Kunst en Vormgeving in Metselwerk: Het Reliëf in Bouwkunst en Beeldende Kunst
Inleiding
Het reliëf is een kunstvorm die zich op een unieke manier bevindt tussen schilderij en beeldhouwkunst. Het is een duidelijk bewijs van het vermogen van kunstenaars en bouwers om architectuur en beeldende kunst samen te voegen tot een geheel dat zowel esthetisch als functioneel is. In Nederland, en met name in regio’s waar baksteen een dominante rol speelt in de bouwkunst, heeft het baksteenreliëf zich ontwikkeld tot een typische monumentale kunstvorm. Het is een fenomeen dat sterk verbonden is met de post-oorlogse bouwperiode en de ontwikkeling van moderne steden.
In dit artikel wordt ingegaan op het reliëf als kunstvorm, met een focus op metselwerk en de rol die het speelt in de architectuur en beeldende kunst. Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, zoals het baksteenreliëf van Dick Bos in Emmeloord en Wall Relief No.1 van Henry Moore in Rotterdam, wordt gekeken naar de technische en esthetische aspecten van deze kunstvorm. Verder wordt de historische context, de technische uitvoering en de betekenis van reliëfs in de moderne en klassieke beeldende kunst besproken.
Wat is een Reliëf?
Een reliëf is een driedimensionale beeldhouwkundige afbeelding die niet volledig vrijstaand is. Het heeft een voorkant die ruimtelijk is en een achterkant die meestal plat is. Het reliëf is daarmee een overgangsmedium tussen schilderkunst en beeldhouwkunst. Het heeft het voordeel dat het zowel vormgeving in de ruimte mogelijk maakt als het vertellen van verhalen en thema’s, wat bij vrijstaand beeldhouwwerk vaak minder goed lukt.
Er zijn twee hoofdvormen van reliëf: het haut-reliëf (hoogreliëf) en het bas-reliëf (laagreliëf). Bij een hoogreliëf wordt de ondergrond weggesneden zodat de beeldvormen boven de ondergrond uitsteken, waardoor het werk vrijwel vrijstaand is. Bij een laagreliëf daarentegen wordt de afbeelding in de ondergrond uitgesneden, zodat het hoogteverschil beperkt is. Deze technische verschillen bepalen het visuele effect en de functie van het kunstwerk.
Het reliëf is sinds de oudheid gebruikt om historische gebeurtenissen, religieuze motieven en verhalen te vertellen. Een bekend voorbeeld uit de klassieke oudheid is de Zuil van Trajanus in Rome, die het Romeinse legerbestuur en de veroveringen van keizer Trajanus in detail weergeeft. In de moderne tijd is het reliëf ook gebruikt om architectuur te verrijken en functie en esthetiek te combineren.
Metselwerk als Kunstvorm
Metselwerk is niet alleen een technische bouwtechniek, maar ook een kunstvorm die ruimtelijke en esthetische aspecten kan bevatten. In Nederland is metselwerk al eeuwenlang een belangrijk onderdeel van de bouwkunst, vooral in steden en dorpen waar baksteen de dominante bouwstof is. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog ontstond een nieuwe stroming waarin metselwerk niet alleen een functionele rol speelde, maar ook een kunstzijdige dimensie kreeg. Dit leidde tot het ontstaan van zogenaamde "nagelvaste" kunstwerken, zoals siermetselwerk, mozaïeken en wandschilderingen, die onderdeel werden van het gebouw waarin ze waren opgenomen.
Een duidelijk voorbeeld hiervan is het baksteenreliëf dat Dick Bos ontwierp voor een bijgebouw van 'De Ontmoeting' in Emmeloord. Dit kunstwerk is uitgevoerd door metselaar Jan Stam van aannemersbedrijf De Graaff. Het reliëf is uitgevoerd zonder gebruik van computer of robot, wat benadrukt dat het resultaat van het vakmanschap van de metselaar is. Het grillige reliëf met uitstekende en terugwijkende vlakken toont aan dat metselwerk niet alleen functioneel is, maar ook visueel indrukwekkend kan zijn.
