Inleiding
Bij renovatie- en onderhoudsprojecten aan woningen kunnen ongelukken voorkomen, variërend van kleine snijwonden door scherpe materialen tot ernstigere verwondingen door gereedschap of valpartijen. Het correct beheren van wonden is essentieel om complicaties te voorkomen, vooral wanneer de wondomgeving verontreinigd is met bouwmaterialen of stof. Naast directe wondverzorging is kennis van infectiepreventie cruciaal, met name in situaties waarin bouwprojecten samenvallen met zorg voor zieke familieleden of wanneer bouwplaatsen worden blootgesteld aan biologische gevaren. De volgende informatie behandelt de medische aspecten van wondgenezing, de bestrijding van resistentie bacteriën en de praktische maatregelen voor hygiëne, gebaseerd op klinische richtlijnen en best practices. Deze kennis is van toepassing op zowel de professionele bouwsector als de thuissituatie.
Het Belang van Weefselherkenning in Wonden
Bij de beoordeling van wonden is het van groot belang om verschillende typen weefsel te onderscheiden. Vooral gele structuren in een wond kunnen wijzen op twee verschillende verschijnselen: fibrine en gele necrose. Hoewel ze visueel op elkaar kunnen lijken, verschillen ze aanzienlijk in samenstelling, functie en vereiste behandeling. Een verkeerde interpretatie kan het genezingsproces vertragen of infecties in de hand werken, wat in een bouwomgeving waar bacteriën volop aanwezig zijn, extra risico’s met zich meebrengt.
Fibrine: Een Natuurlijk Onderdeel van Wondgenezing
Fibrine is een eiwit dat een cruciale rol speelt in de bloedstolling en het natuurlijke wondherstel. Het ontstaat uit fibrinogeen, een eiwit dat in de lever wordt geproduceerd en in het bloed circuleert. De normale concentratie fibrinogeen in het bloed varieert tussen de 2,0 en 4,0 g/L. Wanneer een wond ontstaat, zet het enzym trombine fibrinogeen om in fibrine. Dit proces resulteert in een netwerk van fibrinedraden waarin bloedplaatjes worden gevangen, wat leidt tot de vorming van een stolsel. Dit stolsel minimaliseert bloedverlies en vormt het fundament voor wondgenezing. Fibrine is stevig verankerd in het wondbed en kan niet eenvoudig worden verwijderd.
In bepaalde situaties, zoals bij veneuze ulcera (open benen), kan zich een dikke laag fibrine vormen, ook wel fibrinebeslag genoemd. Dit ontstaat door lekkage van fibrinogeen uit de bloedvaten als gevolg van verhoogde veneuze druk. Hoewel fibrine in beginsel functioneel is, kan een teveel aan fibrinebeslag de genezing vertragen. In dergelijke gevallen moet het fibrinebeslag mechanisch worden verwijderd om het herstel te bevorderen.
Gele Necrose: Dood Weefsel dat Verwijderd Moet Worden
Gele necrose is een vorm van weefselversterf die optreedt bij een verminderde bloedtoevoer of bij een infectie. In tegenstelling tot fibrine, dat een actieve rol speelt in de genezing, is gele necrose dode weefsel dat niet langer functioneel is. Dit weefsel bevindt zich losliggend op het wondoppervlak. Het is van essentieel belang dit dode weefsel te verwijderen, omdat het een broedplaats is voor bacteriën en de genezing van omliggend gezond weefsel belemmert.
Diagnostiek: Hoe Maak Je Het Onderscheid?
Het onderscheid tussen fibrine en gele necrose kan worden gemaakt door palpatie met een steriel gaasje. Fibrine zit stevig vast in de wond en laat zich niet verwijderen, terwijl gele necrose los op de wond ligt en beweegt bij manipulatie. Indien twijfel bestaat, is het raadzaam om een wondzorgspecialist te raadplegen. Dit is met name belangrijk bij diepe wonden of wonden die zijn ontstaan tijdens bouwwerkzaamheden, waarbij verontreiniging met vreemde materialen een rol kan spelen.
