Inleiding
In de hedendaagse vastgoedmarkt en bouwsector is het energielabel een onmisbaar instrument geworden. Het fungeert als een graadmeter voor de energiezuinigheid van een woning of gebouw, variërend van klasse A++++ (zeer zuinig) tot G (zeer onzuinig). De overheid heeft dit label verplicht gesteld bij verkoop, verhuur en oplevering om eigenaren te informeren en te stimuleren tot het nemen van energiebesparende maatregelen. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de werking, de juridische verplichtingen, de technische specificaties van de verschillende labelklassen en de isolatienormen die hieraan ten grondslag liggen. De inhoud is uitsluitend gebaseerd op de verstrekte contextdocumenten en richt zich op huiseigenaren, doe-het-zelvers en professionals in de bouw.
Wat is een Energielabel?
Een energielabel is een officieel document dat de energieprestatie van een gebouw weergeeft. Het fungeert als een rapportcijfer voor de energiezuinigheid, waarbij de indeling loopt van A++++ (zeer zuinig) tot G (zeer onzuinig). Hoe groener het label, hoe lager het energieverbruik en de daarmee gepaarde energierekening [1].
Er bestaat een onderscheid tussen een voorlopig en een definitief energielabel. Een voorlopig energielabel geeft een inschatting op basis van algemene gegevens zoals het bouwjaar en het woningtype. Dit label is echter niet geldig voor officiële transacties. Voor verkoop, verhuur of oplevering is een definitief energielabel vereist. Dit definitieve label wordt opgesteld door een gecertificeerde energieadviseur die de woning fysiek beoordeelt op isolatie, de verwarmingsinstallatie en andere relevante energieaspecten [1].
Naast inzicht in het verbruik bevat het energielabel aanbevelingen om de woning energiezuiniger te maken. Het label is tien jaar geldig [1].
Juridische Verplichtingen en Regelgeving
De verplichting om een energielabel te tonen is gebaseerd op de Europese Richtlijn energieprestatie gebouwen (EPBD). In Nederland is deze richtlijn geïmplementeerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De verplichting geldt voor de verkoop, verhuur en oplevering van woningen en bepaalde gebouwen [2, 4].
Verplichting bij Transacties en Advertenties
Wanneer een woningeigenaar een bestaande woning verkoopt of verhuurt, of een nieuwe woning oplevert, is hij verplicht een geregistreerd en definitief energielabel aan de koper of huurder te verstrekken [4]. Biedt de eigenaar de woning te koop of te huur aan via een advertentie, dan moet de energielabelklasse (de letter A++++ tot en met G) duidelijk worden vermeld. Ook moet een afschrift van het label worden verstrekt [2, 4].
Indien er bij verkoop, verhuur of oplevering geen geldig energielabel aanwezig is, riskeert de eigenaar een boete. De hoogte van deze boetes is te vinden op de website van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) [4].
Uitzonderingen op de Verplichting
Niet alle gebouwen vallen onder de verplichting. Voor monumenten geldt de verplichting bijvoorbeeld niet [2]. Daarnaast zijn er specifieke uitzonderingen voor bepaalde woning- en gebouwtypes, hoewel deze in de verstrekte data niet verder worden gedetailleerd [4].
Stimulering voor Verduurzaming
De overheid heeft twee doelen met het energielabel. Ten eerste wil zij eigenaren informeren over de energiezuinigheid van hun pand. Ten tweede wil zij stimuleren dat er energiebesparende maatregelen worden genomen. Op het label staan concrete maatregelen vermeld, zoals isolatie van het dak of het plaatsen van zonnepanelen [2].
Technische Specificaties: De Labelklassen
De interpretatie van de labelklassen (A t/m G) is afhankelijk van de rekenmethode die is gebruikt. Tot en met 2020 werd een andere berekeningsmethode gehanteerd dan vanaf 2021. Sinds 2021 sluit de Nederlandse rekenmethode aan bij de Europese normen om labels in de hele EU vergelijkbaar te maken [3].
De labelklasse zegt iets over de kwaliteit van de isolatie en de installaties die de woning verwarmen, koelen, ventileren, of van elektra en warm water voorzien [3].
Overzicht Labelklassen en Waarden
Hieronder vindt u een tabel met de waarden die bij elke labelklasse horen. De waarden zijn gebaseerd op de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) voor de oude situatie (tot en met 2020) en deNewLabel (vanaf 2021), waarbij deNewLabel een schaal van 0 tot en met 10+ hanteert [3].
| Label | Vanaf 2021 (NewLabel) | Tot en met 2020 (EPC) |
|---|---|---|
| A++++ | ≤0,00 | n.v.t. |
| A+++ | 0,01-50,00 | n.v.t. |
| A++ | 50,01-75,00 | <0,60 |
| A+ | 75,01-105,00 | 0,61-0,8 |
| A | 105,01-160,00 | 0,81-1,2 |
| B | 160,01-190,00 | 1,21-1,4 |
| C | 190,01-250,00 | 1,41-1,8 |
| D | 250,01-290,00 | 1,81-2,1 |
| E | 290,01-335,00 | 2,11-2,4 |
| F | 335,01-380,00 | 2,41-2,7 |
| G | >380,00 | >2,70 |
Omdat labels tien jaar geldig zijn, zijn er momenteel nog twee systemen in omloop [3].
