Bijzonder Resistent Micro-Organisme (BRMO) is een term die in de medische wereld vaak voorkomt, maar de implicaties ervan strekken zich uit tot ver buiten de ziekenhuismuren, met name in contexten waar gevoelige populaties verblijven of waar materialen worden verwerkt die in contact kunnen komen met microbiologische besmetting. Hoewel de bronnen die ter beschikking zijn gesteld primair focussen op de medische aspecten van BRMO, bieden ze cruciale inzichten in de mechanismen van verspreiding, de definitie van isolatie en de vereisten voor ruimtelijke inrichting en hygiëneprotocollen. Deze kennis is relevant voor professionals in de bouw en renovatie, vooral bij de realisatie of aanpassing van zorginstellingen, scholen, en andere publieke of gevoelige gebouwen.
Dit artikel analyseert de beschikbare data over BRMO met een focus op preventie, isolatieprotocollen en de fysieke omgeving, om zo bouwkundige en renovatie-gerelateerde inzichten te destilleren.
Wat is BRMO?
Volgens de beschikbare informatie is BRMO de afkorting voor ‘Bijzonder Resistant Micro-Organisme’ (Bron 1). Het betreft bacteriën die ongevoelig (resistent) zijn voor bepaalde antibiotica (Bron 3). Bij gezonde individuen veroorzaken deze bacteriën vaak geen klachten en is behandeling niet noodzakelijk. Het hoofddoel van preventie is het voorkomen van verspreiding onder kwetsbare patiënten in zorgomgevingen (Bron 3).
De resistentie maakt infecties moeilijker te behandelen, wat de noodzaak van strikte isolatie en hygiëneprotocollen onderstreept. De bronnen differentiëren tussen diverse types BRMO, waaronder Gram-negatieve staven en specifieke resistentiepatronen zoals ESBL (Extended Spectrum Beta-Lactamase), resistente Enterobacterales, resistente Pseudomonas en resistente Stenotrophomonas (Bron 2, Bron 4).
Definities en Ruimtelijke Implicaties
Voor bouwkundige professionals is het essentieel om de terminologie te begrijpen die wordt gebruikt in isolatieprotocollen. De bronnen bieden specifieke definities die van belang zijn bij het ontwerp van zorgomgevingen.
Isolatiekamer
Een centraal begrip is de Isolatiekamer. Deze wordt gedefinieerd als "een eenpersoons patiëntenkamer met eigen sanitair, voorzien van een sluis en specifieke luchtbeheersing (ventilatie, drukhiërarchie en positie luchttoevoer- en luchtretourroosters)" (Bron 2). Deze definitie legt directe eisen aan de bouwkunde: 1. Eenpersoonskamer: Ruimtelijke scheiding is vereist. 2. Eigen sanitair: Waterdichte scheiding van afvoersystemen en sanitaire installaties. 3. Sluis: Een bufferzone om kruisbesmetting via de lucht of contact te minimaliseren. 4. Luchtbeheersing: Specifieke HVAC-systemen (Heating, Ventilation, and Air Conditioning) nodig voor drukregulering (positieve of negatieve druk afhankelijk van de aandoening).
Kolonisatie vs. Infectie
Een ander belangrijk begrip is Kolonisatie, wat het vestigen en vermenigvuldigen van micro-organismen op de huid of slijmvliezen betreft, zonder schade voor de gastheer (Bron 2). Dit impliceert dat materialen en oppervlakken in een bouwkundige omgeving dragers kunnen zijn van deze organismen zonder dat dit direct zichtbaar is.
Isolatieprotocollen en Bouwkundige Maatregelen
De bronnen beschrijven diverse maatregelen die genomen moeten worden bij BRMO-dragers. Hoewel deze medisch van aard zijn, hebben ze directe consequenties voor de inrichting en het onderhoud van gebouwen.
Fysieke Scheiding en Kamerindeling
Bij een opname wordt de patiënt in isolatie geplaatst, vaak in een éénpersoonskamer (Bron 1). In specifieke protocollen, zoals die voor contactisolatie, worden maatregelen genoemd voor de lichamelijke verzorging en het schoonmaken van de badkamer/toilet en het opmaken van het bed (Bron 4). Voor de bouw betekent dit dat kamers zo moeten worden ontworpen dat schoonmaakpersoneel efficiënt kan werken zonder kruisbesmetting te veroorzaken. De aanwezigheid van eigen sanitair is hier een vereiste (Bron 2).
Luchtbeheersing en Ventilatie
De definitie van een isolatiekamer benadrukt "specifieke luchtbeheersing" (Bron 2). Hoewel de bronnen geen technische specificaties geven over filters of luchtstromingen, is de implicatie duidelijk: standaard ventilatie is onvoldoende. Er is een drukhiërarchie nodig. In de context van BRMO (vaak contactisolatie) kan dit betekenen dat de luchtstroom gecontroleerd moet worden om verspreiding via aerosolen te voorkomen, hoewel de bronnen ook aangeven dat het dragen van een masker bij bepaalde pathogenen zoals Pseudomonas spp. onvoldoende bewezen effectief is (Bron 2).
Hygiëne en Materialen
De verspreiding van BRMO vindt vaak plaats via contact met handen, kleding of materialen (Bron 4). Het protocol benadrukt dat maatregelen moeten verhinderen dat resistente bacteriën zich verspreiden. Dit heeft implicaties voor materiaalkeuze in renovatie: * Oppervlakken: Materialen die gemakkelijk schoon te maken en te desinfecteren zijn, hebben de voorkeur. * Meubilair: Het bed en directe omgeving moeten zo zijn ingericht dat reiniging grondig kan plaatsvinden.
Conclusie: De Rol van de Bouwsector in BRMO-Preventie
De beschikbare data over BRMO is primair medisch van aard, maar de implicaties voor de bouw- en renovatiesector zijn significant. De kern van BRMO-preventie ligt in het beheersen van de verspreiding van resistentie bacteriën via contact en de lucht.
Voor professionals in de bouw en renovatie, met name bij projecten in de gezondheidszorg, zijn de volgende punten crucial: 1. Ontwerp van Isolatiekamers: De strikte definitie van een isolatiekamer (Bron 2) vereist de integratie van eigen sanitair, sluisstructuren en gespecialiseerde luchtbehandelingsinstallaties. 2. Materiaalkeuze: Oppervlakken moeten niet alleen duurzaam zijn, maar ook reinbaar en bestand tegen desinfectiemiddelen om kolonisatie te voorkomen. 3. Scheiding van Functies: De noodzaak van fysieke isolatie van patiënten benadrukt het belang van geluidsisolatie en visuele privacy, maar vooral van functionele scheiding die verspreiding via lucht of contact voorkomt.
Hoewel de bronnen geen technische bouwtekeningen of specifieke materiaalvoorschriften bieden, bieden ze het kader waarbinnen bouwkundige voorzieningen moeten functioneren om de veiligheid van kwetsbare populaties te waarborgen tegen Bijzonder Resistent Micro-Organismen.