Natuurvriendelijk Isoleren: Een Praktische Gids voor Bescherming van Dieren en Woningverduurzaming

Inleiding

Het isoleren van woningen is een cruciale stap in de verduurzaming van de Nederlandse woningvoorraad. Het leidt tot een lager energieverbruik, een comfortabeler binnenklimaat en een verlaging van de CO2-uitstoot. Echter, deze bouwkundige ingrepen gaan vaak gepaard met complexe wet- en regelgeving, met name op het gebied van natuurbescherming. Veel isolatiematerialen en -methoden, zoals het na-isoleren van spouwmuren of het aanbrengen van dakisolatie, kunnen de leefomgeving van beschermde diersoorten ernstig verstoren. Dieren zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen maken vaak gebruik van spouwmuren, dakruimtes en kieren in gebouwen als verblijfplaats. Hun nesten en verblijven zijn wettelijk beschermd, waardoor isolatieprojecten niet zomaar kunnen worden uitgevoerd.

Om duurzame woningverbetering mogelijk te maken zonder de biodiversiteit aan te tasten, heeft de overheid, in samenwerking met provincies en gemeenten, diverse methoden en regelingen geïntroduceerd. Deze zijn erop gericht om isolatie mogelijk te maken onder strikte voorwaarden die de beschermde diersoorten waarborgen. Centraal hierin staat het concept 'natuurvriendelijk isoleren'. Dit houdt in dat er rekening wordt gehouden met de aanwezigheid en de leefcycli van dieren tijdens het isolatieproces. In dit artikel wordt diepgaand ingegaan op de juridische en technische aspecten van natuurvriendelijk isoleren. Er wordt besproken welke diersoorten beschermd zijn, welke methoden zoals Soortenmanagementplannen (SMP) en eDNA-onderzoek gebruikt kunnen worden, en hoe een isolatieproces conform de wetgeving kan worden ingericht. De informatie is gebaseerd op officiële richtlijnen en beschikbare data over dit specifieke onderwerp.

Beschermde Diersoorten in de Bouwomgeving

Bij het isoleren van woningen is het van essentieel belang om kennis te hebben van de diersoorten die potentieel worden beïnvild door bouwkundige werkzaamheden. De wet- en regelgeving rondom natuurbescherming is strikt en legt de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer van de isolatiewerkzaamheden.

Juridisch Kader en Verantwoordelijkheden

De primaire wetgeving die van toepassing is, is de Omgevingswet, waarin het Besluit kwaliteit leefomgeving is opgenomen. Hierin staat dat het verboden is om beschermde soorten te verstoren, te doden of hun verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Deze wetgeving vloeit voort uit Europese regelgeving die gericht is op het behoud van biodiversiteit. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en Voedselkwaliteit (LVVN) is het bevoegd gezag voor de natuurbescherming. De wetgeving maakt geen onderscheid tussen particuliere woningbezitters en professionele aannemers; iedereen die werkzaamheden uitvoert die de natuur kunnen aantasten, moet zich hieraan houden. De regels en handhaving kunnen echter variëren per provincie, per diersoort en per omgevingsdienst.

De 'Big Three': Vleermuizen, Huismussen en Gierzwaluwen

De focus bij natuurvriendelijk isoleren ligt op drie groepen dieren die het vaakst in gebouwen verblijven en kwetsbaar zijn voor verstoring door isolatie: 1. Vleermuizen: Verschillende soorten vleermuizen, zoals de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis, gebruiken spouwmuren en dakruimtes. Ze gebruiken deze plekken voor zomer- (kraamverblijven) en winterverblijven. Vleermuizen zijn extreem gevoelig voor verstoring. Tijdens of als gevolg van werkzaamheden zoals spouw- of dakisolatie kunnen ze sterven of hun verblijfplaats verliezen. 2. Huismussen: Deze vogels broeden graag onder dakpannen en in holtes in de spouwmuur. Hun nesten zijn het hele jaar door beschermd. Door isolatie kunnen ze hun nestplaatsen verliezen, wat een directe impact heeft op hun voortplanting. 3. Gierzwaluwen: Deze vogels zijn in de zomer afhankelijk van nestplaatsen onder dakpannen en in gaten en kieren in de gevel. Ook hun nesten zijn jaarrond beschermd en mogen niet zomaar verwijderd worden.

