Maatregelen voor MRSA-Isolatie in Zorgomgevingen: Protocollen, Persoonlijke Beschermingsmiddelen en Schoonmaakprocedures

Inleiding

Methicilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA) is een bacteriestam die resistent is tegen een breed scala aan antibiotica, wat ernstige complicaties kan opleveren, vooral in ziekenhuizen en zorginstellingen. De verspreiding van deze bacterie vormt een aanzienlijk risico voor zowel patiënten als zorgverleners. Om deze verspreiding te voorkomen, is het noodzakelijk strikte isolatiemaatregelen te implementeren. Deze maatregelen zijn vastgelegd in nationale richtlijnen, opgesteld door de Werkgroep Infectie Preventie (WIP), en worden door elk ziekenhuis aangepast aan hun specifieke situatie.

De kern van het beheer van MRSA in de zorgomgeving berust op drie pijlers: isolatie van de patiënt, het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) door personeel en bezoek, en strikte schoonmaak- en desinfectieprotocollen. Het doel is het creëren van een veilige omgeving waarin de bacterie niet kan verspreiden naar andere patiënten, medewerkers of de algemene omgeving. Dit artikel bespreekt de gedetailleerde procedures die nodig zijn om MRSA-verspreiding te minimaliseren, gebaseerd op de beschikbare protocollen van diverse zorginstellingen.

Isolatie van de Patiënt

De primaire maatregel bij een verdenking of bevestiging van MRSA is het isoleren van de patiënt. Dit gebeurt standaard in een speciale kamer die is uitgerust met een sluis. Een sluis fungeert als een bufferzone tussen de isolatiekamer en de gang, om te voorkomen dat bacteriën de kamer verlaten via de luchtstroom of via medewerkers die de kamer in- en uitlopen.

Verblijf in de Isolatiekamer

De patiënt verblijft doorgaans strikt op de eigen kamer. Het verlaten van de kamer is alleen toegestaan voor medisch noodzakelijke onderzoeken of therapieën, en altijd na overleg met de verpleegkundige. Wanneer de patiënt de kamer moet verlaten, dienen dezelfde voorzorgsmaatregelen te worden genomen als op de afdeling waar het onderzoek plaatsvindt. Voorafgaand aan de opname kan er een screening plaatsvinden door middel van inventarisatiekweken, waarbij monsters worden genomen van de keel, neus, rectum en eventuele wonden of huidafwijkingen. Dit gebeurt pijnloos met wattenstokjes. De uitslag hiervan duurt doorgaans 2 tot 5 dagen, hoewel sommige ziekenhuizen een snelle test gebruiken die binnen 3 uur uitsluitsel geeft.

Cohortverpleging

In sommige situaties, met name in de langdurige zorg of bij meerdere patiënten met dezelfde resistente stam, kan cohortverpleging worden toegepast. Hierbij worden meerdere patiënten in één of meerdere ruimtes bij elkaar verpleegd met identieke isolatiemaatregelen. Bij 'eilandverpleging' worden persoonlijke beschermingsmiddelen bij elke patiënt vervangen, terwijl bij cohortverpleging een mondneusmasker en schort langere tijd gedragen mogen worden.

Bezoek

Bezoek is over het algemeen toegestaan, maar onder strikte voorwaarden. Bezoekers moeten zich de eerste keer melden bij de verpleging, die hen zal instrueren over de te nemen maatregelen en een informatiefolder verstrekt. De richtlijn is dat bezoek dat ook andere patiënten in het gebouw bezoekt, de patiënt met MRSA als laatste bezoekt om verspreiding binnen het gebouw te voorkomen. Na het bezoek moet de bezoeker goede handhygiëne uitvoeren met handalcohol.

Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)

Het correct gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is cruciaal om kruisbesmetting te voorkomen. Zowel medewerkers als bezoekers die de patiënt verzorgen, dienen deze middelen te dragen.

Beschermende Kleding

Voor medewerkers geldt dat zij bij zorghandelingen en bij het schoonmaken van het appartement of de sanitaire ruimte beschermende kleding dragen. De volgende middelen zijn essentieel: - Een schort met lange mouwen (overschort). - Een chirurgisch mondneusmasker type IIR. - Handschoenen. - Een hoofdbedekking (muts) wordt in sommige ziekenhuizen vereist, maar dit verschilt per instelling.

De volgorde van het aantrekken van deze middelen is belangrijk en vindt plaats in de sluis voordat de kamer wordt betreden. De algemene volgorde is: muts opzetten, mond-neus-masker voordoen, overschort aantrekken, en tenslotte handschoenen aantrekken.

Handhygiëne en Huidaandoeningen

Medewerkers desinfecteren hun handen niet alleen voor en na zorgmomenten, maar ook tussendoor bij verpleegkundige en medische handelingen. Patiënten zelf wordt geadviseerd hun handen te wassen met water en zeep na elk toiletbezoek en de handen te desinfecteren wanneer zij de kamer verlaten voor onderzoek.

Een specifieke contra-indicatie voor contact met MRSA-patiënten is de aanwezigheid van huidafwijkingen zoals eczeem of psoriasis. Personen met dergelijke aandoeningen wordt afgeraden om in contact te komen met een MRSA-positieve patiënt, vanwege het verhoogde risico op besmetting via de eigen huid.

