Risico’s en maatregelen bij opname van buitenlandse patiënten in isolatiekamers

Het opnemen van patiënten die eerder in een buitenlands ziekenhuis zijn verpleegd, brengt specifieke risico’s met zich mee in de context van infectiepreventie en isolatie. In het huidige medische landschap wordt er steeds aandachtiger omgegaan met het beheren van infectiegevaar, vooral wanneer het om patiënten uit het buitenland gaat. Deze artikelen geven een overzicht van de risicocategorieën, toepassing van isolatiemaatregelen, praktische richtlijnen en de rol van zorginstellingen in het beheren van dergelijke gevallen.

Inleiding

Wanneer een patiënt uit het buitenland in Nederland wordt opgenomen in een ziekenhuis, is het noodzakelijk om te bepalen of er een risico bestaat op infectieoverdracht via micro-organismen zoals MRSA. Aan de hand van een risicocategorie-indeling worden maatregelen bepaald om zowel de patiënt als het ziekenhuispersoneel te beschermen. De beschermende isolatie en cohortverpleging spelen een centrale rol in dit proces. Ook is het van belang om te weten wat voor maatregelen bezoekers moeten nemen bij bezoeken aan patiënten in isolatie.

In deze tekst worden de relevante richtlijnen, praktijkuitvoering en specifieke situaties zoals dialyse- en kinderziekenhuisbehandelingen belicht. Verder wordt ingegaan op de rol van diverse zorginstellingen en medische richtlijnen, zoals die van het Radboudumc en LUMC, en hoe deze worden afgestemd op de bredere zorgsector.


Risicocategorieën bij buitenlandse patiënten

Een patiënt die in een buitenlands ziekenhuis is opgenomen, kan op basis van verschillende criteria worden toegewezen aan een risicocategorie. Deze indeling bepaalt de benodigde isolatiemaatregelen.

Categorie 1: Bekende MRSA-drager

Deze categorie bevat patiënten die bekend zijn als MRSA-dragers. Voor deze patiënten gelden strikte isolatiemaatregelen. De patiënt moet in een aparte kamer worden geplaatst en alle persoonlijke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen. Hierbij worden richtlijnen opgesteld op basis van de isolatieverpleging.

Categorie 2: Hoog risico op MRSA-dragerschap

Patiënten in deze categorie zijn binnen de afgelopen 2 maanden langer dan 24 uur in een buitenlands ziekenhuis geweest of hebben korter dan 24 uur verbleven maar zijn geopereerd, geïntubeerd, hebben een huidlaesie of andere infectiebronnen. Ook buitenlandse patiënten op de dialyseafdeling, zogenaamde gastdialysanten, vallen onder deze categorie.

Voor patiënten in categorie 2 gelden ook strikte isolatiemaatregelen. Zij moeten in een isolatiekamer worden verpleegd en persoonlijke beschermingsmaatregelen moeten worden toegepast, zoals het gebruik van FFP2-maskers, schorten en handschoenen.

Categorie 3: Matig verhoogd risico op MRSA-dragerschap

In deze categorie vallen Nederlandse hemodialysepatiënten die in het buitenland zijn gedialyseerd, of patiënten die langer dan 2 maanden geleden in een buitenlands ziekenhuis zijn geweest, maar waarbij risicofactoren als chronische lucht- of urineweginfecties of huidlaesies aanwezig zijn.

Bij deze patiënten is er geen strikte isolatie nodig, maar wel een verhoogde waakzaamheid en eventueel een korter isolatiebeleid, afhankelijk van de lopende ziektebeelden en medische indicaties.


Uitvoering van isolatiemaatregelen

De effectieve uitvoering van isolatiemaatregelen is essentieel voor het voorkomen van infectieoverdracht. Er zijn verschillende vormen van isolatie, die specifiek worden toegepast op basis van de aard van het infectieuze gevaar.

Vormen van isolatie

De volgende vormen van isolatie worden gebruikt in de zorgpraktijk:

  • Aerogene isolatie: Voor patiënten met aëroge verspreiding van infecties, zoals ziekten die zich via druppeltjes in de lucht verspreiden.
  • Beschermende isolatie: Wanneer de patiënt een zwakke immuunstatus heeft en bescherming nodig is tegen omringende micro-organismen.
  • Contactisolatie: Voor infecties die zich via direct contact verspreiden.
  • Druppelisolatie: Voor infecties die zich via druppels verspreiden.
  • Druppel-contact isolatie: Een combinatie van de voorgaande twee.
  • Strikte isolatie: Voor virale infecties, waarbij de patiënt volledig geïsoleerd wordt in een aparte kamer.

De keuze voor een bepaalde isolatievorm hangt af van de aard van de infectie en de mate van verspreiding die mogelijk is. Voorbeeldsituaties zijn te vinden in richtlijnen zoals die van het LUMC en het Radboudumc, die duidelijk maken hoe medewerkers en bezoekers zich moeten gedragen in dergelijke gevallen.

Persoonlijke beschermingsmaatregelen

Bij isolatieverpleging zijn persoonlijke beschermingsmaatregelen van groot belang. Medewerkers gebruiken onder andere:

  • FFP2-maskers
  • Handschoenen
  • Schorten
  • Oogbescherming

Bij de keuze voor FFP2-maskers is het belangrijk om rekening te houden met de mate van filtering. FFP2-maskers filteren bijvoorbeeld 94% van de deeltjes en bieden dus een aanzienlijke bescherming. FFP3-maskers bieden nog hogere bescherming, maar worden voornamelijk gebruikt in gevallen met een hoog risico op aëroge overdracht.