Naast deze drie hoofdgroepen profiteren ook andere soorten, zoals de spreeuw, huiszwaluw en diverse soorten mezen en vlinders, indirect van de zorgvuldige aanpak die natuurvriendelijk isoleren met zich meebrengt.

Methoden voor Natuurvriendelijk Isoleren

Om isolatieprojecten uit te voeren binnen de kaders van de wetgeving, zijn er verschillende methoden ontwikkeld. De keuze voor een specifieke methode hangt af van de aanwezigheid van een Soortenmanagementplan (SMP) in de gemeente en de specifieke situatie van de woning.

Soortenmanagementplan (SMP)

Het Soortenmanagementplan (SMP) wordt beschouwd als de meest toekomstbestendige en gemeentebrede aanpak. Het is een gebiedsgerichte omgevingsvergunning die het mogelijk maakt om op grotere schaal en met minder belemmeringen te isoleren. Bij een SMP onderzoekt de gemeente of een combinatie van provincie en gemeente op grootschalige wijze waar beschermde dieren voorkomen en hoe deze beschermd moeten worden. Op basis hiervan wordt een plan opgesteld waarmee de gemeente een vergunning krijgt voor het isoleren van woningen binnen een bepaald gebied. Het opstellen van een SMP duurt aanzienlijk lang, namelijk 1 tot 2 jaar. De vergunning die via een SMP wordt verkregen, is geldig voor een langere periode, vaak 5 tot 10 jaar. Hierdoor hoeven individuele woningeigenaren binnen het gebied geen aparte vergunning aan te vragen of zelf onderzoek te doen. De gemeente draagt de verantwoordelijkheid voor de naleving van de natuurbeschermingsregels binnen het plan. Gemeenten kunnen voor de financiering van een SMP gebruikmaken van diverse regelingen, zoals de SpUk Versnelling Natuurinclusief Isoleren, de Specifieke Uitkering regionale structuur, de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) en een deel van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI).

Pre-SMP

Wanneer een gemeente nog niet is gestart met een volledig SMP, kan in sommige provincies worden gewerkt met een pre-SMP. Dit is een tijdelijke maatregel die het mogelijk maakt om alvast stappen te zetten in de isolatieaanpak voordat het volledige plan is afgerond. Een pre-SMP biedt een soortgelijke vergunningstructuur als een SMP, maar is van toepassing op een kleiner gebied of een kortere periode.

Natuurvriendelijk Isoleren (NVI)

De methode Natuurvriendelijk Isoleren (NVI) is een werkwijze die door gespecialiseerde isolatiebedrijven wordt toegepast om woningen 'natuurvrij' te maken. Dit betekent dat de woning ongeschikt wordt gemaakt als verblijfplaats voor beschermde diersoorten, zodat deze de woning niet meer in kunnen. De focus van NVI ligt op het minimaliseren van de verstoring van de dieren. De werkwijze bestaat uit een gestructureerd proces: 1. Voorbereiding: De isolatie-expert zorgt ervoor dat de dieren (vleermuizen, vogels) de kans krijgen om de spouw of het dak te verlaten voordat de werkzaamheden beginnen. 2. Wachtperiode: Na het nemen van maatregelen om de dieren buiten te houden, wordt een wachtperiode van 5 dagen in acht genomen voordat met de daadwerkelijke isolatie wordt begonnen. Dit geeft de dieren de tijd om definitief te vertrekken. 3. Isolatie: Na de wachtperiode kan de isolatie worden aangebracht. 4. Herinrichting: Tijdens of na het isoleren worden er speciale plekken gecreëerd in de spouw en onder het dak waar de dieren in terug kunnen. Deze plekken mogen de isolatiewaarde van de gevel en het dak niet aantasten. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van speciale nestkasten of het openlaten van specifieke delen van de gevel. 5. Registratie: Na het isoleren wordt de woning geregistreerd in een speciale applicatie, zodat het proces en de resultaten bijgehouden kunnen worden. Deze methode is met name relevant voor particuliere grondgebonden koopwoningen (eengezinswoningen, boven- en benedenwoningen of opgesplitste woningen tot en met maximaal een 4e woonlaag) waarvan de gemeente nog geen SMP heeft.