Bos gebruikte de natuurlijke kleuren van de baksteen en varieerde metselverbanden en richtingen om een abstracte vormgeving te creëren die goed aansluit bij het architectonische geheel. Dit is een fraai voorbeeld van de synthese van architectuur en beeldende kunst. Het reliëf is niet alleen een kunstwerk, maar ook een onderdeel van het gebouw dat functie en vorm verbindt.
Reliëf in de Moderne Stad: Henry Moore en Wall Relief No.1
Een ander belangrijk voorbeeld van het reliëf als kunstvorm in de moderne stad is Wall Relief No.1, een werk van de Britse kunstenaar Henry Moore in Rotterdam. Deze sculptuur is het enige werk in baksteen dat Moore ooit heeft gemaakt. Meestal werkte hij met glanzende materialen als brons en marmer, maar Wall Relief No.1 toont aan dat ook baksteen een passende medium kan zijn voor abstracte vormgeving.
Het reliëf is 8,4 meter hoog en 10 meter breed, en bestond uit 16.000 bakstenen. Het werd uitgevoerd door Nederlandse metselaars C. Molendijk en G.W.J. Philips, die vier maanden aan het kunstproject werkten. Moore had zelf een werkplan gemaakt en zeven kleine modellen in gips vervaardigd, waarvan sommige figuren sterk doen denken aan totempalen. Een jury koos het uiteindelijke model, dat door de architect vertaald werd in 41 werktekeningen. Deze werden vervolgens door de metselaars omgezet in het metselwerk.
Het resultaat is een lineaire ornamentering van horizontale en verticale lijnen en richels, met aan de boven- en onderzijde een soort fries met decoratieve figuren. Deze figuren doen denken aan metalen strips en schroeven. In het midden van de muur bevinden zich vijf biomorfe vormen. Het werk is een hybride kunstvorm die niet alleen esthetisch indrukwekkend is, maar ook de grenzen tussen schilderkunst en beeldhouwkunst tarten.
De locatie van Wall Relief No.1 is ook interessant vanuit een historisch en sociaal perspectief. Het werd opgeleverd in 1955 en was oorspronkelijk onderdeel van het Bouwcentrum Weena Point. Toen het gebouw in 2010 gesloopt werd, werd het kunstwerk verplaatst. Na de nieuwbouw op dezelfde locatie werd het teruggeplaatst. Dit toont aan dat kunstwerken, ook als ze onderdeel zijn van een gebouw, een eigen leven kunnen leiden en worden bewaard als historische en culturele prestaties.
Reliëf als 'Nagelvaste' Kunst
Een andere interessante context waarin reliëfs een rol spelen is de zogenaamde "percentageregeling" van de jaren vijftig en zestig. In 1951 besloot de rijksoverheid dat bij elk overheidsgebouw 1-2% van de bouwsom besteed moest worden aan kunst. Dit leidde tot de opkomst van "nagelvaste" kunst, waarbij kunstwerken direct verbonden zijn met het gebouw waarin ze opgenomen zijn. Voorbeelden hiervan zijn wandschilderingen, mozaïeken, glas-in-lood en keramische reliëfs.
Een voorbeeld uit deze traditie is het keramische reliëf dat Johan Traxel ontwierp voor de voormalige bibliotheek aan de Newtonstraat in Den Haag. Dit kunstwerk is uit 1984 en maakt deel uit van een reeks werken die de functie en esthetiek van het gebouw combineren. Traxel kreeg de opdracht voor dit reliëf vanuit een commissie voor beeldende kunstopdrachten, en ook bij de nieuwbouw van de bibliotheek was geld vrijgekomen via de gemeentelijke percentageregeling. Het keramische reliëf beeldt uit wat de functie van het gebouw is, wat typisch is voor kunstwerken die onderdeel zijn van deze beweging.
