E. coli-bacterie in de bouwsector: isolatie en infectiepreventie in ziekenhuisomgevingen

Inleiding

E. coli is een veelvoorkomende bacterie die normaliter in de darmen van mensen en dieren leeft en over het algemeen onschuldig is. Echter, bepaalde stammen zoals ESBL-E. coli (Extended Spectrum Beta-Lactamase-productieve Escherichia coli) en STEC (Shiga Toxin-producing E. coli) kunnen ernstige ziekten veroorzaken en zijn van groot belang in de context van infectiepreventie, met name in ziekenhuisomgevingen. Deze stammen zijn bekend om hun vermogen om antibioticaresistentie te ontwikkelen en ernstige ziekten zoals HUS (Hemolytisch-Uremisch Syndroom) te veroorzaken.

In de context van isolatie en desinfectie in ziekenhuizen is het van belang om de rol van E. coli-bacterieën en de aanbevolen maatregelen te begrijpen, met name voor de bouwsector en renovatiebedrijven die werken in of rondom ziekenhuisomgevingen. De einddesinfectie van patiëntenkamers, bijvoorbeeld, is een kritische maatregel om de verspreiding van deze bacteriën te voorkomen. In dit artikel worden de relevante richtlijnen, studies en praktijkgerichte aanbevelingen besproken op basis van de beschikbare literatuur.

E. coli en zijn varianten in ziekenhuisomgevingen

ESBL-E. coli

ESBL-E. coli is een soort Escherichia coli die resistent is geworden tegen bepaalde antibiotica, waaronder penicillinen en cefalosporinen. Deze resistentie ontstaat door het produceren van een enzym, de extended-spectrum beta-lactamase (ESBL), waardoor deze bacteriën kunnen overleven in aanwezigheid van deze antibiotica. ESBL-E. coli kan zowel ziekteverwekkend zijn als asymptomatisch aanwezig in de darmen van patiënten.

Deze bacteriën worden vaak geïsoleerd in ziekenhuizen, waar ze kunnen worden verspreid via direct contact of via verontreinigde oppervlakken. De verspreiding van ESBL-E. coli in ziekenhuisomgevingen is niet enkel een medische kwestie, maar ook een kwestie van bouw- en sanitaire hygiëne. Het gebruik van isolatie- en reinigingsmaatregelen speelt een cruciale rol in het voorkomen van de verspreiding van deze bacteriën.

STEC

STEC (Shiga toxineproducerende E. coli) is een groep van E. coli-bacterieën die shigatoxines (of vero-toxines) produceren. Deze toxines kunnen leiden tot ernstige ziekten zoals deelname aan de ontwikkeling van HUS. De meest bekende serotype is E. coli O157:H7, maar ook andere serotypes zoals O26, O103, O104, O111 en O145 zijn geassocieerd met ziektegevallen.

De verspreiding van STEC vindt meestal via verontreinigde voedingsmiddelen of waterplasmen plaats, maar ook in ziekenhuisomgevingen kan STEC zich voorkomen, met name in ruimtes waar patiënten met gastro-intestinale aandoeningen worden opgenomen. In dergelijke gevallen is het van belang om adequaat te isoleren en de omgeving te desinfecteren om de verspreiding te beperken.

Aanbevolen isolatie- en desinfectieprocedures

Einddesinfectie van patiëntenkamers

Volgens de richtlijnen in de huidige literatuur is einddesinfectie van patiëntenkamers een aanbevolen maatregel na ontslag, overplaatsing of overlijden van patiënten die geïnfecteerd zijn met of drager zijn van ESBL-E. coli. Deze einddesinfectie is van grote betekenis, aangezien het doel is om de overdracht van deze resistentiebacteriën naar andere patiënten of medische staf te voorkomen.

