Het tekenen van zachte isolatie in AutoCAD: Technieken, tools en toepassingen

Inleiding

Het correct weergeven van isolatielagen in technische tekeningen is essentieel voor zowel de communicatie in de bouwsector als het naleven van bouwvoorschriften. In AutoCAD, een veelgebruikte software binnen de bouw- en architectuursector, zijn verschillende technieken en methoden beschikbaar om zachte isolatiemateriaal, zoals zolderisolatie of wandisolatie, visueel correct aan te duiden. Deze methoden zijn afhankelijk van het doel van de tekening, het type software dat wordt gebruikt (zoals AutoCAD, AutoCAD LT, BricsCAD of Revit), en de vereisten van de opdrachtgever.

Deze artikel gaat in op de meest gebruikte en effectieve manieren om een isolatiearcering in 60 graden of zigzagpatronen te tekenen in AutoCAD. Op basis van de technische data uit meerdere betrouwbare bronnen worden de volgende thema’s behandeld:

  • Het gebruik van het HATCH-commando en het ontwerpen van aangepaste arceerpatronen.
  • De toepassing van lijntypen zoals BATTING en het aanpassen van linetypescale.
  • Het gebruik van dynamische blokken en AutoLISP/VisualLISP.
  • Softwaretools zoals 3BTools en de Kingspan iSoEasy-oplossing in een praktisch context.

De nadruk ligt op het gebruik van technische methoden die goed uitwerken in het praktische gebruik van AutoCAD, met specifieke aandacht voor het tekenen van arceringspatronen in 60 graden of zigzagvorm.


Het gebruik van HATCH voor isolatiearcering

Een van de meest gebruikte methoden om isolatielagen te visualiseren in AutoCAD is het gebruik van het HATCH-commando. Dit commando maakt het mogelijk om vlakken op te vullen met arceerpatronen die het type materiaal illustreren. In het geval van isolatie zijn de standaard arceerpatronen echter vaak niet voldoende geschikt om de structuur van zachte isolatiematerialen zoals zolderisolatie adequaat weer te geven.

Standard arceerpatronen

In AutoCAD zijn er standaard een reeks arceerpatronen beschikbaar die worden opgeslagen in .pat bestanden. Deze patronen zijn vaak niet specifiek voor isolatiemateriaal ontworpen. Het patroon INSUL, bijvoorbeeld, is wel gerelateerd aan isolatie, maar heeft een vorm die niet overeenkomt met de meeste gebruikelijke visualisaties. Soms wordt het patroon NET gebruikt als een alternatief, maar ook dit is niet ideaal.

Aangepaste arceerpatronen

Wanneer de standaard patronen niet voldoen, is het mogelijk om een aangepast arceerpatroon te definiëren. Dit wordt gedaan door het opstellen van een eigen .pat bestand waarin de structuur van het patroon beschreven wordt. Voor het weergeven van zachte isolatie is een zigzagpatroon een veelgebruikte optie. Dit patroon kan worden gedefinieerd met een bepaalde hart-op-hartafstand (h.o.h. afstand) en een hellingshoek van 60 graden en -60 graden.

Deze manier van aanduiden is een veelvoorkomende weergave van isolatiematerialen in technische tekeningen. Het creëert een visueel duidelijke afbakening van isolatie en andere constructiematerialen.


Het gebruik van lijntypen en linetypescale

Een alternatieve techniek is het gebruik van lijntypen om isolatielagen aan te duiden. In AutoCAD zijn er lijntypen zoals BATTING die redelijk goed aansluiten bij het weergeven van isolatiematerialen. Deze lijntypen bestaan uit herhalende patronen van lijnen en spaties.

Toepassing in de praktijk

De stappen zijn als volgt:

  1. Maak een aparte laag aan voor de isolatie.
  2. Koppel het lijntype BATTING aan deze laag.
  3. Teken een lijn of polyline op het hart van de isolatie.
  4. De fijnheid van het patroon is afhankelijk van een aantal variabelen zoals:
    • De current overall linetype scale.
    • De annotative object scale.
    • De object scale.
    • En andere systeemvariabelen.

De linetypescale kan worden berekend aan de hand van de volgende formule:

Linetypescale = Isolatiedikte * 0,049

Dit zorgt ervoor dat het patroon visueel overeenkomt met de dikte van de isolatie in de tekening.

