Schoon Metselwerk: Wat Betekent het voor Herstel en Historische Juistheid?
Inleiding
Het begrip "schoon metselwerk" speelt een centrale rol in de bouwhistorie, restauratiepraktijk en monumentenzorg. In de context van de regelgeving, bouwtechnieken en historische afwerkingen is schoon metselwerk vaak geassocieerd met de oorspronkelijke toestand van een gebouw. Echter, de vraag of schoon metselwerk gedateerd is – oftewel, of het niet langer historisch juist is – komt regelmatig ter discussie in de context van restauraties en herstelprojecten.
In dit artikel worden de technische, historische en regelgevingsaspecten van schoon metselwerk besproken, met een focus op hoe het herstel en restauratie van metselwerk moet worden aangepakt. Op basis van de regelgeving en bouwhistorische kennis, die uit diverse bronnen zijn verzameld, wordt duidelijk gemaakt welke richtlijnen gelden bij het behandelen van metselwerk, voegwerk en kleurafwerkingen. Ook wordt ingegaan op de betekenis van schoon metselwerk in historisch perspectief en de consequenties voor huidige restauratieprojecten.
Wat is Schoon Metselwerk?
Schoon metselwerk verwijst in de context van bouwhistorie en restauratie naar metselwerk dat niet is voorzien van schilderlaag of andere afwerkingen. Het betreft het oorspronkelijke metselwerk, dat zichtbaar is zonder een extra laag verf of pleister. In historische contexten kan schoon metselwerk worden gezien als een teken van authenticiteit en bouwhistorische waarde.
Volgens de regelgeving (bron 1), mag schoon metselwerk in beginsel niet worden geschilderd of geteerd. Dit geldt ook voor natuur- of kunststenen onderdelen in de gevel. Tegeltableaus moeten bijvoorbeeld gehandhaafd blijven en mogen niet worden overgeschilderd. De reden hiervoor ligt in de behoudswaarde van het historische materiaal en de visuele authenticiteit van het gebouw.
Historische achtergronden
In de historische bouwpraktijk was het schilderen van metselwerk niet alleen een esthetische keuze, maar ook een technische oplossing. In de negentiende eeuw, zoals uitgebreid is beschreven in bron 4, werden gevels vaak geschilderd om onregelmatigheden te verbergen en het bouwmateriaal te beschermen tegen weersinvloeden. Het schilderen van metselwerk gaf een egaal uiterlijk en maakte het metselwerk visueel homogeen, ook al was het feitelijk gemaakt van verschillende materialen en kleuren.
In die tijd was het gebruikelijk om baksteenrood, tufgrijs of zandsteendeur te schilderen. Deze kleuren reflecteerden de aard van het bouwmateriaal en vormden een visueel kader voor de voegen, die vaak ook geschilderd werden. Dit alles was bedoeld om het metselwerk te verfraaien, maar ook om de onderliggende materialen te beschermen tegen weersinvloeden.
Schoon Metselwerk en de Regels voor Herstel
De regelgeving omtrent het herstel van metselwerk is strikt en duidelijk. In de context van monumentenzorg en restauratie gelden er duidelijke richtlijnen die moeten worden gevolgd om de historische waarde en authenticiteit van een bouwwerk te behouden.
Richtlijnen voor het Herstel van Metselwerk
Beheer van voegwerk en metselwerk
Bij herstelprojecten dient het voegwerk nauwkeurig te worden uitgevoerd. Volgens de regelgeving (bron 1) mag het bestaande voegwerk niet verbreed worden. Het zogenaamde "ophakken" van voegen is niet toegestaan. De voegdikte moet in verhouding staan tot de voegdiepte (1 staat tot 2). Dit is belangrijk voor de hechting van de voegspecie en de esthetische waarde van het metselwerk.Kleuronderzoek en historische juistheid
Voorafgaand aan herstelprojecten is kleuronderzoek noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de kleurstelling historisch verantwoord is. Dit is van toepassing op ijzerwerk, maar ook op kleurafwerkingen op gevels. Het doel is om een verantwoorde historische kleurstelling te behalen die past bij de oorspronkelijke tijdperken en technieken.Materialen en samenstelling
De mortelsamenstelling dient afgestemd te zijn op het bestaande werk. Bij oud metselwerk tot circa 1890 wordt een zachte mortel gebruikt met veel kalk en weinig cement. Modern metselwerk, daarentegen, is stijf, hard en vereist het gebruik van Portlandcement. Het gebruik van modernere materialen kan leiden tot scheidingsproblemen en verlies van de structuur.Machines en technieken
Bij het uithakken van bestaand voegwerk wordt gebruikgemaakt van specifieke technieken en machines. De Arbotech en Fein-cutter zijn geschikt voor het uithalen van voegwerk en het bewaren van de oorspronkelijke metselstenen. Deze apparaten zijn echter alleen geschikt voor kalkvoegen en niet voor voegen die cement bevatten.
Schoon Metselwerk en Historische Juistheid
Schoon metselwerk is historisch juist wanneer het voldoet aan de oorspronkelijke bouwmethoden, materialen en kleurafwerkingen. Dit betekent dat restauraties moeten afgaan op het originele bouwmateriaal en de technieken die gebruikelijk waren op de tijd dat het gebouw werd gebouwd.
