Lijnlast en kwaliteitseisen in metselwerk: Richtlijnen en voorschriften voor optimalisatie
Inleiding
Bij het uitvoeren van metselwerken is het correct bepalen en afhandelen van de lijnlast van groot belang voor de stabiliteit en duurzaamheid van de constructie. De lijnlast speelt een rol in het verdelen van de belastingen op het metselwerk, en vereist dus een goed begrip van de onderliggende constructieve principes. Bovendien zijn er kwaliteitseisen die moeten worden nageleefd om de prestaties en het uiterlijk van het metselwerk te waarborgen. Deze artikelen richt zich op de voorschriften en aanbevelingen die specifiek zijn voor het gebruik van metselwerk in relatie tot lijnlasten. Op basis van de beschikbare informatie uit de bron worden richtlijnen voor steun- en stelblokjes, vlakheidseisen, afwatering, bepantsering en het gebruik van isolatieglas besproken. Ook wordt aandacht besteed aan de technische aspecten zoals beoordelingsafstand, laagdikte, windweerstand en het gebruik van bepaalde materialen.
Steun- en stelblokjes: Functie en minimumafmetingen
Steun- en stelblokjes zijn essentiële onderdelen van metselconstructies, met name bij het gebruik van glas in gevels of ramen. Deze blokjes zorgen voor een correcte ondersteuning van het glas en zorgen ervoor dat de belastingen goed worden afgedragen. De functie van steunblokjes is om het gewicht van het glas over te brengen op de profielen, terwijl stelblokjes ervoor zorgen dat de ruit op zijn plek blijft en niet in contact komt met de sponning.
De minimumlengte van de steunblokjes varieert afhankelijk van de grootte van het glasblad:
- Voor ruiten tot 2 m² is een minimumlengte van 50 mm vereist.
- Voor ruiten van 2 tot 3,25 m² is 75 mm nodig.
- Voor ruiten van 3,25 tot 5 m² moet de lengte 100 mm zijn.
- Bij ruiten groter dan 5 m² gelden afzonderlijke voorschriften die in overleg met de fabrikant moeten worden bepaald.
Bij zowel steun- als stelblokjes is de minimumbreedte gelijk aan de dikte van het glas plus de spouw, vermeerderd met 2 mm. Dit is nodig om voldoende ondersteuning te garanderen en eventuele overmatige spanningen te voorkomen.
De afstand tussen de hoek van het kozijn en de dichtstbijzijnde zijde van het blokje dient minimaal gelijk te zijn aan de lengte van het blokje, maar nooit minder dan 50 mm, en niet meer dan 25% van de lengte van de ruit. Deze richtlijnen zijn van belang om het risico op breuk of vervorming van het glas te beperken.
Bij isolatieglas is het verder belangrijk om beide glasbladen volledig ondersteund te hebben. In bijzondere gevallen kan het noodzakelijk zijn om de steunblokjes boven vaste punten in het raamwerk te plaatsen, zoals ankers of schuifdeurwielen. In dergelijke gevallen dient dit in overleg met de glasleverancier te worden bepaald.
Het is verder aan te raden om een zelfklevende uitvoering van de stelblokjes toe te passen, om eventuele beweging van de ruit te voorkomen. Bij inbraakwerende gevelelementen is het aan te raden om extra midden-stelblokjes aan te brengen bij het middenslot of sluitpunt, en daar recht tegenover in de hangstijl. Dit is belangrijk om de veiligheid en stabiliteit van het gevelelement te versterken.
Vlakheidseisen voor metselwerk
Voor het metselwerk is het van essentieel belang om aan bepaalde vlakheidseisen te voldoen, zowel in onbelaste toestand als onder temperatuurbelasting. Deze eisen zijn van invloed op het uiterlijk en de functionaliteit van het metselwerk. De maximale afwijking van vlakheid mag bijvoorbeeld over de diagonalen gemeten nergens meer bedragen dan ±5 mm/m1, met een absoluut maximum van ±10 mm. Over een beperkt oppervlak, zoals een afstand van 100 mm, mag de afwijking in absolute zin niet meer bedragen dan ±1 mm. Over een afstand van 500 mm is de maximale afwijking ±2 mm.
