Inleiding
Aërogene isolatie wordt toegepast in medische instellingen om de verspreiding van ziekteverwekkende bacteriën en virussen die zich via de lucht verspreiden, te voorkomen. Deze maatregel is van belang in zorgkundige omgevingen, maar heeft ook betrekking op de bouw- en woningbouwsector, bijvoorbeeld bij de sanitaire en luchtkwaliteitssystemen in woningen waar zorgverlening plaatsvindt. Een centrale rol bij aërogene isolatie speelt het gebruik van FFP2-maskers, zowel voor medewerkers als bezoekers. In deze artikelen bespreken we op basis van geraadpleegde richtlijnen en documentatie de relevante regels en maatregelen rond aërogene isolatie, met een nadruk op het gebruik van FFP2-maskers.
Wat is aërogene isolatie?
Aërogene isolatie is een maatregel die wordt toegepast in medische zorginstellingen om patiënten met infectieziekten te isoleren die zich via de lucht verspreiden. Infectieziekten zoals tuberculose of bepaalde virussen kunnen via kleine druppeltjes (aerosolen) de lucht in gaan bij hoesten, niezen of praten. Deze druppels kunnen over grote afstanden verspreiden en kunnen tot infectie leiden bij andere personen die deze inademen.
De aërogene isolatie wordt meestal uitgevoerd in een speciale kamer met een luchtdruk die lager is dan de buitendruk. Hierdoor blijven de besmettelijke deeltjes binnen de kamer en worden ze niet naar buiten geblazen. Voor zowel medische medewerkers als bezoekers gelden dan ook maatregelen, waaronder het gebruik van FFP2-maskers.
Rol van FFP2-maskers bij aërogene isolatie
FFP2-maskers zijn essentieel bij de voorkoming van de verspreiding van aërogene infecties. Deze maskers zijn gemaakt om kleine deeltjes in de lucht tegen te houden. Bij aërogene isolatie worden FFP2-maskers gebruikt door zowel medische medewerkers als bezoekers. De richtlijnen benadrukken dat het masker vóór het betreden van de isolatiekamer moet worden opgedaan en pas na vertrek wordt afgedaan.
Het gebruik van FFP2-maskers is daarbij afhankelijk van de specifieke situatie. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat een patiënt in isolatie buiten zijn kamer een FFP2-masker moet dragen bij bepaalde activiteiten, zoals bezoek of medische behandelingen. Ook bezoekers moeten zich aan deze regels houden. Bijvoorbeeld, bij een bezoek aan een patiënt in aërogene isolatie moet de bezoeker een FFP2-masker opzetten vóór het betreden van de kamer en afzetten bij verlaten van de kamer.
In sommige gevallen gelden aanvullende maatregelen, afhankelijk van de aard van de infectie of de risico’s op verspreiding. De verpleegkundige of infectiepreventie-afdeling bepaalt hier welke extra maatregelen nodig zijn. In elk geval is het gebruik van een FFP2-masker een fundamentele maatregel bij aërogene isolatie.
Aanbevolen procedures voor bezoekers
Bezoek aan patiënten in aërogene isolatie is mogelijk, maar bezoekers moeten zich houden aan specifieke regels. Eerst en vooral moet een bezoeker een FFP2-masker opzetten vóór het betreden van de kamer. Daarnaast gelden de volgende aanbevolen procedures:
- Bezoekers moeten zich op voorhand bij de afdelingsverpleegkundige melden.
- Het FFP2-masker moet goed aansluiten rond het gezicht om een optimale bescherming te garanderen.
- Bezoekers mogen de patiënt in isolatie als laatste bezoeken om risico’s te beperken.
- Na het bezoek moet de bezoeker zijn handen desinfecteren met handalcohol vóór het verlaten van de kamer.
- Het ziekenhuis of verpleeginstelling moet direct na het bezoek verlaten worden.
Bij bezoeken aan patiënten in aërogene isolatie is het belangrijk om de instructies van de verpleegkundige nauwkeurig te volgen. In sommige gevallen kunnen bezoektijden worden aangepast of uitgebreid in overleg met de verpleegkundige.
Kinderen en aërogene isolatie
Een specifieke richtlijn geldt voor bezoek door kinderen jonger dan 12 jaar. Kinderen jonger dan 12 jaar worden in de regel niet toegestaan om bezoek te brengen aan patiënten in aërogene isolatie, met uitzondering van eigen kinderen van de patiënt. Deze kinderen mogen op bezoek komen na overleg met de (long)arts.
Het is belangrijk om te rekening te houden met de kwetsbaarheid van jonge kinderen bij infectieziekten. Daarom wordt bij het toestaan van bezoek aan kinderen extra zorgvuldig gekeken naar de risico’s en de maatregelen die worden genomen.
Verpleging en behandeling in aërogene isolatie
Wanneer een patiënt in aërogene isolatie wordt geplaatst, zijn er specifieke regels voor de verpleging en medische behandeling. De patiënt mag de kamer in de regel niet verlaten. Bij noodzakelijke behandelingen of onderzoeken wordt de patiënt opgehaald door medische medewerkers. Deze medewerkers dragen dan beschermende kleding, inclusief FFP2-maskers en eventueel beschermende brillen.
