Inleiding
Bacteriële meningitis is een ernstige en potentieel dodelijke aandoening die onmiddellijke medische aandacht vereist. De incidentie in Nederland wordt geschat op 1 tot 2 per 100.000 inwoners per jaar. Naast de klinische behandeling van de patiënt, spelen isolatieprotocollen een cruciale rol in het voorkomen van de verspreiding van de infectie, vooral binnen ziekenhuizen en huishoudens. De beschikbare literatuur, afkomstig van medische autoriteiten zoals het RIVM, de LCI, en gespecialiseerde kennisbanken, biedt specifieke richtlijnen met betrekking tot de duur en het type isolatie dat nodig is.
Deze artikelen behandelen de isolatie van patiënten met bacteriële meningitis, met specifieke aandacht voor de verwekker Neisseria meningitidis (meningokokken). De kernvraag is vaak hoelang isolatie noodzakelijk is en welke maatregelen getroffen moeten worden om besmetting van zorgverleners en huisgenoten te voorkomen. De consensus in de literatuur wijst erop dat isolatie tot 24 uur na de start van effectieve intraveneuze antibiotica doorgaans voldoende is, mits de verwekker bekend is en gevoelig is voor de gegeven therapie.
Isolatie Duur en Maatregelen
De duur van de isolatie is afhankelijk van de verwekker en het moment waarop de behandeling is gestart. Voor patiënten met bacteriële meningitis, waarvan de verwekker meningokokken is of onbekend, wordt over het algemeen aangeraden de patiënt te verplegen in isolatie tot 24 uur na de start van de IV-antibiotica.
Richtlijnen voor Meningokokken en Onbekende Verwekkers
Onderzoek toont aan dat de meningokokkenbacterie 24 uur na de start van de behandeling niet meer aanwezig is in de luchtwegen van de patiënt. Hierdoor is het besmettingsrisico voor zorgmedewerkers na deze periode sterk verlaagd, hoewel het risico voor gezinsleden over het algemeen hoger blijft. De isolatie kan worden opgeheven op basis van een negatieve kweek of wanneer de verwekker bekend is en het beleid hierop wordt aangepast.
Voor specifieke situaties gelden de volgende protocolen: * Meningoencefalitis (Neisseria meningitidis): Druppel- en contactisolatie is vereist. De isolatie duurt tot 24 uur na de start van effectieve therapie. Druppelisolatie is nodig vanwege het keeldragerschap. * Meningoencefalitis (onbekende verwekker): Druppel- en contactisolatie is vereist tot een negatieve kweek is verkregen of de verwekker bekend is. Hierna wordt het beleid van de specifieke verwekker gevolgd. * Meningokokkemie: Druppel- en contactisolatie duurt eveneens tot 24 uur na de start van effectieve therapie.
Overdracht en Besmettelijke Periode
Overdracht van de meningokok geschiedt van mens op mens via druppeltjes vanuit de neus-keelholte. Dit kan gebeuren bij langdurig en intensief contact via de lucht (hoesten, niezen, spreken) of door direct contact (zoenen, mond-op-mondbeademing). Indirecte overdracht via voorwerpen is zeer zeldzaam.
De besmettelijke periode duurt zolang de bacterie zich in de keel bevindt, of tot een dag na het instellen van therapie of profylaxe door middel van antibiotica die keeldragerschap elimineren. Meestal verdwijnen de bacteriën uit de keel 24 uur na het instellen van geschikte antibiotische therapie.
Chemoprofylaxe en Preventie
Naast isolatie van de patiënt is het soms noodzakelijk om chemoprofylaxe (preventieve antibiotica) toe te passen bij nauwe contacten om dragerschap en secundaire gevallen te voorkomen.
Wie komt in aanmerking voor profylaxe?
