Toepassing van isolatiemaatregelen in de zorg: welke vorm bij welke symptomen?

In de zorgsector is het toepassen van de juiste isolatiemaatregelen essentieel om de verspreiding van infectieziekten te beheersen. Zowel voor zorgverleners als voor patiënten en hun omgeving is het belangrijk om te weten bij welke symptomen en ziektebeelden welke isolatievormen moeten worden gebruikt. Dit artikel biedt een overzicht van de meest voorkomende infectieziekten en bijbehorende isolatiemaatregelen, op basis van bestaande richtlijnen en protocollen in de zorgsector.


Inleiding

Isolatiemaatregelen zijn een kernaspect van infectiepreventie en spelen een cruciale rol in het voorkomen van zowel de verspreiding naar anderen als de binnendringing van ziekteverwekkers bij kwetsbare patiënten. Deze maatregelen zijn niet alleen gericht op de patiënt, maar ook op het omgevingsscherm en de zorgverleners. In ziekenhuizen, verzorgingshuizen en andere zorginstellingen wordt er strikt gewerkt met protocols en richtlijnen om risico’s te minimaliseren.

Het toepassen van isolatiemaatregelen vraagt niet alleen kennis van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en handhygiëne, maar ook van de specifieke symptomen en ziektebeelden die isolatie nodig maken. In de volgende paragrafen geven we een overzicht van de meest voorkomende situaties waarin een bepaalde vorm van isolatie van toepassing is.


Overzicht van isolatievormen

In de zorgsector worden verschillende soorten isolatie onderscheiden, afhankelijk van de aard van de infectie en de manier waarop deze zich verspreidt. De belangrijkste vormen zijn:

  • Contactisolatie: bedoeld om verspreiding via direct of indirect contact te voorkomen.
  • Druppelisolatie: gericht op voorkomen van verspreiding via grote druppels (zoals bij hoesten of niezen).
  • Strikte isolatie: voor virale of bacteriële infecties die zich via kleine aërosolen verspreiden.
  • Omgekeerde isolatie: gericht op bescherming van kwetsbare patiënten tegen ziekteverwekkers van buitenaf.

Toepassing van isolatie bij specifieke ziektebeelden

1. Pneumonie

Symptomen: hoest, verhoogde lichaamstemperatuur, kortademigheid.
Isolatievorm: Druppel- of contactisolatie.

Bij patiënten met pneumonie wordt druppel- of contactisolatie aangeraden, afhankelijk van de oorzaak en de mate van besmettelijkheid. Zorgverleners dienen persoonlijke beschermingsmiddelen (zoals mondneusmaskers en schorten) te dragen en zorgvuldig rekening te houden met handhygiëne.

2. Tuberculose

Symptomen: chronische hoest, gewichtsverlies, nachtzweten.
Isolatievorm: Strikte isolatie.

Bij verdenking of bevestigde tuberculose (TBC) is strikte isolatie vereist. Tuberculoseverspreiding gebeurt via aërosolen, wat betekent dat patiënten in kamers met negatieve luchtbeheersing moeten worden geplaatst. Zorgverleners gebruiken FFP2-maskers en andere beschermingsmiddelen.

3. Varicella (Waterpokken)

Symptomen: huiduitslag, koorts, hoofdpijn.
Isolatievorm: Strikte isolatie.

Bij waterpokken wordt strikte isolatie toegepast tot de laatste blaasjes zijn ingedroogd. Het virus is zeer besmettelijk en wordt voornamelijk verspreid via de lucht.

4. Endometritis

Symptomen: koorts, pijn in het lage buikgebied, onrein.
Isolatievorm: Contactisolatie.

Bij endometritis, vaak ontstekingsgerelateerd na bevalling of gynaecologische ingrepen, wordt contactisolatie aanbevolen. De verspreiding gebeurt via contact met oppervlakken of lichaamsvloeistoffen.

5. Wondinfecties

Symptomen: roodheid, zwelling, pijn, onrein.
Isolatievorm: Contactisolatie.

Wondinfecties vereisen contactisolatie om het risico op besmetting via direct contact of via oppervlakken te beperken. Zorgverleners gebruiken handschoenen en schorten.

6. Yersinia enterocolitica

Symptomen: buikpijn, diarree.
Isolatievorm: Contactisolatie.

Bij infectie door Yersinia enterocolitica is contactisolatie nodig tot het einde van de diarree. De verspreiding gebeurt via voedsel- of watercontaminatie.

