Natuurvriendelijk Isoleren: Een Praktische Gids voor Nederlandse Woningbezitters

Inleiding

In Nederland groeit de aandacht voor duurzaam wonen en het verduurzamen van de bestaande bouw. Een essentieel onderdeel van dit proces is het isoleren van woningen, niet alleen om energie te besparen, maar ook met respect voor de natuur. De term 'natuurvriendelijk isoleren' wint aan populariteit, mede gestimuleerd door landelijke programma's en onderzoek. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van de huidige stand van zaken omtrent natuurvriendelijk isoleren, met specifieke aandacht voor de eDNA-methode, biobased materialen, en de procedures die woningeigenaren moeten volgen. De informatie is gebaseerd op gegevens van overheidsinstanties en gerenommeerde organisaties in de sector, waaronder Volkshuisvesting Nederland, Natuur & Milieu, en NOA.

Het doel van dit artikel is om zowel particuliere woningeigenaren als professionals in de bouw te informeren over de mogelijkheden, verplichtingen en voordelen van het toepassen van ecologisch verantwoorde isolatietechnieken.

De Landelijke Aanpak: NVI en eDNA-methode

Voor woningeigenaren die overwegen hun woning te isoleren, is het belangrijk om de juiste procedures te volgen, vooral wanneer het gaat om spouwmuurisolatie. De landelijke aanpak, bekend onder de term NatuurVriendelijk Isoleren (NVI), speelt hierin een centrale rol.

De rol van de eDNA-test

Een cruciale stap in het proces van natuurvriendelijk isoleren is het gebruik van de eDNA-onderzoeksmethode. Deze methode is ontwikkeld om op een snelle en eenvoudige manier vast te stellen of er beschermde diersoorten, zoals vleermuizen, aanwezig zijn in de spouwmuur voordat er isolatiemateriaal wordt aangebracht. De werking van de eDNA-test vertoont gelijkenissen met een coronatest: met een spons of roller wordt een monster afgenomen van de gaten in de spouwmuur. Vervolgens wordt in een laboratorium gekeken of er sporen (zoals huidcellen) van vleermuizen of andere beschermde dieren in het monster te vinden zijn.

De uitkomst van deze test bepaalt de vervolgstappen: * Negatieve test: Wanneer de test aantoont dat er geen sporen van beschermde dieren zijn, kan direct worden gestart met het isoleren van de woning. * Positieve test: Als er wel sporen worden gevonden, mag de woningeigenaar niet zomaar isoleren. In dit geval is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen bij de provincie en in de meeste gevallen een ecologisch onderzoek te starten.

De eDNA-methode is als een erkende maatregel opgenomen in de Omgevingsregeling voor spouwmuurisolatie. Hiermee kan een inwoner van een grondgebonden particuliere koopwoning zelf, of via een isolatiebedrijf, achterhalen of er vleermuizen in de spouwmuur huizen. Het is belangrijk op te merken dat deze methode specifiek is toegesneden op vleermuizen; de aanwezigheid van gierzwaluwen of andere vogels kan hiermee niet worden vastgesteld.

Maatregelen bij een positieve uitslag

Indien de eDNA-test positief is, dient de woningeigenaar de uitslag te melden bij de gemeente, provincie of de omgevingsdienst. Alvorens te starten met isoleren, moeten er aanvullende maatregelen worden getroffen om de beschermde dieren te beschermen. Allereerst moeten er kapjes over de gaten in de spouw worden geplaatst, zodat vleermuizen naar buiten kunnen vliegen, maar niet meer naar binnen kunnen keren. Daarnaast moeten vervangende verblijfplaatsen worden gecreëerd. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van nestkasten voor beschermde vogels of het creëren van ruimte hoog in de spouw waar vleermuizen in de toekomst terecht kunnen. Hiervoor zijn speciale borstels ontwikkeld om de ruimte af te scheiden van het isolatiemateriaal. Volgens de beschikbare informatie heeft het toepassen van deze maatregelen een verwaarloosbaar effect op de energiebesparing en geeft het geen extra risico op vochtproblemen. Er kan worden gestart met isoleren zodra alle vleermuizen de spouw hebben verlaten.

De NVI-werkwijze

Wanneer de provincies het toestaan om volgens de NVI-werkwijze te isoleren, kunnen huiseigenaren met grondgebonden woningen aan de slag met spouwmuur-, dak- en borstweringisolatie. Een belangrijk voordeel van deze aanpak is dat er vooraf geen ecologisch onderzoek nodig is en er geen vergunning hoeft te worden aangevraagd, mits er wordt gekozen voor een isolatiebedrijf dat volgens de NVI-voorwaarden werkt. Deze bedrijven voeren de isolatie uit onder de randvoorwaarden die gelden onder de landelijke lijn NVI. Bedrijven die met deze werkwijze werken, zijn te vinden via de website natuurvriendelijkisoleren.nl.

Randvoorwaarden en doelgroepen

De NVI-methode en de eDNA-onderzoeksmethode gelden voor grondgebonden koopwoningen tot een maximum van de vierde woonlaag. Dit omvat eengezinswoningen, boven- en benedenwoningen, of gesplitste woningen binnen deze hoogtelimiet. Dit kan van toepassing zijn voor zeer kleine Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) die bestaan uit gesplitste boven- en benedenwoningen. Er is geen vereiste voor het energielabel van de woning.

