Inleiding
De jaren '90 vormen een overgangsperiode in de Nederlandse bouwgeschiedenis, waarin de isolatienormen aanzienlijk werden aangescherpt, maar waarbij de prestaties van woningen sterk kunnen variëren afhankelijk van het exacte bouwjaar en de toegepaste materialen. Voor eigenaren van woningen gebouwd in deze decennia is het van cruciaal belang om de bestaande isolatiesituatie te evalueren en gerichte maatregelen te treffen om het wooncomfort te verhogen en energieverbruik te reduceren. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de isolatiekenmerken van woningen uit de jaren '90 en bespreekt op basis van beschikbare data concrete stappen voor verbetering.
Bouwkundige context en isolatienormen in de jaren '90
De bouwkwaliteit en isolatienormen zijn in de loop der tijd geëvolueerd, gestuurd door het Bouwbesluit. Woningen gebouwd in de periode 1992 tot en met 1999 kenmerken zich over het algemeen door een redelijke tot goede isolatie van dak, gevel en vloer. Echter, de kwaliteit is niet uniform.
Volgens bron [3] was de isolatie in deze periode 'redelijk te noemen', met de volgende specifieke kenmerken: - Gevelisolatie: Spouwmuren werden in deze periode volledig geïsoleerd, wat een significante verbetering was ten opzichte van eerdere decennia. - Dakisolatie: Dakisolatie was aanwezig, maar werd als 'redelijk' beschouwd en was vaak nog niet op het huidige niveau getild. - Vloerisolatie: Betonvloeren werden standaard en redelijk geïsoleerd geleverd. - Beglazing: Op de begane grond was dubbel glas gangbaar, soms voorzien van HR-glas. Op de verdiepingen werd vaak nog enkel glas toegepast.
Bron [2] bevestigt dat huizen uit deze periode 'goede dak, gevel- en vloerisolatie' hebben, maar benadrukt dat het bouwbesluit 1992 de basis vormde voor strengere eisen, wat resulteerde in een aanzienlijk betere bouwkwaliteit. Vanaf 1995 werd HR-glas gangbaar, en in de jaren 2000-2014 kwamen HR+ en HR++ glas veelvuldig voor. Desondanks ontbreekt in de data een specifieke vermelding van de exacte isolatiewaardes of diktes voor de jaren '90, wat impliceert dat maatwerkadvies noodzakelijk is.
Een kritische evaluatie van de bronnen laat zien dat hoewel de basis goed was, er ruimte voor verbetering bestaat. Bron [4] beschrijft de woningen uit de jaren '90 als 'matig geïsoleerd', wat aansluit bij de observatie dat de isolatie nog niet voldoet aan moderne hoge eisen.
Analyse van specifieke bouwelementen
Gevel- en spouwmuurisolatie
In de jaren '90 werd spouwmuurisolatie standaard toegepast. Echter, de kwaliteit en de materialen kunnen variëren. Volgens bron [3] werden spouwmuren 'volledig geïsoleerd', maar de bron vermeldt niet met welk materiaal of met welke dikte. Voor woningen uit deze periode die nog niet geïsoleerd zijn of waarbij de isolatie is vergaan, is het belangrijk om te controleren of er voldoende ruimte is voor aanvulling. Bron [4] stelt dat als spouwmuurisolatie deels is vergaan of als er nog voldoende ruimte tussen de isolatie en het buitenspouwblad zit, de isolatie aangevuld kan worden met nieuw isolatiemateriaal.
Voor woningen met massieve muren (zoals na-oorlogse woningen met betonnen gevelelementen) of woningen waarbij de spouwmuurisolatie onvoldoende is, kan een extra isolatielaag aan de buitenkant een oplossing zijn. Dit kan worden afgewerkt met stucwerk, steenstrips, hout of kunststof platen, zoals vermeld in bron [4].
Dakisolatie
Dakisolatie was in de jaren '90 aanwezig, maar de isolatiedikte was vaak beperkt. Bron [3] noemt de dakisolatie 'redelijk, maar nog niet op het huidige niveau'. Bron [2] stelt dat extra isolatie niet noodzakelijk is tenzij men het huis energieneutraal wil maken, maar dit advies lijkt te zijn gebaseerd op een algemene inschatting zonder rekening te houden met moderne isolatienormen voor energiebesparing.
Voor woningen met een hellend dak zijn er verschillende isolatiemogelijkheden. Bron [4] beschrijft dat een hellend dak relatief eenvoudig van binnenuit extra geïsoleerd kan worden, waarbij wel op een damprem of klimaatfolie gelet moet worden. Een alternatief is het verwijderen van de dakpannen en het aanbrengen van dakisolatieplaten met richels bovenop de bestaande dakplaten, waarna de pannen rechtstreeks op de isolatieplaten geplaatst kunnen worden. Hierbij moeten aansluitingen op dakkapellen en kopgevels goed in de gaten worden gehouden, en moet de goot mogelijk verplaatst worden.
Voor platte daken geldt dat isolatie het beste kan worden aangebracht wanneer de dakbedekking vervangen moet worden. Als de dakbedekking nog goed is en er ballast (grind) op ligt, kunnen isolatieplaten op het dak gelegd worden, waarna het grind weer bovenop komt.
Vloerisolatie
In de jaren '90 werden betonvloeren standaard en redelijk geïsoleerd geleverd (bron [3]). Echter, veel woningen hebben nog een houten vloer op balken, vooral in oudere woningen die in de jaren '90 gemoderniseerd zijn. Bron [1] benoemt dat in veel jaren '30-woningen (en andere oudere huizen) een houten vloer op balken ligt zonder isolatie eronder, wat leidt tot tocht uit de kruipruimte.
