Wanneer een patiënt geïnfecteerd of drager is van een besmettelijke micro-organisme (BMR), kunnen extra maatregelen noodzakelijk zijn om de verspreiding van het micro-organisme te voorkomen. In ziekenhuisomgevingen wordt hiervoor soms gebruikgemaakt van strikte isolatie. Deze artikel bespreekt de toepassing en richtlijnen rondom strikte isolatie, met een focus op de praktijk in ziekenhuizen en de betekenis van deze maatregel voor patiënten, bezoekers en zorgverleners. De informatie is gebaseerd op richtlijnen, voorzorgsmaatregelen en beschrijvingen van ziekenhuizen zoals het Erasmus MC en Isala, evenals het beleid dat opgesteld is door relevante zorginstellingen.
Wat is strikte isolatie?
Strikte isolatie is een maatregel die wordt toegepast wanneer een patiënt geïnfecteerd is met een micro-organisme dat zich via direct of indirect contact, druppels of via de lucht verspreidt. Deze maatregel maakt het mogelijk om zowel het ziekenhuispersoneel als andere patiënten te beschermen tegen mogelijke besmetting. De maatregel omvat het isoleren van de patiënt in een specifieke kamer, vaak een eenpersoonskamer met een sluis en specifieke ventilatievoorzieningen.
In de praktijk betekent strikte isolatie dat de patiënt zich in principe op zijn of haar kamer moet bevinden. In overleg met het verpleegpersoneel kan uitzonderlijk de kamer verlaten worden, bijvoorbeeld voor revalidatie of medische onderzoeken. In dergelijke gevallen wordt de ontvangende afdeling op de hoogte gebracht om eventuele aanvullende maatregelen te nemen.
De term "strikte isolatie" is echter sinds enige tijd in de overgang. In recente richtlijnen wordt deze term niet langer gebruikt, aangezien de benaming te algemeen is en niet voldoet aan de specifieke aanduidingen die nodig zijn voor duidelijkheid in het kader van infectiepreventie. De huidige richtlijnen onderscheiden contactisolatie, druppelisolatie en aerogene isolatie, afhankelijk van de manier waarop het micro-organisme zich verspreidt.
Indicaties voor strikte isolatie
Er zijn duidelijke indicaties waarbij strikte isolatie wordt toegepast. Deze indicaties zijn afhankelijk van het type micro-organisme en de manier waarop het zich verspreidt. In het Erasmus MC wordt bijvoorbeeld strikte isolatie toegepast wanneer er sprake is van een verdenking of bevestiging van een besmettelijke bacterie of virus die via contact, druppels of via de lucht kan worden overgedragen.
In sommige gevallen wordt strikte isolatie ook toegepast op basis van risicofactoren, zoals een opname in een buitenlands ziekenhuis of contact met dieren. Deze maatregel dient er dan toe om mogelijke besmettingen voor te zijn en het risico op een epidemie binnen het ziekenhuis te beperken.
Ventilatie en isolatiekamers
De isolatiekamer speelt een cruciale rol bij de uitvoering van strikte isolatie. In de richtlijnen wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee soorten kamers: de isolatiekamer en de eenpersoonskamer. Een isolatiekamer is voorzien van eigen sanitair, een sluis en specifieke luchtbeheersing, zoals ventilatie, drukhiërarchie en positie van luchttoevoer- en luchtretourroosters. Deze kamers zijn geschikt voor het isoleren van patiënten die geïnfecteerd zijn met een micro-organisme dat aerogeen wordt overgedragen.
Een eenpersoonskamer, daarentegen, is een kamer zonder deze specifieke luchtbeheersing, maar is wel geschikt voor het isoleren van patiënten met micro-organismen die via contact of druppels worden overgedragen. In de praktijk wordt de keuze van kamer bepaald door de aard van de infectie en de verspreidingsweg van het micro-organisme.
Maatregelen voor zorgverleners en bezoekers
Wanneer strikte isolatie wordt toegepast, zijn er specifieke maatregelen die zowel voor zorgverleners als voor bezoekers van toepassing zijn. Voor zorgverleners geldt dat ze extra voorzichtig moeten zijn bij het afhandelen van de patiënt. Dit omvat onder andere het gebruik van beschermende uitrusting zoals mondmaskers, handschoenen en beschermschermen. Deze maatregelen zijn van groter belang bij micro-organismen die via de lucht worden overgedragen.
Voor bezoekers geldt dat ze gewoon bezoek kunnen brengen aan de patiënt, mits ze zich houden aan de regels die worden opgelegd door het ziekenhuis. Dit kan bijvoorbeeld omvatten het wassen van de handen met handenalcohol na het bezoek en het vermijden van contacten met jonge kinderen. In sommige gevallen kunnen aanvullende maatregelen worden genomen, afhankelijk van de aard van de infectie en de risico’s.
Duur en beëindiging van de isolatie
De duur van de isolatie is afhankelijk van het type micro-organisme en de ziekteverloop. In het Erasmus MC worden patiënten die in strikte isolatie zijn opgenomen, op de hoogte gehouden van de verwachte duur van de isolatie. Deze duur wordt besproken met de verpleegkundige, en het is mogelijk dat de duur van de isolatie wordt aangepast afhankelijk van de medische ontwikkelingen.
De beëindiging van de isolatie wordt bepaald door de arts en de verpleegkundige. In de meeste gevallen is het mogelijk om de isolatie te beëindigen zodra er geen langer sprake is van een besmettelijke toestand of wanneer de patiënt niet langer gevaarlijk is voor anderen. In de thuissituatie zijn isolatiemaatregelen meestal niet meer nodig, maar in sommige gevallen, zoals na ontslag naar een verpleeg- of verzorgingshuis, kunnen er specifieke maatregelen worden genomen.
De rol van de verpleegkundige
De verpleegkundige speelt een centrale rol bij het instellen en beheren van strikte isolatie. Voorafgaand aan de toepassing van de maatregel wordt met de patiënt besproken waarom de isolatie nodig is, hoe lang deze zal duren en welke maatregelen zowel voor de zorgverleners als voor de bezoekers van toepassing zijn. De verpleegkundige bezoekt de patiënt op bepaalde momenten, zoals afgesproken, en helpt bij het beëindigen van de isolatie wanneer dat mogelijk is.
Bij het beëindigen van de isolatie wordt er opnieuw een evaluatie gedaan om ervoor te zorgen dat de patiënt niet langer een risico vormt voor anderen. De verpleegkundige zorgt hierbij ook voor het communiceren van de situatie aan andere afdelingen of zorgverleners die betrokken zijn bij het verdere verloop van de zorg.
Conclusie
Strikte isolatie is een maatregel die in ziekenhuizen wordt gebruikt om de verspreiding van besmettelijke micro-organismen te voorkomen. De toepassing van deze maatregel hangt af van de aard van de infectie, de manier waarop het micro-organisme zich verspreidt en de risico's die er zijn voor anderen. Hoewel de term "strikte isolatie" in de richtlijnen niet langer gebruikt wordt, zijn de principes die eraan verbonden zijn van groot belang voor infectiepreventie en zorgkwaliteit.
In de praktijk betekent dit dat patiënten, zorgverleners en bezoekers zich aan specifieke regels moeten houden, afhankelijk van de aard van de ziekte. De verpleegkundige speelt een centrale rol bij het instellen en beheren van deze maatregel, en zorgt ervoor dat de patiënt en het ziekenhuis veilig blijven.