Aërogene isolatie en de rol van beschermingsmiddelen in de zorginfrastructuur

In de moderne zorginfrastructuur is infectiepreventie een essentieel onderdeel van de veiligheid van zowel patiënten als medewerkers. Aërogene isolatie speelt hierin een cruciale rol, aangezien deze maatregel wordt genomen bij infectieziekten die via kleine druppeltjes in de lucht worden verspreid. Het toepassen van de juiste beschermingsmiddelen en het ontwikkelen van de juiste ruimtelijke voorzieningen zijn van groot belang om zowel de verspreiding van micro-organismen te beperken als de veiligheid van de zorgomgeving te waarborgen.

Inleiding

Aërogene isolatie wordt toegepast wanneer een patiënt besmet is met een micro-organisme dat zich via de lucht verspreidt, zoals tuberculose of virale hemorrhagische koortsen. In dergelijke gevallen is het noodzakelijk om extra maatregelen te nemen om de verspreiding van deze ziekten te voorkomen. Aan deze maatregelen horen specifieke richtlijnen voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en ruimtelijke voorzieningen, zoals isolatiekamers met sluis en specifieke luchtbeheersing.

Deze artikel geeft een gedetailleerde uitleg over aërogene isolatie, de maatregelen die daaraan verbonden zijn, en de rol van beschermingsmiddelen in deze context. Daarnaast wordt ingegaan op de bouwkundige eisen voor isolatiekamers en de relevante richtlijnen die van toepassing zijn in ziekenhuizen en andere zorginstellingen.

Aërogene isolatie: begrippen en toepassing

Wat is aërogene isolatie?

Aërogene isolatie betreft het geïsoleerd verplegen van patiënten die gekoloniseerd of besmet zijn met micro-organismen die via de lucht kunnen worden overgedragen. Deze vorm van isolatie wordt vooral toegepast bij ziekten zoals tuberculose, virale hemorrhagische koortsen en, zoals in recente jaren, bij bepaalde vormen van coronavirussen.

De doelstelling van aërogene isolatie is om de verspreiding van micro-organismen via de lucht te beperken. Dit wordt bereikt door het gebruik van specifieke beschermingsmiddelen en het verplegen van patiënten in gespecialiseerde ruimtes.

Wanneer wordt aërogene isolatie toegepast?

Aërogene isolatie wordt ingevoerd bij patiënten met ziekten en micro-organismen die zich via de lucht verspreiden. In ziekenhuizen wordt deze vorm van isolatie vaak uitgevoerd in een eenpersoonskamer met sluis en specifieke luchtbeheersing. Deze ruimtes zijn volgens bouwkundige eisen ingericht om een effectieve isolatie te waarborgen.

Patiënten in aërogene isolatie blijven in principe op hun kamer. Alleen bij revalidatie of noodzakelijke verplaatsing mag het kamer verlaten, en dan slechts onder begeleiding en met het gebruik van een mondneusmasker.

Beschermingsmiddelen bij aërogene isolatie

FFP2-maskers

Bij aërogene isolatie is het gebruik van een FFP2-masker een essentiële maatregel. Deze maskers zijn ontworpen om de ademwegen van medewerkers te beschermen tegen het inademen van micro-organismen die via de lucht worden verspreid.

Wanneer medewerkers de kamer van een patiënt in aërogene isolatie betreden, is het gebruik van een FFP2-masker verplicht. Dit geldt ook wanneer een bezoek of interventie plaatsvindt binnen de 90 minuten na het verlaten van de kamer.

Het FFP2-masker wordt geclassificeerd volgens de mate van bescherming die het biedt. Hoe hoger het getal in de classificatie, hoe meer de lucht die wordt ingeademd wordt gefilterd en hoe effectiever het beschermingsmiddel is.

Aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen

Naast het FFP2-masker kunnen er aanvullende persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt, afhankelijk van de specifieke situatie en het type ziekte. Dit kan omvatten oogbescherming, beschermende overalls en handschoenen. Deze middelen vormen een extra laag van bescherming bij direct contact met lichaamsvochten of oppervlakken.

De keuze van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen hangt af van de risico’s die gepaard gaan met de behandeling van de patiënt. De richtlijnen voor handhygiëne en persoonlijke beschermingsmiddelen zijn een essentieel onderdeel van de algemene voorzorgsmaatregelen in de zorgsector.

Ruimtelijke voorzieningen bij aërogene isolatie

Isolatiekamer

De isolatiekamer is een essentieel bouwkundig element bij aërogene isolatie. Deze kamer is een eenpersoonskamer met eigen sanitair en voorzien van een sluis en specifieke luchtbeheersing. De bouwkundige eisen voor deze kamer zijn vastgelegd in nationale normen en richtlijnen, zoals de NEN (Nederlandse Norm).

De isolatiekamer is ontworpen om de verspreiding van micro-organismen via de lucht te beperken. Dit wordt bereikt door het gebruik van negatieve druk in de kamer, waarbij lucht niet naar buiten kan stromen zonder te worden gefilterd. De luchtbeheersing zorgt ervoor dat eventueel besmette lucht niet de omgeving binnendringt.

Sluis en luchtbeheersing

De sluis is een belangrijk onderdeel van de isolatiekamer. Het is een tussenruimte die ervoor zorgt dat medewerkers veilig de kamer kunnen betreden en verlaten zonder de verspreiding van micro-organismen te bevorderen. De sluis is uitgerust met specifieke luchtbeheersingssystemen om de luchtcirculatie te controleren.

Het gebruik van de sluis is essentieel bij het toepassen van aërogene isolatie. Het zorgt ervoor dat de lucht in de isolatiekamer niet met de lucht in andere delen van het ziekenhuis wordt gemengd. Hierdoor wordt de risico’s op infectieoverdracht beperkt.

