NL-SfB Codering voor Begane Vloerisolatie: Inzicht in de Classificatie en Toepassing in de Bouwsector

Inleiding

In de bouwsector is het hanteren van een gestandaardiseerde classificatie essent voor effectieve communicatie, informatiebeheer en samenwerking, vooral in digitale omgevingen zoals BIM (Building Information Modeling). De NL-SfB (Nederlands SfB) is zo’n classificatiesysteem dat al jarenlang wordt ingezet voor het coderen van bouwelementen, inclusief isolatiematerialen. Voor specifieke toepassingen zoals de isolatie van de begane grondvloer is het belangrijk dat het juiste NL-SfB codepaar wordt gebruikt om zowel de hoofdelementen als de subelementen en materialen te identificeren. In dit artikel wordt ingegaan op de NL-SfB codering, met een focus op begane vloerisolatie, het doel en toepassingsgebied van NL-SfB, en de betekenis van de codering in de praktijk.

Wat is NL-SfB?

NL-SfB is de meest gebruikte classificatie voor gebouwonderdelen in de Nederlandse bouwsector. Het is een open standaard die wordt toegepast om lagen en objecten in BIM- en CAD-systemen te coderen. Daarnaast dient NL-SfB als een methode om informatie van leveranciers van bouwproducten te ordenen en te filteren. De codering helpt bij het identificeren van bouwelementen op elk niveau van detail, zodat het mogelijk is om groepen, subgroepen en materialen te onderscheiden.

De NL-SfB codering bestaat uit drie groepen van elk twee cijfers, gescheiden door een punt. In sommige gevallen bevat de derde groep vier in plaats van twee cijfers. Deze codering is zo opgebouwd dat de eerste twee cijfers het hoofdelement aanduiden, de tweede twee cijfers het subelement, en de laatste twee of vier cijfers de specifieke materialen of verbijzonderingen.

NL-SfB is ontwikkeld op basis van de Elementenmethode, een systematische manier om bouwelementen te classificeren. Deze methode dateert uit 1947 en is gebaseerd op het Zweedse SfB-systeem. In 2005 werd een herziene versie van de Elementenmethode gepubliceerd, samen met de overige SfB tabellen. Sinds 2023 is het volledige beheer van NL-SfB overgedragen aan Ketenstandaard, een organisatie die samenwerkt met digiGO en het Belgische Buildwise om de standaard verder te ontwikkelen.

NL-SfB is beschikbaar als database en kan worden gebruikt via een viewer op https://nlsfb.ketenstandaard.nl/, mits je een Google of Microsoft account hebt of een account hebt aangemaakt via de website van Ketenstandaard.

Toepassing van NL-SfB in de Bouwsector

NL-SfB wordt op verschillende niveaus ingezet binnen de bouwsector:

  • Classificatie van Bouwelementen: NL-SfB helpt bij het identificeren en coderen van bouwelementen zoals muren, vloeren, daken, ramen en deuren. Elke categorie heeft een unieke code die bepaalt tot welke groep het element behoort.
  • Informatiebeheer: De standaard maakt het mogelijk om informatie van leveranciers en producten te ordenen, waardoor het eenvoudiger is om onderhoud, specificaties en kosten te beheren.
  • Bouwkostenbegrotingen: NL-SfB wordt ook gebruikt in bouwkostenbegrotingen, zoals die zijn gedefinieerd in de NEN-normen. Hiermee kan men op een gestandaardiseerde manier groepen en subgroepen van bouwelementen vastleggen.
  • Conditiemetingen: De veelgebruikte NEN 2767 conditiemethodiek maakt gebruik van de NL-SfB classificatie om de staat van onderhoud van gebouwonderdelen visueel te bepalen. Hierbij worden alle elementen gecontroleerd op gebreken, zodat een onderbouwd beeld ontstaat van de conditie van het gebouw.