Deze vorm van kunst is een duidelijk bewijs van de samenwerking tussen kunstenaars en architecten, waarbij de functie van het gebouw en de esthetiek van de kunst worden verbonden. Het reliëf is hierbij niet alleen een decoratief element, maar ook een verhalend en functioneel onderdeel van het gebouw.
Reliëf en Experiment in Beeldende Kunst
Het reliëf is niet alleen een kunstvorm die gebruikt wordt in architectuur, maar ook een belangrijk medium in de beeldende kunst zelf. Het is een hybride vorm die grenzen tussen schilderkunst en beeldhouwkunst kan tarten. Kunstenaars gebruiken het om nieuwe vormen en ideeën te ontwikkelen, en het is daarom een belangrijk terrein voor experiment en innovatie.
In de 19e en 20e eeuw braken kunstenaars zoals Auguste Rodin en Medardo Rosso met de traditionele beeldhouwkunst en stelden ze de omgang met vorm en kleur in reliëf opnieuw ter discussie. Beeldhouwers als Edgar Degas, Paul Gauguin, Pablo Picasso, Henri Matisse en Alexander Archipenko werkten ook met reliëfs, waarbij ze de vormgeving en de relatie tussen het werk en de muur onderzochten.
In een tentoonstelling die in Duitsland werd gehouden, werden ongeveer 130 werken tentoongesteld die de evolutie van het reliëf in de periode van 1800 tot de jaren zestig belichtten. De tentoonstelling toonde aan dat het reliëf in deze periode een steeds belangrijker rol speelde in de beeldende kunst. Het werd gebruikt om traditionele vormen te verbreken, maar ook om nieuwe ideeën en technieken te ontwikkelen.
Techniek en Vormgeving van Reliëfs in Metselwerk
Het metselen van een reliëf vereist niet alleen kunstzinnige inzichten, maar ook technische vaardigheden. Het uitvoeren van een baksteenreliëf zoals het werk van Dick Bos of Henry Moore vereist een diepe kennis van metselverbanden, richtingen en materialen. In het geval van Dick Bos was het ontwerp al voorbereid door het ontwerpen van een tekening waarin de vorm, richting en metselverbanden aangegeven waren. De metselaar moest deze tekening vervolgens omzetten in een fysieke vorm die op de gevel geplaatst kon worden.
Het gebruik van verschillende metselverbanden en richtingen maakt het mogelijk om het reliëf in het metselwerk te integreren. Deze variaties creëren schaduwen die bij lichtval een extra dimensie aan het kunstwerk toevoegen. De lichtval op het reliëf maakt de plasticiteit van het werk zichtbaar, wat een belangrijke esthetische factor is.
Het gebruik van baksteen als materiaal is ook van groot belang voor het resultaat. De natuurlijke kleuren van de baksteen worden in sommige werken bewust gebruikt om het kunstwerk en de muur in elkaar over te laten lopen. Dit maakt het reliëf niet alleen een aparte vorm van kunst, maar ook een onderdeel van het gebouw dat het bevat.
Reliëf en de Identiteit van Gebouwen
Een belangrijk aspect van het reliëf in architectuur is dat het bijdraagt aan de identiteit van gebouwen. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland een bewustheid ontwikkeld over de rol van kunst in de stad. Dit leidde tot de opkomst van kunstwerken die niet alleen decoratief waren, maar ook een functionele rol speelden in de identiteit van gebouwen en steden.
In steden als Rotterdam, Emmeloord en Den Haag zijn reliëfs ontstaan die als onderdeel van het gebouw worden geïntegreerd en bijdragen aan de visuele identiteit van de stad. Deze kunstwerken zijn vaak het resultaat van samenwerking tussen kunstenaars, architecten en aannemers, en toont aan dat kunst niet alleen iets apart is, maar ook een onderdeel van de stedelijke leefomgeving.