Voor woningen met een kruipruimte is vloerisolatie vaak goed te verbeteren. Bron [2] en [4] bevestigen dat vloerisolatie kan worden verbeterd. Als er vloerverwarming wordt aangelegd, is extra vloerisolatie een goed idee (bron [2]).
Beglazing
Een significant aandachtspunt voor woningen uit de jaren '90 is de beglazing. Bron [3] stelt dat dubbel glas op de begane grond gangbaar was, maar dat verdiepingen vaak nog enkel glas hadden. Bron [2] vermeldt dat bij de bouw dubbel glas werd geplaatst, maar geen HR++ of triple glas. Dit betekent dat het glas nog aanzienlijke warmteverliezen kan vertonen.
De vervanging van enkel glas en oud dubbel glas door HR++ of triple glas is een van de meest effectieve maatregelen. Bron [2] stelt dat het de moeite waard is om HR++ of triple glas aan te brengen bij groot onderhoud, zoals het vervangen van kozijnen of ramen.
Praktische maatregelen voor isolatieverbetering
Voor eigenaren van woningen uit de jaren '90 zijn er diverse maatregelen te nemen om de isolatie te verbeteren. De keuze hangt af van de specifieke bouwkundige situatie en het gewenste comfortniveau.
Stap 1: Inventarisatie van bestaande isolatie
Voordat isolatie wordt aangebracht, is het essentieel om te controleren welke isolatie al aanwezig is (dak, buitenmuren, vloer of bodem, kruipruimte en ramen). Dit wordt benadrukt in bron [2]. Een visuele inspectie of het raadplegen van bouwtekeningen kan hierbij helpen. Voor woningen gebouwd na 1991 is het verplicht om een isolatieplan te laten maken door een isolatieadviseur om subsidie te kunnen aanvragen (bron [5]).
Stap 2: Dakisolatie verbeteren
Gezien de 'redelijke' kwaliteit van dakisolatie in de jaren '90, is extra isolatie vaak zinvol. - Hellende daken: Van binnenuit isoleren met dampremmende folie. Of de dakpannen verwijderen en isolatieplaten met richels plaatsen (bron [4]). - Platte daken: Isolatie aanbrengen bij vervanging van de dakbedekking. Indien de dakbedekking goed is en er grind ligt, kunnen isolatieplaten onder het grind geplaatst worden (bron [4]).
Stap 3: Gevelisolatie
- Spouwmuurisolatie: Controleer of de spouw al geïsoleerd is. Indien niet, of als de kwaliteit laag is, kan navulling met nieuw isolatiemateriaal plaatsvinden (bron [4]).
- Buitenmuurisolatie: Voor woningen met massieve muren of als extra isolatieniveau gewenst is, kan een buitenste isolatielaag worden aangebracht. Dit is esthetisch en technisch een goede optie (bron [4]).
Stap 4: Vloerisolatie
- Kruipruimte: Bodemisolatie of vloerisolatie vanuit de kruipruimte is vaak effectief tegen koudeval en tocht.
- Betonvloeren: Hoewel deze 'redelijk' geïsoleerd waren, kan extra isolatie nodig zijn bij vloerverwarming (bron [2]).
Stap 5: Beglazing
Dit is vaak de meest rendabele investering. - Vervang enkel glas en oud dubbel glas door HR++ glas of triple glas. Dit vermindert het warmteverlies aanzienlijk (bron [2]).
Stap 6: Ventilatie
Goede isolatie gaat hand in hand met goede ventilatie. Woningen uit de jaren '90 hebben vaak nog geen balansventilatie. Echter, bron [5] vermeldt dat woningen gebouwd na 2000 vaak balansventilatie met WTW hebben. Voor oudere woningen is het belangrijk om bij het aanbrengen van isolatie (vooral luchtdichte maatregelen) te zorgen voor voldoende ventilatie om vochtproblemen te voorkomen. Een mechanisch ventilatiesysteem kan hierbij helpen, maar dit is niet specifiek genoemd in de context voor de jaren '90.
Subsidies en financiering
Voor isolatiemaatregelen zijn vaak subsidies beschikbaar. Bron [5] vermeldt dat voor woningen gebouwd na 1991 een isolatieplan door een adviseur verplicht is voor subsidie. Echter, bron [5] vermeldt ook dat woningen gebouwd na 1 juli 2012 (of met bouwvergunning na 1 april 2012) niet in aanmerking komen voor subsidie uit de isolatieaanpak. Dit is een belangrijke beperking voor recente woningen, maar voor woningen uit de jaren '90 (tussen 1990 en 1999) gelden deze beperkingen doorgaans niet. Het is raadzaam om de actuele subsidieregelingen te raadplegen, aangezien de contextdata afkomstig is van bronnen die dateren uit 2022.
Conclusie
Woningen uit de jaren '90 bieden een solide basis voor energiezuinig wonen, maar voldoen vaak niet meer aan de huidige strengere normen en de wensen voor maximaal comfort en lage energielasten. De isolatie van gevel, dak en vloer was in deze periode 'redelijk' tot 'goed', maar de beglazing was vaak beperkt tot enkel glas op de verdiepingen en standaard dubbel glas op de begane grond.
Een gerichte aanpak is vereist. Het verbeteren van de beglazing naar HR++ of triple glas is een essentiële stap. Daarnaast kunnen daken en vloeren vaak eenvoudig worden geïsoleerd, en kunnen muren worden voorzien van extra isolatielagen of navulling van de spouw. Het is van belang om de bestaande situatie eerst grondig te inventariseren en, waar nodig, een professional in te schakelen voor een maatwerkadvies, zeker in het kader van subsidieaanvragen. Door deze maatregelen te treffen, kan de woning aanzienlijk comfortabeler en energiezuiniger worden gemaakt.