Aanbranden van oud metselwerk: Techniek, doel en praktische toepassing

Het herstellen van oud metselwerk is een complexe klus die vereist dat men niet alleen technisch inzicht heeft, maar ook de geschiedenis van de bouwmaterialen en constructiemethodes kent. In het geval van oud metselwerk – meestal van voor 1890 – speelt het gebruik van traditionele kalkmortels en porse bakstenen een centrale rol. Deze materialen zijn aanzienlijk anders in aard en functie dan de moderne, stijve cementmateriaalcombinaties. Een van de technieken die vaak wordt toegepast bij het herstel van oud metselwerk is aanbranden. In dit artikel bespreken we wat aanbranden inhoudt, waarom het belangrijk is bij het herstel van oud metselwerk, en hoe het correct moet worden uitgevoerd.

Wat is aanbranden?

Aanbranden is een techniek waarbij een dun laagje mengsel van pure cement en water wordt aangebracht op een natgemaakte muur of vloer, met als doel de hechting van het metselwerk of de specie die erop zal worden aangebracht te verbeteren. Volgens Klusidee is aanbranden het aanbrengen van een dun papje van cement, water en eventueel een kleine hoeveelheid vlevopol, terwijl Jimmy, een ervaren vakman, het omschrijft als een mengsel van 50/50 pure cement en water. Deze techniek wordt vaak toegepast om de adhésie tussen het metselwerk en het daaraan te koppelen mortel of speciemengsel te vergroten.

De doelstelling van aanbranden is om een betere verbinding te creëren tussen het oude metselwerk en het nieuw aan te brengen mortel of specie. Dit is vooral belangrijk bij oude, poreuze bakstenen, waarbij de hechting van het nieuwe mortel anders kan worden verstoord door de hoge porositeit. Het aanbranden maakt het oppervlak daardoor actiever voor het aandekken met mortel.

Aanbranden versus vertinnen

In het context van het herstellen van metselwerk komt ook het begrip vertinnen voor. Dit is het aanbrengen van een dunne laag specie of mortel met een stoffer of kwast om schadelijke invloeden te tegen te gaan. In tegenstelling tot aanbranden, dat gericht is op verbetering van de hechting, is vertinnen meer een beschermende laag, vaak gebruikt om schade door vocht of slijtage te voorkomen.

Hoewel beide technieken betrekking hebben op het aanbrengen van een mortel- of cementmengsel op het metselwerk, verschillen ze in toepassing en doel. Aanbranden is vooral relevant bij het herstel of opnieuw metselen, terwijl vertinnen gericht is op bescherming en vochtbestrijding.

Wanneer is aanbranden nodig bij het herstellen van oud metselwerk?

Aanbranden wordt vooral aanbevolen bij het herstel van oud metselwerk (voor 1890), dat doorgaans gemaakt is met zachte kalkmortels en porse bakstenen. Oud metselwerk is vaak gevoeliger voor schade en vereist een zachte, ademende mortel die het metselwerk kan ondersteunen zonder het te verstarren.

Deze zachte mortels zijn in staat om vervormingen als gevolg van zetting of krimp op te nemen zonder dat de samenhang van het metselwerk verloren gaat. Bij nieuw metselwerk daarentegen, dat vaak gemaakt wordt met harde cementmateriaal, kan zelfde zetting leiden tot scheurvorming. Het gebruik van aanbranden bij oud metselwerk helpt dus om een betere hechting te creëren tussen de oude poriën en het nieuwe mortel, zonder het metselwerk te beschadigen.

Een belangrijk punt is dat bij het herstel van oud metselwerk niet gecompatibel cementmateriaal moet worden gebruikt. Cementmortels zijn vaak te hard en weinig ademend, wat kan leiden tot vochtschade. Dit komt doordat het vochttransport binnen het metselwerk wordt verstoord, wat kan leiden tot vries- en zoutverontreinigingen.

Hoe wordt aanbranden uitgevoerd?