Behandeling en Verzorging van Wonden
De keuze voor de juiste behandelstrategie hangt af van het type wond en het aanwezige weefsel. De behandeling is erop gericht de wond te reinigen, infecties te voorkomen en een optimale omgeving voor genezing te creëren.
Verwijdering van Weefsel
De aanpak verschilt per type weefsel: - Fibrinebeslag: Kan autolytisch worden verwijderd met hydrocolloïden of mechanisch met nat-droog verbandwisselingen. Mechanische reiniging is vaak noodzakelijk bij fibrinebeslag. - Gele necrose: Wordt doorgaans scherp gedehydrateerd met een mesje, pincet of curette.
Gebruik van Wondbedekkers
De keuze voor een wondbedekker hangt af van de kenmerken van de wond: - Hydrogels: Geschikt voor droge wonden en bevorderen een vochtig wondmilieu. - Schuimverbanden: Beschermen tegen druk en voorkomen uitdroging. Dit is relevant bij wonden op drukpunten, zoals ellebogen of hielen, die vaak bij valpartijen op bouwplaatsen ontstaan. - Zilververbanden: Hebben een antibacteriële werking en kunnen nuttig zijn bij geïnfecteerde wonden. Zilver is effectief tegen een breed spectrum aan bacteriën.
Antiseptische Behandeling
Bij geïnfecteerde wonden kunnen antiseptische middelen zoals EUSOL, chloorhexidine en furacine worden gebruikt. In ernstige gevallen kan systemische antibiotica noodzakelijk zijn. Bij tekenen van infectie, zoals roodheid, zwelling of een onaangename geur, is verdere diagnostiek en behandeling vereist. Het is belangrijk op te merken dat het gebruik van antibiotica altijd onder medisch toezicht moet gebeuren.
Infectiepreventie en Hygiëne in de Leefomgeving
Infectiepreventie is niet alleen een zorg voor ziekenhuizen, maar ook voor thuissituaties, met name wanneer er sprake is van kwetsbare personen of verbouwingen waarbij de leefomgeving tijdelijk verontreinigd raakt. De basisprincipes van infectiepreventie bestaan uit het verwijderen van vuil en het doden van micro-organismen op oppervlakken.
Definities en Basisprincipes
Om effectief te zijn, is het belangrijk de juiste terminologie te kennen: - Schoonmaken: Het verwijderen van zichtbaar en onzichtbaar vuil. Dit voorkomt dat micro-organismen zich kunnen handhaven, vermeerderen en verspreiden. In een bouwomgeving betekent dit dat stof en bouwresten regelmatig verwijderd moeten worden. - Desinfecteren: Het irreversibel activeren of reduceren van micro-organismen op levenloze oppervlakken tot een aanvaardbaar geacht niveau. Dit is een stap verder dan schoonmaken en is nodig wanneer er een risico is op besmetting met ziekmakende bacteriën.
Reiniging van Materialen en Wasgoed
Bij het reinigen van materialen en wasgoed zijn specifieke protocollen nodig om kruisbesmetting te voorkomen: - Wasgoed: Vuil wasgoed, zoals kleding, handdoeken, washandjes en beddengoed, moet gescheiden worden van schoon linnengoed. Dit is vooral belangrijk wanneer er sprake is van een besmetting met resistent bacteriën. - Verpleegmaterialen: Materialen die in direct contact zijn geweest met de cliënt, zoals stethoscopen, bloeddrukmeters en oorthermometers, moeten huishoudelijk schoon worden gemaakt en vervolgens worden gedesinfecteerd. De stethoscoop en oorthermometer kunnen worden gedesinfecteerd met alcohol 70%. Materialen zoals waskommen, po’s en urinalen dienen in een pospoeler te worden gereinigd of, bij afwezigheid daarvan, handmatig te worden gereinigd en gedesinfecteerd volgens specifieke protocollen. - Schoonmaakmaterialen: Wegwerpdoekjes moeten na gebruik worden weggegooid. Overige schoonmaakmaterialen moeten in een waszak worden verzameld en gewassen worden bij minimaal 60 graden Celsius. Emmers moeten worden gedesinfecteerd met een chlooroplossing, gespoeld en gedroogd.
