Inleiding
In de gezondheidszorg is het toepassen van isolatiemaatregelen een fundamenteel onderdeel van infectiepreventie. Het doel is om de verspreiding van besmettelijke bacteriën en virussen te voorkomen, zowel binnen de ziekenhuisomgeving als daarbuiten. De noodzaak voor isolatie kan ontstaan door het dragen van een besmettelijke bacterie of virus, of door een verlaagde weerstand van de patiënt. De informatie afkomstig van medische instanties zoals het Radboudumc, Bernhoven en richtlijnen voor infectiepreventie beschrijft diverse isolatievormen en de bijbehorende maatregelen. Hoewel deze maatregelen strikt medisch zijn, is er een mogelijke impliciete link met het domein van vastgoed en renovatie. In zorginstellingen, verpleeghuizen en thuissituaties kan de inrichting van ruimtes, zoals het creëren van aparte kamers of het toepassen van specifieke ventilatiesystemen, van invloed zijn op de mogelijkheid tot effectieve isolatie. Dit artikel vat de bestaande kennis over isolatieverpleging samen, zoals deze uit de beschikbare bronnen naar voren komt, en belicht de maatregelen die in diverse zorgomgevingen worden gehanteerd.
Vormen van Isolatie
Er bestaan verschillende vormen van isolatieverpleging, elk gericht op specifieke overdrachtsroutes van pathogenen. De bronnen onderscheiden minimaal vier hoofdtypes: contactisolatie, druppelcontactisolatie, strikte isolatie en aërogene isolatie. Daarnaast worden in andere documenten ook beschermende isolatie, druppelisolatie en strikte isolatie genoemd.
Een essentieel onderscheid ligt in de manier waarop zorgverleners en bezoekers zich moeten beschermen en hoe de patiënt wordt verpleegd.
Contactisolatie
Contactisolatie is vereist wanneer een patiënt een besmettelijke bacterie of virus bij zich draagt dat wordt overgedragen via direct contact of via contact met besmette oppervlakken. Patiënten verblijven bij voorkeur op een eenpersoonskamer, hoewel dit soms ook op een zaal kan plaatsvinden. De deur van de kamer mag openblijven. Zorgverleners dragen handschoenen en een schort en desinfecteren hun handen. Patiënten moeten hun handen wassen na hoesten, niezen en toiletbezoek. Het verlaten van de kamer is alleen toegestaan na overleg met arts of verpleegkundige. Bij het verlaten dient de patiënt zijn handen te desinfecteren met handalcohol, lichamelijk contact met anderen te vermijden en geen gebruik te maken van algemene toiletten of ruimtes.
Aërogene Isolatie
Aërogene isolatie is noodzakelijk wanneer een bacterie zich verspreidt via de lucht bij uitademen, hoesten of niezen. Hierbij verblijft de patiënt op een eenpersoonskamer met een sluis. De deur van de kamer mag niet openstaan. Zorgverleners dragen een mond-neusmasker; bij kans op contact met lichaamsvloeistoffen dragen zij ook een schort en handschoenen. De patiënt moet een goede hoest- en nieshygiëne toepassen (hand of zakdoek voor mond en neus, gebruik van wegwerpzakdoeken, desinfectie van handen). Bij het verlaten van de kamer draagt de patiënt een mond-neusmasker en desinfecteert hij de handen in de sluis. Ook hier geldt dat algemene ruimtes niet bezocht mogen worden.
Strikte Isolatie
Strikte isolatie lijkt de meest extreme vorm te zijn, hoewel de specifieke maatregelen in de gegeven context niet gedetailleerd worden uitgewerkt. Wel wordt gesteld dat het in de praktijk vaak vrijwel onmogelijk is om behandelprincipes als prikkelarme verpleging en vaste dagschema's te hanteren op isolatiekamers. Dit komt omdat verpleegkundigen rekening moeten houden met het op gunstige momenten betreden en verlaten van de kamer in relatie tot zorg voor andere patiënten.
Beschermende Isolatie
Beschermende isolatie wordt met name genoemd in de context van brandwondencentra. Hier wordt standaard beschermende isolatie gebruikt. Als iemand bovendien besmet is, komt hier bronisolatie bovenop. Ook in perifere ziekenhuizen wordt beschermende isolatie toegepast. Dit type isolatie richt zich erop de patiënt te beschermen tegen infecties van buitenaf, vaak bij ernstig verlaagde weerstand.