In geval van meerpersoonskamers wordt einddesinfectie uitgevoerd na de vertrek van de laatste ESBL-E. coli-positieve patiënt. Deze maatregel is echter niet zonder uitdagingen. Einddesinfectie is een intensieve en tijdrovende procedure, die vaak wordt uitgevoerd in directe aanwezigheid van andere patiënten, wat zowel praktische als ethische kwesties oplevert. Bovendien kunnen tijdsdruk en personeelstekort leiden tot vertragingen bij het opnemen van nieuwe patiënten, wat de werking van ziekenhuisbedden beïnvloedt.

Aanbevelingen voor desinfectieprocedures

De richtlijnen stellen dat er geen studies beschikbaar zijn die aanleiding geven om van de standaardprocedures voor eindreiniging en einddesinfectie af te wijken in het geval van ESBL-E. coli. Dit betekent dat het huidige beleid – inclusief einddesinfectie van de hele kamer – gecontroleerd moet blijven, totdat er nieuwe, betrouwbare studies beschikbaar komen die aantonen dat minder intensieve maatregelen eveneens effectief zijn.

De einddesinfectie betreft niet alleen het sanitair, maar ook het directe patiëntomgeving, zoals bedden, wastafels en andere oppervlakken die mogelijk verontreinigd zijn. De keuze van desinfectiemiddelen en de manier van toepassing moeten overeenkomen met de aanbevolen richtlijnen, met name op basis van de effectiviteit tegen ESBL- en STEC-bacteriën.

Bouw- en sanitaire overwegingen voor ziekenhuisomgevingen

In de bouwsector en bij renovaties in ziekenhuisomgevingen is het van belang om te rekening te houden met de hygiëne- en infectiepreventie-eisen die gerelateerd zijn aan de verspreiding van E. coli-stammen zoals ESBL en STEC. Hierbij spelen zowel de bouwmaterialen, de sanitaire systemen en de opslag- en ventilatieopstellingen een rol.

Oppervlaktebehandelingen en desinfectie

Ziekenhuismuren, vloeren en andere oppervlakken moeten eenvoudig schoon te maken zijn en resistent zijn tegen frequente desinfectie. Materialen die vaak worden gebruikt zijn gipsplaten, PVC-bekleding en keramische tegels. Deze materialen moeten gecontroleerd worden op hun geschiktheid voor het gebruik van desinfectiemiddelen die effectief zijn tegen E. coli en andere nosocomiale bacteriën.

De keuze van desinfectiemiddelen is eveneens belangrijk. Desinfectiemiddelen die actief zijn tegen ESBL- en STEC-bacteriën moeten worden toegepast volgens de aanbevolen procedures. Het is van belang om op te letten voor eventuele corrosie of aantasting van oppervlakken door het gebruik van zulke middelen, wat mogelijk de levensduur van bouwmaterialen beïnvloedt.

Sanitaire systemen en isolatie

Sanitaire systemen zoals toiletpotjes, wastafels en doucheruimtes zijn cruciale punten van verspreiding van E. coli-bacteriën. Deze systemen moeten eenvoudig schoon te maken zijn en voorzien zijn van isolatiecapaciteiten om de verspreiding van bacteriën te beperken. Bij nieuwbouw of renovatieprojecten is het daarom raadzaam om te kiezen voor sanitaire producten die speciaal ontworpen zijn voor medische omgevingen.

Daarnaast is het belangrijk om te zorgen voor een goede isolatie van ruimtes waar E. coli-positieve patiënten verblijven. Dit betekent dat dergelijke ruimtes gescheiden moeten zijn van andere kamerfuncties en dat er voorzieningen zijn voor adequaat afvalbehandeling en persoonlijke hygiëne.

Klinische en epidemiologische overwegingen

Risico op overdracht

De overdracht van ESBL- en STEC-bacteriën in ziekenhuisomgevingen hangt af van meerdere factoren, waaronder de hygiënepraktijken van medisch personeel, de frequentie van einddesinfectie en de duur dat bacteriën op inanimate oppervlakken kunnen overleven. Volgens de studie van Kramer et al. kunnen bacteriën zoals ESBL- en STEC-bacteriën gedurende uren tot dagen op oppervlakken blijven aanwezig, afhankelijk van de omgeving.

