Technische aspecten en isolatiemogelijkheden van bitumen shingles daken

Bitumen shingles vormen een populaire dakbedekking voor zowel woningen als bijgebouwen, mede vanwege hun relatief lage gewicht en veelzijdigheid. Echter, het na-isoleren van bestaande shingle daken roept veel vragen op bij huiseigenaren en doe-het-zelvers. De voornaamste uitdagingen hierbij zijn het voorkomen van vochtproblemen, het garanderen van de waterdichtheid en het kiezen van de juiste isolatiematerialen en methoden. Dit artikel analyseert de technische vereisten voor het isoleren van daken met bitumen shingles, de rol van onderlagen en de specifieke aandachtspunten voor het Nederlandse klimaat.

Dakopbouw en Ventilatie

Een correcte dakopbouw is cruciaal voor de levensduur van het dak en het comfort in de woning. Bij bitumen shingles is de afwezigheid van een traditionele luchtspouw vaak onderdeel van het ontwerp, maar dit vergt een zorgvuldige benadering van isolatie en ventilatie.

Ventilatie in relatie tot isolatie

Bij het isoleren van een schuin dak met shingles is ventilatie een essentieel aandachtspunt. Hoewel condensatie in bepaalde klimaten (zoals op Aruba) minder een issue lijkt, is dit in Nederland wel degelijk van belang. Volgens de bronnen is ventilatie onder het dakbeschot en boven de isolatie een "must" om het rendement van de isolatie te verhogen en vochtproblemen te voorkomen. Zonder deze ventilatie kan vochtproblematiek ontstaan, wat de isolatiewaarde aantast en schade kan veroorzaken.

Er is een discussie gaande over de toegevoegde waarde van een actieve luchtstroom (via een dakspouw) bij hoogwaardige isolatie (Rc-waarde van 6 of hoger). Hoewel de bronnen melding maken van dit principe, is de praktijkervaring hierover in de beschikbare data niet eenduidig vastgelegd.

Thermische prestaties en klimaat

De opbouw van een dak bepaalt de warmtebelasting in de zomer en het warmteverlies in de winter. In ontwerpen voor warme klimaten (Aruba) wordt het gebruik van shingles afgeraden vanwege de extreem hoge temperatuur onder het dakbeschot. Hier wordt ventilatie onder het dakbeschot gezien als een vereiste. In Nederland ligt de focus meer op het voorkomen van koudebruggen en het minimaliseren van warmteverlies.

Onderlagen (Underlayment)

De onderlaag vormt de waterkerende laag op het houten dek en beschermt de constructie tegen weersinvloeden. De keuze voor de juiste onderlaag is bepalend voor het succes van het daksysteem.

Bitumineuze onderlagen vs. Diffusiefolies

De bronnen geven de voorkeur aan bitumineuze onderlagen boven diffusiefolies bij shingles. Een belangrijk argument is dat bitumineuze onderlagen elke doorboring door een spijker waterdicht maken. Diffusiefolies kunnen hier niet mee omgaan; een doorbooring leidt tot een lekkage. Daarom wordt een bitumineuze onderlaag standaard aanbevolen voor houten dekken onder shingles.

Productgamma en specificaties

IKO wordt als voorbeeld gegeven voor een gamma aan bitumineuze onderlagen, versterkt met polyester en afgewerkt met polypropyleen. Deze producten zijn licht (ca. 9 kg per rol van 30 m²) maar sterk en scheurweerstandig. Er bestaan verschillende types: * Armourbase ECO: Een economische versie. * Armourbase STICK: Volledig zelfklevend, geschikt voor lage hellingen (vanaf 9,5 graden) en kritieke delen zoals ijsdammen. * Armourbase PRO en PRO PLUS: Voor algemeen gebruik.

De onderlaag moet vlak worden aangebracht, zonder rimpels of golven. Bij de plaatsing start men vanaf de dakrand en werkt men naar boven toe, waarbij het gootstuk eerst geplaatst wordt en de onderlaag hieroverheen wordt gelijmd.

Isolatiematerialen en Toepassingsmethoden

Het isoleren van een bestaand shingle dak van binnenuit is vaak complex en kan leiden tot vochtproblemen als de dakbedekking niet ventilerend is. Daarom wordt vaak gezocht naar oplossingen van buitenaf of specifieke materialen die geschikt zijn voor deze constructie.