Bezoek

Ook bezoekers moeten de maatregelen opvolgen, zoals aangegeven op de isolatiekaart (paarse kaart) naast de deur. Dit omvat het desinfecteren van de handen met handalcohol voor en na het bezoek.

Schoonmaak, Wasgoed en Afvalverwerking

Naast isolatie en PBM is het reinigen en desinfecteren van de omgeving van groot belang.

Reiniging en Desinfectie

De isolatiekamer en de sanitaire ruimte moeten regelmatig en grondig worden gereinigd. Hierbij is het van belang dat materialen die gebruikt worden voor de schoonmaak cliëntgebonden zijn; dat wil zeggen dat ze altijd bij dezelfde cliënt worden gebruikt en niet worden doorgegeven aan andere kamers.

Bij het ontslag van een patiënt vindt vaak een einddesinfectie plaats. Dit houdt in dat de ruimte (oppervlakken, tastvlakken, vloer, spatzones muur) en sanitair wordt gereinigd en gedesinfecteerd. Ook herbruikbare materialen zoals afstandsbedieningen en bedgordijnen worden hierbij betrokken. Einddesinfectie is met name van toepassing bij categorie-1-patiënten en bij categorie-2-patiënten wanneer de MRSA-uitslag niet bekend is op het moment van ontslag of overplaatsing.

Wasgoed en Afval

Wasgoed (linnengoed, kleding, handdoeken, etc.) moet zorgvuldig worden behandeld. Hoewel de specifieke wasprocedures per instelling kunnen verschillen, is het algemene principe dat het wasgoed als potentieel besmettelijk wordt beschouwd en apart moet worden verwerkt. Afval dat in de isolatiekamer ontstaat, dient eveneens apart te worden verwerkt.

Organisatorische Maatregelen en Verantwoordelijkheden

Effectieve MRSA-bestrijding vereist een duidelijke organisatorische structuur waarin iedereen zijn verantwoordelijkheid kent.

Rollen en Verantwoordelijkheden

  • Medisch Behandelaar: Stelt de isolatie in, informeert de cliënt, beslist over opheffing van maatregelen, en coördineert de medische gang van zaken. Hij of zij is ook verantwoordelijk voor de informatieoverdracht bij overplaatsing en maakt afspraken met de arts-microbioloog over vervolgkweken.
  • Leidinggevende: Zorgt voor informering van medewerkers, adequate personele bezetting, en voldoende beschermende middelen.
  • Verzorgenden/Verpleegkundigen/Huishoudelijk Assistenten: Zijn verantwoordelijk voor het volgen van de instructies in het protocol.
  • Werkgever: Moet benodigde materialen aanbieden die voldoen aan de gestelde normen (zoals NEN-normen).

Overdracht en Monitoring

Bij overdracht naar een andere zorgorganisatie of zorgverlener is het van essentieel belang dat de MRSA-status wordt vermeld op de schriftelijke zorgoverdracht. Als het onduidelijk is of het MRSA-dragerschap nog actueel is, moet dit expliciet worden benoemd.

Om de naleving van het protocol te waarborgen, kunnen checklists worden gebruikt. Medewerkers vullen deze bij voorkeur eens in de 14 dagen in om te toetsen of de maatregelen correct worden nageleefd. Indien de MRSA-bacterie zich ondanks de maatregelen verspreid (een epidemische stam), treft het ziekenhuis verdere maatregelen, zoals screening van patiënten en medewerkers door kweken af te nemen.

Specifieke Situaties: LA-MRSA

Bij Low Antimicrobial Resistance MRSA (LA-MRSA), vaak afkomstig van dieren, gelden vergelijkbare isolatiemaatregelen. Patiënten mogen de kamer alleen verlaten na overleg, en bezoekers moeten zich houden aan de voorzorgsmaatregelen, inclusief handdesinfectie en het bezoeken als laatste.

Conclusie

De preventie van MRSA-verspreiding in zorgomgevingen is een complex proces dat een strikte naleving van protocolen vereist. De maatregelen zijn erop gericht om zowel de patiënt als de omgeving te beschermen. De basis bestaat uit het isoleren van de patiënt in een kamer met sluis, het dragen van volledige persoonlijke beschermingsmiddelen (schort, mondneusmasker type IIR, handschoenen en eventueel muts) door iedereen die contact heeft met de patiënt, en het grondig reinigen en desinfecteren van de kamer en materialen.

Organisatorische factoren, zoals duidelijke taakverdelingen, goede overdracht bij overplaatsing en regelmatige monitoring van de naleving van het protocol, zijn eveneens cruciaal. Hoewel de basisprincipes universeel zijn, past elk ziekenhuis de richtlijnen van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) aan op basis van hun eigen specifieke situatie en regionale afspraken (ABR-Zorgregio). Door het volgen van deze maatregelen kan het risico op verspreiding van deze resistente bacterie tot een minimum worden beperkt.

Bronnen

  1. AMR Zorgnetwerk
  2. OneHealthHub
  3. Radboudumc
  4. Zipnet
  5. VieCuri
  6. Sri Richtlijnen

Gerelateerde berichten