Er zijn echter beperkingen. Portiekflats en appartementencomplexen zijn uitgesloten van deze korte termijn aanpak. Deze doelgroepen dienen te wachten op een Stroomplan Maatregelen Pakket (SMP) en een gebiedsdekkende omgevingsvergunning binnen hun gemeente, of zij moeten zelf ecologisch onderzoek laten doen. Ook kunnen er randvoorwaarden zijn met betrekking tot de planning of beperkte mogelijkheden binnen bepaalde woongebieden.

Biobased Isolatiematerialen: Potentie en Uitdagingen

Naast de ecologische procedures rondom het isolatieproces, groeit ook de belangstelling voor de materialen zelf. Biobased materialen, afkomstig uit de natuur, spelen hierin een steeds belangrijkere rol.

Doelstellingen en marktpotentie

Uit onderzoek van Natuur & Milieu, in samenwerking met ASN Bank, blijkt dat biobased materialen nu nog een klein deel vormen van de omzet van isolatiebedrijven. Desondanks is er aanzienlijke potentie. Het Nationaal Isolatieprogramma en het programma 'Nationale Aanpak Biobased Bouwen' hebben als doelstelling om over vijf jaar 30 procent van alle na-isolatie in de bestaande woningbouw biobased te laten zijn.

Biobased isolatiematerialen sluiten goed aan bij de wensen van consumenten. De toepassing is vaak simpel, snel en relatief goedkoop. Bovendien ziet een groeiend aantal bedrijven in de bouw- en installatiesector biobased materiaal als een concurrerend product vanwege de toepassingsvoordelen. Grote bedrijven bieden deze materialen ook aan om, zoals ze zelf aangeven, "de boot niet te missen" in een markt die snel verandert.

Consumentenkeuze en voorlichting

Een opvallende uitkomst uit het onderzoek is het effect van voorlichting. Wanneer er met woningeigenaren wordt gesproken over de verschillende isolatiematerialen, zijn zij sneller geneigd om voor biobased te kiezen. Zelfs 4 tot 5 keer vaker positief: 45% van de ondervraagden kiest voor biobased wanneer dit wordt aangeraden, vergeleken met 8% wanneer er niet specifiek over materialen wordt gesproken.

Dit onderstreept het belang van goede voorlichting aan zowel woningeigenaren als isolatiebedrijven en aannemers. Het vertrouwen in de producten kan groeien bij isoleerders, en met de juiste kennis kunnen zij de keuze voor biobased stimuleren bij consumenten. Koepelorganisaties en de uitvoeringsorganisatie van de nationale aanpak biobased bouwen kunnen hierin een voorstrekkersrol vervullen door te blijven werken aan certificering en informatievoorziening. Isolatiebedrijven kunnen elkaar ondersteunen door best practices te delen, wat de toepassing vergemakkelijkt en de kosten kan verlagen. De verwachting is dat biobased isolatie snel een belangrijke plek kan innemen in de isolatiemarkt, waarmee het doel van 30 procent toepassing in 2030 in zicht komt.

Veel bedrijven hebben echter (nog) onvoldoende kennis over biobased materialen, twijfelen daardoor aan de kwaliteit en nemen soms hogere marges om veronderstelde risico’s af te dekken. Het is derhalve van essentieel belang dat de kennis binnen de sector wordt vergroot.

Praktische Begeleiding voor Woningbezitters

Voor woningeigenaren die willen starten met isoleren, is het van belang om eerst de huidige staat van de woning in kaart te brengen. Hoewel de bronnen geen specifieke stappenplannen voor het testen van isolatie met 'Natuur en Milieu' direct uitleggen, bieden ze wel praktische handvatten.

De Isolatie-zelfscan

Organisaties zoals Milieu Centraal bieden tools aan om woningeigenaren te helpen bij het inschatten van de isolatiebehoefte. Een voorbeeld hiervan is de 'Isolatie-zelfscan'. Deze scan helpt eigenaren om zelf te onderzoeken hoe goed hun huis is geïsoleerd. Met behulp van een meetlint, aansteker en toegang tot de kruipruimte of zolder, kunnen eenvoudig controles worden uitgevoerd. De scan geeft advies op maat over hoe het dak, de buitenmuren, ramen en vloer verbeterd kunnen worden.

Subsidie en Financiering

Een belangrijk aspect voor woningeigenaren is de financiering van isolatiemaatregelen. Hoewel de bronnen hier niet diep op ingaan, wordt er verwezen naar de ISDE-subsidie (Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing). Met deze subsidie kan een aardig deel van de kosten worden teruggekregen, wat het verlagen van de energierekening stimuleert.

Conclusie

Natuurvriendelijk isoleren is in Nederland een gestructureerd en haalbaar pad voor woningeigenaren, mits de juiste procedures worden gevolgd. De inzet van de eDNA-test en de NVI-werkwijze biedt een duidelijk kader om de balans te vinden tussen energiebesparing en natuurbescherming. Tegelijkertijd zet de sector in op de opschaling van biobased materialen, ondersteund door onderzoek en landelijke doelstellingen. Voorlichting speelt hierin een doorslaggevende factor, zowel voor consumenten als professionals. Met de juiste kennis en het inschakelen van gecertificeerde bedrijven kan een belangrijke stap worden gezet naar een duurzamere woningvoorraad.

Bronnen

  1. Volkshuisvesting Nederland
  2. Natuur & Milieu
  3. NOA
  4. NPLW
  5. Milieu Centraal

Gerelateerde berichten