Brandklasse C isolatiemateriaal: Wat betekent het en waar moet je op letten?

In de bouw- en renovatiebranche speelt brandveiligheid een cruciale rol bij de keuze van materialen. Isolatiemateriaal, dat vaak verborgen zit binnen muren, daken en plafonds, kan een bepalende factor zijn in de totale brandveiligheid van een gebouw. De Europese richtlijnen en normen zoals EN 13501-1 hebben ervoor gezorgd dat bouwmaterialen op een gestandaardiseerde manier worden getest en ingedeeld op basis van hun brandgedrag. Eén van de klassen binnen deze indeling is brandklasse C, die specifiek verwijst naar brandbaar isolatiemateriaal.

In deze artikel zullen we dieper ingaan op wat brandklasse C betekent, welke isolatiematerialen hieronder vallen, hoe de brandklasse bepaald wordt, en waarom het kiezen van het juiste isolatiemateriaal van groot belang is voor de brandveiligheid van een gebouw.


Wat is brandklasse C?

Brandklasse C is een van de zeven klassen waarin bouwmaterialen worden ingedeeld op basis van hun brandgedrag. De indeling loopt van A1 (niet-brandbaar) tot F (extreem brandbaar). Brandklasse C staat voor brandbaar materiaal, dat wil zeggen dat het materiaal relatief makkelijk vlam vat en bij een brand een aanzienlijke bijdrage kan leveren aan de vuuruitbreiding.

De classificatie volgt uit de Europese norm EN 13501-1, waarin gestandaardiseerde testmethoden zijn vastgelegd om bouwmaterialen te onderwerpen aan een reeks brandtesten. De resultaten van deze testen bepalen de eindige brandklasse van het materiaal.

Belangrijke kenmerken van brandklasse C:

  • Brandbaar materiaal – vlamt relatief makkelijk.
  • Snelle ontbranding – kan bij hoge temperatuur snel vlam vatten.
  • Rookontwikkeling en vlamuitbreiding – draagt bij aan de uitbreiding van de brand.
  • Geen vlamvertragende eigenschappen – in tegenstelling tot materialen in klasse B of A.

Het is belangrijk om te weten dat brandklasse C niet betekent dat het materiaal onveilig is. Het geeft aan dat het materiaal brandbaar is en in bepaalde toepassingen minder geschikt kan zijn dan materialen met een hogere brandklasse. Het is dan ook essentieel om de context van toepassing, de constructie, en de veiligheidsmaatregelen goed in overweging te nemen.


Welke isolatiematerialen vallen onder brandklasse C?

Verschillende isolatiematerialen kunnen onder brandklasse C vallen, afhankelijk van hun samenstelling, verwerking en de toegepaste additieven. Hieronder zijn enkele voorbeelden van isolatiematerialen die vaak in de buurt van of binnen brandklasse C vallen, afhankelijk van de testresultaten:

Materiaal Brandklasse Opmerkingen
PIR (Polyisocyanuraat) Vaak klasse B Moeilijk brandbaar, rookproductie beperkt
EPS (Expandeerd Polystyreen) E-C Brandbaar, afhankelijk van de verwerking en aanwezigheid van vlamvertragende middelen
Houtvezelplaten C-s2,d0 Relatief veilig bij juiste verwerking
Hennep isolatie B of C Vaak behandeld met brandvertragende middelen
Vlas isolatie C of D Ecologisch, maar gevoeliger voor brand zonder behandeling
Houtwol B of C Brandvertragend behandeld; absorbeert warmte langzaam

De meeste kunststof isolatiematerialen, zoals PIR en EPS, kunnen in de buurt van klasse C vallen of zelfs daaronder, afhankelijk van de verwerking en aanwezigheid van vlamvertragende stoffen. In tegenstelling thereto staan minerale isolatiematerialen zoals glaswol en steenwol meestal in klasse A1 of A2, wat betekent dat ze (bijna) onbrandbaar zijn.