Dit benadrukt de noodzaak van continue reiniging en desinfectie, niet enkel bij einddesinfectie, maar ook tijdens het dagelijkse gebruik van ziekenhuisruimtes. De keuze van desinfectiemiddelen en het protocol van toepassing moeten daarom worden geïntegreerd in het bouw- en sanitaire ontwerp van ziekenhuisgebouwen.

Long-term risico’s

ESBL- en STEC-bacteriën zijn niet alleen van betekenis in het kader van directe infecties, maar ook in hun bijdrage aan de verspreiding van antibioticaresistentie. De verspreiding van resistentiegenen via horizontale genetransfer is een bekend fenomeen, zoals beschreven in de studie van Doi et al. Deze genen kunnen worden overgedragen tussen verschillende bacteriële stammen, waardoor het risico op verspreiding van resistentie toeneemt.

Het bouw- en sanitaire ontwerp van ziekenhuizen moet daarom rekening houden met de langdurige risico’s van antibioticaresistentie, en maatregelen nemen om de verspreiding van dergelijke bacteriën te beperken. Dit betekent niet alleen het implementeren van goede desinfectieprocedures, maar ook het ontwikkelen van ruimtelijke oplossingen die het verspreiden van bacteriën beperken.

Toekomstige uitdagingen en ontwikkelingen

Innovatie in bouwmaterialen en sanitaire oplossingen

De bouwsector en renovatiebedrijven die werken in ziekenhuisomgevingen moeten zich bewust zijn van de voortdurende ontwikkelingen op het gebied van hygiëne en infectiepreventie. Nieuwe bouwmaterialen en sanitaire oplossingen die speciaal ontworpen zijn voor medische omgevingen kunnen een rol spelen in het beperken van de verspreiding van E. coli- en andere bacteriën.

Deze materialen kunnen bijvoorbeeld antimicrobiële eigenschappen bevatten of eenvoudiger schoon te maken zijn, zodat het desinfectieproces efficiënter en minder tijdrovend is. Innovaties op dit gebied kunnen niet alleen de veiligheid van patiënten verbeteren, maar ook de logistiek en efficiëntie van ziekenhuisbedrijfsvoering ondersteunen.

Samenwerking tussen bouwsector en medische experts

Het ontwerp en de uitvoering van ziekenhuisgebouwen of renovatieprojecten in ziekenhuizen vereist samencollaboratie tussen bouwexperts, sanitaire ingenieurs en medische experts. Deze samenwerking is essentieel om ervoor te zorgen dat de bouw- en sanitaire systemen voldoen aan de eisen van hygiëne en infectiepreventie.

Medische experts kunnen bijvoorbeeld advies geven over de noodzakelijke isolatiecapaciteiten, de keuze van desinfectiemiddelen en de aanbevolen procedures voor einddesinfectie. Bouwexperts en sanitaire ingenieurs kunnen dan dit advies vertalen naar praktische bouw- en sanitaire oplossingen die efficiënt en duurzaam zijn.

Conclusie

E. coli-bacteriën, met name ESBL- en STEC-stammen, vormen een belangrijke uitdaging in ziekenhuisomgevingen. Deze bacteriën kunnen niet alleen ziekteverwekkend zijn, maar ook bijdragen aan de verspreiding van antibioticaresistentie. De aanbevolen maatregelen, zoals einddesinfectie van patiëntenkamers en isolatieprocedures, zijn van groot belang in het beperken van de verspreiding van deze bacteriën.

Voor de bouwsector en renovatiebedrijven die werken in of rond ziekenhuisomgevingen is het van belang om deze richtlijnen en procedures te begrijpen en te integreren in hun werk. De keuze van bouwmaterialen, sanitaire systemen en desinfectieprocedures moet daarom niet alleen functioneel en esthetisch zijn, maar ook gericht op de preventie van infecties en de beperking van de verspreiding van antibioticaresistente bacteriën.

De bouwsector speelt een cruciale rol in het creëren van veilige, hygiënische en efficiënte ziekenhuisomgevingen. Door samen te werken met medische experts en innovatieve bouwmaterialen en systemen te gebruiken, kunnen bouw- en renovatieprojecten bijdragen aan de voortzetting van een hoge standaard van zorg en hygiëne in ziekenhuizen.

