Grootte en Invloed van Voegen in Metselwerk: Richtlijnen en Praktijk

Het correcte bepalen en aanbrengen van de grootte van voegen in metselwerk is een essentieel onderdeel van de constructie- en renovatiepraktijk. Voegen vormen niet alleen een cruciaal bouwdeel van metselwerkmuren, vloeren en plafonds, maar bepalen ook de duurzaamheid, het uiterlijk en het gedrag van het metselwerk bij belasting en omgevingsinvloeden. In dit artikel wordt ingegaan op de richtlijnen, technische aspecten en praktische toepassingen betreffende de grootte van voegen in metselwerk, met nadruk op relevante richtlijnen uit bouwnormen, toepassingsvoorbeelden en materialen die gebruikt worden in de herstel- en renovatiepraktijk.


Inleiding

Voegen in metselwerk vormen de verbindingen tussen de losse bouwelementen, zoals bakstenen of metselstenen. Deze voegen zijn gevuld met mortel of lijm, afhankelijk van het type metselwerk en de gewenste functionaliteit. De grootte van deze voegen – zowel de breedte als de diepte – beïnvloedt de structuur, het uiterlijk en de prestaties van het metselwerk. Voor de bouwprofessional, de renovateur of de particuliere woningeigenaar is het begrijpen van de richtlijnen voor voegbreedte en -diepte essentieel om duurzame en functionele constructies te garanderen.

Deze tekst is opgebouwd rondom drie hoofddoelen:

  1. Uitleggen van de technische specificaties voor voegbreedte en -diepte.
  2. Beschrijven van de invloed van voeggrootte op het uiterlijk en de structuur.
  3. Aanbevelingen voor het herstellen of vervangen van voegwerk, aangevuld met praktische tips uit de renovatiepraktijk.

Technische Specificaties voor Voegbreedte en -diepte

Minimale en Maximale Voegbreedte

Volgens de International Building Code (IBC) mag de dikte van bedvoegen niet meer dan 3/8 inch (9,5 mm) zijn. Deze norm is bedoeld om de drukverdeling en de sterkte van het mortelbed te waarborgen. De International Residential Code (IRC) stelt dat de dikte van bedvoegen variëren kan tot +1/8 inch (3 mm), afhankelijk van het project en de toepassing. Het is echter aan te raden om altijd rekening te houden met de lokaal geldende bouwcode of eventuele specificaties op het projectplan.

In praktijkprojecten is het gebruikelijk om de voegbreedte aan te passen aan de grootte en vorm van de metselstenen. Bijvoorbeeld, grotere stenen zoals Amstelformaat of Waalformaat metselstenen vereisen vaak iets bredere voegen om de stabiliteit te waarborgen.

Voegdiepte

De diepte van het voegwerk is even belangrijk als de breedte. Bij het vervangen van bestaand voegwerk is het aan te raden om een uithakdiepte van minimaal 1,5 x de voegbreedte, met een minimum van 20 mm. Bij smalle voegen (7–8 mm breed) is 20 mm uithakdiepte niet haalbaar en dient de uithakdiepte minimaal 1,5 x de voegbreedte te zijn. Deze aanpak zorgt ervoor dat het nieuwe mortel of lijm goed hecht aan het oppervlak van de metselstenen.

Bij het uitvoeren van scheurherstel, zoals met de producten van ABC ADAMAS, wordt het voegwerk uitgeslepen en met een spiraalanker versterkt. De diepte van het voegwerk moet hierbij voldoende zijn om het anker correct te kunnen bevestigen. De spiraalankers zijn leverbaar in verschillende diameters (4,5–10 mm) en een standaardlengte van 1 meter.


Invloed van Voeggrootte op Structuur en Uiterlijk

Structuur en Stabiliteit

Voegen speelen een fundamentele rol in de stabiliteit van metselwerkmuren. Ze verdelen de belasting gelijkmatig over de muren en voorkomen concentraties van spanningen die kunnen leiden tot scheuren. De dikte van het mortelbed beïnvloedt direct de drukverdeling. Te dunne voegen kunnen leiden tot overbelasting van de mortel, waardoor de muren minder sterk zijn en de kans op scheuren toeneemt.

Bij lintvoegversterking wordt gebruikgemaakt van versterkende materialen zoals roestvast staal, die op dezelfde manier functioneren als betonstaal in betonconstructies. Deze versterking helpt om muren beter bestand te maken tegen zijdelingse belastingen zoals wind en vermindert het risico op scheuren rond openingen of bij beweging van de muren. De versterking moet in het mortelbed worden geplaatst en niet meer dan 16 inch (ca. 40 cm) uit elkaar staan. Bij meervoudige wanden met spouwmuren of ongevulde kraagvoegen is laddervormige voegversterking aan te raden.

