In de context van de pandemie van SARS-CoV-2, bekend als COVID-19, is de bepaling van wanneer een patiënt niet meer besmettelijk is en isolatiemaatregelen kunnen worden opgeheven, een cruciale kwestie. Deze bepaling is van groot belang niet alleen voor individuen, maar ook voor de maatschappij als geheel, met name in de context van woningbouw en woningbeheer. Woningen, zorginstellingen en andere ruimtes moeten voldoen aan zorgvuldige hygiëne- en isolatiemaatregelen om de verspreiding van het virus te beperken.
Op basis van de meest recente richtlijnen en studies is het mogelijk om aanbevelingen te formuleren die zowel wetenschappelijk onderbouwd zijn als praktisch toepasbaar. Dit artikel bevat een overzicht van de huidige kennis omtrent de besmettelijkheid van een persoon met COVID-19, de rol van klachten, testresultaten en Ct-waarden bij RT-PCR, en de aanbevelingen voor het beëindigen van isolatie.
Inleiding
Het virus SARS-CoV-2 is verantwoordelijk voor de ziekte COVID-19, die sinds 2020 wereldwijd een significante impact heeft gehad op de gezondheidszorg en de samenleving. Het virus verspreidt zich hoofdzakelijk via druppeltjes en aerosolen, waardoor het van essentieel belang is om isolatiemaatregelen te nemen bij een positieve test of bij het voorkomen van klachten.
Een van de kernvragen die zich opwerpen is: wanneer is een patiënt met COVID-19 niet meer besmettelijk? De besmettelijkheid hangt onder meer af van de aanwezigheid van kweekbaar virus in het lichaam, de klachten die aanwezig zijn, en de duur van de ziekte. In de loop van de tijd zijn er verschillende richtlijnen en aanbevelingen uitgebracht door gezondheidsautoriteiten, zoals het RIVM en WHO, die deze kwestie verder onderbouwen en verduidelijken.
Deze tekst is opgesteld met gebruikmaking van relevante studies, richtlijnen en onderzoeken, zoals gepubliceerd in databases zoals PubMed, Embase en WHO, en richt zich op zowel immuuncompetente als immungecompromitteerde patiënten. De nadruk ligt op het feit dat kweekbaar virus nog steeds de beste proxy is voor de aanwezigheid van besmettelijk virus en dus voor de kans op overdracht.
De besmettelijke periode van een persoon met COVID-19
De besmettelijke periode van een persoon met COVID-19 is meestal het grootst in de 2 dagen voor tot 3 dagen na het begin van de symptomen. De kans op overdracht neemt af na dag 5 van de ziekte, en tussen dag 5 en dag 7 is de risicoprofiel niet duidelijk bekend, maar lijkt beperkt. In een studie uit Taiwan werd aangetoond dat het virus in 50 patiënten met RT-PCR bevestigde infectie kweekbaar was in 34 monsters, namelijk in keel-, nasopharynx- en sputummonsters.
De Ct-waarden (cycle threshold values) van de kweekbare monsters bleken significant lager te zijn dan die van de niet kweekbare monsters. Dit suggereert dat lage Ct-waarden gerelateerd zijn aan een hogere viruslading, en dus een grotere kans op besmettelijkheid. De hoogste Ct-waarde waarbij virus nog steeds kweekbaar was, lag rond de 31,47 voor het nsp12-gen, 31,46 voor het E-gen en 35,2 voor het N-gen.
De viral load, gemeten in log10 genoomkopieën per milliliter monster, was ook een bepalende factor. Voor kweekbaar virus werden minimale genoomkopieën bepaald op respectievelijk 5,4, 6,0 en 5,7 log10 genoomkopieën/ml voor de drie genen. Dus, monsters met hoge viral load zijn duidelijk gerelateerd aan een grotere kans op besmettelijkheid.
Klachten als indicator van besmettelijkheid
Hoewel Ct-waarden en viral load belangrijke parameters zijn, is het ook noodzakelijk om rekening te houden met de aanwezigheid van klachten zoals hoesten, niezen of een loopneus. Deze klachten verhogen de kans op verspreiding van het virus, omdat het virus via snot of speeksel gemakkelijker in de omgeving terechtkomt.
Studies suggereren dat de besmettelijkheid niet alleen afhankelijk is van de aanwezigheid van kweekbaar virus, maar ook van de aanwezigheid van klachten. Daarom is het belangrijk om bij het beëindigen van isolatie ook rekening te houden met de verbetering van de klachten.
Aanbevelingen voor het beëindigen van isolatie
De aanbevelingen voor het beëindigen van isolatie zijn afhankelijk van de type immuunstatus van de patiënt:
1. Immune-compétent
Voor een immuuncompetente persoon wordt aanbevolen om isolatie te beëindigen als de volgende criteria zijn voldaan:
- Minstens 5 dagen na de eerste ziektedag.
- Minstens 24 uur klachtenvrij (zonder gebruik van koortsverlagende middelen).
Deze aanbeveling is gebaseerd op de observatie dat de besmettelijkheid aanzienlijk afneemt na 5 dagen, en dat de klachten meestal zijn verbeterd op dat moment.
2. Immungecompromitteerd
Voor immungecompromitteerde patiënten geldt een iets andere aanpak. Naast de criteria voor immuuncompetente patiënten, wordt aanbevolen om een PCR-test uit te voeren op nasopharynx- of keelmonsters. Bij een lage Ct-waarde (bijvoorbeeld < 24), kan men overwegen om de isolatie langer voort te zetten, gezien de hogere kans op besmettelijkheid.