De geschiktheid van PIR en Glaswol

Er bestaat onduidelijkheid over het gebruik van PIR-platen onder shingles. Hoewel aanvankelijk werd gedacht dat PIR de beste optie was, werd later door een leverancier aangegeven dat dit juist niet geschikt is voor bitumen shingles daken. De reden hiervoor is waarschijnlijk het dampdichte karakter van PIR, wat vochtinsluiting in de constructie kan veroorzaken als het systeem niet perfect gesloten is. Er wordt geadviseerd te zoeken naar een "damp open materiaal".

Glaswol wordt genoemd als alternatief, maar hier rijst de vraag naar de afwerking. Glaswol op aluminium folie wordt gezien als dampdicht, wat de keuze bemoeilijkt.

Alternatieven: Rockwool en harde platen

Voor specifieke toepassingen, zoals het isoleren van een tuinhuis met een licht hellend puntdak, wordt Rockwool genoemd. Er bestaat een hardere soort Rockwool waar men overheen kan lopen, wat het mogelijk maakt om shingles op de isolatie te bevestigen. Dit is een belangrijk detail, aangezien shingles normaal gespijkerd worden en dit niet mogelijk is op zachte isolatiesoorten.

Na-isolatie vanaf de bovenzijde

Een vraag in de bronnen betreft het direct aanbrengen van zelfdragende isolatieplaten over de bestaande shingles. Hierover wordt advies gevraagd betreffende het type platen (verlijming) en de constructieve haalbaarheid. Dit is een methode om sloop van de bestaande dakbedekking te voorkomen, mits de onderliggende constructie dit toelaat en er een nieuwe waterkerende laag (bitumineuze onderlaag en shingles) overheen wordt aangebracht.

Praktische Uitvoering en Aandachtspunten

Bij de renovatie of isolatie van een shingle dak zijn er enkele specifieke technische aandachtspunten.

Constructieve eisen

Bij bestaande daken moet rekening worden gehouden met de draagkracht. De bronnen vermelden een geval waarin een lichte sporenkap met 19mm constructieplaat niet geschikt werd geacht voor het dragen van pannen, waardoor bitumineuze shingles de voorkeur kregen. Dit toont aan dat het gewicht van de dakbedekking en isolatie beperkt moet blijven. Zelfdragende isolatieplaten bieden hier een voordeel, mits ze voldoende sterkte bieden.

Dakhoeken en Hellingsgraden

De keuze van de onderlaag is afhankelijk van de dakhelling. * Hellingen kleiner dan 20 graden: Hier wordt de zelfklevende variant aanbevolen. * Hellingen vanaf 9,5 graden: Armourbase STICK is hier specifiek voor ontwikkeld. * Stijlere daken (zoals 45°): Hier zijn de standaard niet-zelfklevende onderlagen met mechanische verankering geschikt.

Klimaatinvloeden

De bronnen benadrukken dat oplossingen locatie- en omstandighedengebonden zijn. In warme klimaten speelt de opbouw van hitte onder het dak een rol, terwijl in koudere klimaten het dauwpunt en condensatie risico's vormen. Hoewel in Nederland het dauwpunt in de zomer vaak buiten de geventileerde zone ligt, kan airconditioning in de onderliggende ruimte het dauwpunt verleggen. Echter, de meeste airco's drogen de lucht, waardoor het risico op condensatie afneemt.

Conclusie

Het isoleren van een dak met bitumen shingles is een complexe aangelegenheid die zorgvuldigheid vereist. De belangrijkste bevindingen zijn: 1. Ventilatie is essentieel: Zonder ventilatie boven de isolatie en onder het dakbeschot ontstaan er vochtproblemen en daalt het isolatierendement. 2. Bitumineuze onderlagen zijn standaard: Ze bieden waterdichtheid bij spijkerdoorvoeringen, in tegenstelling tot diffusiefolies. 3. Materiaalkeuze is kritisch: PIR-platen lijken vaak ongeschikt vanwege dampdichtheid; er moet gezocht worden naar damp-open systemen of specifieke harde isolatieplaten (zoals bepaalde Rockwool soorten) die de mechanische verankering van shingles toelaten. 4. Constructie en hellingsgraad: De draagkracht van het bestaande dak en de dakhelling bepalen welke onderlaag en isolatiemethode (verlijmd of gespijkerd) toegepast kunnen worden.

Voor een duurzaam resultaat is het raadzaam om de specifieke producten van gerenommeerde fabrikanten (zoals IKO Armourbase) te volgen en de adviezen betreffende ventilatie strikt op te volgen.

Bronnen

  1. BouwprofsNederland
  2. Dakdekker Info
  3. IKO Europe
  4. Gathering Tweakers
  5. Klusidee

Gerelateerde berichten