De techniek van aanbranden is relatief eenvoudig, maar vereist wel zorgvuldig uitvoering. De volgende stappen worden over het algemeen gevolgd:

  1. Oppervlak voorbereiden: Het metselwerk moet worden natgemaakt om de poriën te openen. Dit kan met een kwast of veger worden gedaan.
  2. Mengsel bereiden: Een dun mengsel van pure cement en water wordt bereid, eventueel met een kleine hoeveelheid vlevopol. Het mengsel moet vloeibaar genoeg zijn om goed uit te kunnen worden gesmeerd.
  3. Aanbrengen: Het mengsel wordt met een kwast, veger of troffel dekkend aangebracht op het natte metselwerk. De laag moet dun zijn en slechts enkele millimeters dik.
  4. Afdrogen: Het aangebrande oppervlak moet droog worden gelaten voordat het metselen of opmetselen kan beginnen.

Een belangrijke overweging is dat het wachten tot het aangebrande oppervlak uitgehard is afhankelijk is van de omstandigheden. Bij hoge temperaturen of lage luchtvochtigheid kan het metselwerk snel uitdrogen, wat het risico op verbranden van het metselwerk verhoogt. Als het metselwerk bij hoge temperaturen wordt aangebracht, is het aanraden om het proces te beperken tot koele uren van de dag of om het metselwerk extra te besproeien met water.

De vraag of het nodig is om te wachten tot het aangebrande oppervlak volledig uitgehard is voordat het metselen of opmetselen begint, is afhankelijk van de toepassing. Een adviseur stelt voor om de plek eerst aan te branden met een mengsel van 50/50 pure cement en water, maar de vraag blijft of je direct kan beginnen met het opmetselen. De ervaring van vakmensen suggereert dat het direct opmetselen op het aangebrande oppervlak mogelijk is, zolang het metselwerk niet droog is en het cementmengsel nog actief is.

Aanbranden in het kader van restauratie

Bij de restauratie van historisch metselwerk is het belang van het gebruik van originele of compatibele materialen groot. Het aanbranden van het metselwerk maakt deel uit van een bredere strategie om de constructieve integriteit en het oorspronkelijke karakter van het gebouw te behouden.

Bij oud metselwerk, dat vaak deels onder water staat of in een vochtige omgeving staat, is het belangrijk om de vochtaanvoer en het vochttransport in kaart te brengen voordat aanbranden wordt uitgevoerd. De vochtopname in de bakstenen kan namelijk schadelijk zijn voor het metselwerk, vooral wanneer men te stijf of te harde materialen gebruikt.

Een goed voorbeeld van het belang van een juiste aanpak is het gebruik van kalkmortels in plaats van cementmortels bij het herstel van oud metselwerk. Kalkmortels zijn elastischer, ademender en versterken het metselwerk door chemische reactie met koolzuur uit de lucht. Ze zijn dus beter in staat om de natuurlijke expansie en krimp van oud metselwerk op te vangen.

Aanbranden als onderdeel van de voorbereiding

Het aanbranden van het metselwerk maakt deel uit van de voorbereidende fase bij het herstellen of opnieuw metselen van oude metselconstructies. Naast het aanbranden zijn er ook andere stappen die moeten worden genomen om het herstel goed te laten verlopen. Deze omvatten:

  1. Inspectie en diagnose: Een grondige inspectie van het metselwerk is essentieel om schade en vervormingen in kaart te brengen.
  2. Verwijdering van losse stenen en voegen: Dit kan met een hamer en beitel gebeuren. Het verwijderde materiaal moet worden onderzocht om te bepalen of het hergebruikt kan worden.
  3. Reinigen van het oppervlak: Het metselwerk moet worden schoongemaakt van vuil en losse materialen.
  4. Aanbranden: Na het reinigen wordt het metselwerk aangebrand met een cement-watermengsel.
  5. Opnieuw metselen of opmetselen: Het nieuw aangebrachte mortel of specie moet compatibel zijn met het oude metselwerk.
  6. Eindbehandeling: Na het herstel is het aan te raden om het metselwerk te beschermen tegen vocht en schade. Dit kan met vertinnen of het toepassen van een ademend voegwerk.