Isolatie en Technische Maatregelen
Een energielabel wordt sterk beïnvloed door de isolatiewaarden van de woning. De overheid heeft "streefwaarden" vastgesteld voor isolatie. Deze waarden zijn bedoeld voor woningeigenaren die delen van hun woning verduurzamen. Het realiseren van deze streefwaarden zorgt ervoor dat een bouwdeel (zoals dak, vloer of gevel) "toekomstbestendig" is en bij aansluiting op een alternatieve warmtebron niet meer hoeft te worden aangepakt. Het is niet noodzakelijk om alle streefwaarden te realiseren om de woning standaard te laten voldoen [5].
Streefwaarden voor Isolatie
De volgende waarden gelden als zeer goed geïsoleerd:
- Dak: Rc 8 m²K/W (ongeveer 35 cm isolatie).
- Vloer: Rc 3,5 m²K/W (ongeveer 14 cm isolatie).
- Gevel: Rc 6 m²K/W (ongeveer 26 cm isolatie).
- Paneel (buitenschil): 1,4 W/m²K (geïsoleerd).
- Ramen en kozijnen: 1,0 W/m²K (Triple glas in nieuwe kozijnen).
- Voordeur: 1,4 W/m²K (geïsoleerd).
- Ventilatie: Gebalanceerde ventilatie met warmteterugwinning. Of een ventilatiesysteem met sturing op toe- of afvoer door CO₂-meting.
- Kierdichting: qv;10=0,4 dm³/s·m² (verbeterde kierdichting van ramen en deuren en aansluiting gevel en dak door een professional) [5].
De Invloed van Bevestigingsmethoden
Bij het bepalen van de daadwerkelijke isolatiewaarde (Rc-waarde) moet rekening worden gehouden met de bevestigingsmethode. De optelling van de Rd-waarden (de weerstand van een materiaal) kan positief of negatief worden beïnvloed door bevestigers die koudebruggen vormen. Een voorbeeld hiervan is een buitengevelisolatieplaat met een Rd-waarde van 3,0 m²K/W, die door schroefbevestiging een lager Rc-waarde kan krijgen, bijvoorbeeld slechts 2,45 m²K/W [7].
Het Proces van Aanvragen en Kosten
Voor het verkrijgen van een definitief energielabel moet een afspraak worden gemaakt met een energieadviseur. De kosten voor een energielabel variëren doorgaans tussen de € 100 en € 200 (exclusief BTW). Deze prijs hangt af van het type woning (bijvoorbeeld een studio versus een open bebouwing) en de deskundige [6].
Stappenplan voor Aanvraag
- Afspraak & woningopname: Na het vinden van een energieadviseur vindt de opname plaats. De woningeigenaar dient alle beschikbare bewijsstukken te verzamelen, zoals bouwtekeningen, documentatie en facturen. De expert neemt de woning op; dit duurt meestal een halve dag. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige verwarmingsinstallatie, gekozen isolatiematerialen en eventuele zonnepanelen [6].
- Informatie verwerken: Op basis van de bewijzen en de analyse stelt de adviseur het label op. Er wordt gebruikgemaakt van speciale software en meetapparatuur om het verbruik in kaart te brengen en te bepalen waar de grootste besparingen te behalen zijn [6].
BENG: Nieuwbouweisen
Voor nieuw te bouwen gebouwen gelden sinds 1 januari 2021 de eisen van Bijna EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Deze eisen vervangen de oude EPC-methode. Het belangrijkste verschil is dat BENG bestaat uit drie indicatoren, terwijl de EPC werd uitgedrukt in één dimensieloos getal. De keuzevrijheid om de eis te halen is hierdoor beperkter [7].
De drie BENG-indicatoren zijn: 1. BENG1: Energiebehoefte (kWh/m²/jaar): De hoeveelheid energie die nodig is voor verwarming en koeling. Deze indicator richt zich op het beperken van de energievraag van het gebouw zelf [7]. 2. BENG2: Energiegebruik (kWh/m²/jaar): Het gemiddelde energiegebruik voor verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. 3. BENG3: Anteil hernieuwbare energie (%): Het aandeel hernieuwbare energie dat in het gebouw wordt opgewekt.
De minimumeisen voor warmte-isolatie zijn onderdeel van BENG. Hoewel de specifieke getallen voor BENG1 en BENG2 niet in de data staan, is duidelijk dat isolatie een cruciale rol speelt in het voldoen aan deze normen [7].
Conclusie
Het energielabel is een centraal element in de hedendaagse woningmarkt en bouwregelgeving. Het biedt niet alleen inzicht in de huidige energiezuinigheid, maar fungeert ook als leidraad voor verduurzaming. De verplichting bij verkoop, verhuur en oplevering, ondersteund door Europese en nationale wetgeving, zorgt voor een gestandaardiseerde manier van meten en vergelijken.
Voor huiseigenaren en professionals is het essentieel om het onderscheid te begrijpen tussen het voorlopige en het definitieve label, de geldigheidsduur van tien jaar, en de financiële consequenties van het ontbreken van een label. Technisch gezien bieden de labelklassen en de bijbehorende streefwaarden voor isolatie concrete handvatten voor verbetering. Het realiseren van hoge Rc-waarden voor dak, vloer en gevel, en het waarborgen van kierdichting en ventilatie, zijn sleutelfactoren voor een beter energielabel. Tot slot bepaalt de invoering van BENG voor nieuwbouw dat energieprestatie niet langer alleen gaat om een score, maar om een integrale aanpak met drie specifieke indicatoren.