Bij een sporadisch geval van meningokokkenziekte komen de volgende groepen in aanmerking voor chemoprofylaxe: * Huisgenoten (gezinsleden en anderen die gezamenlijk met de index een huishouden deelden) in de 7 dagen voor het ziek worden van de index. * Zeer nauwe contacten: personen die gedurende 7 dagen voor het ziek worden van de index een of meerdere keren hebben geslapen in dezelfde ruimte als de index of die 4 uur of langer (aaneengesloten) intensief contact hebben gehad met de index in hetzelfde huishouden. * De patiënt vóór ontslag uit het ziekenhuis, tenzij deze behandeld is met een antibioticum dat ook het dragerschap bestrijdt, zoals ceftriaxon of ciprofloxacine. * Hulpverleners na mond-op-mondbeademing of daarmee vergelijkbare contacten.
Wie komt niet in aanmerking?
Chemoprofylaxe is niet noodzakelijk voor kinderen die naar hetzelfde kinderdagverblijf gaan (tenzij ze een zeer nauw contact zijn), studenten, leerlingen of leerkrachten van dezelfde groep of school, vrienden of collega’s, en bewoners van (specifieke instellingen, mits niet gedefinieerd als zeer nauw contact).
Risico op secundaire gevallen
De kans op besmetting hangt samen met de intensiteit en duur van het contact. Na een geval van meningokokkenziekte is het risico op secundaire gevallen het grootst in de eerste 7 dagen na het ziektegeval en neemt daarna sterk af. Ongeveer 75% van de secundaire ziektegevallen treedt op binnen de eerste 2 weken, waarvan de helft binnen 5 dagen na de eerste ziektedag van de index. Dertig dagen later is het risico op ziekte onder nauwe contacten niet hoger dan in de rest van de bevolking.
Klinische Behandeling en Diagnostiek
Naast isolatie is de snelle start van de juiste antibiotica essentieel. De richtlijnen voor de behandeling van bacteriële meningitis zijn gebaseerd op niet-vergelijkend onderzoek, maar bieden duidelijke richting.
Antibiotische Therapie
De empirische behandeling voor volwassenen met bacteriële meningitis bestaat uit: * Amoxicilline of penicilline * Een 3e generatie cefalosporine (ceftriaxon of cefotaxim)
Deze combinatie dekt de vier meest voorkomende verwekkers: pneumokokken, meningokokken, Listeria monocytogenes en Haemophilus influenzae. Monotherapie met derde generatie cefalosporines wordt verkozen boven monotherapie met amoxicilline, omdat L. monocytogenes hiermee niet gedekt wordt. Als na 48 uur de kweek negatief is, kan de derde generatie cefalosporine worden gestaakt en kan de kuur worden afgemaakt met monotherapie amoxicilline.
Diagnostiek en Monitoring
Bij twijfel over de diagnose wordt doorbehandeld tot kweekuitslagen bekend zijn of een alternatieve diagnose gesteld is. Patiënten worden opgenomen op een kinderafdeling of intensive care afhankelijk van de ziekte ernst. Controles van hemodynamiek, respiratie en bewustzijn vinden elk uur plaats. De work-up is gericht op het vinden van een infectiefocus buiten de hersenen (bijv. KNO-infecties, pneumonie, endocarditis).
Een uitzondering op de directe behandeling vormen patiënten die niet erg ziek zijn, met een laag geschatte vooraf kans op meningitis. Hierbij kan de liquoruitslag worden afgewacht. Echter, bij een troebel of geel aspect van de liquor of bij achteruitgang op de SEH dient alsnog direct gestart te worden met behandeling.
Conclusie
De isolatie van patiënten met bacteriële meningitis is een kritieke maatregel om de verspreiding van infecties, met name meningokokken, te beperken. De literatuur stelt dat een isolatieduur van 24 uur na de start van effectieve IV-antibiotica doorgaans voldoende is om het risico op transmissie tot een aanvaardbaar niveau te brengen. Chemoprofylaxe is noodzakelijk voor huisgenoten en zeer nauwe contacten, maar niet voor schoolgenoten of collega's. De klinische behandeling vereist een snelle start van een breed spectrum antibiotica, waarbij de keuze afhankelijk is van de vermoedelijke verwekker en de leeftijd van de patiënt. Het naleven van deze protocollen is essentieel voor zowel de veiligheid van de patiënt als die van de omgeving.