Fasen van DNA-isolatie: Een overzicht van de extractiemethodes in moleculaire biologie

Inleiding

DNA-isolatie is een fundamenteel proces in de moleculaire biologie, waarbij DNA wordt gescheiden en gezuiverd uit een biologisch monster, zoals bloed, weefsel of plantmateriaal. Het doel van dit proces is om puur DNA verkrijgbaar te maken voor verdere analyse, zoals sequentiebepaling of genetische testen. In de praktijk zijn er verschillende methoden beschikbaar voor DNA-isolatie, variërend van traditionele organische extractie tot modernere technieken zoals kolomgebaseerde of magnetische kraal-gebaseerde extractie.

Een van de klassieke en veelgebruikte methoden is de extractie met fenol-chloroform. Deze methode maakt gebruik van het verschil in oplosbaarheid tussen DNA en eiwitten om een efficiënte scheidingsprocedure te garanderen. In dit artikel bespreken we de fasen van DNA-isolatie, met een nadruk op de fenol-chloroform-methode, haar principes en uitvoering. Daarnaast worden alternatieve extractiemethodes kort toegelicht.

De fenol-chloroform-methode

Ontwikkeling en basisprincipe

De fenol-chloroform-extractie werd in 1987 ontwikkeld door Piotr Chomczynski en Nicoletta Sacchi. Deze methode wordt vooral gebruikt voor het isoleren van RNA, maar is ook toepasbaar voor DNA. Het scheidingsproces is gebaseerd op het verschil in oplosbaarheid tussen nucleïnezuren (zoals DNA en RNA) en eiwitten in een twee-fasen-emulsie: een waterige fase en een organische fase.

Het mengsel bestaat uit een equimolair mengsel van chloroform (CHCl₃) en fenol (C₆H₅OH), vaak verrijkt met een chaotroop zoals guanidiniumthiocyanaat ([CH₆N₃]⁺ SCN⁻) of guanidiniumchloride ([CH₆N₃]⁺ Cl⁻). Deze chaotropen zorgen ervoor dat eiwitten worden gedenucreerd en neerslaan in de organische fase, terwijl het RNA of DNA oplost in de waterige fase.

Uitvoering van de extractie

De uitvoering van de fenol-chloroform-extractie verloopt in meerdere stappen. Eerst wordt het biologische monster homogeen gemaakt en geïnubeerd in een oplossing met fenol-chloroform en een chaotroop. Hierbij ontstaat een emulsie van twee fasen: de waterige fase bovenaan en de organische fase onderaan.

Na centrifugeren vormen zich drie duidelijk af te bakenen lagen:

  1. Waterige fase: Deze bovenste laag bevat het RNA of DNA, afhankelijk van het type nucleïnezuur dat geïsoleerd moet worden. Ook zijn hier hydrofiele verbindingen zoals zouten en oligosacchariden aanwezig.

  2. Grensvlak tussen de twee fasen: Hier wordt vaak DNA aangetroffen, aangezien het minder hydrofiele eigenschappen heeft dan RNA en dus dichter bij de organische fase blijft.

  3. Organische fase: De onderste laag bestaat uit fenol en chloroform, waarin de gedenucreerde eiwitten zijn opgelost.

Vervolgens wordt de waterige laag afgetapt en het nucleïnezuur wordt geprecipiteerd met ethanol of isopropanol. Hiermee wordt het DNA of RNA afgezet en kan het uiteindelijk worden opgenomen in een geschikte buffer voor verdere analyse.

Alternatieve methoden voor DNA-isolatie

Hoewel de fenol-chloroform-methode traditioneel en effectief is, zijn er tegenwoordig alternatieve technieken beschikbaar die in sommige gevallen efficiënter of veiliger zijn. Deze methodes zijn ontworpen om de nadelige eigenschappen van fenol en chloroform te vermijden, zoals hun toxische aard en de complexiteit van de procedure.

Zouten

Een andere methode maakt gebruik van hoge zoutconcentraties om eiwitten te neerslaan, waardoor het DNA in oplossing blijft. Deze methode is relatief eenvoudig en kostenefficiënt, maar kan minder efficiënt zijn bij monsters met een hoge eiwitconcentratie.

Magnetische kraal-gebaseerde extractie

Bij deze methode worden magnetische kralen gebruikt die zijn bekleed met DNA-bindende middelen. Het DNA bindt aan de kralen en kan vervolgens worden geïsoleerd door middel van een magnetisch veld. Deze methode is automatiserbaar en wordt vaak gebruikt in laboratoria met grote doorvoer.

Kolomgebaseerde extractie

In kolomgebaseerde extractie wordt DNA geïsoleerd met behulp van een gespecialiseerde kolom die bepaalde chemische eigenschappen heeft die DNA binden. Deze techniek is effectief en reproduceerbaar, maar vereist vaak duurdere uitrusting en specifieke buffers.

Toepassingen en beperkingen

DNA-isolatie is essentieel voor een breed spectrum van toepassingen, variërend van medische diagnostiek tot forensische analyse en genetische onderzoek. De fenol-chloroform-methode is hierin nog steeds een betrouwbare techniek, vooral waar hoge kwaliteit en zuiverheid vereist zijn. Echter, vanwege de gebruikte chemische stoffen is de methode minder geschikt voor laboratoria met restricties op het gebruik van toxische stoffen.

Alternatieve methodes, zoals de magnetische kraal- of kolomgebaseerde extractie, bieden veiligere en automatiserbare opties, met name in klinische of industriële omgevingen. De keuze van methode hangt af van factoren zoals het type monster, de vereiste snelheid, de benodigde kwaliteit van het DNA en de beschikbare infrastructuur.

Conclusie

DNA-isolatie is een fundamenteel onderdeel van de moleculaire biologie en wordt uitgevoerd via verschillende technieken. De fenol-chloroform-methode is een klassieke en efficiënte manier om RNA of DNA te isoleren, gebaseerd op het principe van oplosbaarheid in een twee-fasen-emulsie. Echter, moderne alternatieven zoals magnetische kraal-gebaseerde of kolomgebaseerde extractie bieden veiligere en automatiserbare opties, afhankelijk van de specifieke behoeften van het laboratorium.

Bij de keuze van een methode is het belangrijk om de voor- en nadelen van elke techniek te overwegen, met name in termen van kwaliteit, snelheid en veiligheid. Voor toepassingen waar hoge kwaliteit en puurheid van DNA vereist zijn, blijft de fenol-chloroform-methode een betrouwbare keuze, terwijl alternatieven gunstiger zijn in omgevingen waar automatisering of veiligheid prioriteit heeft.

Bronnen

  1. Extraction au phénol-chloroforme
  2. Biologie - DNA-isolatie

Gerelateerde berichten