Inleiding
De verspreiding van bacteriën die resistent zijn voor gangbare antibiotica, zoals Extended Spectrum Beta-Lactamase (ESBL)-producerende bacteriën, is een groeiende zorg in de gezondheidszorg. Hoewel ESBL vaak wordt geassocieerd met ziekenhuizen, speelt het ook een significante rol in de thuiszorg en kleinschalige woonvormen. De vraag naar duidelijke richtlijnen voor contactisolatie in deze omgevingen is essentieel voor het waarborgen van de veiligheid van zowel patiënten als zorgverleners, zonder onnodige beperkingen op te leggen.
De beschikbare informatie benadrukt dat het beleid rondom ESBL en contactisolatie verschilt per setting. Terwijl in ziekenhuizen strikte isolatiemaatregelen vaak noodzakelijk zijn, ligt de situatie in de thuiszorg of in een woongroep voor mensen met een lichamelijke en verstandelijke handicap anders. Hier gaat het vaak om bewoners die deel uitmaken van een "gezinsachtige" situatie, waarbij standaard hygiënemaatregelen doorgaans voldoende zijn, mits er geen sprake is van extra risicovolle situaties of specifieke resistentiepatronen zoals Carbapenemase-producerende Enterobacterales (CPE).
Dit artikel analyseert de huidige inzichten en protocollen met betrekking tot ESBL, de rol van kweekonderzoek, en de praktische implicaties voor de bouw en inrichting van zorgomgevingen. Het richt zich op professionals in de zorgbouw, facility management en thuiszorgorganisaties die verantwoordelijk zijn voor het creëren van veilige leefomgevingen.
ESBL: Een Technische Definitie en Risicoanalyse
Om de noodzaak van isolatiemaatregelen te begrijpen, is het van belang om de aard van ESBL nauwkeurig te definiëren. ESBL staat voor Extended Spectrum Beta-Lactamases, een enzym dat bepaalde soorten antibiotica, te weten penicillines en cefalosporines, kan afbreken. Hoewel de term technisch gezien verwijst naar de enzymen, wordt deze in de praktijk vaak gebruikt om de bacteriën zelf aan te duiden die deze enzymen produceren.
De meest voorkomende ESBL-producerende bacteriën zijn darmbacteriën zoals Klebsiella en Escherichia coli. Een cruciaal aspect van deze bacteriën is dat ze vaak onschadelijk zijn zolang ze zich in de darm van een gezond persoon bevinden. Het probleem ontstaat wanneer deze bacteriën buiten de darm terechtkomen, bijvoorbeeld via wonden, het urinewegstelsel (zoals bij een suprapubische katheter) of via sondes (zoals een PEG-sonde). In die situaties kunnen ze ernstige infecties veroorzaken die moeilijk te behandelen zijn vanwege de resistentie.
Beleid in de Thuiszorg en Kleinschalige Woonvormen
Een centrale vraag in de zorgpraktijk is of contactisolatie noodzakelijk is in omgevingen die niet klinisch van aard zijn, zoals de thuiszorg of woongroepen voor mensen met een verstandelijke handicap. De beschikbare data suggereren een genuanceerd antwoord.
In een woongroep waar bewoners geen kwetsbare mensen (zoals in een ziekenhuis) huisvesten, maar waar sprake is van een situatie vergelijkbaar met een gezin, is de consensus dat contactisolatie niet direct nodig is, tenzij er sprake is van CPE (Carbapenemase-producerende Enterobacterales). Omdat de patiënt in kwestie geen CPE had, werd het advies beperkt tot standaard hygiënemaatregelen.
Deze standaardmaatregelen omvatten: - Handhygiëne: Het dragen van korte nagels zonder nagellak en het wassen van handen voor en na procedures en direct contact met de patiënt en lichaamsmateriaal. - Kledingadviezen: Het dragen van droge, schone kleren, eventueel aangevuld met een schort. - Persoonlijke beschermingsmaatregelen: Handschoenen, schort, en indien van toepassing een mond-neusmasker en bril dragen tijdens contact met lichaamsvloeistoffen. Dit is met name relevant bij het verzorgen van een suprapubische katheter of het onderhouden van een PEG-sonde.
