Inleiding
De besmettelijkheid van patiënten met een SARS-CoV-2 infectie en de geschiktheid van isolatiemaatregelen zijn onderwerp van voortdurend onderzoek en beleidsaanpassingen. In het kader van het beheersen van de verspreiding van het virus zijn verschillende richtlijnen opgesteld om te bepalen wanneer een besmette persoon veilig de isolatie kan verlaten. Deze richtlijnen zijn op basis van wetenschappelijke studies en medische observaties geformuleerd.
Deze artikel biedt een overzicht van de huidige aanbevelingen, met een focus op de duur van isolatie, de mate van besmettelijkheid, en de rol van klinische criteria zoals het afwezig zijn van klachten en het gebruik van testen. De informatie is afkomstig van landelijke richtlijnen en wetenschappelijke publicaties, zoals te vinden in de richtlijnendatabase.nl, het LCi van het RIVM en het webwoordenboek.nl.
Het doel van deze artikel is om professionals en particulieren in de bouw- en renovatiebranche, evenals eigenaren en huurders van woningen, inzicht te geven in de relevante richtlijnen rondom isolatie na een besmetting met SARS-CoV-2. Hierbij is vooral aandacht voor het opstellen van veilige ruimtes, het beheren van risico’s in collectieve woningvormen en het naleven van hygiënezorg, zodat zowel gezondheid als veiligheid in de woning worden gegarandeerd.
De evolutie van isolatieadviezen
In de beginperiode van de pandemie was er een rigide aanpak bij het beheren van besmette personen. De richtlijnen stelden dat een persoon pas veilig kon worden geacht wanneer hij of zij 7 dagen na de start van de klachten symptomoonvrij was. Dit advies was gebaseerd op een combinatie van epidemiologisch onderzoek en ervaring met eerdere coronavirussen zoals SARS en MERS.
Echter, naarmate meer wetenschappelijke inzichten beschikbaar kwamen, bleek dat de besmettelijke periode van SARS-CoV-2 vaak korter was. In mei 2020 werd de isolatieperiode beperkt tot 5 dagen, mits de patiënt al 24 uur symptomoonvrij was. Deze keuze was gedeeltelijk pragmatisch, aangezien het onderscheid tussen verschillende populaties (bijvoorbeeld jonge gezonde individuen versus immuuncompromitteerde patiënten) complex was.
Sinds maart 2023 is het landelijke test- en isolatieadvies volledig vervallen. Dit komt voornamelijk door de hoge afweer in de bevolking en de lagere ernst van huidige varianten. Toch blijft het belangrijk om individuele risico’s en situaties in ogenschouw te nemen, zeker in collectieve woningvormen of bouwprojecten waar meerdere personen dicht bij elkaar werken of leven.
Wanneer is een persoon niet meer besmettelijk?
Besmettelijkheidsduur en virusuitstrijding
De besmettelijke periode van een SARS-CoV-2 infectie is het grootst binnen 2 dagen voor de start van de klachten en 3 dagen daarna. Tussen dag 5 en 7 is het risico op transmissie sterk verlaagd, maar niet volledig verdwenen. Wetenschappelijke studies tonen aan dat het kweekbaar virus meestal niet langer kan worden gedetecteerd na ongeveer 8 dagen na de start van de klachten.
Een studie van Bullard et al. (2020) liet zien dat monsters met een RT-PCR Ct-waarde ≥24 en ≥8 dagen symptomen geen kweekbaar virus meer bevatten. Dit betekent dat de kans op transmissie in deze situatie extreem laag is. In totaal werden 90 monsters van Canadese patiënten onderzocht, met een gemiddelde leeftijd van 45 jaar.
Een andere studie van Van Kampen et al. (2021) onderzocht 129 patiënten in het Erasmus MC te Rotterdam. Hierbij was de mediaan van de uitscheiding 8 dagen na de start van de klachten, met een 5%-kans op detectie van infectieus virus na 15,2 dagen. Deze studies onderstrepen dat de besmettelijkheid afneemt na ongeveer 5 tot 7 dagen.
Klinische criteria voor het beëindigen van isolatie
De aanbevelingen voor het beëindigen van isolatie zijn gebaseerd op een combinatie van klinische criteria:
- 24 uur klachtenvrij zonder gebruik van medicatie (zoals koortsverlagende middelen),
- verbetering van andere klachten (zoals hoesten, neusverkoudheid of ademhalingsproblemen),
- optioneel: een negatieve antigeentest op de vijfde dag of later.
Deze criteria zijn vooral bedoeld voor de algemene bevolking. Voor immuuncompromitteerde personen zijn extra voorzichtigheden nodig, aangezien de duur van virusuitstrijding langer kan zijn. Deze aanbevelingen zijn echter gebaseerd op expert-advies, aangezien er minder wetenschappelijke data beschikbaar is voor deze groep.