Hoe wordt de brandklasse van isolatiemateriaal bepaald?

Het bepalen van de brandklasse van isolatiemateriaal gebeurt via een reeks gestandaardiseerde tests, zoals vastgelegd in de EN 13501-1. Deze tests zijn bedoeld om het gedrag van het materiaal onder brandomstandigheden te analyseren. De tests zijn als volgt:

  1. Kleine vlamtest – Hierbij wordt het begin van de brand gesimuleerd om te zien hoe snel het materiaal vlam vat.
  2. Single Burning Item test (SBI) – Deze test bepaalt de hoeveelheid hitte, vlamuitbreiding, rookontwikkeling en eventuele druppelvorming.
  3. Calorische bomtest – Hierbij wordt de maximale verbrandingswaarde van het materiaal bepaald.
  4. Onbrandbaarheidsproef – De laatste test waarin wordt bepaald of het materiaal volledig onbrandbaar is.

Na de testen wordt het materiaal ingedeeld in een bepaalde brandklasse. Daarnaast kan het ook worden voorzien van lettertoevoegingen die de rookontwikkeling (S1-S3) en druppelvorming (d0-d2) aangeven. Deze toevoegingen geven een nader inzicht in het gedrag van het materiaal bij brand.


Waarom is brandklasse C belangrijk bij isolatie?

Isolatiemateriaal is vaak verborgen en niet direct zichtbaar, maar het speelt een cruciale rol in de brandveiligheid van een gebouw. Bij een brand kan het isolatiemateriaal de ontwikkeling en verspreiding van het vuur beïnvloeden. Materialen met een lage brandklasse (zoals A1 of A2) vertragen de brand en zorgen voor een langere veiligheidsmarge voor evacuatie of blussen.

Voor- en nadelen van brandklasse C isolatiemateriaal:

  • Voordelen:
    • Vaak goedkoop en makkelijk verwerkbaar
    • Goede thermische isolatie
    • Geschikt voor bepaalde toepassingen waar hoge brandveiligheid niet de absolute prioriteit is
  • Nadelen:
    • Relatief brandbaar
    • Kan bijdragen aan vlamuitbreiding
    • Niet geschikt voor toepassingen waar hoge brandwerendheid vereist is, zoals commerciële gebouwen of scholen

Het kiezen van het juiste isolatiemateriaal is daarom een essentiële beslissing. Voor toepassingen waar hoge brandveiligheid belangrijk is, zijn materialen met een hogere brandklasse (zoals A1 of A2) aan te raden.


Vergelijking van brandklassen en isolatiematerialen

De volgende tabel geeft een overzicht van de brandklassen van verschillende isolatiematerialen, op basis van de beschikbare informatie uit betrouwbare bronnen:

Materiaal Brandklasse Rookklasse Druppelklasse Opmerkingen
Glaswol A1 S0 d0 Onbrandbaar, ideaal voor hoge brandveiligheid
Steenwol A1 S0 d0 Onbrandbaar, goed geluidsisolerend
PIR B-s2,d0 S2 d0 Moeilijk brandbaar, beperkte rookproductie
EPS E-C S3 d2 Brandbaar, afhankelijk van verwerking
XPS E S3 d2 Brandbaar, niet geschikt voor hoge brandveiligheid
Hennep isolatie B of C S2 d0 Ecologisch, vaak met brandvertragende behandeling
Houtvezelplaten C-s2,d0 S2 d0 Relatief veilig bij correcte verwerking
Vlas isolatie C of D S2 d0 Gevoeliger voor vuur zonder behandeling
Houtwol B of C S2 d0 Brandvertragend behandeld

De keuze van isolatiemateriaal moet altijd afgestemd zijn op de specifieke eisen van het bouwproject. Voor toepassingen waar hoge brandwerendheid verplicht is (zoals scholen, ziekenhuizen of kantoorgebouwen), zijn A1- of A2-materialen aan te raden.