3. Patiënten met beademingsondersteuning of tracheostoma
Voor patiënten die beademing nodig hebben of een tracheostoma hebben, is de bepaling van besmettelijkheid iets complexer. In dergelijke gevallen kan men na 14 dagen met aanhoudend hoge Ct-waarden (bijvoorbeeld > 30) besluiten om de isolatie te beëindigen, mits er geen klachten meer zijn.
4. Algemene bevolking
Sinds maart 2023 zijn de verplichte isolatiemaatregelen voor het algemene publiek afgeschaft. Dit betekent dat een positief geteste persoon of een persoon met klachten niet meer verplicht in isolatie hoeft te gaan. Echter, gezien de potentiële besmettelijkheid tot 10 dagen na de diagnose, is het nog steeds verstandig om hygiëne- en preventiemaatregelen te nemen.
5. Testen als ondersteuning
Hoewel het niet langer verplicht is om te testen, kan het wel helpen bij het bepalen van wanneer isolatie kan worden beëindigd. Een negatieve antigeentest op dag 5 of later is een aanvullende indicatie dat de patiënt niet meer besmettelijk is, zolang er geen koorts is en de klachten verbeterd zijn.
Rol van Ct-waarden in de besmettelijkheid
Ct-waarden zijn een belangrijk instrument om de viruslading in monsters te bepalen. Ze geven aan hoeveel cycli nodig zijn om het virus te detecteren in een PCR-test. Een lagere Ct-waarde duidt op een hogere viruslading, wat op zijn beurt een grotere kans op besmettelijkheid suggereert.
In het kader van isolatiebeëindiging is het gebruik van Ct-waarden zowel nuttig als beperkt. Terwijl een lage Ct-waarde duidelijk wijst op een hoge viruslading, is het niet altijd mogelijk om deze waarden in de praktijk te bepalen, vooral in de context van zelftesten.
Klinisch gebruik van Ct-waarden
In klinische instellingen en voor immungecompromitteerde patiënten kan het gebruik van Ct-waarden een waardevolle rol spelen. Door meerdere monsters te analyseren, kan men een beter beeld krijgen van de viruslading en dus van de besmettelijkheid. Dit is vooral relevant in gevallen waarbij isolatie langer dan 5 dagen moet duren.
Rol van klachten in de bepaling van besmettelijkheid
Naast Ct-waarden en testresultaten, is het aanwezige klachten een belangrijke factor in het bepalen van besmettelijkheid. Klachten zoals hoesten en niezen verhogen de kans op verspreiding van het virus, omdat het virus via druppeltjes in de lucht of op oppervlakken terechtkomt.
Daarom wordt aangeraden om de isolatie niet te beëindigen zolang klachten aanwezig zijn. Een klachtenvrij verloop van minstens 24 uur is een belangrijk criterium bij de bepaling van de einddatum van isolatie.
Hygiëne- en isolatiemaatregelen in de praktijk
In de context van woningbouw en woningbeheer is het van groot belang om zowel hygiëne- als isolatiemaatregelen correct toe te passen. Woningen, zorginstellingen en andere ruimtes moeten voldoen aan de huidige richtlijnen om de verspreiding van het virus te beperken.
Ventilatie en ruimte
Een goede ventilatie speelt een sleutelrol in het beperken van virusverspreiding. In woningen en andere ruimtes is het aan te raden om voldoende ventilatie te garanderen, bijvoorbeeld door vensters open te houden of luchtfilters te gebruiken.
Oppervlakken en reiniging
Oppervlakken die vaak worden aangeraakt, zoals deurkrukken, keukenapparatuur en sanitair, moeten regelmatig worden schoongemaakt met een desinfecterende middel. In ruimtes waar mensen met klachten verblijven, is het aan te raden om een aparte leefruimte in te richten, indien mogelijk.
Persoonlijke hygiëne
Persoonlijke hygiëne, zoals het regelmatig wassen van de handen en het gebruik van mondkapjes, is ook van groot belang. Deze maatregelen moeten zowel tijdens als na de isolatie worden voortgezet om de verspreiding van het virus te beperken.
Conclusie
Het bepalen van wanneer een persoon met COVID-19 niet meer besmettelijk is, is een complexe kwestie die afhankelijk is van verschillende factoren, zoals immuunstatus, klachten, Ct-waarden en viral load. In de praktijk wordt aangeraden om isolatie te beëindigen na 5 dagen, mits er 24 uur klachtenvrij is. Voor immungecompromitteerde patiënten kan het gebruik van PCR-testen en Ct-waarden een waardevolle aanvulling vormen.
Hoewel de verplichte isolatiemaatregelen voor het algemene publiek zijn afgeschaft, is het nog steeds verstandig om hygiëne- en isolatiemaatregelen toe te passen, vooral in ruimtes waar mensen woonachtig zijn. Door het corrigeren van ventilatie, het reinigen van oppervlakken en het naleven van persoonlijke hygiëne, kan de verspreiding van het virus worden beperkt.
In de context van woningbouw en woningbeheer is het van groot belang om deze richtlijnen in de praktijk te brengen, zodat zowel woningen als ruimtes veilig en gezond zijn voor bewoners en medewerkers.