eDNA-onderzoek

Een andere methode om de aanwezigheid van beschermde diersoorten vast te stellen, is het eDNA-onderzoek. eDNA staat voor 'environmental DNA' of omgevings-DNA. Bij deze techniek worden stofmonsters uit de spouwmuur of dakruimte verzameld met behulp van een spons of speciale apparatuur. Deze monsters worden naar een laboratorium gestuurd waar onderzoek wordt gedaan op aanwezigheid van DNA-sporen van dieren, met name vleermuizen. De test kan aantonen of er DNA-sporen van beschermde dieren in de woning aanwezig zijn. De eDNA-test wordt gezien als een betrouwbare test, maar het is wel van belang dat deze wordt uitgevoerd door een gecertificeerd bedrijf. Als er geen DNA-sporen worden gevonden, kan dit duiden op afwezigheid van de dieren. Echter, de methode kent enkele belangrijke beperkingen die de betrouwbaarheid beïnvloeden.

Beperkingen en Onzekerheden van eDNA-onderzoek

Hoewel eDNA-onderzoek een veelbelovende techniek is, kleven er enkele significante nadelen aan die het lastig maken om de test als 100% garantie te gebruiken voor de afwezigheid van vleermuizen.

Afbraak van DNA

Een eerste probleem is de onzekerheid over de detectieperiode. Het is nog onbekend hoe lang vleermuizen-DNA in een spouwmuur detecteerbaar blijft. DNA breekt af onder invloed van factoren zoals UV-licht en vocht. Hierdoor is het lastig om met eDNA 'terug in de tijd' te kijken. Een negatieve testuitslag betekent niet noodzakelijkerwijs dat er nooit vleermuizen aanwezig zijn geweest. Het kan betekenen dat de dieren er waren, maar dat het DNA in de loop der tijd is afgebroken. Dit maakt het moeilijk om met zekerheid vast te stellen dat er op dit moment geen vleermuizen aanwezig zijn.

Gebrek aan Informatie over de Functie van de Verblijfplaats

Een tweede, nog groter probleem is dat eDNA alleen informatie geeft over de aanwezigheid van vleermuizen, maar niet over de functie die de spouwmuur voor de dieren vervult. Met eDNA is het onmogelijk om onderscheid te maken tussen verschillende typen verblijven, zoals een paarverblijf, zomerverblijf, kraamverblijf of winterverblijf. Voor het verkrijgen van een ontheffing of het bepalen van de juiste maatregelen is het juist cruciaal om te weten of er voortplantings- of vaste rustplaatsen aanwezig zijn. Een kraamverblijf (waar jongen worden grootgebracht) of een winterverblijf (een plek waar een grote groep vleermuizen overwintert) vereist een andere en strengere beschermingsaanpak dan een incidenteel verblijf. Omdat deze essentiële informatie niet uit een eDNA-monster kan worden gehaald, is de techniek op dit moment onvoldoende om als enige basis te dienen voor een ontheffing.

Momenteel wordt de eDNA-techniek voor vleermuisonderzoek gevalideerd en geoptimaliseerd om deze beperkingen in de toekomst mogelijk te verhelpen.

Praktische Stappen voor Woningbezitters

Voor woningbezitters die hun spouwmuur of dak willen isoleren, hangt de te volgen procedure af van de gemeente waarin zij wonen. De aanpak is gestructureerd rondom de vraag of er al een Soortenmanagementplan (SMP) actief is.

Stap 1: Controleren van een SMP

De eerste en belangrijkste stap is om te controleren of de eigen gemeente al een (pre-)SMP heeft. Dit kan vaak worden nagegaan op de website van de gemeente of via speciale websites over natuurvriendelijk isoleren. Als er een SMP van kracht is en de eigen woning valt binnen het gebied van het plan, dan is het isolatieproces aanzienlijk vereenvoudigd. In dat geval is er geen apart onderzoek of vergunning van de individuele woningbezitter nodig. De gemeente heeft de benodigde vergunningen al aangevraagd en de maatregelen voor beschermde diersoorten zijn in het plan opgenomen. De woningbezitter kan dan direct een isolatiebedrijf inschakelen dat bekend is met de regels van het SMP.