Veiligheid en hulpmiddelen

Bij het uitvoeren van de aanbrandtechniek is het belangrijk om veiligheidsmaatregelen in acht te nemen. Dit omvat het gebruik van werkhandschoenen, een veiligheidsbril en eventueel een mondmasker bij het mengen van cement. Ook moet het werkgebruik goed worden voorbereid, waaronder:

  • Cement
  • Water
  • Vlevopol (optioneel)
  • Kwast, veger of troffel
  • Eerlijk pot of bak voor het mengen
  • Eerlijk of doek voor het afwerken
  • Borstel voor het reinigen van het oppervlak

Het gebruik van de juiste gereedschappen helpt om een professioneel resultaat te verkrijgen en om schade aan het metselwerk te voorkomen.

Aanbranden in de praktijk: Voorbeeldproject

Stel dat er een oude funderingsmetselconstructie is die aan herstel toe is. Het metselwerk is gemaakt van oude, porse bakstenen en de voegen zijn gemaakt van kalkmortel. Het metselwerk is echter losgelopen en moet worden hersteld.

De stappen bij het herstel zouden als volgt zijn:

  1. Inspectie: De fundering wordt geïnspecteerd op schade, vochtaanvoer en structuurproblemen.
  2. Verwijdering: De losse stenen en voegen worden verwijderd.
  3. Reinigen: Het metselwerk wordt schoongemaakt met water en borstel.
  4. Aanbranden: Een dun laagje cement-watermengsel wordt aangebracht.
  5. Opnieuw metselen: De gaten worden opgevuld met kalkmortel.
  6. Eindbehandeling: De nieuwe voegen worden afgewerkt en eventueel vertint.

Het resultaat is een herstelde funderingsmetselconstructie die niet alleen functioneel is, maar ook het oorspronkelijke karakter behoudt.

Belang van aanbranden bij herstel

Het aanbranden van oud metselwerk speelt een belangrijke rol bij het herstel van historische constructies. Het verbetert de hechting tussen het metselwerk en het nieuwe mortel, zorgt voor een betere structurale integriteit en voorkomt schade door vochtoverlast. Daarnaast helpt het het proces van herstel door het oppervlak voor te bereiden op het aandekken met mortel of specie.

Het gebruik van aanbranden bij oud metselwerk is een techniek die wortels heeft in de traditionele bouwpraktijk, waarbij het belang van hechting en compatibiliteit van materialen centraal stond. In tegenstelling tot moderne bouwmethodes, waarbij cement en stijfheid vaak centraal staan, draagt aanbranden bij aan een flexibel en duurzaam herstel van oude constructies.

Conclusie

Aanbranden is een techniek die vaak wordt toegepast bij het herstel van oud metselwerk. Het bestaat uit het aanbrengen van een dun mengsel van cement en water op een natgemaakte muur of vloer, met als doel de hechting met mortel of specie te verbeteren. Deze techniek is vooral relevant bij oud metselwerk, dat vaak gemaakt is met zachte kalkmortels en porse bakstenen. Het aanbranden helpt bij het creëren van een betere verbinding tussen het oude en het nieuwe materiaal.

Het proces van aanbranden vereist een grondige voorbereiding, het gebruik van de juiste materialen en gereedschappen, en een zorgvuldige uitvoering. Het is een essentieel onderdeel van het herstel van historische metselconstructies en draagt bij aan de behoud van de oorspronkelijke structuur en het karakter van het gebouw.

Bronnen

  1. buitengevel.blogspot.com
  2. doehetzelfinfo.nl
  3. nl.doe-het-zelf.narkive.com
  4. monumentenwachtdrenthe.nl

Related Posts