Wanneer een patiënt wel tijdelijk de kamer verlaat, bijvoorbeeld voor revalidatie, is het verplicht om schone kleding te dragen en een FFP2-masker op te zetten. Daarnaast moet de patiënt zijn handen desinfecteren met handalcohol.
In de isolatiekamer worden dagelijks reinigingsmaatregelen genomen, zoals het reinigen van meest aangeraakte oppervlakken en het sanitair. Na het verlaten van de kamer of het ontslag van de patiënt volgt een eindreiniging met extra aandacht voor contactpunten en sanitair.
Verwerking van afval en linnengoed
Het verwerken van afval en linnengoed in aërogene isolatie gebeurt volgens specifieke richtlijnen. Linnengoed wordt verzameld en in een gesloten, intacte zak afgevoerd. Dit proces dient te geschieden zonder dat het linnengoed blootgesteld wordt aan medewerkers of andere patiënten.
Afval wordt afgevoerd volgens het Landelijk Afvalbeheersplan (sectorplan 19). Hierin zijn specifieke procedures opgenomen om risico’s op besmetting te beperken.
Rol van de verpleegkundige en communicatie
De verpleegkundige speelt een centrale rol in het instellen en beheren van aërogene isolatie. Tijdens het opzetten van de isolatie worden de volgende punten met de patiënt besproken:
- De reden van de isolatie
- De duur van de isolatie
- De maatregelen die genomen moeten worden door medewerkers
- De maatregelen die genomen moeten worden door bezoekers
- De tijdstippen waarop de verpleegkundige bij de patiënt komt
- De voorwaarden waaronder de isolatie kan worden beëindigd
De communicatie is hierin van groot belang om ervoor te zorgen dat zowel de patiënt als de betrokken medewerkers en bezoekers duidelijkheid hebben over de maatregelen en de doelstelling van de isolatie.
Maatregelen na ontslag
Na het ontslag van een patiënt uit aërogene isolatie zijn de maatregelen in de thuissituatie niet langer nodig. Echter, wanneer de patiënt naar een verpleeg- of verzorgingshuis gaat of thuiszorg ontvangt, wordt de instelling of zorgverlener geïnformeerd over de juiste maatregelen.
Het is van belang dat de maatregelen van aërogene isolatie worden overgedragen naar andere instellingen of zorgverleners om risico’s op verspreiding van infecties verder te beperken.
Handhygiëne en persoonlijke beschermingsmiddelen
Naast het gebruik van FFP2-maskers zijn ook andere persoonlijke beschermingsmiddelen relevant bij aërogene isolatie, zoals beschermende brillen bij spatrisico. Handhygiëne is een fundamentele maatregel in de voorkoming van de verspreiding van micro-organismen. Het op tijd en correct toepassen van handhygiëne vermindert het risico op overdracht van ziekteverwekkers van de een naar de andere patiënt.
De richtlijn Handhygiëne & persoonlijke hygiëne medewerker biedt uitgebreide informatie over het belang, de methode en de middelen voor handhygiëne.
Aërogene isolatie in de woningbouwsector
Hoewel aërogene isolatie voornamelijk in medische zorginstellingen wordt toegepast, heeft het ook betrekking op de woningbouwsector, vooral bij de ontwikkeling of renovatie van woningen waar zorgverlening plaatsvindt. In dergelijke woningen is het van belang om ruimtes aan te leggen die geschikt zijn voor isolatie, met een luchtdruk die lager is dan de omgeving. Hierdoor blijven besmettelijke deeltjes binnen de kamer en kan de verspreiding worden voorkomen.
De bouw- en renovatiepraktijk dient rekening te houden met de technische vereisten voor isolatiekamers, zoals de juiste luchtdrukverschillen, luchtbehandelingsinstallaties en sanitaire voorzieningen. Deze aspecten vallen onder de richtlijnen voor bouwtechnische normen en infectiepreventie.
Samenvatting
Aërogene isolatie is een belangrijke maatregel in medische zorginstellingen om de verspreiding van ziekteverwekkende bacteriën en virussen te voorkomen. Het gebruik van FFP2-maskers is essentieel bij deze maatregel, zowel voor medische medewerkers als voor bezoekers. De richtlijnen benadrukken dat het masker vóór het betreden van de isolatiekamer moet worden opgedaan en pas na het verlaten van de kamer wordt afgedaan.
Daarnaast gelden aanvullende maatregelen, zoals handhygiëne, het dragen van beschermende brillen en de reiniging van ruimtes en sanitaire voorzieningen. De verpleegkundige speelt een centrale rol in het instellen en beheren van aërogene isolatie, en communiceert de relevante maatregelen aan patiënten, medewerkers en bezoekers.
In de woningbouwsector is het van belang om ruimtes aan te leggen die geschikt zijn voor aërogene isolatie, met aandacht voor luchtdrukverschillen en luchtbehandeling. Hierdoor kan de verspreiding van aërogene infecties worden voorkomen in zorgcontexten in de woningbouwsector.