Bouwkundige eisen

De bouwkundige eisen voor isolatiekamers zijn vastgelegd in nationale en internationale normen. Deze eisen omvatten niet alleen de fysieke opbouw van de kamer, maar ook de luchtbehandeling en de veiligheid van de werkomgeving voor medewerkers.

De eisen omvatten bijvoorbeeld:

  • Eenpersoonskamer met eigen sanitair
  • Sluisruimte met luchtbeheersing
  • Geproduceerde negatieve druk in de kamer
  • Aanwezigheid van filterinstallaties voor luchtreiniging
  • Goede toegang tot hygiënevoorraden en beschermingsmiddelen

Samenwerking en richtlijnen

Aanbevolen richtlijnen

De toepassing van aërogene isolatie wordt ondersteund door een aantal aanbevolen richtlijnen. Deze richtlijnen zijn opgesteld door professionele verenigingen en autoriteiten in de zorgsector en zijn gericht op het voorkomen van infectieoverdracht.

Een aantal van de belangrijkste richtlijnen zijn:

  • Handhygiëne & persoonlijke hygiëne
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Reiniging & desinfectie ruimten
  • Accidenteel bloedcontact

Deze richtlijnen gelden boven op de algemene voorzorgsmaatregelen. Ze zijn specifiek gericht op situaties waarin extra maatregelen nodig zijn om infecties te voorkomen.

Aanvullende richtlijnen voor specifieke ziekten

Naast de algemene richtlijnen zijn er ook richtlijnen die specifiek gericht zijn op bepaalde infectieziekten. Deze richtlijnen zijn ontwikkeld op basis van wetenschappelijke onderzoeken en internationale richtlijnen.

Een aantal voorbeelden van richtlijnen voor specifieke ziekten zijn:

  • Richtlijn voor BRMO (bronchiale respiratoire micro-organismen)
  • Richtlijn voor Clostridioides difficile
  • Richtlijn voor MRSA (methicillineresistente Staphylococcus aureus)
  • Richtlijn voor scabiës (crustosa)
  • Richtlijn voor tuberculose
  • Richtlijn voor virale hemorrhagische koortsen

Voor norovirus is er nog een aparte richtlijn in ontwikkeling.

Aanvullende maatregelen

Verwerking van linnengoed en afval

Bij aërogene isolatie gelden specifieke maatregelen voor de verwerking van linnengoed en afval. Het linnengoed van patiënten in aërogene isolatie wordt verzameld en in een gesloten, intacte zak afgevoerd. Dit wordt gedaan om de verspreiding van micro-organismen te beperken.

Het afval van patiënten in aërogene isolatie dient afgevoerd te worden volgens het Landelijk Afvalbeheersplan (sectorplan 19). Dit plan bevat richtlijnen voor de verwerking van medisch afval en zorgt voor een consistente aanpak in de zorgsector.

Serviesgoed en speelgoed

Voor het verwerken van serviesgoed van patiënten in aërogene isolatie zijn geen aanvullende maatregelen nodig. Hierbij wordt uitgegaan van de algemene richtlijnen voor reiniging en desinfectie.

Het onderwerp van speelgoed en domotica wordt behandeld in aparte modules binnen de richtlijnen voor isolatie. Deze modules geven aanbevolen maatregelen voor het gebruik van speelgoed en elektronische apparaten in de zorgsector.

Kosten en middelenbeslag

De toepassing van aërogene isolatie maatregelen heeft geen invloed op de huidige middelenbelegging. De maatregelen die worden genomen vallen binnen de huidige beleidslijnen en zullen dus geen extra kosten met zich meebrengen.

Een belangrijke reden waarom de maatregelen geen extra kosten veroorzaken, is dat ze zijn geïntegreerd in de bestaande richtlijnen en protocollen. De kosten voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en de uitvoering van isolatiekamers zijn reeds voorzien in de huidige middelenbelegging.

Conclusie

Aërogene isolatie is een essentiële maatregel in de zorgsector om de verspreiding van micro-organismen via de lucht te beperken. De toepassing van deze maatregel vereist het gebruik van specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals FFP2-maskers, en het verplegen van patiënten in gespecialiseerde ruimtes zoals isolatiekamers met sluis en luchtbeheersing.

De richtlijnen voor aërogene isolatie zijn ontwikkeld op basis van wetenschappelijke onderzoeken en internationale richtlijnen. Ze zijn gericht op het voorkomen van infectieoverdracht en de bescherming van zowel patiënten als medewerkers.

De bouwkundige eisen voor isolatiekamers zijn vastgelegd in nationale normen en richtlijnen. Deze eisen zorgen voor een veilige werkomgeving en een effectieve isolatie. De verwerking van linnengoed en afval volgt richtlijnen uit het Landelijk Afvalbeheersplan, terwijl serviesgoed en speelgoed extra aandacht krijgen in aparte modules.

De toepassing van aërogene isolatie maatregelen heeft geen invloed op de huidige middelenbelegging. De maatregelen vallen binnen de huidige beleidslijnen en zijn geïntegreerd in de bestaande richtlijnen en protocollen.

In de zorgsector is het gebruik van aërogene isolatie een belangrijk onderdeel van infectiepreventie. Het toepassen van de juiste maatregelen en richtlijnen zorgt voor een veilige en hygiënische werkomgeving.

Bronnen

  1. Richtlijnen Infectiepreventie
  2. SRI-richtlijnen
  3. Omgang met isolatiemaatregelen
  4. Aërogene isolatie

Gerelateerde berichten