De informatie geeft aan dat kweken in deze situaties geen toegevoegde waarde heeft. Het opnieuw testen van de patiënt na een jaar, zoals soms wordt voorgesteld, is in deze context niet per se nodig om het beleid te versoepelen, aangezien de basishygiëne reeds voldoende wordt geacht.
Protocollen voor Materialen en Personeel
Voor zorgverleners die werkzaam zijn in de thuiszorg of in kleinschalige woonvormen, is het essentieel om te beschikken over de juiste materialen en protocollen. De materialen die benodigd zijn voor zorg handelingen bij ESBL-dragers zijn specifiek gedefinieerd. Deze omvatten: - Vloeibare zeep en papieren handdoekjes. - Beschermende kleding, zoals plastic halterschorten. - Handendesinfectans. - Handschoenen. - Alcohol 70%. - Door het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) toegelaten desinfectiemiddelen.
Naast de materiële voorzieningen is er een duidelijke taakverdeling nodig binnen de zorgorganisatie. De medisch behandelaar is verantwoordelijk voor het instellen van isolatie, het informeren van de cliënt en het coördineren van de medische gang van zaken. De leidinggevende moet zorgen voor adequate personele bezetting en voldoende beschermende middelen. Verzorgenden, verpleegkundigen en huishoudelijk assistenten dienen de instructies in het protocol strikt te volgen.
Een specifiek criterium voor het toepassen van contactisolatie is wanneer een cliënt zich (deels) moet ontkleden. In dat geval geldt de isolatie. (Para-)medici die de cliëntenkamer hebben bezocht, moeten hun handen desinfecteren voordat zij de kamer verlaten. Voor bezoekers gelden over het algemeen geen extra maatregelen, behalve handhygiëne bij het verlaten van de kamer, tenzij zij lichamelijk verzorging of onderzoek verrichten.
De Impact van Isolatie op de Woonomgeving
Hoewel de focus vaak ligt op medische protocollen, heeft isolatie ook invloed op de leefomgeving en het welzijn van de patiënt. In de context van kleinschalige woonvormen en thuiszorg is er aandacht voor de psychosociale gevolgen van isolatiemaatregelen, zoals angst en stress. Er wordt opgemerkt dat deze aspecten zeker waardevolle aandachtspunten zijn, hoewel ze soms buiten de strikte scope van infectiepreventierichtlijnen vallen.
Voor professionals in de bouw en facility management betekent dit dat de inrichting van zorgwoningen rekening moet houden met de mogelijkheid van isolatiemaatregelen. Hoewel de financiële gevolgen van het voldoen aan bepaalde normen voor isolatiekamers (zoals drukhiërarchie of de positie van luchtroosters) vaak verwaarloosbaar zijn omdat de meeste zorgaanbieders al aan de norm voldoen, is het belangrijk om ruimtes zo in te richten dat hygiëneprotocollen eenvoudig kunnen worden nageleefd. Denk hierbij aan de aanwezigheid van wasbakken, voldoende ruimte voor het opbergen van persoonlijke beschermingsmiddelen en het gebruik van materialen die goed gereinigd kunnen worden.
Conclusie
De informatie rondom ESBL en contactisolatie in de thuiszorg en kleinschalige woonvormen wijst op een verschuiving van rigide isolatie naar verstandige hygiënemaatregelen. In omgevingen die vergelijkbaar zijn met een gezinssituatie en waar geen sprake is van extra resistentiepatronen zoals CPE, volstaan standaard hygiëneprotocollen. Deze protocollen richten zich op handhygiëne, het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bij contact met lichaamsvloeistoffen en het materiaalgebruik.
Voor de bouw- en vastgoedsector is het van belang om faciliteiten te ontwerpen die ondersteunend zijn aan deze hygiënevoorschriften, zonder dat dit leidt tot onnodig klinische omgevingen. De ontwikkeling van uniforme richtlijnen voor verschillende zorgsettings, zoals aangegeven in de bronnen, draagt bij aan een duidelijker beleid. Uiteindelijk is het doel om de veiligheid te garanderen terwijl de kwaliteit van leven en de eigenheid van de woonomgeving behouden blijft.