Stap 2: Procedure bij afwezigheid van een SMP

Als de gemeente nog geen (pre-)SMP heeft, moet de woningbezitter zelf actie ondernemen om te voldoen aan de wettelijke verplichtingen. De meest gangbare methoden zijn: - eDNA-onderzoek: Inschakelen van een gecertificeerd bedrijf voor het uitvoeren van een eDNA-test. Dit onderzoek geeft inzicht in de aanwezigheid van vleermuizen-DNA. - Natuurvriendelijk Isoleren (NVI): Informeren van inwoners over de NVI-methode, zodat getrainde isolatiebedrijven toch kunnen isoleren. Dit houdt in dat het isolatiebedrijf de werkwijze van NVI toepast, inclusief de 5-dagenwachttermijn en het creëren van alternatieve verblijfplaatsen.

Stap 3: Inschakelen van een Erkend Isolatiebedrijf

Het is van cruciaal belang om een isolatiebedrijf in te schakelen dat op de hoogte is van de complexe regelgeving omtrent natuurvriendelijk isoleren. Deze bedrijven hebben de kennis in huis om de juiste procedures te volgen, zoals het toepassen van de NVI-methode of het interpreteren van eDNA-uitslagen. Zij kunnen de woningbezitter begeleiden bij het gehele traject, van onderzoek tot en met de registratie van de woning na de isolatie.

Financiële Regelingen en Ondersteuning

De overheid stimuleert het natuurvriendelijk isoleren via diverse financiële regelingen, zowel voor gemeenten als voor individuele woningbezitters. Deze regelingen zijn erop gericht om de extra kosten die gepaard gaan met de natuurvriendelijke aanpak te compenseren.

Rijksregelingen voor Gemeenten

Het Rijk stelt de SpUk Versnelling Natuurinclusief Isoleren beschikbaar. Dit budget is specifiek bedoeld voor de kosten die gemeenten maken voor het opstellen en uitvoeren van een (pre-)SMP. Een deel van dit bedrag kan ook worden gebruikt voor het creëren van alternatieve verblijfplaatsen voor dieren. De provincies verdelen dit budget.

Lokale en Tijdelijke Regelingen

Gemeenten kunnen daarnaast voor de financiering van een SMP gebruikmaken van: - De Specifieke Uitkering regionale structuur. - De tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). - Een deel van de SpUk Lokale Aanpak Isolatie (SpUk LAI). Bij de SpUk LAI is het een vereiste dat alle woningen ten minste één isolatiemaatregel uitvoeren. Deze regelingen zorgen ervoor dat gemeenten de financiële middelen hebben om de infrastructuur voor natuurvriendelijk isoleren op te zetten.

Conclusie

Natuurvriendelijk isoleren is een essentiële ontwikkeling in de bouwsector die een antwoord biedt op de complexe vraagstukken rondom duurzaamheid en natuurbescherming. Het toepassen van isolatie is noodzakelijk voor het verduurzamen van de woningvoorraad, maar mag niet ten koste gaan van kwetsbare diersoorten zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. De wetgeving, vastgelegd in de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving, is streng en legt een zware verantwoordelijkheid bij initiatiefnemers.

Gelukkig zijn er effectieve methoden beschikbaar om deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Het Soortenmanagementplan (SMP) biedt een robuuste en langjarige oplossing voor gemeenten, terwijl methoden als natuurvriendelijk isoleren (NVI) en eDNA-onderzoek voor individuele woningbezitters een uitweg bieden wanneer er geen SMP van kracht is. De keuze voor een bepaalde methode hangt af van de lokale situatie en de specifieke behoeften van de woning.

Het is van groot belang dat woningbezitters en professionals op de hoogte zijn van de geldende regels en de te volgen stappen. Het controleren op de aanwezigheid van een SMP en het inschakelen van gecertificeerde bedrijven die bekend zijn met de NVI-methode of eDNA-onderzoek, is cruciaal voor een succesvol en wettelijk conforme isolatieproject. Met de juiste aanpak en de ondersteuning van financiële regelingen kan isolatie plaatsvinden op een manier die zowel de woning als de natuur ten goede komt.

Bronnen

  1. Natuurinclusief isoleren en energiearmoede
  2. Veelgestelde vragen over isoleren en soortenbescherming
  3. Natuurvriendelijk Isoleren
  4. Isolatie Hub - Natuurvriendelijk isoleren
  5. Brabant Woon Slim - Diervriendelijk isoleren

Gerelateerde berichten