Brandklasse C in toepassing: Wanneer is het toegestaan?

Hoewel brandklasse C betekent dat het materiaal brandbaar is, is het in sommige toepassingen nog steeds toegestaan of zelfs wenselijk. De keuze van isolatiemateriaal hangt af van de volgende factoren:

  • Type bouwwerk – Woningen, kantoorgebouwen, scholen, industriële gebouwen.
  • Toepassingslocatie – Wandisolatie, daken, plafonds, gevels.
  • Brandwerendheidseisen – De vereisten van de bouwbesluit of lokale regelgeving.
  • Constructie – De aanwezigheid van brandvertragende lagen of andere isolatielagen.

In veel woningen is het toegestaan om brandklasse C-materiaal te gebruiken, zolang het onderdeel is van een geintegreerde brandveiligheidssystematiek. In commerciële gebouwen of instellingen met hoge veiligheidseisen is echter vaak een hogere brandklasse verplicht.


Brandklasse C en biobased isolatiematerialen

Biobased isolatiematerialen, zoals hennep, vlas, houtvezelplaten en houtwol, worden steeds vaker gebruikt vanwege hun duurzame eigenschappen. Deze materialen hebben echter vaak een lager brandgedrag dan minerale isolatiematerialen.

Materiaal Brandklasse Rookklasse Druppelklasse Opmerkingen
Hennep isolatie B of C S2 d0 Vaak behandeld met brandvertragende middelen
Vlas isolatie C of D S2 d0 Ecologisch, maar gevoeliger voor vuur
Houtvezelplaten C-s2,d0 S2 d0 Veiliger bij juiste verwerking
Houtwol B of C S2 d0 Brandvertragend behandeld

Tips voor het veilig gebruiken van biobased isolatie:

  • Kies voor materialen die met brandvertragende middelen zijn behandeld.
  • Zorg voor een correcte verwerking (afschermende lagen, afstand tot ontvlambaar materiaal).
  • Combineer met andere brandvertragende materialen waar mogelijk.
  • Volg de aanbevelingen van de fabrikant en de bouwvoorschriften.

Conclusie

Brandklasse C betekent dat een isolatiemateriaal relatief brandbaar is, maar dat hoeft niet per se te betekenen dat het onzeker is. Het kiezen van het juiste isolatiemateriaal hangt af van de toepassing, de bouwvoorschriften en de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen.

  • Materialen met brandklasse C zijn meestal kunststoffen of biobased isolatiematerialen.
  • Minerale isolatiematerialen (zoals glaswol en steenwol) vallen vaak in klasse A1 of A2.
  • De brandklasse wordt bepaald via gestandaardiseerde tests zoals de EN 13501-1.
  • De keuze van isolatiemateriaal moet afgestemd zijn op de specifieke eisen van het bouwproject, zowel qua thermische isolatie als qua brandveiligheid.

Voor toepassingen waar hoge brandveiligheid van groot belang is, zijn materialen met een hogere brandklasse (zoals A1 of A2) aan te raden. Bij woningen is brandklasse C in sommige gevallen nog steeds toegestaan, maar het is essentieel om te rekening te houden met de context van toepassing en veiligheidsmaatregelen.

Door goed geïnformeerd te zijn over de brandklasse van isolatiematerialen, kunnen zowel woningbouwers als professionele bouwbedrijven een verantwoorde keuze maken die zowel duurzaam als veilig is.


Bronnen

  1. Brandklasse C: Wat betekent het?
  2. Brandveiligheid van isolatiematerialen
  3. Wat is de brandklasse van isolatiemateriaal?
  4. Zijn PIR-platen brandveilig?
  5. Brandklasse van isolatiemateriaal – Uitleg
  6. Brandklasse van isolatiemateriaal – Overzicht

Gerelateerde berichten