Hoeveel Cement is Nodig voor Metselwerk? Richtlijnen en Aanbevelingen
Het bepalen van de juiste hoeveelheid cement voor metselwerk is van groot belang voor de kwaliteit en duurzaamheid van het eindresultaat. Zowel voor professionals als voor particulieren die hun eigen projecten uitvoeren, is het essentieel om te weten hoeveel cement nodig is per m² metselwerk. In dit artikel worden de relevante richtlijnen, verbruikstabel, aanbevelingen en praktische tips beschreven, alles gebaseerd op betrouwbare informatie uit diverse betrouwbare bronnen.
Inleiding
Het metselen van stenen of bakstenen vereist een correcte mengverhouding van cement en zand om een stevige en duurzame voegmortel te verkrijgen. De hoeveelheid cement die nodig is, hangt af van verschillende factoren zoals het formaat van de stenen, de voegdikte, het gebruik van dunbedmetseling, en de aanwezigheid van perforaties of "frogs". Naast het berekenen van het cementverbruik is het ook belangrijk om rekening te houden met het verlies door slijtage, breuk, en snijverlies. In dit artikel worden deze aspecten besproken, samen met aanbevelingen voor het aanmaken en gebruik van voegmortel.
Verbruikstabel Cement en Zand per Steenformaat
Een duidelijke verbruikstabel is beschikbaar bij bruil.nl, die richtlijnen geeft voor het verbruik van cement en zand per m² voor verschillende steenformaten. De tabel geeft ook een indicatie van het aantal stenen per m², afhankelijk van de voegdikte. Hieronder is deze tabel weergegeven, aangepast aan de context.
Steenformaat | Voegdikte | Aantal stenen per m² | Cementverbruik per m² |
---|---|---|---|
Waalformaat (210x100x50 mm) | 12 mm | ca. 73 stuks | ca. 8 kg |
Dikformaat (210x100x65 mm) | 12 mm | ca. 59 stuks | ca. 7 kg |
Vechtformaat (210x100x40 mm) | 12 mm | ca. 87 stuks | ca. 9 kg |
Hilversumsformaat (225x105x42 mm) | 12 mm | ca. 78 stuks | ca. 5 kg |
Deze verbruikstabel is een richtlijn en kan variëren afhankelijk van het werksysteem, het type steen en de werkwijze van de metselaar. Het is belangrijk om rekening te houden met verlies door slijtage, en in het geval van stenen met een “frog” of perforatie is 30% extra mortel nodig bij traditioneel metselen. Bij dunbedmetseling is het verbruik circa 30 tot 35% lager, en bij doorstrijken is het verbruik circa 20% hoger dan bij traditioneel metselen.
Aanmaken van Voegmortel
Het aanmaken van voegmortel vereist een correcte mengverhouding van zand en cement. Volgens de informatie van mijnkluswijzer.nl is de aanbevolen verhouding 4 delen voegzand op 1 deel cement. Het gebruik van metselzand wordt niet aanbevolen, omdat het zand te grof is en dit leidt tot een ongelijk mengsel.
Stappen bij het aanmaken van voegmortel:
- Zand droog houden: Droog zand vergemakkelijkt het mengen en zorgt voor een homogene massa.
- Mengvolgorde:
- Eerst de helft van het zand en cement gedurende 1 minuut mengen.
- Vervolgens het tweede deel van het zand toevoegen.
- Daarna het water toevoegen en nogmaals 1 minuut mengen.
- Waterhoeveelheid: Gemiddeld 2,5 liter water per 25 kg voegmortel.
- Cement zeven: Het aanbevelen wordt het cement te zeven voor het mengen om klonten te voorkomen.
- Precisie: Voor een nauwkeurige dosering worden afgestreken emmers gebruikt.
Het is belangrijk om de voegmortel goed te mengen om een homogene massa te verkrijgen. Een ongelijk mengsel kan leiden tot het ontstaan van kleurverschillen in het voegwerk.
Kleurverschillen in Voegwerk
Kleurverschillen in het voegwerk kunnen het gevolg zijn van meerdere factoren, zoals het gebruik van verschillende partijen cement, ongelijke hoeveelheden water bij het aanmaken van de mortel, weersomstandigheden tijdens het uitharden en wateronttrekking door de stenen. Om kleurverschillen te voorkomen, is het aan te raden om te werken met één partij cement en te letten op een consistente mengprocedure.
Bij het gebruik van gekleurde voegmortel is het raadzaam om kant-en-klare producten te gebruiken in plaats van zelf te mengen met kleuren. Het is namelijk lastig om de juiste hoeveelheden te bereiken en het risico op kleurverschillen is groot. Sommige bouwmarkten bieden kleurenwaaieren of kleurstalen aan voor een beter overzicht.
Wanneer Voegen?
Wanneer het voegen van een muur kan beginnen, hangt af van of het gaat om een bestaande of een nieuwe muur. Bij bestaande muren is het mogelijk om direct te beginnen met het verwijderen van de oude voeg en vervolgens met het nieuwe voegwerk. Bij nieuwe muren is het aan te raden om minimaal 2 weken te wachten na het metselen. Dit voorkomt het ontstaan van krimp- en zetscheuren en vermindert de kans op witte aanslag, een chemische reactie die op het oppervlak van de gevel kan optreden.
Rekening Houden met Verlies
Bij het berekenen van het benodigde cement is het belangrijk om rekening te houden met verlies door slijtage, breuk en snijverlies. In een voorbeeldberekening van sleiderink.nl wordt aangegeven dat bij een muur van 10 m² met Waalformaat stenen, het aantal benodigde stenen met 5 tot 10% moet worden verhoogd om rekening te houden met verlies. Deze berekening is echter een indicatie en het werkelijke verlies kan variëren afhankelijk van de werkwijze en het type steen.