NL-SfB draagt dus bij aan het digitaliseren van de bouwsector, door middel van uniforme codering en datauitwisseling. Dit is van groot belang in digitale toepassingen zoals BIM, waarbij informatie uit verschillende bronnen moet worden gecombineerd en gevisualiseerd.

De Opbouw van de NL-SfB Codering

De NL-SfB codering is gestructureerd in drie niveaus:

  1. Hoofdstuk (eerste 2 cijfers): Dit aanduidt het hoofdelement. In de praktijk betreft dit grote categorieën zoals muren, vloeren, daken, ramen, enzovoort. Bijvoorbeeld: een code die begint met '13' verwijst naar een vloerelement.

  2. Paragraaf (tweede 2 cijfers): Dit niveau bepaalt het subelement of de onderverdeling binnen het hoofdelement. Dit kan bijvoorbeeld de verdieping, de functie of de bouwtechniek zijn.

  3. Materiaal of verbijzondering (derde 2 of 4 cijfers): Hiermee wordt het specifieke materiaal of de verbijzondering van het element gedefinieerd. Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op isolatiematerialen, kleur, dikte of andere kenmerken.

De eerste twee cijfers (hoofdstuk) worden meestal consistent gebruikt door bedrijven in de branche. Het derde niveau (paragraaf en materiaal) kan echter variëren per onderneming, afhankelijk van hun eigen interne indeling. Dit betekent dat het belangrijk is om bij samenwerking tussen partijen te kijken naar de juiste codering, zodat er geen verwarring ontstaat.

NL-SfB Codering voor Begane Vloerisolatie

Bij de isolatie van de begane grondvloer wordt het NL-SfB systeem gebruikt om zowel de vloerconstructie als de isolatiematerialen te classificeren. De codering helpt bij het identificeren van de onderdelen van de vloer, zoals de constructieve laag, eventuele ondergrondse constructies, en de isolatiematerialen.

Codering van Vloerelementen

In de NL-SfB codering wordt een vloer meestal aangeduid met het hoofdstuk 13. De paragraaf en materiaalcode bepalen dan de specifieke verbijzondering van de vloer. Voor isolatie van de begane grondvloer is het belangrijk om te kijken naar de onderdelen die betrokken zijn bij de isolatie.

Een voorbeeld van een NL-SfB code voor vloerisolatie zou kunnen zijn:

  • 13.12.20: Dit zou kunnen duiden op een vloerconstructie (13), een subelement zoals de begane grondvloer (12), en een isolatiemateriaal zoals een polystyreen plaat (20).

De exacte codering kan variëren afhankelijk van de materialen die worden gebruikt. In de praktijk wordt het belangrijk om de juiste codering te gebruiken die aansluit bij de gebruikte producten en de interne indeling van het bedrijf of het project.

Rol van de Isolatie in de Vloerconstructie

Isolatie in de begane grondvloer speelt een cruciale rol in het beheersen van warmteverlies en vochtproblemen. In de NL-SfB codering wordt dit meestal aangeduid met een aparte paragraaf of materiaalcode. De isolatielaag wordt meestal ondergebracht binnen de vloerconstructie en wordt daarbij meegenomen in de codering van de vloer.

In een BIM-model wordt de isolatie vaak afzonderlijk gemodelleerd en gekoppeld aan de vloerconstructie. Door de NL-SfB codering correct toe te passen, is het mogelijk om de isolatielagen apart te identificeren, zodat ze eenvoudiger kunnen worden onderhouden en bijgehouden.

Toepassing in BIM en Digitale Projecten

De NL-SfB codering is een essentieel onderdeel van BIM-projecten. In BIM-modellen worden bouwelementen digitaal gemodelleerd en zijn ze voorzien van metadata, waaronder de NL-SfB code. Hierdoor is het eenvoudiger om informatie te filteren, groeperen en uitwisselen met andere partijen in het project.

Bijvoorbeeld: in een BIM-model kan de code 13.12.20 gebruikt worden om de isolatielagen van de begane grondvloer visueel weer te geven en te koppelen aan de onderliggende constructie. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld isolatiegebieden apart te markeren of samen te voegen met andere vloerlagen.