Maatregelen voor Patiënten, Bezoekers en Medewerkers
Effectieve isolatie vereist inspanningen van alle betrokkenen.
Patiënten
Patiënten dienen instructies op te volgen betreffende hygiëne (handen wassen/desinfecteren) en het beperken van hun bewegingen buiten de kamer. Patiënten met aërogene isolatie moeten specifieke hoest- en nieshygiëne toepassen.
Bezoekers
Bezoekers spelen een cruciale rol in het voorkomen van verspreiding. Voordat bezoek wordt gebracht, moet dit zich melden bij de verpleging. De verpleging geeft uitleg over de specifieke regels en de benodigde beschermende maatregelen, die kunnen afwijken van de standaardmaatregelen. Bezoekers mogen niet op bezoek komen als zij verkouden zijn of koorts hebben. Na het bezoek moet de bezoeker zijn handen desinfecteren voordat hij de kamer verlaat. Daarnaast geldt het verzoek het ziekenhuis direct te verlaten na het bezoek en geen andere patiënten of plekken te bezoeken. Kinderen mogen onder begeleiding op bezoek komen.
Medewerkers
Medewerkers volgen strikte protocollen. Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) zoals handschoenen, schorten, mond-neusmaskers en mutsen is afhankelijk van het type isolatie. Handdesinfectie is een standaardmaatregel.
Uitdagingen in de Praktijk en Verschillende Zorgomgevingen
De implementatie van isolatie kent praktische uitdagingen. In een sober ingerichte isolatiekamer is het lastig om onderzoek te doen naar ruimtelijke oriëntatie, planning en het omgaan met externe prikkels. Ook het oefenen van fysieke vaardigheden, zoals traplopen, is vaak niet mogelijk. De isolatie kan bovendien een negatieve invloed hebben op de stemming van de patiënt, wat angst, depressie of PTSS kan triggeren en het algehele herstel kan vertragen.
Een ander aandachtspunt is de beschikbaarheid van expertise. Isolatiekamers zijn niet in alle ziekenhuizen of op alle afdelingen even goed voorzien. Dit kan ertoe leiden dat een geïsoleerde patiënt niet de specifieke expertise krijgt die nodig is (bijvoorbeeld expertise op het gebied van cognitieve functiestoornissen op een niet-neurologische afdeling).
De bronnen benadrukken dat isolatie niet alleen in ziekenhuizen voorkomt. In verpleeghuizen, VGZ-instellingen (verstandelijk gehandicaptenzorg), wijkverpleging, revalidatiecentra en extramurale zorg (GGD, medisch kinderdagverblijf, psychiatrie) zijn isolatiekamers vaak niet aanwezig. In deze settings worden alternatieve maatregelen getroffen of moet de richtlijn worden aangepast. In verpleeghuizen en VGZ zijn bijvoorbeeld geen isolatiekamers, terwijl er wel behoefte is aan maatregelen tegen besmetting.
Specifieke Infecties en Risico-indicaties
De discussie over isolatie richt zich ook op specifieke aandoeningen. Virale hemorragische koortsen hebben een aparte richtlijn, die in 2023 herzien zou worden. Ook waterpokken en gordelroos komen regelmatig voor en vereisen duidelijke adviezen, zoals welke kleding gedragen moet worden.
Bij de intake van patiënten (zoals in het AUMC) wordt gevraagd naar vaccinatie- of infectiestatus. Dit biedt een generieke maatregel en geeft een risico-indicatie op groepsniveau.
Conclusie
De bestudeerde bronnen bieden een gedetailleerd beeld van isolatieverpleging in de medische context. Er bestaat een duidelijke differentiatie tussen contactisolatie, aërogene isolatie, strikte isolatie en beschermende isolatie, elk met specifieke protocollen voor kamerindeling, PBM en gedrag van patiënt en bezoeker. Hoewel de focus ligt op medische procedures, impliceren de beschreven uitdagingen - zoals de noodzaak voor eenpersoonskamers, de impact van isolatie op het welzijn en de noodzaak tot expertise in diverse settings - dat de fysieke omgeving een rol speelt. De informatie benadrukt dat isolatie in toenemende mate ook buiten ziekenhuizen plaatsvindt, hetgeen aanpassingen in zorgsystemen en mogelijk huisvesting vereist. De gegevens zijn consistent binnen de aangeleverde documenten, afkomstig van gerenommeerde ziekenhuizen en richtlijnorganisaties.