Het baksteenreliëf van Dick Bos is hier een goed voorbeeld van. Het werd ontworpen als onderdeel van het gebouw en maakt gebruik van de eigenschappen van baksteen en metselwerk om een abstract kunstwerk te creëren dat goed aansluit bij het architectonische geheel. Het is een voorbeeld van hoe kunst en architectuur samen kunnen werken om een gebouw een unieke identiteit te geven.
Reliëf in het Huidige Stadsbeeld
Hoewel de percentageregeling van de jaren vijftig en zestig niet langer actief is, blijft het reliëf een relevante kunstvorm in de huidige stedelijke omgeving. Veel van deze kunstwerken zijn bewaard gebleven en worden als historische en culturele prestaties beschouwd. Ze vormen een deel van de identiteit van de steden waarin ze geplaatst zijn en tonen aan dat kunst en architectuur samen kunnen groeien.
In Rotterdam is Wall Relief No.1 een symbool van de moderne beeldende kunst in Nederland en een herinnering aan de samenwerking tussen kunstenaars en metselaars. In Emmeloord en Den Haag zijn de reliëfs van Dick Bos en Johan Traxel ook belangrijke elementen van de stadsgezichten. Deze werken tonen aan dat kunstwerken, ook als ze onderdeel zijn van een gebouw, een eigen leven kunnen leiden en worden bewaard als historische en culturele prestaties.
Het gebruik van reliëfs in het huidige stadsbeeld is ook een uitdaging voor restaurateurs en herontwikkelaars. Het bewaren van deze kunstwerken vereist een zorgvuldige aanpak, waarbij zowel de technische aspecten van het metselwerk als de esthetische waarden van het kunstwerk worden betrokken. Het is een complex proces dat niet alleen gericht is op de restauratie van het gebouw, maar ook op het behoud van de kunst die daarin is opgenomen.
Conclusie
Het reliëf is een kunstvorm die zich op een unieke manier bevindt tussen schilderij en beeldhouwkunst. Het is een overgangsmedium dat zowel vormgeving in de ruimte mogelijk maakt als het vertellen van verhalen en thema’s. In Nederland is het reliëf een typische monumentale kunstvorm die zich in de post-oorlogse bouwperiode ontwikkeld heeft. Het is vaak onderdeel van het gebouw waarin het is opgenomen en bijdraagt aan de identiteit van zowel het gebouw als de stad.
De technische uitvoering van een reliëf vereist een diepe kennis van metselwerk en materialen. Het gebruik van verschillende metselverbanden en richtingen maakt het mogelijk om schaduwen te creëren die een extra dimensie aan het kunstwerk toevoegen. De lichtval op het reliëf maakt de plasticiteit van het werk zichtbaar, wat een belangrijke esthetische factor is.
In de moderne stedelijke omgeving blijft het reliëf een relevante kunstvorm. Veel van deze kunstwerken zijn bewaard gebleven en worden als historische en culturele prestaties beschouwd. Ze vormen een deel van de identiteit van de steden waarin ze geplaatst zijn en tonen aan dat kunst en architectuur samen kunnen groeien.
Bronnen
Related Posts
-
M. Brouwers Metselwerken: Een overzicht van expertise, diensten en klantbeoordelingen
-
Luchtspouwen in metselwerk: functie, bouwmethoden en onderhoud
-
Los komend metselwerk: oorzaken, onderzoek en herstelopties
-
Loodvervanger in metselwerk: Duurzame alternatieven voor schoorsteen- en gevelrenovatie
-
Loodvervanger voor opgaand metselwerk: een moderne oplossing voor dakkapellen en schoorstenen
-
Lood Vervangen in Metselwerk: Belangrijke Stappen en Aanbevelingen voor Duurzame Resultaten
-
Loodvervangers en afdichting bij opgaand metselwerk: Duurzame en praktische oplossingen voor de bouw
-
Lintvoegen in metselwerk: functie, toepassing en uitvoering