Bijzonder Resistente Micro-organismen (BRMO)
Een groeiend probleem in de zorg en potentieel ook in de leefomgeving van bouwprojecten (denk aan bouwplaatsen die in contact komen met rioolwater of verontreinigde grond) zijn Bijzonder Resistente Micro-organismen (BRMO). Dit zijn ziekmakende micro-organismen die ongevoelig zijn voor de eerste keus antibiotica of tegen een combinatie van antibiotica.
ESBL en Andere Resistente Bacteriën
Een bekende vorm van BRMO zijn bacteriën die het ESBL-eiwit (Extended Spectrum Beta Lactamase) bij zich dragen. ESBL is een eiwit dat bacteriën resistent maakt voor een aantal antibiotica. Andere voorbeelden van resistente bacteriën die in de context van infectiepreventie worden genoemd, zijn Acinetobacter baumannii en Klebsiella pneumoniae (NDM-1). Ook schimmels zoals Candida auris vallen onder deze categorie.
Maatregelen bij Contactisolatie
Wanneer er sprake is van een besmetting met BRMO, zijn isolatiemaatregelen noodzakelijk om verspreiding te voorkomen. De maatregelen verschillen per situatie en bron van besmetting.
Isolatievormen
- Kamerisolatie: De patiënt wordt geïsoleerd in een eigen kamer, bedoeld voor het verplegen van een patiënt die gekoloniseerd of besmet is met een micro-organisme dat via contact en/of via druppels wordt overgedragen.
- Eilandverpleging: Hierbij worden patiënten met verschillende isolatie-indicaties in één ruimte verpleegd. Dit is mogelijk wanneer de maatregelen strikt persoonsgebonden worden toegepast. Dit betekent dat verzorgenden voor elke patiënt aparte persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) gebruiken, zoals handschoenen en schorten. Algemene voorzorgsmaatregelen, zoals handhygiëne, zijn altijd van toepassing. In de langdurige zorg staat deze vorm ook wel bekend als een gemengd cohort.
Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)
Bij de verzorging van patiënten met BRMO is het gebruik van PBM essentieel. Naast handschoenen en schorten kan het gebruik van een masker noodzakelijk zijn. - Ademhalingsbescherming: Wanneer er een risico is op besmetting via de lucht (druppelinfectie), kunnen ademhalingsbeschermingsmaskers (FFP-masks) worden gebruikt. FFP staat voor Filtering Facepiece Partikel. De toegevoegde getallen (FFP1, FFP2 of FFP3) geven de mate van filtering aan. Hoe hoger het getal, hoe meer de lucht die wordt ingeademd wordt gefilterd en hoe meer bescherming het masker biedt tegen micro-organismen.
Inzet van Zwangere Medewerksters
In de context van professionele zorg is er specifieke aandacht voor zwangere medewerksters. Volgens de richtlijnen kunnen zwangere medewerksters worden ingezet bij de zorg voor cliënten die drager zijn van een bacterie. Dit impliceert dat de basismaatregelen voldoende worden geacht, mits deze correct worden opgevolgd.
Conclusie
De juiste zorg voor wonden en het naleven van infectiepreventieve maatregelen zijn van cruciaal belang, zowel in de medische praktijk als in de context van renovatie en woningbouw. Het vermogen om fibrine te onderscheiden van gele necrose is essentieel voor het bevorderen van een efficiënt wondherstel. Daarnaast is het belangrijk om basiskennis te hebben van hygiëneprotocollen, zoals het correct wassen van textiel bij 60 graden en het desinfecteren van materialen met chloor of alcohol. In gevallen waarin resistentie bacteriën een rol spelen, is het noodzakelijk om strikte isolatie- en beschermingsmaatregelen te volgen, zoals het gebruik van FFP-maskers en het toepassen van eilandverpleging of kamerisolatie. Door deze maatregelen te integreren in de dagelijkse praktijk, kunnen risico’s op infecties worden geminimaliseerd en kan de veiligheid van zowel bewoners als professionals worden gewaarborgd.