Het meten van de vlakheid vereist het gebruik van specifieke hulpmiddelen:
- Een meetinstrument met een afleesbaarheid van minimaal 0,1 mm.
- Een reilat van voldoende stijfheid en met een lengte die ten minste gelijk is aan de overspanning, vermeerderd met minimaal 150 mm.
- Identieke (houten) klosjes met afmetingen van ongeveer 100 x 25 mm en dikte X, waarbij het onder- en bovenvlak planparallel moet zijn.
Na montage mag een paneel niet meer dan 5 mm scheluw zijn. Deze eisen zijn van invloed op het uiterlijk, maar ook op de prestaties van het metselwerk, bijvoorbeeld met betrekking tot de windweerstand en het afwateren van naderingen.
Oppervlaktebehandeling en beoordelingsafstand
De oppervlaktebehandeling van metselwerk is een essentieel aspect dat zowel het uiterlijk als de duurzaamheid van de constructie beïnvloedt. De behandeling moet in kleur en glans gelijkmatig en dekkend zijn. Er zijn verschillende mogelijke fouten die kunnen optreden bij de behandeling, zoals:
- Ruw oppervlak;
- Zakkers;
- Blazen;
- Sinaasappeleffect;
- Insluitingen;
- Kraters;
- Doffe vlekken;
- Gaten;
- Krassen.
Bij kleurverschillen dient de ΔE-waarde te worden gehanteerd conform de Qualisteelcoateisen. Deze waarden zijn belangrijk om de visuele consistentie van het metselwerk te waarborgen. Aan te raden is het gebruik van poedercoatings, die meestal minder glad en strak zijn dan natte laksystemen. Bij het gebruik van een metallic-coating is het verder verstandig om vooraf in overleg te treden met de opdrachtgever om eventuele tintverschillen te voorkomen.
De beoordelingsafstand is afhankelijk van de toepassing:
- Voor toepassing buiten geldt een beoordelingsafstand van 5 meter.
- Voor toepassing binnen geldt een beoordelingsafstand van 3 meter.
Deze afstanden zijn van invloed op de visuele inspectie en het beoordelen van eventuele gebreken. Voor de beoordeling van het gemonteerde product gelden de criteria zoals vermeld in het onderdeel "Controle in het onderdeel Montage VMRG Gevelelementen op de bouwplaats".
Laagdikte en omgevingsfactoren
De minimale gemiddelde laagdikte voor laksystemen is van belang om de bescherming en het uiterlijk van het metselwerk te waarborgen. De exacte waarden zijn afhankelijk van het type lak en de toepassing. In het kader van deze richtlijnen is het verder belangrijk om rekening te houden met eventuele agressieve omgevingsfactoren. De opdrachtgever dient bij de aanvraag te vermelden of het project wordt blootgesteld aan een agressieve omgeving zoals:
- Ligging binnen 25 km van de kust (zout neerslag);
- Ligging direct boven maaiveld (opspattend vuil);
- Ligging boven water (condens);
- Stedelijk gebied (uitstoot verbrandingsgassen);
- Industriële omgeving (uitstoot chemicaliën, rookgassen, ertsstof).
Dit heeft invloed op de keuze van de materialen en de uitvoering van de bepantsering. Het is aan te raden om extra aandacht te besteden aan de hoeken van de buitenplaat van de panelen, met name bij het gebruik van zachte isolatie zoals minerale of steenwol. In dergelijke gevallen is het verplicht om het paneel aan de binnenzijde volledig dampdicht te maken om vochtproblemen te voorkomen.
Brandwerendheid en testrapporten
Bij brandwerende constructies is het verder van essentieel belang om altijd het testrapport aan te houden, tenzij er wijzigingen zijn toegestaan volgens de regelgeving. Deze eisen zijn van invloed op de veiligheid en het gebruik van het metselwerk. Het testrapport moet beschikbaar zijn bij inspecties of voor eventuele wijzigingen in de constructie.
