteiten voorgesteld werd.

Praktijkgerichte Uitvoering van Gewelven in Metselwerk

Formelen en Hulpconstructies

Bij het metselen van gewelven zijn hulpconstructies, ook bekend als formelen, essentieel. Deze constructies ondersteunen de gewelven tijdens de bouw en zorgen ervoor dat de boogvorm correct wordt uitgevoerd. Na het metselen wordt de steigerconstructie iets verlaagd, zodat het gewelf zich kan zetten en zich aanpast aan de spanningen.

De keuze voor het type formeel hangt af van de grootte en complexiteit van het gewelf. Voor eenvoudige gewelven zoals troggewelven is een eenvoudige bekisting voldoende, terwijl complexe kruisgewelven een doorgaande bekisting vereisen. In sommige gevallen wordt het metselwerk gedurende de bouw tijdens handmatig metselen ondersteund door losse formelen, die na afloop verwijderd worden.

Materialen en Technieken

Traditioneel werden gewelven volledig uit metselwerk vervaardigd, met bakstenen of kleine stenen. In de 19de en 20ste eeuw werden ook houten en stalen liggers gebruikt om de overspanning te vergroten. Later werden troggewelven vaak volledig in beton uitgevoerd, met of zonder versterking in ijzer.

Bij historische restauraties wordt er vaak gekozen voor het gebruik van originele materialen en technieken om de esthetiek en structuur van het gewelf te behouden. Bij moderne toepassingen kan men kiezen voor beton of gewapend beton, afhankelijk van de functionele vereisten en de gewenste uiterlijke vorm.

Kwaliteit van het Metselwerk

Het metselen van een gewelf is een taak die veel handvaardigheid en kennis vereist. Het metselwerk moet precies worden uitgevoerd, zodat de stenen of blokken elkaar goed ondersteunen en de gewenste boogvorm wordt verkregen. Elke steen moet op zijn plaats worden geplaatst met het juiste mengsel van mortel en op de juiste hoek, zodat de drukkrachten correct worden doorgegeven.

Bij moderne toepassingen wordt gebruikgemaakt van computermodellen en simulaties om de drukkrachten en de stabiliteit van het gewelf te berekenen. Deze technieken helpen bij het ontwerp en de uitvoering van complexe gewelven, waarbij traditionele methoden mogelijk niet voldoende zijn.

Conclusie

Gewelven in metselwerk zijn een complexe en historisch waardevolle bouwtechniek die al eeuwen oud is. Vanaf de Romeinse tijd tot de moderne restauratieprojecten is het metselen van gewelven een vak dat veel handvaardigheid en kennis vereist. De constructieve principes van gewelven zijn gebaseerd op het juist in kaart brengen van drukkrachten en het gebruik van hulpconstructies zoals formelen. Bij restauratieprojecten zoals die van de Urbanuskerk is het belangrijk om de historische kennis te herontdekken en te documenteren, zodat deze aan toekomstige generaties kan worden doorgegeven.

Het metselen van gewelven is niet alleen een technische uitdaging, maar ook een artistieke en historische activiteit. Het nieuwe studieboek Gewelven Metselen is een belangrijke bijdrage aan het bewaren en delen van deze kennis. Voor zowel professionals als amateurs in de bouwsector biedt het boek een waardevolle inzage in de techniek van het metselen van gewelven.

Bij de uitvoering van nieuwe gewelven of restauraties is het belangrijk om rekening te houden met de constructieve vereisten, de gebruikte materialen en de technische uitdagingen. Door het juist in kaart brengen van spatkrachten en het gebruik van geschikte hulpconstructies kan men ervoor zorgen dat het gewelf stabiel en duurzaam is.

Zowel in historische als moderne contexten blijft het metselen van gewelven een bijzondere vorm van ambachtelijke bouwkunst die vereist dat men de techniek goed begrijpt en kan toepassen.

Bronnen

  1. Gewelf (Joost de Vree)
  2. Gewelven Metselen Herontdekt (Restauratiecentrum)
  3. Gewelf (Wikipedia)
  4. Encyclo: Gewelf
  5. Bouwhistorie Blog: Troggewelven

Related Posts