Bronnen

  1. Ajao AO, Johnson JK, Harris AD, Zhan M, McGregor JC, Thom KA, Furuno JP. Risk of acquiring extended-spectrum β-lactamase-producing Klebsiella species and Escherichia coli from prior room occupants in the intensive care unit.
  2. Barbut F, Yezli S, Mimoun M, Pham J, Chaouat M, Otter JA. Reducing the spread of Acinetobacter baumannii and methicillin-resistant Staphylococcus aureus on a burns unit through the intervention of an infection control bundle.
  3. Conterno LO, Shymanski J, Ramotar K, Toye B, Zvonar R, Roth V. Impact and cost of infection control measures to reduce nosocomial transmission of extended-spectrum beta-lactamase-producing organisms in a non-outbreak setting.
  4. Doi Y, Adams-Haduch JM, Peleg AY, D'Agata EM. The role of horizontal gene transfer in the dissemination of extended-spectrum beta-lactamase-producing Escherichia coli and Klebsiella pneumoniae isolates in an endemic setting.
  5. Kramer A, Schwebke I, Kampf G. How long do nosocomial pathogens persist on inanimate surfaces? A systematic review.
  6. Lemmen SW, Häfner H, Zolldann D, Stanzel S, Lütticken R. Distribution of multi-resistant Gram-negative versus Gram-positive bacteria in the hospital inanimate environment.
  7. Nseir S, Blazejewski C, Lubret R, Wallet F, Courcol R, Durocher A.
  8. Begue RE, Mehta DI, Blecker U. Escherichia coli and the hemolytic-uremic syndrome.
  9. Benjamin MM, Datta AR. Acid tolerance of enterohemorrhagic Escherichia coli.
  10. Brandal LT, Wester AL, Lange H, Løbersli I, Lindstedt BA, Vold L, et al. Shiga toxin-producing escherichia coli infections in Norway, 1992-2012: characterization of isolates and identification of risk factors for haemolytic uremic syndrome.
  11. Brandt JR, Fouser LS, Watkins SL, Zelikovic I, Tarr PI, Nazar-Stewart V, et al. Escherichia coli O 157:H7-associated hemolytic-uremic syndrome after ingestion of contaminated hamburgers.
  12. Butt S, Jenkins C, Godbole G, Byrne L. The epidemiology of Shiga toxin-producing Escherichia coli serogroup O157 in England, 2009-2019.
  13. Crump JA, Sulka AC, Langer AJ, Schaben C, Crielly AS, Gage R, et al. An outbreak of Escherichia coli O157:H7 infections among visitors to a dairy farm.
  14. Dabke G, Le Menach A, Black A, Gamblin J, Palmer M, Boxall N, et al.
  15. NFN. Trombotische microangiopathie.
  16. Nitschke M, Sayk F, Härtel C, Roseland RT, Hauswaldt S, Steinhoff J, et al. Association between azithromycin therapy and duration of bacterial shedding among patients with Shiga toxin-producing enteroaggregative Escherichia coli O104:H4.
  17. Nüesch-Inderbinen M, Cernela N, Wüthrich D, Egli A, Stephan R. Genetic characterization of Shiga toxin producing Escherichia coli belonging to the emerging hybrid pathotype O80:H2 isolated from humans 2010-2017 in Switzerland.
  18. Overheid.nl. Arbeidsomstandighedenbesluit: Artikel 4.84. Biologische agentia, celculturen en micro-organismen.
  19. Parsons BD, et al. Detection, Characterization, and Typing of Shiga Toxin-Producing Escherichia coli.
  20. Rangel JM, Sparling PH, Crowe C, Griffin PM, Swerdlow DL. Epidemiology of Escherichia coli O157:H7 outbreaks, United States, 1982-2002.
  21. Rodwell EV, Simpson A, Chan YW, Godbole G, McCarthy ND, Jenkins C.

Gerelateerde berichten