Een andere aanbevolen methode om het benodigde aantal stenen te berekenen is het gebruik van een hoeveelheidscalculator zoals die van Wienerberger. Deze tool helpt bij het bepalen van het juiste aantal stenen op basis van het formaat en de voegdikte.
Maatvoering en Metselverbanden
Bij het metselen is het belangrijk om rekening te houden met de maatvoering van het metselwerk. Volgens wienerberger.nl dient de maatvoering van de wanden en wandopeningen af te stemmen op de maatvoering van de baksteen. In het ontwerpstadium worden zogenaamde koppen- en lagenmaat bepaald om metselverbanden mogelijk te maken.
De koppenmaat is een maat die wordt gebruikt bij het bepalen van de muurlengte, namelijk de steenbreedte plus een stootvoeg. Bij het bepalen van de koppenmaat is het aan te raden om minimaal 20 bakstenen te gebruiken uit de geleverde partij. Door 10 stenen als strekken achter elkaar te leggen en 20 koppen haaks tegen de strekken aan te leggen, kan de restmaat worden bepaald. In dit geval zijn 10 stootvoegen nodig.
Voor muuropeningen geldt de maatvoering: t n x koppenmaat + voeg, terwijl voor muren (muurdammen) de maatvoering is: n x koppenmaat - voeg. Voor inwendige hoeken geldt altijd n x koppenmaat.
Bij halfsteens- en wildverband gelden deze uitgangspunten. Andere metselverbanden, zoals klezorenverband, kennen andere richtlijnen. Bij klezorenverband is het bijvoorbeeld belangrijk om vanaf een hoek of beëindiging te beginnen met een drieklezoor of kop, nooit met een strek. Bovendien mag nooit 2 drieklezoren in één metselwerklaag worden gebruikt. Als een metselwerklaag begint met een drieklezoor, moet deze worden afgerond met een kop.
Invloed van de Wijze van Metselen op Draagvermogen
Het draagvermogen van een muur is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de manier waarop een metselaar zijn werk uitvoert. In Nederland wordt vaak een traditionele methode gebruikt waarbij specie op de muur wordt gelegd voor één steen. In Engeland wordt eerst een meter specie op de muur gelegd, die wordt afgestreken en vervolgens wordt een rij stenen tegelijk gelegd. Deze verschillende technieken kunnen invloed hebben op het draagvermogen en de kwaliteit van het metselwerk.
Deze manieren van metselen zijn historisch ontstaan en kunnen historische invloeden hebben op de bouwkunde. Het zou interessant kunnen zijn om deze methoden opnieuw te beoordelen, met name met het gebruik van dunne voegen, ook wel “lijmen” genoemd. Deze voegen van enkele millimeters worden steeds vaker gebruikt, maar er zijn vragen over of dit technisch correct wordt toegepast. Onderzoek zou kunnen uitwijzen of deze methoden effectief zijn en waarom.
Praktische Aanbevelingen
- Gebruik kant-en-klare voegmortel bij gekleurde voegen: Dit voorkomt kleurverschillen en zorgt voor een homogene uitstraling.
- Controleer de zand- en cementkwaliteit: Droog zand en zeefbaar cement zijn essentieel voor een goede mengkwaliteit.
- Volg een consistente werkwijze: Gebruik afgestreken emmers en let op de volgorde van het mengen.
- Wacht 2 weken voordat je een nieuwe muur voegt: Dit voorkomt scheuren en witte aanslag.
- Reken rekening met verlies: Bereken het benodigde aantal stenen met een extra 5 tot 10%.
- Gebruik een hoeveelheidscalculator: Tools zoals die van Wienerberger kunnen helpen bij het bepalen van het juiste aantal stenen.
- Let op de maatvoering bij metselverbanden: Afstemming op het formaat van de stenen is essentieel voor een regelmatig en esthetisch resultaat.
Conclusie
Het bepalen van de juiste hoeveelheid cement voor metselwerk is een belangrijk aspect bij het uitvoeren van metselwerk. Aan de hand van de verbruikstabel, richtlijnen en aanbevelingen is het mogelijk om een nauwkeurige berekening te maken. Het is belangrijk om rekening te houden met de voegdikte, het formaat van de stenen, de aanwezigheid van perforaties en de werkwijze. Bovendien is het essentieel om kleurverschillen te voorkomen en verlies in overweging te nemen. Door het correct aanmaken van voegmortel en het gebruik van betrouwbare berekeningsmethoden kan een stevig en duurzaam metselwerk worden gerealiseerd. Het is raadzaam om deze richtlijnen en aanbevelingen te volgen om een professioneel en duurzaam resultaat te verkrijgen.
Bronnen
Related Posts
-
Los komend metselwerk: oorzaken, onderzoek en herstelopties
-
Loodvervanger in metselwerk: Duurzame alternatieven voor schoorsteen- en gevelrenovatie
-
Loodvervanger voor opgaand metselwerk: een moderne oplossing voor dakkapellen en schoorstenen
-
Lood Vervangen in Metselwerk: Belangrijke Stappen en Aanbevelingen voor Duurzame Resultaten
-
Loodvervangers en afdichting bij opgaand metselwerk: Duurzame en praktische oplossingen voor de bouw
-
Lintvoegen in metselwerk: functie, toepassing en uitvoering
-
Lintvoeg in metselwerk: Technieken, richtlijnen en toepassingen
-
Lijnlast en kwaliteitseisen in metselwerk: Richtlijnen en voorschriften voor optimalisatie