Oude en nieuwe bouwtechnieken
Tot het einde van de negentiende eeuw was het bakken van stenen een handmatig proces. In die tijd produceerde men zachte, poreuze bakstenen met een grote vochtopname en lagere uitzettingscoëfficiënt. Deze stenen werden gemetseld met zachte poreuze kalkmortels die versteenden door koolzuur uit de lucht. Het resultaat was een elastisch metselwerk dat goed reageerde op temperatuurspanningen.
Vanaf 1890 werd het gebruik van mechanisch geproduceerde stenen ingevoerd. Deze stenen waren harder, minder poreus en hadden een hogere dichtheid. Ze werden gemetseld met Portlandcement, wat leidde tot een stijfere structuur. Dit had als gevolg dat de metselwerken sneller scheidingsproblemen kregen bij zettingen.
Gevolgen voor restauratie
Het verschil tussen oud en nieuw metselwerk heeft directe gevolgen voor restauratieprojecten. Bij oud metselwerk is het belangrijk om de oorspronkelijke materialen en technieken te gebruiken. Het gebruik van moderne mortels en cement kan leiden tot scheidingsproblemen en verlies van de historische waarde.
Schoon Metselwerk en Kleurafwerkingen
In de historische bouwpraktijk had kleurafwerking een dubbele functie: esthetische en technische. In veel gevallen werd metselwerk of gevels geschilderd om een egaal uiterlijk te creëren. Deze schilderlagen verbergden onregelmatigheden en voegden bovendien een extra laag toe die het bouwmateriaal beschermd.
In tegenstelling tot de historische praktijk, mag schoon metselwerk in de huidige regelgeving in beginsel niet worden geschilderd of geteerd. Uitzonderingen zijn toegestaan als er reeds een schilderlaag aanwezig is of als het historisch verantwoord is. Oude verflagen mogen niet volledig worden verwijderd, omdat zij cruciale informatie bevatten voor toekomstig kleuronderzoek.
Schilderwerk en voegen
In de historie werden voegen vaak geschilderd om een regelmatig metselverband te imiteren. Deze voegen hoefden helemaal niet overeen te komen met de daadwerkelijke voegen. Het schilderen van voegen was dus eerder een visuele correctie dan een exacte afbeelding van de structuur.
Schoon Metselwerk en Constructieve Elementen
Bij constructieve elementen die in aanraking komen met metselwerk, zoals houtwerk of ijzeren onderdelen, zijn er specifieke richtlijnen voorafgaand aan restauratie. Deze richtlijnen zijn ontworpen om de historische waarde te behouden en tegelijkertijd de constructieve integriteit van het gebouw te waarborgen.
IJzerwerk en smeedwerk
IJzeren onderdelen mogen pas vervangen worden als herstel niet meer mogelijk is. Bij het herstel moet het werk eerst volledig worden ontdaan van oude verflagen en roest. Na reiniging en eventueel het aanpassen van ontbrekende delen, dient het ijzerwerk te worden thermisch verzinkt met een laagdikte van minimaal 100 micron. De afgewerkte onderdelen mogen vervolgens worden beschermd met een verfsysteem, niet met poedercoating.
Houtwerk en houtaantasters
Het houtwerk dat in aanraking komt met metselwerk dient tweemaal in lijvige menie of grondverf te worden gezet. De houtaantasterbestrijding moet conform de norm NEN 3252 worden uitgevoerd. Het uitvoerende bedrijf moet een schriftelijke garantie geven van tenminste vijf jaar, conform de cyclustijd van de larven.
Conclusie
Schoon metselwerk is een historische categorie die vaak wordt geassocieerd met authenticiteit en bouwhistorische waarde. Het betreft metselwerk dat niet is voorzien van schilderlaag of andere afwerkingen en dat visueel getrouw is aan de oorspronkelijke bouwtechnieken. In de huidige regelgeving is schoon metselwerk in beginsel niet toegestaan om te schilderen of te teeren, tenzij dat historisch verantwoord is.
Het herstel van metselwerk vereist een zorgvuldige aanpak, waarbij de materialen, technieken en kleurafwerkingen afgestemd moeten zijn op de oorspronkelijke situatie. Dit geldt zowel voor de mortelsamenstelling als voor de voegafwerking en eventuele schilderlagen. De regelgeving en historische kennis spelen een centrale rol bij het behouden van de bouwhistorische waarde van een gebouw.
Bij restauratieprojecten is het belangrijk om kleuronderzoek uit te voeren, voegwerk nauwkeurig uit te voeren en historische juistheid te behouden. Door deze richtlijnen te volgen, wordt zorg gedragen voor de duurzaamheid en historische waarde van het bouwwerk.
Bronnen
Related Posts
-
M. Brouwers Metselwerken: Een overzicht van expertise, diensten en klantbeoordelingen
-
Luchtspouwen in metselwerk: functie, bouwmethoden en onderhoud
-
Los komend metselwerk: oorzaken, onderzoek en herstelopties
-
Loodvervanger in metselwerk: Duurzame alternatieven voor schoorsteen- en gevelrenovatie
-
Loodvervanger voor opgaand metselwerk: een moderne oplossing voor dakkapellen en schoorstenen
-
Lood Vervangen in Metselwerk: Belangrijke Stappen en Aanbevelingen voor Duurzame Resultaten
-
Loodvervangers en afdichting bij opgaand metselwerk: Duurzame en praktische oplossingen voor de bouw
-
Lintvoegen in metselwerk: functie, toepassing en uitvoering