Toepassing in woning- en bouwprojecten
Risico’s in collectieve woningvormen
In collectieve woningvormen, zoals appartementen of studentenhuisvesting, is het risico op virusverspreiding hoger. Hier is het van belang om isolatiemaatregelen te combineren met hygiënezorg en ventilatie. In dergelijke situaties kan het noodzakelijk zijn om een besmette persoon tijdelijk in een aparte kamer te plaatsen, mits dat veilig en praktisch is.
Wanneer dit niet mogelijk is, kunnen maatregelen zoals het gebruik van mondneusmaskers, het vermijden van gezamenlijke ruimtes en de aanwezigheid van goede luchtverversing helpen om de verspreiding te beperken.
Bouwprojecten en bouwplaatsen
In bouwprojecten kan het voorkomen dat medewerkers besmet raken met SARS-CoV-2. Ondanks de verplichte isolatie is het vaak mogelijk om werkdagen te reserveren en de persoon op dag 5 uit de isolatie te laten treden, mits hij of zij aan de genoemde criteria voldoet. Het is belangrijk om in dergelijke gevallen te controleren of de persoon nog besmettelijk is, bijvoorbeeld met een antigeentest.
Daarnaast is het van belang om algemene hygiënezorg en ventilatie op de bouwplaats te waarborgen. Hierbij kunnen maatregelen zoals regelmatig wassen van handen, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het garanderen van voldoende luchtcirculatie helpen om het risico op virusoverdracht te beperken.
Methodologie van de onderzoeken
De studies die gebruikt zijn om de huidige aanbevelingen te onderbouwen zijn gebaseerd op een systematische literatuurselectie. De belangrijkste variabele in deze studies is de duur waarin een kweekbaar virus kan worden aangetoond na de start van de klachten. De studies zijn afkomstig uit databases zoals PubMed, Embase, Google Scholar, WHO en Medrxiv, met een zoekopdracht die gericht was op studies over virus shedding, viral load en besmettelijkheid.
Een belangrijke uitkomstmaat was het aanwezig zijn van kweekbaar virus, omdat dit beschouwd wordt als de beste proxy voor besmettelijkheid. Het vermogen om het virus te kweken geeft een beter inzicht in de infectieusheid dan alleen de detectie via RT-PCR.
De studies tonen ook aan dat monsters met hoge viruslading (hoge kopieaantallen) meer kans maken om besmettelijk virus te bevatten. Dit suggereert dat zowel de duur van de klachten als de viruslading belangrijke voorspellers zijn van besmettelijkheid.
Beperkingen van de studies
Hoewel de beschikbare studies waardevolle inzichten bieden, zijn er beperkingen. Een van de belangrijkste is de sampling bias, die kan ontstaan door verschillen in de timing van monstername, de soort monsters en de opslagvoorwaarden. Ook is de steekproefgrootte in sommige studies beperkt, wat de generalisatie van de resultaten beïnvloedt.
Daarnaast is er minder data beschikbaar over kinderen en immuuncompromitteerde patiënten, waardoor de aanbevelingen voor deze groepen meer gebaseerd zijn op expert-advies dan op wetenschappelijk onderzoek.
Aanbevelingen voor het beëindigen van isolatie
Bij het beëindigen van isolatie zijn de volgende criteria van belang:
- Minimaal 5 dagen na de start van de klachten.
- 24 uur klachtenvrij zonder gebruik van koortsverlagende medicatie.
- Verbetering van andere klachten.
- Optioneel: een negatieve antigeentest op dag 5 of later.
Deze aanbevelingen zijn niet bindend voor de algemene bevolking sinds maart 2023, maar ze kunnen wel gebruikt worden als richtlijnen in specifieke situaties, zoals in bouwprojecten of collectieve woningvormen.
Het is belangrijk om te beseffen dat de besmettelijke periode ook kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van klachten zoals hoesten en niezen. Deze klachten kunnen de verspreiding van het virus verhogen, ook als de persoon al enige dagen klachtenvrij is.
Conclusie
De huidige aanbevelingen voor het beëindigen van isolatie na een besmetting met SARS-CoV-2 zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en medische observaties. De besmettelijke periode is het grootst binnen 2 dagen voor en 3 dagen na de start van de klachten. De kans op transmissie neemt af na ongeveer 5 dagen, en de detectie van kweekbaar virus wordt zelden mogelijk na 8 dagen.
In de praktijk zijn klinische criteria zoals klachtenvrijheid en verbetering van symptomen belangrijk om te bepalen wanneer een persoon veilig de isolatie kan verlaten. In woning- en bouwprojecten is het van belang om deze richtlijnen te combineren met maatregelen voor hygiënezorg en ventilatie om het risico op virusverspreiding te beperken.
De beschikbare studies geven waardevolle inzichten, maar hebben ook beperkingen. Het is daarom belangrijk om deze richtlijnen flexibel toe te passen, afhankelijk van de situatie en de individuele risico’s.