Inleiding
De bouwperiode rond 1994 markeert een overgangsfase in de Nederlandse bouwgeschiedenis wat betreft isolatie en energieprestatie. Woningen uit dit jaar vallen net binnen de categorie die is gebouwd volgens de strengere eisen van het Bouwbesluit 1992, maar nog voor de introductie van de zeer hoge isolatiewaardes die vanaf 2015 de standaard werden. Voor eigenaren van een dergelijke woning is het essentieel om de bestaande isolatiegraad te begrijpen en te beoordelen of en hoe na-isolatie wenselijk is. De bronnen bieden inzicht in de typische isolatiekenmerken van woningen uit deze periode, de ontwikkeling van normen zoals de Rc-waarde en de EPC, en de noodzaak van een professioneel isolatieplan voor het aanvragen van subsidie.
Bouwjaar 1994: Isolatiekenmerken en Bouwbesluit
Woningen gebouwd in 1994 bevinden zich in de categorie 'goede isolatie' volgens de normen die golden vanaf de jaren negentig. Het Bouwbesluit 1992 had een significante impact op de bouwkwaliteit.
De Impact van het Bouwbesluit 1992
Vanaf 1992 werden de eisen voor de Rc-waarde (thermische weerstand) verder aangescherpt. De minimale eis voor het dak en de gevel steeg naar RC = 1,3 m²K/W. Hoewel dit een verbetering was ten opzichte van voorgaande decennia, is dit aanzienlijk lager dan de huidige normen, die ongeveer 6 m²K/W voor het dak en 4,5 m²K/W voor de gevel vereisen. Dit betekent dat er wel isolatie aanwezig is, maar deze vaak niet voldoet aan moderne eisen voor energiezuinigheid.
Energieprestatiecoëfficiënt (EPC)
In december 1995 werd de energieprestatie-eis (EPC) opgenomen in het Bouwbesluit. Hoewel de EPC voor een woning in 1995 werd vastgesteld op 1,5, was de ontwikkeling al in gang gezet. Rond 1994 werd er al meer nadruk gelegd op isolatie en luchtdichtheid. De EPC-waarde is een maat voor de energiezuinigheid; hoe lager de EPC, hoe zuiniger de woning.
Typische Isolatievoorzieningen in 1994
Volgens de bronnen hebben woningen gebouwd tussen 1992 en 1999 redelijke dak-, gevel- en vloerisolatie. - Dakisolatie: Aanwezig, maar vaak nog niet op het huidige niveau. - Gevelisolatie: Spouwmuren werden in deze periode volledig geïsoleerd. - Vloerisolatie: Betonvloeren werden standaard en redelijk geïsoleerd. - Beglazing: Dubbel glas was gangbaar op de begane grond. Vanaf 1995 werd HR-glas steeds meer gebruikt, maar in 1994 kon het nog standaard dubbel glas betreffen. Op de verdiepingen werd vaak nog enkel glas gebruikt. - Ventilatie: Vanaf 1975 werd mechanische afvoerventilatie steeds gebruikelijker. Bij woningen uit 1994 is de kans groot dat er mechanische ventilatie aanwezig is, te herkennen aan ventielen in de keuken, badkamer en wc.
Na-isolatie: Mogelijkheden en Overwegingen
Voor een woning uit 1994 is na-isolatie vaak zinvol om de energieprestatie te verbeteren en klaar te maken voor aardgasvrij verwarmen. Echter, de aanpak hangt af van de specifieke situatie.
De Rol van een Isolatieplan
Voor woningen gebouwd na 1991 is het verplicht om een isolatieplan te laten maken door een isolatieadviseur bij het aanvragen van subsidie. Omdat deze woningen al bijna voldoen aan de standaard voor woningisolatie, is maatwerk essentieel. Een adviseur onderzoekt hoe de woning op dit moment is geïsoleerd en wat er nodig is om te voldoen aan de huidige normen. Ook voor woningen uit 1994 kan het raadzaam zijn een dergelijk plan te laten opstellen, zeker als er specifieke knelpunten zijn, zoals een onvolledig geïsoleerd dak of het ontbreken van vloerisolatie.
Dakisolatie: Een Praktijkvoorbeeld
Een specifiek vraagstuk betreft het na-isoleren van een dak met de constructie 'oude pannen - waterdichte isolatieplaat'. In een discussie over een huis uit 1897 (herbouwd in 1994) met een dergelijke constructie, wordt het advies gegeven om te overwegen om de bestaande isolatie te verwijderen en opnieuw op te bouwen met dampopen folie en passende isolatie om vochtproblemen te voorkomen. Hoewel dit specifieke voorbeeld betrekking heeft op een oudere woning met een latere verbouwing, gelden de principes van vochtbeheersing en dampdichtheid ook voor daken uit 1994. Het toepassen van materialen zoals Roofmate in combinatie met PUR en dampopen folie is een techniek die wordt besproken, maar het is cruciaal dat dit correct wordt toegepast om condensatieproblemen te voorkomen.
Vloer- en Gevelisolatie
Hoewel woningen uit 1994 over het algemeen redelijk geïsoleerd zijn, kan het voorkomen dat vloerisolatie of gevelisolatie ontbreekt of onvoldoende is. Bronnen wijzen erop dat bij woningen uit de periode 1983-1991 vaak matige isolatie werd toegepast (5-7 cm dakisolatie). Hoewel 1994 hier net buiten valt, kan de isolatiedikte alsnog onvoldoende zijn voor moderne eisen. Het na-isoleren van de spouwmuur kan een effectieve maatregel zijn, mits de spouw breed genoeg is en er geen sprake is van optrekkend vocht.
Ventilatie en Luchtdichtheid
Bij het na-isoleren van een woning uit 1994 is het van groot belang om aandacht te besteden aan ventilatie. Een woning die beter wordt geïsoleerd, wordt ook luchtdichter. Bestaande mechanische ventilatie systemen moeten goed functioneren en eventueel worden aangepast. Voordat er wordt besloten tot na-isolatie, is het verstandig om te controleren of de woning al beschikt over mechanische afvoerventilatie (wat waarschijnlijk is bij een bouwjaar 1994) en of deze voldoet.
Conclusie
Woningen uit 1994 beschikken over een redelijk isolatieniveau als gevolg van het Bouwbesluit 1992, met dak-, gevel- en vloerisolatie en dubbel glas. Echter, de Rc-waarden zijn aanzienlijk lager dan de huidige normen, en HR++ glas is waarschijnlijk nog niet standaard. Na-isolatie is vaak rendabel, maar vereist een zorgvuldige aanpak. Vanwege de verplichting voor een isolatieplan bij woningen na 1991 voor subsidieaanvragen, is het inschakelen van een professionele isolatieadviseur sterk aan te raden. Deze kan een gericht plan opstellen dat rekening houdt met de bestaande constructie, vochtbeheersing en ventilatie, om zo de woning energiezuiniger en comfortabeler te maken zonder nieuwe problemen te creëren.