Nadelen

Hoewel dit een efficiënte methode is, kan het uitdagingen opleveren wanneer de schaal van het model niet consistent is. Dit is vooral het geval wanneer meerdere schalen tegelijk worden gebruikt in één model of wanneer de modelweergave verschilt van de viewportweergave.


Het gebruik van dynamische blokken

Een van de meest praktische en flexibele methoden voor het tekenen van zachte isolatie is het gebruik van dynamische blokken (dynamic blocks). Deze blokken zijn aanpasbaar en kunnen automatisch groter of kleiner worden gemaakt afhankelijk van de dikte van de isolatie.

Werking van dynamische blokken

  1. Creëer een dynamisch blok dat het isolatiepatroon bevat.
  2. Gebruik het commando INSERT of CLASSICINSERT om het blok in de tekening te plaatsen.
  3. Stel de Scale in op de dikte van de isolatie.
  4. Het blok past zich automatisch aan aan de opgegeven schaal.

Dit maakt het mogelijk om een consistente weergave te krijgen zonder dat extra handmatige aanpassingen nodig zijn. Bovendien is het makkelijker om meerdere exemplaren van hetzelfde blok te gebruiken in de tekening.


Het gebruik van AutoLISP/VisualLISP

Voor gevorderde gebruikers kan ook gebruik worden gemaakt van AutoLISP of VisualLISP om een aangepaste oplossing te ontwikkelen voor het tekenen van isolatiearceringen. Deze methoden stellen het programmeren van eigen commando's toe, waardoor het mogelijk is om specifieke patronen of structuren te genereren.

Voordelen en nadelen

Voordelen: - Flexibiliteit in de aanpassing van het patroon. - Mogelijkheid om optimalisaties te programmeren. - Geringe kosten bij eenmalige implementatie.

Nadelen: - Niet geschikt voor AutoCAD LT. - Vereist kennis van LISP. - Vereist testen en foutopsporing.


Softwaretools voor het tekenen van isolatie in AutoCAD

Neben handmatige en programmeerbare methoden zijn er ook specifieke tools beschikbaar die het tekenen van isolatiearceringen vergemakkelijken.

3BTools en Revit-integratie

De tool 3BTools biedt een specifieke oplossing voor het aanpassen van arceringspatronen in Revit. Het voorkomt dat de isolatiearcering in wanden niet goed uitlijnt of op de verkeerde schaal wordt weergegeven. Met deze tool is het mogelijk om:

  • De dikte van de isolatie in te geven.
  • De schaal van de weergave aan te passen.
  • Het arceerpatroon automatisch aan te passen aan de gewenste instellingen.

Kingspan iSoEasy

Bij de praktische implementatie van isolatie in woningen is het gebruik van Kingspan iSoEasy een interessante oplossing. Het is een eenvoudige en snel toepasbare isolatie-oplossing die niet alleen thermisch efficiënt is, maar ook eenvoudig in te zetten in tekeningen. De tekeningen zijn beschikbaar in PDF of DWG-format en kunnen worden aangevraagd via e-mail.


Conclusie

Het correct weergeven van zachte isolatiematerialen in AutoCAD is essentieel voor zowel de communicatie in de bouwsector als het naleven van bouwnormen. Aan de hand van meerdere betrouwbare bronnen zijn verschillende technieken besproken, waaronder het gebruik van het HATCH-commando, lijntypen, dynamische blokken, en AutoLISP/VisualLISP. Elke methode heeft zijn eigen voordelen en nadelen, afhankelijk van de vereisten van de projecten en de beschikbare tools.

  • Het gebruik van aangepaste arceringspatronen is ideaal voor visuele duidelijkheid.
  • Lijntypen zoals BATTING kunnen efficiënt worden ingezet, maar vereisen nauwkeurige aanpassing van schaalparameters.
  • Dynamische blokken bieden een praktische en herbruikbare oplossing.
  • Voor gevorderde gebruikers is AutoLISP een krachtige tool, maar vereist programmeerkennis.

Tevens zijn er specifieke tools zoals 3BTools en Kingspan iSoEasy die het tekenen en toepassen van isolatie in AutoCAD vergemakkelijken. De keuze van de juiste methode hangt af van het type software, het projectdoel, en de ervaring van de gebruiker.


Bronnen

  1. Tekenmethoden voor zachte isolatie in AutoCAD
  2. CAD-downloads voor isolatiearcering
  3. 3BTools en isolatiearceringen
  4. Detailtekeningen van Kingspan iSoEasy

Gerelateerde berichten