Eilandverpleging

Eilandverpleging betreft het verplegen van patiënten in een enkele ruimte, waarbij verschillende isolatieindicaties mogelijk zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld een patiënt met contactisolatie in de zelfde kamer kan worden verpleegd als een patiënt zonder isolatieindicatie, mits persoonlijke beschermingsmaatregelen worden toegepast. In de langdurige zorg is deze vorm van verpleging bekend als een gemengd cohort. In deze context is het van belang om handhygiëne en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen strikt te volgen.


Rol van zorginstellingen en richtlijnen

De uitvoering van isolatiemaatregelen is niet alleen afhankelijk van de individuele zorggever, maar ook van de richtlijnen die door nationale en regionale organisaties worden geformuleerd.

Richtlijnen van het LUMC en het Radboudumc

Zowel het LUMC als het Radboudumc hanteren strikte richtlijnen voor de verpleging van patiënten in isolatie. Patiënten in strikte isolatie krijgen een aparte kamer en mogen de kamer niet verlaten, tenzij onder begeleiding van medische medewerkers. Zij moeten schone kleding dragen en hun handen desinfecteren voordat ze een behandeling of onderzoek krijgen.

Bezoekers aan patiënten in isolatie moeten zich eveneens aan bepaalde regels houden. Ze mogen bijvoorbeeld geen andere patiënten bezoeken na hun bezoek en moeten hun handen desinfecteren voordat ze de kamer betreden. Ze zijn verplicht om een FFP2-masker te dragen en eventueel ook een schort en handschoenen. Dit is van belang om zowel de patiënt als de bezoeker te beschermen.

Regionale samenwerking: GAIN-netwerk

Het Radboudumc werkt regionaal samen met andere zorginstellingen in het GAIN-netwerk (Gelders Antibioticaresistentie en Infectiepreventie Netwerk). Dit netwerk is bedoeld om de verspreiding van antibioticaresistente bacteriën en andere infecties te beperken. Door gezamenlijke voorlichtingsmaterialen en richtlijnen te ontwikkelen, wordt er gewerkt aan een consistente aanpak in verschillende zorginstellingen, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorg.


Specifieke situaties en aandachtspunten

In sommige situaties kan het toepassen van isolatiemaatregelen extra complex worden, zoals bij kinderen of bij zorginstellingen die geen isolatiekamers beschikbaar hebben.

Isolatie bij kinderen

In het geval van kinderen in aërogene isolatie gelden extra regels. Kinderen mogen bijvoorbeeld niet naar school of speelkamer en moeten alleen onder begeleiding van een volwassene naar buiten. Speelgoed dat door de kinderen is aangeraakt, mag niet door andere kinderen gebruikt worden. Dit maakt het noodzakelijk om extra aandacht te besteden aan de logistiek en het psychologische welzijn van kinderen tijdens isolatie.

Zorginstellingen zonder isolatiekamers

Sommige zorginstellingen, zoals verpleeghuizen en VGZ-locaties, beschikken niet over isolatiekamers. In dergelijke gevallen is het van belang om andere maatregelen te nemen, zoals het beperken van contact met andere patiënten en het strikte toepassen van persoonlijke beschermingsmaatregelen. Het is belangrijk om te bepalen of dergelijke instellingen al dan niet in de richtlijnen zijn opgenomen en of er specifieke aanpassingen nodig zijn.

Patiëntklachten en isolatie

Ondanks de noodzakelijke maatregelen kunnen isolatiebeleid en isolatieverpleging ook emotionele gevolgen hebben voor patiënten. Klachten over angst, stress of gevoelens van eenzaamheid zijn bekend in het veld. Hoewel dergelijke aandachtspunten niet direct binnen de scope van de isolatierichtlijnen vallen, is het belangrijk om er op de hoogte van te zijn en patiënten hier op een empathische manier bij te staan.


Conclusie

De opname van buitenlandse patiënten in Nederlandse ziekenhuizen brengt specifieke risico’s met zich mee. Door de toepassing van risicocategorieën en het gebruik van isolatiemaatregelen kan het risico op infectieoverdracht worden beheerst. Het is van belang om zowel medewerkers als bezoekers op de hoogte te houden van de benodigde maatregelen en richtlijnen. Daarnaast is het noodzakelijk om rekening te houden met de praktijkrealiteit in verschillende zorginstellingen, zoals het ontbreken van isolatiekamers of de emotionele impact op patiënten. De samenwerking tussen ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere zorginstellingen speelt hierin een essentiële rol. Door consistente richtlijnen en regionale samenwerking te hanteren, kan de infectiepreventie en isolatieverpleging effectief worden uitgevoerd, met als doel zowel de veiligheid van de patiënt als van het zorgpersoneel te waarborgen.


Bronnen

  1. Antwoorden over MRSA en isolatie
  2. Samenvatting isolatieverpleging
  3. Algemene informatie over isolatieverpleging
  4. Strikte isolatie viraal
  5. Isolatieverpleging en infectiepreventie

Gerelateerde berichten