Afwatering en beluchting in metselwerk
Correcte afwatering en beluchting zijn essentiële aspecten van metselwerk, met name bij isolatieglas en inbouwconstructies. Steunblokjes mogen de afwatering en beluchting van de sponning niet belemmeren. Dit is van belang om condensproblemen en vochtverzadiging te voorkomen, wat kan leiden tot schimmelvorming en andere schade.
Inwendige constructies moeten tevens voorzien zijn van beluchtingsgaten, met name bij opliggende dubbele beplating. Deze gaten zorgen voor een goede luchtcirculatie en voorkomen het opstijgen van vocht. De beplating moet bovendien walshuidvrij zijn en voorzien van een beschermende laag aan de binnenkant. Platen met circa 2 micrometer zink zijn niet toegestaan, omdat deze niet voldoen aan de eisen van duurzaamheid en esthetiek.
Gebruik van isolatieglas en overleg met leveranciers
Het gebruik van isolatieglas vereist extra aandacht bij de montage en het ontwerp van de constructie. Beide glasbladen moeten volledig ondersteund zijn, en de krachten die via de steun- en stelblokjes op het glas werken, moeten correct worden afgedragen. Dit is van belang om het risico op breuk of vervorming te beperken. Het verdient aanbeveling om met de leverancier van het isolatieglas overleg te plegen over de plaatsingsvoorschriften. Deze overleg is van essentieel belang om eventuele fouten te voorkomen en om de functionele eisen van het glas te waarborgen.
Technische aspecten zoals windweerstand en bediening
Bij het gebruik van zonwering of schermen bij metselwerk zijn er ook technische aspecten van belang, zoals windweerstand en bediening. Knikarmschermen zijn bijvoorbeeld geschikt voor toepassing tot en met NEN EN 13561 Windweerstandsklasse 1. Deze schermen hebben een geringe hellingshoek en zijn geschikt voor toepassing op terrassen of serres.
De bediening van zonwering kan zowel manueel als elektrisch zijn. Bij manuele bediening dient rekening te worden gehouden met de draairichting en de eventuele obstakels. Bij elektrische bediening is het belangrijk om de schakelaar correct in te stellen en ervoor te zorgen dat de zonwering volledig kan worden uitgeschakeld bij werkzaamheden aan de gevel.
Conclusie
Lijnlast en kwaliteitseisen in metselwerk zijn van groot belang voor de stabiliteit, duurzaamheid en esthetiek van de constructie. Door rekening te houden met richtlijnen voor steun- en stelblokjes, vlakheidseisen, afwatering, bepantsering en het gebruik van isolatieglas, kan men zorgen voor een optimale uitkomst. Bovendien is het essentieel om rekening te houden met omgevingsfactoren, zoals agressieve omgevingen, en om vooraf in overleg te treden met leveranciers en opdrachtgevers. Met deze aanbevelingen en voorschriften kan men zorgen voor een metselconstructie die zowel functioneel als visueel aantrekkelijk is.
Bronnen
Related Posts
-
M. Brouwers Metselwerken: Een overzicht van expertise, diensten en klantbeoordelingen
-
Luchtspouwen in metselwerk: functie, bouwmethoden en onderhoud
-
Los komend metselwerk: oorzaken, onderzoek en herstelopties
-
Loodvervanger in metselwerk: Duurzame alternatieven voor schoorsteen- en gevelrenovatie
-
Loodvervanger voor opgaand metselwerk: een moderne oplossing voor dakkapellen en schoorstenen
-
Lood Vervangen in Metselwerk: Belangrijke Stappen en Aanbevelingen voor Duurzame Resultaten
-
Loodvervangers en afdichting bij opgaand metselwerk: Duurzame en praktische oplossingen voor de bouw
-
Lintvoegen in metselwerk: functie, toepassing en uitvoering