Uiterlijk van Metselwerk

Het uiterlijk van metselwerk wordt sterk beïnvloed door de voegbreedte, -kleur en -type. Voegen kunnen tot 25% van het metselwerk beslaan en zijn daarom een belangrijk esthetisch element. De keuze van de voegbreedte hangt af van het gewenste uiterlijk. Voorbeelden:

  • Dikke voegen (bijvoorbeeld 10–12 mm) geven een rustig, traditioneel uiterlijk.
  • Dunne voegen (4–6 mm) zorgen voor een modern, scherp afgebakken metselbeeld.
  • Voegloos metselwerk vereist exacte maatcontrole en wordt vaak gebruikt in architectonische of designprojecten.

Bij voegloos metselwerk moeten de metselstenen exact dezelfde maat hebben, met afwijkingen van maximaal 0,1 mm, om een strak metselbeeld te garanderen. Hierbij is het belangrijk om waterdoorlatendheid te voorkomen, omdat de smalle spleten in de voegloze constructies gevoelig zijn voor infiltratie van regenwater.


Herstel en Vervanging van Voegwerk

Herstel van Scheuren in Voegen

Het herstellen van scheuren in metselwerk is vaak nodig bij oude gebouwen of bij gebouwen die zijn blootgesteld aan veranderingen in de grond of belasting. Een populaire methode is het gebruik van spiraalankers van roestvast staal zoals bij ABC ADAMAS. Deze ankers worden in de uitgeslepen voegen geplaatst en versterken het metselwerk.

De voordelen van deze methode zijn:

  • Geen sloop- en herstelwerk: De bestaande stenen blijven intact.
  • Optimale hechting: De ankermortel garandeert een sterke verbinding tussen de muren.
  • Flexibiliteit: De spiraalankers kunnen beweging van het metselwerk opvangen.
  • Verschillende afmetingen: De spiraalankers zijn leverbaar in verschillende diameters en lengtes, afhankelijk van de voegbreedte en -hoogte.

Vervanging van Voegwerk

Bij de vervanging van voegwerk is het belangrijk om de hardheid van het bestaande voegwerk te bepalen. Dit kan met behulp van een voeghardheidsmeter, zoals de pendelhamer van Schmidt (type PM). Deze meetmethode bepaalt de hardheid van de mortel en helpt bij het kiezen van het juiste morteltype voor de vervanging.

De stappen bij het vervangen van voegwerk zijn:

  1. Bestaand voegwerk verwijderen door uitslijpen en uithakken.
  2. Uithakdiepte bepalen (1,5 x voegbreedte, minimaal 20 mm).
  3. Nieuw mortel of lijm aanbrengen dat overeenkomt in hardheid met het oude voegwerk.
  4. Voeg afwerken met de gewenste vorm (gesneden, geborsteld, platvol, etc.).

Voegtypes en Hun Toepassing

Gesneden Voegen

Een gesneden voeg is een voeg die met een gereedschap wordt afgekapt en meestal harder is dan een platvolle voeg. Deze voegtype is geschikt voor muren die extra sterkte nodig hebben, zoals bij gevelmetselwerk of in waterkerende constructies.

Platvolle Voegen

Een platvolle voeg is een voeg die met een gereedschap wordt uitgekrabd tot de gewenste diepte. Deze voegtype is minder sterk dan een gesneden voeg, maar biedt wel een rustig uiterlijk.

Voegloos Werk

Bij voegloos metselwerk zijn de metselstenen direct tegen elkaar aangelegd, zonder mortel of lijm. Dit vereist exacte maatcontrole en wordt vaak toegepast in architectonische of designprojecten. Er zijn twee varianten:

  • Echt voegloos: Geen tussenruimte tussen de stenen.
  • Normale tussenruimte zonder mortel: De stenen hebben wel een kleine afstand, maar geen mortel of lijm.

Bij voegloos metselwerk is het belangrijk om de infiltratie van regenwater te voorkomen, omdat de smalle spleten gevoelig zijn voor vocht.


Conclusie

De grootte van de voegen in metselwerk heeft een directe invloed op de structuur, het uiterlijk en de duurzaamheid van een gebouw. Het aanbrengen en herstellen van voegen vereist zorgvuldige aandacht voor de technische specificaties, zoals voegbreedte, -diepte en -hardheid. De keuze van het juiste voegtype en het gebruik van moderne versterkingstechnieken zoals spiraalankers zorgen voor een betere stabiliteit en langer duurzaamheid.

Voor de woningeigenaar of bouwprofessional is het begrijpen van deze principes essentieel bij het plannen en uitvoeren van renovatie- of constructieprojecten. Door de voeggrootte en -type correct te kiezen, wordt het metselwerk niet alleen functioneel, maar ook visueel aantrekkelijk en duurzaam.


Bronnen

  1. Inzicht in voegvoegen in metselwerk
  2. Scheurherstel in gevelmetselwerk
  3. Vervangen van bestaand voegwerk
  4. Voegtypes en voegwerk

Related Posts