De NL-SfB codering helpt ook bij het genereren van bouwkostenbegrotingen, aangezien elk element duidelijk is geclassificeerd. Hierdoor kan men eenvoudiger groepen van elementen selecteren en de hoeveelheden berekenen.

Samenwerking en Uitwisseling van Informatie

Een van de belangrijkste voordelen van NL-SfB is dat het een open standaard is. Dit betekent dat alle partijen in de bouwketen dezelfde codering kunnen gebruiken, ongeacht hun specifieke software of interne indeling. Hierdoor is het eenvoudiger om informatie uit te wisselen, bijvoorbeeld tussen architecten, bouwbedrijven en leveranciers.

In digitale projecten zoals BIM is het belangrijk dat alle partijen dezelfde codering gebruiken, zodat er geen verwarring ontstaat bij het uitwisselen van informatie. NL-SfB draagt hieraan bij door een uniforme indeling te bieden die door de hele branche wordt geaccepteerd.

Daarnaast is het mogelijk om via de NL-SfB database en viewer een overzicht te krijgen van de codering en de bijbehorende bouwelementen. Hierdoor kan men eenvoudiger controleren of de correcte codering is gebruikt en eventuele fouten corrigeren.

Betekenis voor Onderhoud en Conditiemetingen

NL-SfB wordt ook vaak gebruikt in conditiemetingen en het beheer van onderhoud. In de praktijk worden de elementen van een gebouw visueel gecontroleerd op gebreken en wordt deze informatie aan de elementen gekoppeld. Hierbij wordt de NL-SfB codering gebruikt om zowel de hoofdelementen als de subelementen te identificeren.

Bijvoorbeeld: in een conditiemeting van een vloer wordt de code 13.12.20 gebruikt om de isolatielagen visueel te controleren. Op basis van deze informatie kan men bepalen of er schade is gedaan of of de isolatie nog goed functioneert.

NL-SfB helpt hierbij bij het vastleggen van de conditie van elk element en maakt het mogelijk om het onderhoud te plannen en uit te voeren. Dit is van groot belang voor zowel de huidige staat van het gebouw als voor de toekomstige levenscyclus.

Conclusie

NL-SfB is een essentieel onderdeel van de moderne bouwsector. Het classificatiesysteem helpt bij het identificeren, ordenen en beheren van bouwelementen, inclusief isolatiematerialen zoals die gebruikt worden bij de begane grondvloer. Door middel van een uniforme codering is het eenvoudiger om informatie uit te wisselen, samenwerking te faciliteren en digitale toepassingen zoals BIM te ondersteunen.

De NL-SfB codering bestaat uit drie niveaus: hoofdstuk, paragraaf en materiaal. De eerste twee cijfers duiden het hoofdelement aan, de tweede twee cijfers het subelement, en de laatste twee of vier cijfers de verbijzondering. In de praktijk is het belangrijk om de juiste codering te gebruiken, zodat er geen verwarring ontstaat in digitale projecten of bij het beheer van onderhoud.

Bij de isolatie van de begane grondvloer is het dus essentieel om de juiste NL-SfB code te gebruiken om de isolatielagen en vloerconstructie correct te identificeren. Hierdoor is het mogelijk om de isolatie apart te modelleren, te beheren en te onderhouden.

NL-SfB draagt bij aan het digitaliseren van de bouwsector en helpt bij het realiseren van efficiëntere projecten en beter beheer van bouwelementen. Het is daarom belangrijk voor zowel bouwbedrijven als professionals om vertrouwd te raken met het systeem en het correct toe te passen in hun projecten.

Bronnen

  1. NL-SfB
  2. Installatiebeheer in Vier Stappen
  3. Bijlage NL-SfB
  4. Calduran Kennisbank
  5. NL-SfB Facts

Gerelateerde berichten