7. Roodvonk

Symptomen: koorts, hoofdpijn, neusrash.
Isolatievorm: Druppel- of contactisolatie.

Bij roodvonk is contact- of druppelisolatie aan te bevelen, afhankelijk van de mate van besmettelijkheid. De ziekte wordt voornamelijk verspreid via druppels bij hoesten of niezen.


Omgekeerde isolatie

In sommige gevallen is de patiënt zelf niet de bron van besmetting, maar juist kwetsbaar voor ziekteverwekkers van buitenaf. Dit geldt bijvoorbeeld voor patiënten die recent chemotherapie of een stamceltransplantatie hebben ondergaan. In dergelijke gevallen wordt omgekeerde isolatie toegepast. De patiënt moet dan worden beschermd tegen het binnendringen van bacteriën of virussen via de lucht of contact.

Toepassing

  • Gebruik van isolatiekamers met positieve luchtdruk.
  • Strikte handhygiëne voor iedereen die de kamer betreedt.
  • Beperkt contact met de buitenwereld.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen bij het betreden van de kamer.

Praktische richtlijnen voor zorgverleners

Het toepassen van isolatiemaatregelen vraagt niet alleen kennis van de juiste vormen, maar ook van het correct gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en handhygiëne. De volgende richtlijnen zijn essentieel:

  1. Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM):

    • Onsteriele handschoenen
    • Halterschort
    • Mondneusmasker (type IIR)
    • FFP2-masker (bij aerogene infecties)
    • Oogbescherming (bij bepaalde vormen)
  2. Handhygiëne:

    • Alleen handen wassen of desinfecteren voor en na contact met de patiënt of zijn omgeving.
    • Geen gebruik van PBM’s overwegen bij aan- en uittrekken.
  3. Schoonmaak:

    • Oppervlakken regelmatig reinigen.
    • Gebruik van schone kleding en vermeden van het delen van voorwerpen.
  4. Sluiskamer:

    • Een sluiskamer is een ruimte voor de isolatiekamer waarin zorgverleners PBM aantrekken of uittrekken.
    • Belangrijk voor voorkomen van besmetting van andere patiënten.

Psychosociale aspecten

Hoewel isolatie essentieel is voor infectiepreventie, kan het ook een belastende ervaring zijn voor patiënten. De combinatie van eenzaamheid, afgeschermd zijn van familie en vrienden en het voelen van schuld of schaamte kan leiden tot psychische problemen zoals angst, depressie of posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Zorgverleners spelen hierbij een belangrijke rol door:

  • Duidelijke communicatie over de reden en duur van de isolatie.
  • Psychosociale ondersteuning bieden.
  • Informatie en begeleiding geven aan patiënten en hun naasten.
  • Contactmogelijkheden waar mogelijk behouden via bezoekuur of digitale communicatie.

Implementatie in de thuissituatie

Niet alleen in zorginstellingen zijn isolatiemaatregelen van belang, maar ook in de thuissituatie bij verpleging van een patiënt met infectie. Hierbij is het belangrijk om:

  • Contact met andere personen beperken.
  • Oppervlakken regelmatig reinigen.
  • Persoonlijke voorwerpen niet delen (zoals handdoeken of kleding).
  • Een aparte kamer indien mogelijk.
  • Luchtcirculatie verbeteren.

Conclusie

De toepassing van de juiste isolatiemaatregelen is van groot belang bij het beheersen van infectieziekten in de zorgsector. Afhankelijk van de aard van de ziekte en de verspreidingsmechanismen, worden verschillende vormen van isolatie toegepast. Zorgverleners moeten kennis hebben van de symptomen, de juiste vorm van isolatie en het correct gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en hygiënemaatregelen.

Daarnaast is het essentieel om ook aandacht te besteden aan de psychosociale aspecten van isolatie, zowel voor de patiënt als voor de zorgverlener. In de thuissituatie zijn passende maatregelen eveneens van belang om de verspreiding van infectie te beperken.

Voor verdere informatie over isolatiemaatregelen is het aan te raden om terecht te komen bij de SRI-richtlijnen of LCI-richtlijnen van het RIVM, die uitgebreide richtlijnen bevatten voor de praktijk.


Bronnen

  1. Omgang met isolatiemaatregelen
  2. Isolatie in de zorg
  3. Isolatiebeleid in zorginstellingen

Gerelateerde berichten